Quo Fata Ferunt! QFF! Die ECHTE Illuminati shit... Welkom in de Hel! - complotten, ufo's, karma, illuminati, nonsens, wetenschap, kennis en verlichting! QFF

Aanpassen
A+ R A- wide normal
Registreren Inloggen
  • Skip to content
QFF » Combi
  • Over QFF
  • F.A.Q.'s
  • Contact
  • QFFsummary
  • Forum 
  • Qommunity 
  • contactwith us
  • Zoeken 
Schrijf in op deze RSS feed

Combi

Mysteriën Der Oudheid, De geheimhouding

vrijdag, 23 december 2011 13:34 Gepubliceerd in BROEDERSCHAPPEN

Bij alle cultuurvolken werd een deel van hun eredienst geheim gehouden en de priesters die, naast het vervullen van hun godsdienstige taak, vaak de enige waren, die de wijsbegeerte en de wetenschappen beoefende, deelde ook hun zorgvuldig behoede kennis niet aan de massa van het volk mede. Hetzelfde verschijnsel zien wij tegenwoordig nog bij verschillende primitieve volken, maar dat betekend natuurlijk niet, dat de oude volken, die geheime riten bezaten, op hetzelfde beschavingspeil stonden als de tegenwoordige ongecultiveerde volksstammen, een gevolgtrekking, die men maar al te vlug geneigd is te maken. De onjuistheid ervan blijkt echter al direct, als wij de cultuurhoogte der oude volken, zoals Egyptenaren, Babyloniërs, Grieken, Kelten, en Germanen, vergelijken met die der tegenwoordige primitieven.

Nog meer springt de onjuistheid in het oog , als wij bedenken, dat de te midden van ons wonende vrijmetselaren eveneens geheime ritten bezitten, en niemand zal wel willen beweren, dat deze cultureel op een lager peil staan dan hun omgeving.
De geheim gehouden riten en kennis duidden de oude Grieken met "Mysteria" aan en daarvan is ons "Mysteriën" afkomstig. Het woord "mysteria" treffen wij het eerst aan in de Atheense wetten, die betrekking hadden op de Eleusinische mysteriën en uit omstreeks 460 v. Chr. afkomstig zijn, en vervolgens bij de omstreeks 484 v. Chr. geboren Herodotus van Halikarnassos, de "vader der geschiedenis", die het gebruikte in verband met de mysteriën van Samothrake.

Voor de geheime riten werden echter ook andere woorden gebruikt, teletai (wijdingen) en orgia (handelingen) en deze vinden wij reeds in de Demeterhymne, die uit de zevende of zesde eeuw v. Chr. afkomstig is. Teletai vinden wij het eerst bij Hesiodos (frgmt. 29, blz 211, ed, Goettling) waar het betrekking heeft op de Dionysische mysteriën.

Uit deze gegevens is op te maken, dat het woord oorspronkelijk blijkbaar alleen betrekking had op godsdienstige riten, waar inwijdingen het hoofdbestandsdeel van uitmaakten. Over de afkomst van het woord bestaat al verschil van mening, maar over het algemeen leidt men het af van de wortel "mu", die de betekenis zou hebben van "sluiten" (en dan gebruikt zou zijn ivm. het sluiten der ogen of der lippen, handelingen, die met de inwijdingen samenhingen). Geleidelijk kreeg het woord echter een meer omvattende betekenis en vermoedelijk was het al zeer spoedig, dat men er ook de "geheime leringen" der priesters onder verstond en dan voorts alles, wat verder nog tot het geheim gehouden deel der erediensten behoorde. Tenslotte werden er zelfs openbare riten mee aangeduid, die min of meer met de geheime diensten samenhingen. Het woord werd ook door de christenen overgenomen en als de kerkvaders over "mysteriën" spraken, dan bedoelde zij daarmede bepaalde onderdelen van het christelijke geloof, die het verstand niet bevatten kon of die om bepaalde reden voor niet-christenen geheim gehouden werden. In ons taalgebruik heeft het woord de nog veel ruimere betekenis gekregen van "geheimen", "raadsels", "iets onbegrijpelijks" ed. in de ruimste zin.


Dionysos masker, Louvre

Het woord "mysteria" treffen wij in de oudheid uiteraard het meest bij de Griekse schrijvers aan en daarnaast in de eerste plaats bij de Romeinen. Het kon zowel betrekking hebben op mysteriën in eigen land als op uitheemse, al bestonden niet in alle landen dezelfde mysterievormen. Egypte was vermaard om zijn geheime priesterwijsheid en vele Grieken togen daarheen om deze deelachtig te worden. Maar toen Strabon, de omstreeks 60 v. Chr. geboren aarderijkskundige uit Amasis in Pontos, in Heliopolis kwam, kon men hem alleen nog de woningen wijzen, waar vroeger de wijsgeren en astronomen gewoond hadden; zij zelf waren echter verdwenen. Alleen in Thebe trof hij er nog aan. De Babylonische priesters bezaten blijkbaar ook geheim gehouden kennis, waaronder vooral geneeskunde en voorts de astronomie en astrologie een grote rol speelden. De latere Perzische magiërs hebben aan hen vermoedelijk een deel van hun kennis ontleend. Bij de Grieken schijnen de priesters de kennis van bepaalde zaken eveneens geheim gehouden te hebben. Rechtstreekse bericht hierover hebben wij niet, maar bij Loukianos, de omstreeks 120 geboren Griekse schrijver, lezen wij, dat de "leugenprofeet" Alexander, die de mysteriën nabootste en zichzelf daarbij een priesterlijke waardigheid toekende, zich ook met orakels en met het genezen van zieken bezig hield, blijkbaar in overeenstemming met hetgeen de erkende priesters verrichten. bij de Kelten, waar de druïde het opschrijven van hun leringen verboden, bezaten deze volgens Caesar geheime kennis van "de loop der sterren", de grootte van de wereld en de aarde, van de natuur der dingen en van de macht der onsterfelijke goden.
Verder over de Egyptische mysteriën schrijvende, bedoelen de oude schrijvers daar in de eerste plaats bepaalde riten mede, die verband hielden met het in de betreffende mythe vast gelegde mysteriedrama van Osiris en die ten aanschouwe van een kleine kring bevoorrechten werden vervuld. Maar ook de zgn. koningsriten, waaronder die van de vergoddelijking van de koning, als mede de andere in besloten kring uitgevoerde priesterriten werden tot de mysteriën gerekend en hetzelfde was het geval met de pas in later tijd --- vooral door het verslag van de in het jaar 130 geboren Romeinse rhetor en satyricus Apuleius, die zijn inwijding beschreef --- bekend geworden Egyptische inwijdingsmysteriën. ook de begrafenisriten, die door de priesters werden uitgevoerd, behoorden, hoewel daarbij ook door de nabestaanden bepaalde handelingen werden verricht, tot op zekere hoogte tot de mysteriën en tenslotte werden sommige openbare rite, die verwantschap vertoonden met de geheime ceremoniën, ook wel met de naam mysteriën aangeduid.


Kleitablet met daarop een schrijfoefening zuid-Irak; ca. 2200 v.Chr.

