Door het slechte weer hebben enkele plaatsen in Nederland te maken met hoog water. Bij het Groningse Tolbert dreigt zelfs een dijk door te breken. Een dijkdoorbraak doet denken aan het verhaal over Dromen. In dit verhaal stak een jongeman iets anders dan zijn vinger in een gat in een dijk en voorkwam hiermee een watersnoodramp.

Het verhaal is ook bekend als de held van Haarlem maar wij op QFF weten wel beter, dit verhaal heeft zich helemaal niet in Haarlem afgespeeld en ook niet in het verre verleden. Hoe kan dit nu weer denkt menig lezer inmiddels! is die combi helemaal geQ geworden? Nee hoor vaste Qff'erts weten wel beter, wij op QFF manipuleren tijd en ruimte zodat de sporen naar ... nooit echt te vinden zijn en zoals ingewijden weten is John Titor de verdwenen broer van onze eigen Baphomet of, is hij het toch zelf? Maar goed tijd voor het echte verhaal.
Lang geleden woonde er in Friesland, in één van de belangrijkste dorpen van Nederland, een blonde jongen. Zijn vader was boer, die er voor moest zorgen dat de mensen in de randstad op tijd hun eten kregen. De meeste mensen hier op QFF weten het niet maar Dromen is eigenlijk naast QFF ook nog een ZZP'er sluiswachter, zijn taak; hij moet er voor zorgen dat de sluizen geopend en gesloten worden en de waterstand in de kanalen op peil word gehouden. Zo'n sluiswachter doet de sluizen vaker of minder vaak open, afhankelijk van de hoeveelheid water die nodig is. 's Nachts sluit hij ze zorgvuldig af om te voorkomen dat het kanaal gevaar loopt en het teveel water ineens te moeten verwerken, of dat het zou overstromen, waardoor het land onder water zou komen te staan.
Een groot gedeelte van Holland ligt namelijk onder zeeniveau en het water kan enkel in bedwang worden gehouden met behulp van dijken en met deze sluizen, die bij hoog water enorm belast worden. Zelfs de kleinste kinderen weten dat men steeds waakzaam moet zijn, nu weten we inmiddels dat er bij de waterschappen mensen uit de politiek werken die deze kennis niet hebben, en Dromen moet hierdoor vaak eenzaam en alleen de rivieren of de zee in de gaten houden en daarmee heeft zzp sluiswachter Dromen dus een heel verantwoordelijke taak. Eén ogenblik van onoplettendheid kan vele levens kosten.
"Goed zo Ninti," zei de leraar, "ga jij maar verder." Op een mooie herfstmiddag mocht deze jonge zzp sluiswachter, die toen bijna 24 jaar was, een paar koeken brengen naar een wijze oude grijze man die op het platteland aan de andere kant van de dijk woonde. Vol goede moed ging Dromen op pad. Hij bleef een uurtje bij zijn oude vriend rondhangen en begaf zich toen op de terugweg. Terwijl hij langs het kanaal liep, ontdekte hij dat de herfstregens het water hadden doen stijgen. Hij neuriede een liedje en dacht intussen trots aan de oude sluisdeuren van zijn sluis en hoe sterk die wel waren. Als die er niet zouden zijn, zouden al die mooie velden onder water komen te staan, en wat moesten zijn vader en moeder dan beginnen? Vader sprak altijd over het boze water en Dromen had het idee dat het water boos op zijn vader was, omdat hij zzp sluiswachter Dromen het in bedwang kon houden.
Intussen plukte Dromen een heel grote bos bloemen en blies hij verlieft als hij altijd was de pluisjes in de lucht. Hij luisterde naar de konijntjes die door het gras renden en dacht nog eens na over zijn wens om een konijntje te zijn en zelf vele kleine konijntjes te maken.
