De Twaalf nachten, Jultijd
De twaalf nachten, ook wel de jultijd genoemd, vallen tegenwoordig bij ons en eveneens in een deel van Duitsland van Kerstmis tot Driekoningen, maar in Beieren duren ze van St. Thomas (21 december tot Nieuwjaar). Dit zijn dus in werkelijkheid slechts 11 nachten. In Silezië zijn het de twaalf nachten voor kerstmis en in delen van Mecklenburg en ook Bretagne, de eerste twaalf nachten in januari. Dit laatste is ook het geval in sommige streken van Engeland, Scandinavië en Oostenrijk. De oorzaken van deze verschillen moeten wij daarin zoeken, dat deze nachten een overblijfsel zijn van het eertijds twaalf nachten durende Jul-feest, dat niet altijd met dezelfde periode van het zonnejaar overeen kwam. Het beginpunt was bij de verschillende Germaanse stammen niet overal hetzelfde en het hing er onder anderen van af, of men de Jul-tijd liet beginnen met de eerste nieuwe maan of de eerste volle maan na winterzonnewende.

In ieder geval duurde het feest dan tot de eerstvolgende volle, resp nieuwe maan en de daartussenin liggende nachten, twaalf in getal, waren de nachten van het jul-feest. Toen nu het christendom kwam met de Juliaanse tijdrekening, werd het Jul-feest op een vaste datum gesteld en veelal samengekoppeld met het kerstfeest. Dit is één der voorbeelden, waaruit blijkt dat een heidens feest aan een christelijk feest gekoppeld werd met het kennelijke doel, dat het daarin zou opgaan. Waar deze samenkoppeling niet officieel geschiedde, zal de bevolking het feest wel zo goed mogelijk aan de nieuwe tijdrekening hebben aangepast. Maar dit geschiedde niet overal op dezelfde wijze en tot in de latere tijd zijn deze verschillen merkbaar gebleven.
Het tijdperk der twaalf nachten wordt verschillend aangeduid. in Duitsland bijvoorbeeld spreekt men ook van "die zwölften", de "Unternächte", de Rauchnächte" en de "lostage" ; de beide laatste natuurlijk ontleed aan het gebruik om in deze nachten de huizen en stallen te beroken, als afweer tegen boze invloeden en omdat men de gebeurtenissen van deze dagen als kenmerkend voor de komende twaalf maanden beschouwde.
Een eigenaardige, reeds eerder genoemde naam is in Duitsland ook nog blijven voortbestaan, namelijk die van "zwischen den jahren". Dit kan een zeer oude oorsprong hebben. De Germanen rekende namelijk naar maanmaanden en naar het schijnt met maanden van 27 en soms 28 dagen i.v.m. de siderische kringloop der maan, die 27 en één-derde dag duurt. Nu vallen er in een zonnejaar 13 wintermaanden van 27 dagen, die dan tezamen 351 dagen uitmaken. Aan het zonnejaar ontbreken dus ongeveer 14 dagen, juist het tijd verloop tussen de twee voornaamste maanstanden. Nu is het dus mogelijk, dan men aan het maanjaar van 13 maanden ieder jaar 14 dagen toevoegde, om weer met de zonne loop in overeenstemming te komen. Daarna begon dan weer een nieuw jaar. De daartussen liggende tijd was de Jul-tijden zou dan terecht "tussen de jaren"geheten hebben.
De jaar indeling in dertien maanden is nog lang in gebruik gebleven tot zelfs in de historische tijd. Zo zijn er dan ook allerlei herinneringen aan over gebleven. Het ongeluksgetal 13 ( de dertiende maand, de laatste, de maand van de dood, de ongeluksmaand) heeft er zijn oorsprong waarschijnlijk aan te danken.
In de streek van Siegen heetten de twaalf de "heilige dagen", wat misschien samenhangt, dat keizer Karel de december maand, die vroeger wolfs-maand heette, veranderde in "heiligmanôth". Ook de synode van Tours van 567 spreekt reeds van de "heilige twaalf dagen-tijd". Men heeft daarom getracht, de twaalf nachten af te leiden van de christelijke dodekahemeron , die reeds door de Syriër Ephraim in de 4e eeuw genoemd wordt. Op die grond zou de synode van Tours deze dagen tot een christelijke feest tijd verheven hebben. Er bestaan echter goede gronden, om dit feest als geïnspireerd door het heidense Jul-feest te beschouwen. Reeds de onregelmatige bepaling der twaalf nachten in het volksgebruik wijst hier op, want als de feestdagen een kerkelijke oorsprong hadden, dan zou er wel een uniforme regeling gekomen zijn. Er zijn echter nog andere aanwijzingen, dat de twaalf nachten in verband gebracht moeten worden met de oude heidense tijdrekening.
Op een runestafkalender uit 1784,een Oudgermaanse boerenkalender, waarop de dagen der week met runentekens worden aangegeven, komt op de dagen van Kerstmis tot Driekoningen een aantal drinkhoorns voor, wat dus duid duiden kan op de oude cultische drinkgelagen, die eertijds op die dagen plaats vonden. De dag van Driekoningen heeft daarbij een omgekeerde drinkhoorn, wat kennelijk wijst op het einde van het feest.