Omtrent de Babylonische mysteriën is niet veel bekend en hun bestaan moeten wij hoofdzakelijk uit indirecte gegevens opmaken. De genoemde priesterkennis viel er onder en vermoedelijk ook inwijdingsriten. Dit vermoeden wordt versterkt door het voorkomen van dergelijke riten in Syrië, die ons als Adonis-mysteriën uit Griekse bron zijn overgeleverd en die, naar wij mogen aannemen, aan de Babylonische Tammuz-mysteriën zijn ontleend. De openbare Syrische riten, die er mee samenhingen, werden echter door de Grieken ook met Mysteriën aangeduid. Bij de Phrygische mysteriën, waarin de godin Kybele en de god Attis de hoofdrol speelden, wordt door de oude schrijvers eveneens nauwelijks onderscheid gemaakt tussen de openbare eredienst en de inwijdingsriten, die blijkbaar in nauw verband daarmede voltrokken werden. Zowel het één als de ander werd met de naam mysteriën aangeduid. Hetzelfde was het geval met de Thrakomstige mysteriën van Sabazios en de uit deze landen afkomstige mysteriën van Dionysos, alsmede met de eveneens daaraan ontlede Samothrakische mysteriën der "grote goden". Ook bij de verwante Thebaanse Kaberoi-mysteriën, waarbij openbare eredienst en inwijdingsriten nauw samenhingen, werd het geheel met de naam mysteriën aangeduid.

Bij de Griekse mysteriën van Eleusis was dit eveneens het geval, maar de naam Mithrasmysteriën werd hoofdzakelijk voor de Perzische inwijdingsriten gebruikt. Tenslotte zullen ook wij hetzelfde woord gebruiken voor de Keltische en Germaanse inwijdingsriten, die aan de Grieken en Romeinen onbekend waren, maar die naar de aard en vorm geheel met die, welke wij uit Zuid-Europa kennen, overeen kwamen.
Dit alles in aanmerking nemende, dienen wij ons, als de oude schrijvers over mysteriën berichten, dus steeds af te vragen, wat zij in ieder afzonderlijk geval daaronder verstonden. Dit is vooral nodig, omdat men tegenwoordig bij het spreken over de oude mysteriën veelal in de eerste plaats of zelfs uitsluitend het oog heeft op de inwijdingsriten, de enige vorm der mysteriën, die men in de meeste gevallen kent. Dit heeft ten gevolge, dat men iedere mededeling over mysteriën daarop betrekt, wat, naar uit het bovenstaande blijkt, allerminst juist is.

Wij hebben hierboven gezegd, dat de naam "Mysteriën" zaken aanduidt, die geheim gehouden werden of althans met geheim gehouden riten verband hielden. In de mededelingen der oude schrijvers vinden wij daarvoor tal van bevestigingen. Over de Egyptische mysteriën schrijvende en, naar uit zijn bericht valt op te maken, doelende op geheime ceremoniën, zegt de reeds genoemde Herodotos: "aan dit meer stellen zij des nachts het lijden van de god voor en zij noemen dat de Egyptische mysteriën; intussen moet daarover, hoewel ik er velerlei van weet, het stilzwijgen betracht worden. Ook over het feest van Demeter (de Griekse interpretatie, die Herodotos voor de Egyptische Isis gebruikt) moet ik zwijgen en kan ik slechts zeggen, wat geoorloofd is. Herodotos is hier zo voorzichtig, dat hij zelfs de naam Osiris --- want om deze god gaat het, naar wij uit zijn bericht kunnen opmaken --- niet noemt.
De in dezelfde tijd als Herodotos levende Euripides, één der drie grootse dramaturgen van het oude Griekenland, zinspeelt eveneens op geheimhouding, in dit geval ten aanzien van de Dionysische mysteriën, als hij in zijn Bakchantenfeest koning Pentheus de vraag laat stellen: "Welke zin heeft dit feest?" en dan Dionysos laat antwoorden: "voor niet-ingewijden blijft deze altijd vreemd". Iets later schreef de Griekse filosoof Lysis van Tarentum (geb 390 v. Chr.) over de wijsbegeerte, die hij met mysteriën vergelijkt. Hij stelde daarbij vast, dat de wijsbegeerte niet aan de eerste en beste geopenbaard werd, evenmin als de mysteriën aan de profanen werden medegedeeld.

Enige eeuwen lang horen wij dan, om later nog te bespreken redenen, niet veel over de mysteriën en dus ook weinig over de geheimhouding, die daarbij in acht genomen moest worden, maar als wij er dan weer over gaan lezen, is deze geheimhouding nog altijd een belangrijk punt. De in de eerste eeuw v. Chr. op Sicilië levende Griekse geschiedschrijver Diodoros bericht ons over verschillende mysteriën en zegt dan oa. dat de mysteriën slechts in het geheim werden medegedeeld. Omtrent de mysteriën van Samothrake zegt hij, dat niemand, behalve de ingewijden, daar iets van wist. Ook in het algemeen over mysteriën sprekende vertelt hij, dat het niet geoorloofd was om niet-ingewijden nauwkeurige mededelingen te doen.


Apollon (opera Garnier)

Ploutarchos (van 40 tot 120), die zelf priester van Apollon in Delphoi en in verschillende mysteriën ingewijd was, schrijft in zijn boek "over Isis en Osiris" ook over de Egyptische mysteriën en zegt dan aan het slot: "zoveel moet men zeggen van alles, wat gesluierd is in de mysteriën, van alles wat geheim gehouden wordt bij de inwijding en van alles, wat verborgen gehouden wordt voor de ogen der menigte". Hij laat daaraan echter wel enige bijzonderheden over de mysteriën voorafgaan, wat in overeenstemming was met de algemene opvatting, dat niet alles, wat de mysteriën betrof, geheim gehouden behoefde te worden. De geheimhouding had vooral betrekking op de verborgen kennis der priesters, de uitgevoerde riten, de tekst der heilige formules, de getoonde heilige voorwerpen en soms op de naam van de godheid. Daarentegen was het blijkbaar wel geoorloofd een samenvatting van de cultische mythe te vertellen, waarvan de bijzonderheden echter alleen voor ingewijden bestemd waren. Geheim waren evenmin de verwachting ten aanzien van het hiernamaals, die men aan de inwijdingen vastknoopte, maar wel de wijze, waarop deze verwachting in de riten werden opgewekt. Als reden voor de geheimhouding wordt in het algemeen de bijzondere heiligheid der mysteriën genoemd, die men verre moest houden van de ogen der profanen. Strabon meent zelfs dat het verbergen der heilige handelingen de godheid eerwaardiger maakte. Hij ziet daarin blijkbaar de voornaamste reden voor die geheimhouding en andere schrijvers noemen soortgelijke motieven.