"Free Electron, jouw beurt," knikte de onderwijzer naar de volgende lezer. Plotseling schrok Dromen op uit zijn gepeins. Hij had niet gemerkt dat de zon verdwenen was en zag nu dat zijn schaduw niet langer te zien was. Het werd donker en hij was nog een heel eind van huis, alleen met zijn bloemen, die er ook al grijs uitzagen. Hij ging sneller lopen en herinnerde zich ineens allerlei verhalen over mensen die verdwaald waren in een donker bos. Hij wilde net beginnen te rennen toen hij opschrok door het geluid van sijpelend water. Waar kwam dat vandaan? Hij keek in het rond en zag een kleine opening in de dijk, waar een dun straaltje door stroomde. Iedereen in Holland zou rillen bij de gedachte aan een lek in de dijk. Dromen begreep meteen dat er gevaar dreigde, zag slechts een gat en een kans. Dat kleine gaatje waar het water nu nog doorheen druppelde, zou spoedig groter zijn en leiden tot een grote overstroming. In een flits begreep hij wat hem te doen stond. Hij smeet de bloemen weg en klom omhoog totdat hij het gat had bereikt. Hij duwde zijn penis er in om het gat dicht te houden. De straal was gestopt. "Zo," dacht hij met jongensachtig plezier, "nu houd ik dat boze water tegen, zal ik allemaal kleine dijkjes maken en zal Friesland niet onderlopen zolang ik hier lig."
Dat ging in het begin allemaal prima, maar toen het avond begon te worden, werd het kil in de lucht. Onze Friese held begon van kou en angst te bibberen. Hij riep luid: "Kom hier, mensen! Kom hier!", maar er was geen levende ziel te bekennen. Hij werd steeds kouder en zijn penis werd gevoelloos, daarna zijn benen en zijn tenen en tenslotte deed zijn hele lichaam zeer van de kou. Hij riep nog eens: "Hoort dan niemand mij? Moeder! Moe!" Maar zijn moeder had de deuren al op slot gedaan en liep in zichzelf te mopperen, omdat ze dacht dat haar zoon bij de oude, wijze Baphomet bleef slapen, zonder eerst om haar toestemming te hebben gevraagd. De jongen probeerde te fluiten, in de hoop dat dat de aandacht zou trekken, maar hij beefde zo, dat hij niet meer fluiten kon. Toen smeekte hij God om hulp, terwijl hij besefte dat hij daar tot de volgende ochtend zou moeten staan.
"De volgende: Wodan," zei de onderwijzer. Wodan had al tranen in de ogen, maar haalde eens diep adem voordat hij begon: De maan keek neer op dat kleine, eenzame figuurtje, dat halverwege de dijk op een steen zat. Zijn hoofd bungelde omlaag, maar hij sliep niet, want af en toe wreef hij met zijn ene hand over zijn penis die aan de dijk vast leek te zijn gekleefd. Vaak keek zijn angstige, bleke gezichtje ook op als hij een geluid meende te horen. We zullen nooit weten hoe dat jongetje heeft geleden tijdens zijn angstige wacht, welke angsten hij moest doorstaan, en hoe vaak hij heeft gedacht aan zijn warme bedje thuis, aan zijn ouders en zijn mede Qff'erts, terwijl hij daar in die koude nacht alleen was! Als hij zijn penis weg zou trekken, zou dat boze water, dat nog steeds steeg, het land binnenstromen en niet ophouden voordat de hele stad verdronken zou zijn. Nee, hij zou het volhouden tot het weer licht werd, als hij tenminste nog leefde! Wat dat laatste betreft, was hij nog niet zo zeker. Hij hoorde zo'n vreemd gesuis in zijn oren en het leek alsof er messen dwars door zijn lichaam werden gestoken. Hij wist niet eens of hij zijn penis nog wel terug kon trekken, als hij dat zou willen. Bij het aanbreken van de dag keerde een dominee die had gewaakt bij het ziekbed van een parochiaan over de dijk terug naar huis, toen hij gesnik hoorde beneden zich. Hij boog zich omlaag en zag halverwege de dijk een jongen zitten vechten tegen de pijn van de kou. "In hemelsnaam, wat ben jij daar aan het doen, ventje?" riep hij uit. "Ik zit het water tegen te houden," was het simpele antwoord van de Friese held. "Zorg er voor dat er gauw iemand komt." Natuurlijk kwam er toen gauw hulp en . . . "Wodan," zei de onderwijzer een beetje ongeduldig, "als je jezelf onder het lezen niet kunt beheersen, wachten we wel even tot je je tranen gedroogd hebt." "Neemt u me niet kwalijk, meneer," zei Wodan snotterend. [.......].
En dit is het ware verhaal van onze held Dromen die zowel Friesland als Groningen gered heeft.