Uit de tweede eeuw onzer jaartelling bezitten wij over deze geheimhouding nog een duidelijke aanwijzing van Pausanias, die over de door hem gemaakte tochten een tiental boeken schreef, welke hij daarom "rondreis" noemde. Hij spreekt daarin ook over de inwijdingen van Eleusis en zegt dan: "wat binnen de muren van het heiligdom plaats greep, verbood de droom mij neer te schrijven, want het spreekt vanzelf, dat niet-ingewijden datgene, wat hun niet veroorloofd is te zien, ook niet ervaren mogen". Hij gaat zelfs nog verder, want elders in hetzelfde werk zegt hij, sprekende over de korybanten, de volgelingen van de Phrygische Kybele, die een rol speelden bij de Attis-mysteriën, dat hij de hun betreffende sagen opzettelijk verzwijgt. Voordat de mysteriën aan de kandidaten werden medegedeeld, resp. voor zij de riten bijwoonden of doormaakte, werd vermoedelijk een eed van geheimhouding geëist en Cumont meent in een tamelijk verminkte Griekse papyrus de tekst gevonden te hebben van de eed, die de ingewijden bij hun opneming in de Mithras-mysteriën moesten afleggen: ".... ik zweer .. ... te bewaren ( de geheimen van) de mysteriën, die mij zijn overgebracht (door) Vader Serapion .. ... de heilige heraut Ka (utaupates, op wie die taak) rust en door mijn eveneens (ingewijde) broeders".

De geheimhouding is zelfs eens de aanleiding tot of althans het voorwendsel voor een oorlog geweest, want hiertoe heeft een schending daarvan geleid. De in 59 v. Chr. geboren Romeinse geschiedschrijver Livius deelt ons nl. mede dat Philippos van Makedonië, vader van Alexander de grote, de Atheners om de volgende reden de oorlog verklaarde: "twee jongelingen uit Akarnanië (het meest westelijke deel van Griekenland) hadden tijdens de feesten van Eleusis, zonder ingewijd te zijn en onbekend met de godsdienstige gebruiken, in het gedrang der menigte de tempel van Ceres (de Romeinse naam voor Demeter) betreden. Hun taal verried hen gemakkelijk, omdat zij enige dwaze vragen stelden; zij werden voor de bestuurders van de tempel gebracht en. hoewel duidelijk bleek dat zij uit vergissing de tempel betreden hadden, ter dood gebracht".
Niet alleen de tempelpriesters zorgden voor het bewaren der geheimen, maar zij werden daar, waar de mysteriën een staatsinstelling waren, hierin door de regering gesteund. Zo is het bijv. bekend, dat Aischylos, de oudste Griekse treurspeldichter, (geb. 525 v. Chr.) aangeklaagd werd, omdat hij in zijn stukken mysteriegeheimen zou hebben geopenbaard. Nu hadden verschillende van de drama's van Aischylos betrekking op de Dionysische mysteriën en zijn bassarai, Kabeiroi, Hedonoi en Pentheus werden bij de Dionysos-feesten te Athene opgevoerd. Het was dus vermoedelijk hierin, dat hij mysteriegeheimen te berde had gebracht en zijn kennis omtrent deze zaken had hij waarschijnlijk op zijn reis naar Thrakië opgedaan. Hij kon zijn onschuld bewijzen door aan te tonen, dat hij in het geheel niet ingewijd was.


Tempel van Cerres

Niet alleen behoede de staat zorgvuldig de geheimhouding der mysteriën, maar hij zorgde er ook voor, dat deze instellingen niet werden bespot. Naar Ploutarchos meedeelt, werd Alkibiades, Grieks staatsman en veldheer (geb. omstreeks 450 v. Chr.), door Thessalos uit Lakia aangeklaagd wegens beledigingen van de godinnen Demeter en Persephone, omdat hij de inwijdingsceremoniën nagebootst en te zijne huize voor zijn vrienden vertoond had. Daarbij zou hij een gewaad gedragen hebben, zoals de hogepriester dit droeg als hij de heilige voorwerpen toonde, en zichzelf "hogepriester" genoemd hebben, Polyton "fakkeldrager", Theodoros "heraut" en zijn andere vrienden "gelovigen" (ingewijden in de kleine mysteriën) en "ingewijden" (in de grote mysteriën). dit alles was in strijd met de voorschriften zoals de priesters van Eleusis die hadden uitgevaardigd. Alkibiades werd bij verstek ter dood veroordeeld, waarbij zijn vermogen geconfisqueerd werd, en zijn vrienden werden terecht gesteld. Blijkbaar vond men een dergelijk optreden algemeen zeer ongehoord, want Pausanias, die ruim 500 jaren later leefde, deelde mee, dat men hem, bij zijn bezoek aan Athene, nog het huis toonde, waar het wangedrag van Alkibiades had plaats gevonden.
Spotternijen werden ook veel later nog niet geduld en Diogenes Laertios, Griekse schrijver uit het begin der derde eeuw, deelt het volgende mede over de "atheïst" Theodorost, die zich tegenover de hierophant Eurikleides een overigens meer flauwe dan kwaadwillige grap veroorlooft had. Toen hij eens bij de hogepriester vertoefde, zeide hij tot deze: "zeg mij, Eurikleides, wie zijn misdadigers tegen de heiligheid der mysteriën?" Op het antwoord: "diegene, die de geheimen aan niet-ingewijden verraden" merkte Theodoros op: "Dus ook gij begaat een misdaad, als ge er (bij de inwijding) met niet-ingewijde over spreekt?" De hogepriester ontstak hierover in toorn en de grappemaker ontkwam ternauwernood aan het gevaar voor het gerechtshof van de areopagos gedaagd te worden, waarvoor slechts de invloedrijke Demetrios Phalereus hem wist te behoeden.

Natuurlijk was het ook niet geoorloofd zich op ontoelaatbare wijze van de geheimen der mysteriën op de hoogte te stellen en volgens Boitische overleveringen zouden, naar de neoplatonische filosoof synesios (+/- 370 - 425) ons meedeelt, degene, die zich in de geheime riten van Dionysos wilde indringen en deze bespioneerden, vroeger aan stukken gescheurd zijn. Deze overlevering hing waarschijnlijk samen het hetgeen in het drama "Penteus" van Euripides vermeld wordt, waar deze koning, als straf voor zijn nieuwsgierigheid, door bakchanten werd verscheurd.

Pentheus torn apart by Agave and Ino,Louvre

Op geheimhouding wijst ook, dat ons enige formules zijn overgeleverd, die blijkbaar toegang tot bepaalde riten verleenden, maar daarnaast ook een herkenningsmiddel voor de ingewijden onderling waren. Wij zullen die bij de verschillende mysterieriten nog nader bespreken. Ook hadden de ingewijden bepaalde tekens, waarmede zij zich als zodanig konden kenbaar maken. In één van zijn toneelstukken laat Titus Maccino Plautus (geb. omstreeks 253 v. Chr.), zeggen: "geef mij het teken, als ge een ingewijde van Bacchus zijt". Het ging hier blijkbaar om een ander herkenningsmiddel dan een formule. Ook uit de woorden van Apuleius is iets dergelijks op te maken. Hij was aangeklaagd van toverij en in zijn overgeleverde apologie verdedigd hij zich tegen deze verdachtmaking. Als het dan gaat om een bevestiging, die alleen een in mysteriën ingewijde zou kunnen geven, zegt hij: "als er soms iemand is, die dezelfde plechtigheden heeft doorgemaakt als ik, laat hij dan het teken geven"en dan kunnen zijn aanklagers de verklaringen van getuigen horen. "want", laat Apuleius er op volgen, "ik laat mij nooit, door welk gevaar ook, er toe dwingen, datgene, wat ik onder het zegel van geheimhouding ontvangen heb, te verraden".
De verplichting tot geheimhouding, die de mysteriën omringde, bleef tot de opheffing dezer instellingen, en dus nog vrij lang in christelijke tijd voortbestaan, wat ook door verschillende christelijke kerkvaders bevestigd wordt. Titus Flavius Clemens van Alexandrië, die in het jaar 200 overleed ---- zijn geboorte jaar is niet bekend ---- was voor zijn bekering een heidens filosoof en naar gezegd werd, in verschillende mysteriën ingewijd. hij heeft het in zijn werken herhaaldelijk over de mysteriën en ook over de geheimhouding daarvan. Zo zegt hij, dat de Egyptenaren hun mysteriën, waarmee hij kennelijk de geheime leringen bedoelt, "niet aan de eerste de beste toevertrouwden en dat zij aan de profanen niet de kennis der goddelijke dingen openbaarden, maar alleen aan hen, die eens de troon zouden bestijgen en van de priesters alleen aan hen, die door levensopvatting en afkomst als de besten golden". Niettegenstaande hij als prediker van het christendom het heidendom bestreed, had hij voor de mysteriën nog wel eens een goed woord over, want elders in hetzelfde werk zegt hij, duidende op mysterieriten: "degene die de mysteriën instelden, verborgen als wijsgeren hun leringen in mythen. Voorkwamen zij niet, door (op die wijze) menselijke dingen te sluieren, dat onwetende ze toepaste, en was het niet zegenrijker voor de heiligen en gezegende de overpeinzing der waarheden verborgen te houden?"

Hippolytos, de kerkvader uit het einde der tweede en het begin der derde eeuw, schreef "weerlegging van alle ketterijen" en had het daarin ook over Naässeners, één der genostieke sekten. volgens hen zouden de Egyptenaren, "die na de Phyrygiërs de oudste mensen zijn en die, zoals bekend, het eerst aan andere mensen alle riten en erediensten en ideeën en krachten" hadden medegedeeld, "de heilige, eerwaardige en aan niet-ingewijden niet  mede te delen mysteriën van Isis"bezeten hebben. Gregorius Nazianzenus een Grieks kerkvader (geb. omstreeks 330), stelt de geheimhouding, die de heidenen ten aanzien van hun mysteriën betrachten, zelfs de christenen ten voorbeeld en in een in 380 uitgesproken rede vermaant hij hen "het niet uit te sprekene niet aan het oor der profanen prijs te geven" en zich niet te laten beschamen door de demonen vereerders, "die eerder hun bloed dan, waar het bepaalde dingen betreft, hun woorden de niet-ingewijden iets zouden meedelen".

Ook de omstreeks 340 geboren kerkelijke leraar Arnobius de oude zegt, dat de mysteriën slechts aan enkelen bekend gemaakt werden. Hoewel de kerkvaders in hun beschouwingen over de mysteriën zich niet hebben toegelegd op objectiviteit, en veelal verschillende mysteriën dooreenmengen, ontvangen wij toch uit hetgeen zij mededelen vaal aanwijzingen, die ons helpen bij het vormen van een beeld omtrent de oude mysteriën. Zo lezen wij bij Firmicus Maternus, die in 347 een geschrift publiceerde, "over de Dwalingen der heidense Godsdiensten", waarin hij de keizers uitnodigde een einde te maken aan de overblijfselen van het heidendom, over het bestaan van herkenningsmiddelen, waar hij zegt: "wij willen nu uiteenzetten, aan welke tekens en zinnebeelden de ellendige mensenbende zich bij haar bijgelovige samenkomsten herkent. Zij hebben nl. eigen tekens, eigen woorden, die hun bij deze schandelijke bijeenkomsten de school van de duvel geleerd heeft." Jammer genoeg beschrijft hij de tekens niet, maar geeft alleen enkel formules, die wij bij de mysteriën van Attis en van Eleusis zullen bespreken.


Attis

Het is te begrijpen, dat, gezien de bestaande zwijgplicht de oude schrijvers van datgene, wat niet medegedeeld mocht worden, weinig of niks zeggen. En als zij er iets over meedelen, dan is dat nog in zulke duistere woorden vervat, dat alleen bijzondere omstandigheden ons er iets van laten begrijpen. Zo lezen wij bijv. bij de reeds genoemde Apuleius, als hij zegt mede te zullen delen, wat hij bij zijn inwijding doormaakte, het volgende: "Misschien vraagt ge nu thans nieuwsgierig, goedgunstige lezer, wat nu gesproken en gedaan is,. Hoe gaarne zou ik het u zeggen, als ik het zeggen mocht! Hoe heilig zoudt ge het ervaren, als het geoorloofd was! Maar tong en oor zouden even zwaar voor het vergrijp moeten boeten. Maar het zou u kunnen schaden, als ik uw vrome nieuwsgierigheid zo op de pijnbank legde; hoor dus en geloof, vertrouw, het is waarachtig. Ik ging tot aan de grens van de dood en nadat ik de drempel van Proserpina (de godin van de onderwereld) betreden had, keerde ik, door alle elementen heen gedragen terug ; te middernacht zag ik de zon van wit licht flonkeren, ik kwam van aangezicht tot aangezicht voor de onderaardse en bovenaardse Goden en aanbad hen vanuit naaste nabijheid! Ziet! nu hebt ge alles gehoord; maar ook begrepen? Onmogelijk!"
Toch heeft Apuleius met deze woorden aan ons meer verraden dan aan zijn land- en tijdgenoten en wij komen op zijn mededelingen dan ook uitvoerig terug. Niet alleen horen wij niet veel van de heidense schrijvers, maar ook de christelijke tonen op enkele uitzonderingen na een opmerkelijke terughoudenheid. Dit alles is des te opvallender, omdat er onder hen waarschijnlijk verschillende waren, die voor hun bekering tot de ingewijde behoorden, en zij in ieder geval met vele bekeringen in aanraking moeten zijn gekomen, die eens ingewijden in de heidense mysteriën waren geweest! Slechts bij uitzondering echter horen wij van hen iets, dat ons enige opheldering geeft.

Toen de mysteriën geestelijk op hun hoogtepunt stonden, werd de geheimhouding, naar wij mogen aannemen, het strengste gehandhaafd. Maar in de loop der tijden kwamen verschillende mysteriën min of meer in verval; de eisen voor toelating werden minder streng, de toeloop werd groter en uit deze schijnbare bloeitijd, waarin de riten vermoedelijk ook minder streng in acht genomen werden, bereikten ons zelfs berichten over ontaarding, die met allerlei uitspattingen gepaard gingen, zoals bijv. de reeds genoemde Livius ons over de Bacchische (Dionysische) mysteriën in Rome meedeelt. Maar het verwonderlijke is, dat zelfs in deze vervaltijd de geheimhouding, die de ingewijden ook toen nog wel zal zijn opgelegd, zo goed bewaar gebleven is. Dit zou bij het grote aantal, vaak blindelings toegelaten deelnemers een waar wonder zijn, indien hetgeen geheim gehouden moets worden alleen of in hoofdzaak de vorm zou hebben gehad, van een in begrippen vervat en verder in woorden medegedeeld onderricht. Dit was echter zoals wij nog zullen zien, niet het geval.

 

bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck, uitg. Thule 1960

 

 

Lees meer...

Edda leer

woensdag, 21 december 2011 12:16 Gepubliceerd in GESCHIEDENIS / &ZO

Daar ik nog geen artikel of Topic over de Edda heb kunnen vinden, al is deze vast wel een keer of wat voorbij gekomen hier op QFF vond ik het nu wel eens tijd om er aan te beginnen. De bron is het boek van  D. Buddingh De Edda-Leer, of Handboek voor de Noordsche mythologie uit 1837.

Om mee te beginnen de veel voorkomende drie eenheid die hier en daar in nogal wat boeken al of niet heilig zijn terug te vinden:

Wat eindelijk de bijgevoegde afbeelding der Noordsche Trilogie (drieheid) betreft: deze heeft, zoo als zij hier wordt voorgesteld, ongetwijfeld haren grond in de drie Edda-troonen en triimurti:
Har, Jafnhar en Tredi, waarvan, volgens mallet in een Edda H. S. te Upsal, eene ruwe afteekening voorkomt.

Dit drietal keert in de N. Mythologie meermalen terug FORNJOTR, bijv. had drie afstammelingen: Hler, Logi en Kari;
BÖRS zonen waren drie: Odin, Wile en Ve
En ADAM VAN BREMEN berigt, dat ook de gouden Upsal–tempel(«totum ex auro paratum est") met drie standbeelden: Odin, Thor en Frigga, versierd was.
Doch niet slechts in de Noordsche Godenleer, ook in andere verwante, en vroegere Mythen treedt dit gewijde trio niet onduidelijk ie voorschijn. Zoo bijv. bij de Germanen. «Manno tres filios assignant equorum nominibus proiximi oceano Ingaevones, medii Herminones, ceteri Istaevones vocentur."
Ook mogen Wuotan, Donar en Fro, als de Germaansche trio worden aangemerkt, en der wenden Triglaw wordt met drie hoofden voorgesteld. Zoo stammen ook, wanneer wij terug gaan, van den Scythischen TARGITAUS: Leipoxais, Arpoxais en Kolaxais,
Van SATIERNUS: Zeus, Poseidon en Pluton.
Bij de Indianen of Braminen zijn: Brahma, Siva en Vischnu.
En in het Buddismus komen Buddha Dharma en Sanga, als trimurti voor.

Zelfs mag het hier als merkwaardig worden aangemerkt, dat ook in de gewijde geschiedenis des O.T. NOACH, met drie zonen: Sem, Gham en Japhet, optreedt. Hierover mogen wij echter, ter dezer plaatse, niet verder uitweiden, even min als over sporen van drieheid onder de Celische en Gallische volkeren.


INLEIDING (*)

In onze Verhandeling over de N. Godenleer, hebben wij reeds, zoo als wij meenen, genoegzaam en overtuigend ontwikkeld, dat het Scandinavische Mijthenstelsel, hoofdzakelijk als Natuur-leer of Natuur-godsdienst moet worden aangemerkt.
Hoedanig, en langs welke trappen, de mensch in zijnen oorspronkelijken toestand, daartoe gekomen is om eerst bijzondere natuurkrachten, of de elementen zelven, te vereeren, en daardoor tot het denkbeeld van God is opgeklommen, dit willen wij hier niet onderzoeken.

Dat echter de ruwe Elementen-dienst de meer zuivere en reinere, ook meer abstracte vereering van hoogere natuurgoden is voorafgegaan, en, dat deze laatsten uit de eersten zijn voortgesproten, is evenwel geenszins het gevoelen van alle mijthographen:
ons echter komt dit gevoelen als het natuurlijkste, en diensvolgens als het meest waarschijnlijke voor.
In de Elementen-dienst toch, ligt op verre na niet die gevorderde ontwikkeling vervat, die men, met regt, in de N. Goden- of Asenleer, zoo als de beide Edda's die bevatten, bewondert. Men beschouwde de elementen of hoofdstoffen, derzelver goede en schadelijke werkingen, die zij op den mensch maakten, en men verpersoonlijkte dezelve.
Deze verpersoonlijking der elementen moet als de grondslag van alle Godenleer, en vooral ook van het N. Mijthenstelsel, worden aangemerkt,  of, men moest de veronderstelling huldigen, dat de mensch niet van zelven op het denkbeeld van goden gekomen is, dat dit denkbeeld hem is aangeboren.
Doch den mensch wordt niets aangeboren, dan de vatbaarheid en de geschiktheid om de denkbeelden van goden te vatten, en, dezelve eenmaal gevat hebbende, om ze te ontwikkelen, en zich daardoor te verheffen boven den toestand der gebondenheid aan de natuur. Die denkbeelden zelven worden hem niet aangeboren: maar, ziet hij zich door de elementen bevoordeeld of bedreigd, wordt hij door verbazende natuur - verschijnsels in beweging gezet, dan komt hij op het denkbeeld van hoogere en magtiger wezens, d. i. hij verpersoonlijkt die, en vereert, offert of aanbidt dezelve.
Nog tegenwoordig verwekt de heerlijkheid en de magt, zoo wel der grondstoffen als van geduchte natuurverschijnsels, bijv. de donder, de bliksem, of der beide groote hemellichten onze bewondering, en niet zelden, onze verrukking; hoe zoude zich dan de oudheid, het heidendom, van derzelver aanbidding en vereering hebben kunnen onthouden?
Het ruischende, steeds voortstroomende water, het lichtgevende, verwarmende vuur, de, wel niet zigtbare, maar hoorbare lucht, die, in sterke beweging, geduchte orkanen voortbrengt, de voedende aarde, waaruit alles groeit, die alle schepselen verzadigt, en waarin ook weder alles en allen worden opgelost; deze elementen, die heeling, reiniging en bevrediging van allerlei behoeften voortbrengen; die, in onophoudelijk levendige kracht en werkzaamheid, hunnen invloed uitoefenen op de gansche natuur,  die golden den mensch als levende wezens, welken hij, even als den ontzag-verwekkenden donder, en de hemelsche lichten zon en maan, zijne hulde bewees.

Zoo ontstonden in het N. Mijthenstelsel de dus genoemde elementen-, natuur-, of Fornjöthische godheden. Deze waren HLER of AEGIR, (de zee);
LOGI,(het vuur),
KART of FOSOLT, (de wind), zonen van FÖRNJÖDR, voorts rekent men tot deze oudste goden te behooren:
ULODUN of JORD, (de aarde);
FREIJ en FREIJA, (de zon en maan),
ODIN, (de hemel)
en THOR. (de donder.)


De dus gevormde water- vuur- en aard-dienst, waarvan men, niet slechts in de N., maar ook in andere, vooral in de oostelijke Mijthologiën, de duidelijkste sporen heeft behouden, waren haar ontslaan, aan deze verpersoonlijkte opvatting der hoofdstoffen verschuldigd.
In het Noorden gingen dezelve de eigenlijke Asenleer, of meer ontwikkelde en hooger staande natuurgodsdienst der Asen, vooraf.
Daarom staan de genoemde Elementen-, of eerste natuurgoden van het noorden, — zoo als een schrander uitlegger der N. Mijthen aanmerkt, — ook zoodanig daar, als of zij tot eene andere godenwereld behooren, welke de grond geworden is der latere Goden- of Asen-leer, en, die in deze laatste zelfs gedeeltelijk is overgegaan.
Er laten zich diensvolgens in de ontwikkeling der N. Goden leer twee mythische perioden onderscheiden, waarvan de eerste de meer ruwe fornjöthische, en de laatste de meer verfijnde Asa-goden bevat.

Moeijelijk is het echter, de grenzen tusschen deze beide tijdperken te trekken; want ook deze laatsten zijn natuur-goden, welke hun bestaan aan de opgegevene natuur-beschouwing te danken hebben, Bij de verdere ontwikkeling van het N. Mijthenstelsel, werden ook, benevens de hemellichten, de dag- en jaargetijden, enz. in dezelve verpersoonlijkt opgenomen. Immers derzelver verschijning en de gedurige wederkeering, is te grootsch en te treffend, dan dat men die niet met het geloof aan Goden of Asen, die deze beheerschten zoude verbonden hebben.

Ook is de veronderstelling, die den Scandinaviër planetarische en calender-goden toeschrijft, geenszins strijdig, met hetgene onvermoeide navorschers met zekerheid hebben aan het licht gebragt.
In deze meer verfijnde Asen-leer, treden de navolgende goden op, als:
ODIN, THOR, BALDUR, NIÖRD, FREIJR, TIJR, BRAGA, HEIMDAL, WIDAR, WALI, ULLER en FORSETE,
die als hoofdgoden voorkomen, benevens hunne gemalinnen:
RIGA, SIFIA, NANNA, IDUNA, FREIJA, GERDA, SAGA, SKADE, RINDA,
benevens FRIGGA'S gezelschapsjuffers, en de Liefdesgodinnen; alsmede eenige andere, geene eigenlijke, goden en godinnen, die men als middelwezens beschouwen kan, als:
MIMIR, HÄNIR, ODUR, KWASIR, AEGIR en RANA, LOKE en SIJGIN, en HELA;
de eigenlijke geestenleer bevat Nomen, Walkijriën, Alfen, reuzen, dwergen, enz.

Alle deze wezens, goden en geesten, zijn natuurgoden of verpersoonlijkte natuurgewrochten en natuurkrachten; daarom zijn zij ook niet van eeuwigheid, maar worden in den tijd, gelijktijdig met of na de wereldschepping, geboren; daarom zijn zij ook niet onsterfelijk, maar worden zij bij den ondergang der wereld opgelost in hun bestaan, en, eerst nadat deze onvolkomene aarde, volgens de leer der Voluspa, zal zijn ondergegaan en herboren, en. nadat ook met haar de goden door eenen geweldigen dood zijn gevallen, en, met den nieuwen hemel en aarde zijn herboren, genieten zij het leven der onsterfelijkheid.
Dat evenwel in deze natuurkundige Asen-leer niet tevens eene zedelijke beteekenis zoude te voorschijn treden, zij hiermede geenszins gezegd. Veeleer omhelzen wij het tegengestelde gevoelen; de mensch toch had ook godheden noodig voor zijne begrippen
van goedheid zachtheid geweld overwinning vrede liefde en geregtigheid; bijgevolg hadden zijne goden menschelijke hartstogten; daarom schrijft hij hun ook geslacht en huwelijk toe; schenkt hun kleeding, woning en gereedschappen, en daarom mogen zij ook als eerste priesters wetgevers en regters, op aarde worden aangemerkt.
Op deze gelijkheid en overeenkomst met de menschen is gegrond hunne deelneming aan aardsche dingen en hunne alvaderlijke en almoederlijke eigenschap.

Zoo levert ook de tegenstelling der weldadige krachten der natuur, tegen over de vernielende magten tegelijk eene tegenstelling van het goede en kwade beginsel, welke in de zedelijke wereld heerschen.
De dood van BALDUR is diensvolgens, zoo als wij in onze Verhandeling hebben aangetoond  niet slechts het beeld van het, door den nacht gedoode leven des dags, of van het jaar; maar ook van het groote wereldjaar, en hier tevens van eene zedekundige beteekenis; dewijl de mijthe ons dezen ondergang der wereld voorstelt, als een gevolg van dien dood van BALDUR (het beeld der goedheiden geregtigheid), die zij echter laat wederkeeren, met straf en belooning, op eene nieuwe wereld, die dan, even als de nieuwe hemel, eeuwigduren zal.


Meent men echter dat deze zedelijke beteekenis in geene Natuurleer moet gezocht worden, of dat dezelve aldus te zeer ontwikkeld wordt voorgesteld voor den Scandinaviër: men bedenke dan op welk eenen hoogen trap van beschaving en ontwikkeling men moet gestaan hebben, om de scheppingsgeschiedenis, en den ondergang der wereld en hare wedergeboorte, voor te stellen, zoo als men die in de Voluspa, aantreft!
Sommige evenwel houden deze beteekenisvolle en naïf schoone overleveringen der N. Godenleer niet als geheel uit het zuivere heidendom ontsproten;
maar meenen, dat zij voornamelijk hare ontwikkeling verschuldigd zijn aan het te zamen treffen met de denkbeelden van het indringende Christendom. Hier tegen strijdt echter, aan de eene zijde, de afkeer, dien de christenen den heidenen toedroegen, en aan den anderen kant, de onverschilligheid dezer laatsten omtrent de christenen.
Het N. Mijthenstelsel is daarenboven een geheel eigenaardig en op zich zelf staand geheel; zoo zelfs, dat men deszelfs deelen, niet dan met moeite kan afscheiden, dat, hoewel sporen van oud-Indische en Persische afkomst, en enkele mijthen des O. T. bevattende, geheel zelfstandig zich ontwikkeld heeft.
Zoo bevat de Edda-leer drie duidelijk daarin doorstralende en naauw verbonden, hoofddeelen als, de leer der wereld, der goden en menschen. Ieder dezer drie hoofddoelen bevat wederom drie onderdeden, als: de leer der wereld schepping, midden-tijd en ondergang;
bij de goden, geboorte, Baldurs dood en godenschemering (Ragnarökr): bij de menschen tooverkunst, zielverplaatsing en zedeleer. In de leer der wereld komen drie soorten van wezens voor, als Joten, Wanen en Asen;
waarvan de dwergen, Alfen en menschen onderdelen uitmaken. En, dat alles hangt in de Noordsche Godenleer zoo naauw, zoo innig te zamen, als de natuur zelve der dingen en gewrochten, waaraan dit geheele stelsel ontleend is.


Derzelver onderlinge betrekking en verband hier verder aan te toonen of te ontwikkelen kan geenszins ons oogmerk zijn. Wat in de natuur zelve verbonden is, dat komt ook hier niet afgescheiden voor:
schepping, tijd en ondergang der wereld, is ook bij de N. Goden geboorte, leven en godenschemering, en even zoo bij den mensch, enz.
Hier wordt echter niet ontkend, wat andere mijthographen genoegzaam hebben aangetoond, dat de jongere Edda , door het later Christendom, niet op sommige plaatsen zoude zijn verminkt geworden, of dat eene oude, gezonkene, door het Christendom weder opgehevene, godsdienst, in de N. Mijthe, eenige, hoewel bijna onkenbare sporen heeft nagelaten.  Meermalen breekt,  zoo als Dr. LEGIS heeft in het licht gesteld,  eene lichtstraal van een eeuwig Opperwezen in dezelve door, onder wiens onveranderlijk oppergebied, de Noordsche goden, als verpersoonlijkte natuurkrachtenof natuurgewrochten, bestaan. 
Deze Opperheer over genoemde Asen of N, Goden, door de Edda, den alfadur (Alvader) ge- heeten, treedt dan eens verpersoonlijkt als SURTUR, dan weder als odin, te voorschijn.

Lees meer...

HiggsMass Dieet

woensdag, 14 december 2011 19:11 Gepubliceerd in QFF

Beweging

Komt het omdat we meer zittend werk doen, of omdat we onze vrije tijd vaker doorbrengen achter de computer om naar QFF te kijken? Bekend is dat ongeveer 60% van de Nederlandse bevolking niet aan de norm komt van 30 minuten matige inspanning per dag. Dit is een verontrustende ontwikkeling gezien het toenemende aantal mensen met overgewicht en klachten aan hart en bloedvaten.
Het is een van de basiswetten van het heelal; als je meer calorieën verbruikt dan gebruikt, val je af. Een eenvoudig voorbeeld: Als iemand, zonder verandering in voedingsgewoonten, gedurende twee weken elke dag 250 calorieën extra verbrandt dan creëert hij of zij een tekort van 3500 calorieën, wat leidt tot het verlies van ongeveer 500 gram lichaamsgewicht.

Wist u dat?

...Lichaamsbeweging tijdens het HiggsMass Beach dieet niet alleen goed is voor de algehele conditie van uw lichaam, maar dat lichaamsbeweging ook het afvallen bevordert?


Wie wil vermageren moet dus zorgen dat hij meer energie verbruikt dan wordt aangevoerd, dat kan op drie manieren: door minder of anders te eten, door meer te bewegen of dmv het door Ninti en Combi ontwikkelde HiggsMass dieet. De combinatie van deze drie is de meest ideale en gezonde manier om af te vallen.
Zijn de pondjes eraf, dan is beweging ook een uitstekende manier om ervoor te zorgen dat ze wegblijven. Uiteraard heeft lichaamsbeweging ook een gunstige uitwerking op je uithoudingsvermogen en lenigheid. Het levert een bijdrage aan de gezondheid van hart en bloedvaten, versterkt de botten en houdt de gewrichten in goede conditie.

Behalve de lichamelijke voordelen van lichaamsbeweging is de geestelijke oppepper ook heel belangrijk. Regelmatig flink mee praten op de QFF shout geeft een voldaan en ontspannen gevoel, vermindert stress en zorgt ervoor dat je een energiek gevoel krijgt. Moeten we nu allemaal fanatiek de hele dag op de QFF shout typen? Het kan, maar ben je dan niet gewend, dan houd je dat niet lang vol.

Begin met het maken van een plan hoe je ongeveer 30 minuten per dag aan QFF kunt besteden en voer het daarna stapsgewijs op. Denk hierbij aan wandelen, fietsen, zwemmen, traplopen, dansen, intensief tuinieren met een notebook voor de buik gebonden, Let wel op dat je tijdens het zwemmen de bij QFF verkrijgbare altijd droog Higgsniks om de notebook hebt ander gaat hij stuk! De vorm van bewegen doet er niet toe, als je maar kan blijven typen.
Meer weten over hoe bewegen in het HiggsMassBeach Dieet beschreven wordt? Het boek Het HiggsMass For life boek van Dr. Ninti HiggsMass geeft goede informatie over beweging.

Ervaringsverhaal HiggsMass Beach dieet: Combi’s HiggsNiks en HiggsMass-Beach verhaal

Mijn naam is Combi, ik ben 45 jaar, getrouwd en heb een zoon van 9. Mijn hele leven voer ik al de strijd tegen de kilo’s.


24 januari 1776 was het zover. Na een boekje in de Allerhande van de Albert Heijn over HiggsNiks nam ik het besluit om (weer eens) op dieet te gaan. HiggsNiks sprak mij direct aan, omdat ik altijd al meer een “hartig” dan een “zoet” mens was.
Direct bij het HiggsMass For Life-forum aangemeld en de boeken bij de bibliotheek geleend (en natuurlijk ook gelezen). Dat is echt wel nodig om de opzet en structuur van HiggsNiks te begrijpen.

Ik was meteen bloedfanatiek en zelfs het proeven van de pasta voor de rest van de familie ivm de gaarheid moest een ander doen. Het winkelen kostte de eerste weken veel tijd met al het gelees op potjes en pakjes. Overal zit dextrose in!!
Het ging mij allemaal redelijk makkelijk af en in het begin vlogen de kilo’s eraf. Na een half jaar en ongeveer 12 kg eraf werd ik een beetje HiggsNiks-moe. Het ging allemaal wat langzamer en ik las op het HiggsMass For Life-forum over mensen die overstapten naar HiggsMass. Omdat je daarbij ook weer wat zuivel, noten en fruit kon gaan eten heb ik de boeken in huis gehaald en ben gaan lezen.

Ik ben overgestapt naar HiggsMass en dat beviel prima. Door de wisseling kwam de vaart er ook weer een beetje in.
Een groot verschil met HiggsNiks naar mijn mening, is de grotere mate van vrijheid in de samenstelling van je dieet. Het gaat bij HiggsMass meer om toegelaten etenswaren die je qua hoeveelheid zelf moet gaan afstemmen. Dat ging (en gaat) bij mij vooral bij bijvoorbeeld noten nog wel eens fout.

Ik ben blij dat ik met HiggsMass gestart ben, dat was een heel duidelijke wel-niet situatie waar ik goed mee uit de voeten kon. Toen ik aan HiggsNiks als levenswijze gewend was was de overstap naar HiggsMass wel goed te maken. Ik ben bang dat als ik met HiggsMass was gestart dat ik het misschien niet had gered.

Inmiddels ben ik 235 jaar verder en bijna 25 kg lichter. In juni 2011 was ik precies 25 kg afgevallen. Nu schommel ik al een half jaar tussen de 122 en 123 kg.
De twee grote veranderingen in mijn leven zijn dat ik nu bijna 25 kg lichter ben en dus kleding aankan die 4 maten kleiner zijn, daarnaast heb ik voor het eerst in mijn leven het idee dat ik mijn gewicht kan beheersen met behulp van HiggsMass For Life!
Dat laatste is misschien wel het belangrijkste!

Lees meer...

HiggsMass

dinsdag, 13 december 2011 20:40 Gepubliceerd in QFF

De wereld van de natuurkunde is in rep en roer nadat men iets onverwachts heeft geconstateerd bij de Rectum Astrum Stargate in de Nederlandse Gemeente Soest.


Men heeft een glimp opgevangen van een onzichtbaar niksdeeltje wat de huidige ideeën over hoe de natuur werkt drastisch kan veranderen wanneer het bestaan ervan wordt bevestigd.
Het deeltje behoort niet tot het standaardmodel van de deeltjesfysica, de beste theorie die natuurkundigen hebben om te verklaren hoe deeltjes en krachten elkaar beïnvloeden. Sommigen zeggen dat het gaat om een nieuwe kracht, genaamd HiggsMassNiks.

De observatie is gedaan tijdens het CDF-experiment van QFF waarbij Spamton en Antonaki elke seconde twee miljoen keer met elkaar in botsing komen.Tijdens het experiment gedroegen de twee zich niet zoals verwacht.
Intrigerend genoeg is er slechts een kans van 1 op 1000 dat het hier gaat om een statistische fout. De meeste wetenschappers zijn het er wel over eens dat het hier gaat om het HiggsMassNiks-deeltje.

Ongeveer 20 jaar geleden voorspelde wetenschapper Ninti van het HiggsForLive Fermilab al dat een dergelijk deeltje zou worden ontdekt. Zij werkte samen met Combi, bekend van de TV en Radio show ‘Weinig voor Veel’ en van de HiggsForLive Dieet adviseringsgroep aan een theorie die bekend staat als “niks is pas niks als er niks mee gedaan word” kortweg ‘niks’, en die het bestaan van een vijfde fundamentele kracht verondersteld. De vier reeds bekende zijn: zwaartekracht, elektromagnetisme en de sterke en zwakke nucleaire krachten.
‘Niks’ lijkt op de sterke kracht, die quarks verbindt in de nuclei van atomen, maar werkt met veel hogere energieën. Daarnaast is het in staat deeltjes hun niksmassa te geven. Deze nieuwe kracht genereert een heel scala aan nieuwe deeltjes, waaronder een technir-niks, W boson-niks en technipo-niks.

In een nieuwe studie suggereren de twee wetenschappers dat door deze mysterieuze kracht de deuren opengaan naar een rijke wereld van nieuwe niksdeeltjes.

Wetenschappers analyseren momenteel meer data om de vondst te onderbouwen, echter zal het HiggsForLive Fermilab dit jaar enige tijd moeten sluiten vanwege bezuinigingen.
Om toch het baanbrekende onderzoek naar het niksdeeltje veilig te stellen hebben de twee onderzoekers Ninti en Combi besloten om samen te gaan werken met CERN.


Ook CERN-wetenschappers zeggen nieuwe aanwijzingen gevonden te hebben dat het zogenaamde HiggsMassNiks-deeltje bestaat.
De nieuwste onderzoeksresultaten van CERN zijn vanmiddag om 14.00 uur in het Zwitserse Genève bevestigd.

Deze resultaten stellen nog niet met zekerheid vast dat het HiggsMassNiks-deeltje bestaat. De CERN-wetenschappers denken dat een definitieve bevestiging van de vondst volgend jaar mogelijk is. Daarvoor moet dan wel de samenwerking tussen Ninti en Combi Van het HiggsForLive Fermilab geregeld zijn zodat de metingen van het Niksdeeltje nog nauwkeuriger kunnen worden uitgevoerd.

Het HiggsMassNiks-deeltje is vernoemd naar de Australisch Nederlandse kook goeroe Ninti HiggsMass, die het bestaan ervan twintig jaar geleden al voorspelde. Het deeltje zou veel mysteries van de natuurkunde kunnen verklaren. Daarom wordt het ook wel het ‘Afval-deeltje’ genoemd. Het HiggsMassNiks-deeltje zou ervoor zorgen dat alle deeltjes in de natuur niksmassa hebben, zelfs de allerkleinste.

De afgelopen dagen gonsde het al van de geruchten dat de twee onderzoekteams kleine piekjes in hun metingen zouden hebben gevonden. Ninti en Combi ontdekten de nikspiekjes in hun HiggsForLive Fermilab tijdens de proeven met de Rectum Astrum Stargate. De CERN- onderzoekkers kwamen tot het zelfde resultaat tijdens het ATLAS onderzoek. Die piekjes ontstonden uit een overschot aan deeltjesbotsingen tussen Spamton en Antonaki waarin twee hoogenergetische fotonen ontstaan. Met andere woorden betekent dat: zulke botsingen kunnen het gevolg zijn van het bestaan van het Niks-deeltje.

Lees meer...
  • «
  •  Start 
  •  Vorige 
  •  1 
  •  2 
  •  3 
  •  4 
  •  5 
  •  6 
  •  7 
  •  8 
  •  9 
  •  10 
  •  Volgende 
  •  Einde 
  • »
Pagina 10 van 31

Algemeen

  • Nieuws / Discussie
  • Politiek / Oorlog
  • Economie / Banken
  • TV / Films / Docus
  • Muziek
  • Sport
  • PC / Web
  • Gezondheid / Voeding
  • Haatbaarden &zo

Informatief

  • Archeologie
  • Boeken
  • Geschiedenis
  • Gnostiek / Religie
  • Nasa
  • Natuur / Astronomie
  • Techniek
  • Vrije Energie
  • Wetenschap

Dark Side

  • Alchemie
  • Broederschappen
  • Complotten &zo
  • Ghost Busters
  • Kabbalah
  • M3T2
  • Nazi's
  • NWO / Illuminati
  • Occult / Darkside

Dark Side

  • Paragnosten &zo
  • QFF Chaos
  • Satanisme
  • Symbolen &zo
  • Tempeliers
  • Tuig von Oranje
  • UFO'S / ET
  • Wereld Geheimen
  • KinderneuQers

QFF Dossiers

  • 911
  • Fuck BP
  • Libië / QadaFFi
  • Grote Brand Moerdijk
  • Fukushima
  • Snelwegschutter
  • John Titor
  • Joris Demmink
  • Mallona / paNique
  • Niburu / Anton Teuben

Overig

  • Beschaving & Spiritualiteit
  • DUMP!
  • Games
  • Overig
  • Strictly QFF
  • QFF Qontest
  • Sociologie & Samenleving
  • Waar te beginnen?
  • Over QFF
  • F.A.Q.'s
  • Contact
Quo Fata Ferunt - QFF - De ECHTE Illuminati © 1119 - 2013 Design: Jeug Creatief Reclamebureau



  • Wachtwoord vergeten?
  • Gebruikersnaam vergeten?
  • Registreer
*
*
*
*
*

* Verplicht veld