Quo Fata Ferunt! QFF! Die ECHTE Illuminati shit... Welkom in de Hel! - complotten, ufo's, karma, illuminati, nonsens, wetenschap, kennis en verlichting! QFF
Aanpassen Registreren InloggenCombi
Vervolg van deel twee .
c: Kleding
Bij magische handelingen was vaak een bepaalde kleding voor geschreven. Apolllonius van Tyana, die zoals wij zeiden, als magiër bekend stond, zou zijn gehele leven linnen kleding gedragen hebben. en de Parijse papyrus 3094 schrijft voor toverhandelingen voor: "draag een sindon (gewaad uit Indisch linnen)". In dezelfde geest spreekt Prokolos als hij zegt, dat de theurgen, die de door hen bezworen god in zich zouden opnemen, velerlei bijzondere gewaden en sierkleden moesten dragen, hoewel hij er niet bij vermeldt, dat dit linnen moest zijn.

Bij de kleding vormden vooral de hoofdbanden een belangrijk attribuut. Ook werd vaak het barrevoets gaan en het hebben van loshangend haar als voorwaarde voor het verrichten van van magische handelingen gesteld, zoals wij bij Philostratos kunnen lezen. Kransen en takken behoorden dikwijls tot de voorgeschreven dracht en De Jong geeft hiervan verschillende voorbeelden. Verder horen wij van wollen draden, bellen, sterren e.d., die eveneens tot de noodzakelijke uitrusting gehoorden. Evenals bij de magie waren ook bij de mysteriën bepaalde gewaden voorgeschreven en Apuleius deelt ons mede, dat hij bij zijn inwijding in de Isis-mysteriën niet minder dan twaalf maal van gewaad moest verwisselen. De in het vorige topic aangehaalde tekst van Artianos is ook sprake van de bijzondere klederdracht, die de hierophant droeg en daarbij noemt hij ook het lint, waarmee deze zijn haren tezamen hield. Uit ander bronnen weten wij, dat de Eleusinische priesters en priesteressen een gewaad droegen van een bepaalde purperen kleur.

Over de mysteriën, zoals die te Andania gevierd werden en die ook aan Demeter gewijd waren, zijn wij, wat de voorbereidingen daarvan betreft, ingelicht door de aldaar gevonden inscriptie, die allerlei bijzonderheden geeft. Zo wordt daarin gezegd, dat bij deze mysteriën de in te wijden kandidaten ongeschoeid moesten zijn en een wit gewaad moesten dragen. Aan de vrouwen wordt voorgeschreven, dat degenen, die geen priesteressen waren, een linnen hemd moesten dragen en de meisjes een kalasiris, een uit linnen vervaardigd gewaad. "Zij dragen gewaden uit linnen van franje voorzien, die kalaris heten: daaroverheen dragen zij witte wollen mantels. Maar in de tempel wordt niets van wol meegenomen en ook niet met hen begraven: want dit geldt als een zonde. Zij komen daarin overeen met de z.g.n. Orphische of Baskische gebruiken, die echter Egyptisch of Pyhtagorees zijn.
(Herodotos meent n.l. zoals eerder gezegd is, dat o.a. Pythagoras de Egyptische mysteriën naar Griekenland bracht): want ook hier is het niet geoorloofd, dat iemand, die aan een zodanige geheime dienst deelneemt, in wollen kleren begraven wordt.")
De vrouwen mochten geen schoenen dragen, behalve dan uit vilt of uit de huiden der offerdieren vervaardigd. Bij de Isis-mysteriën speelde de linnen kleding eveneens een grote rol, naar Apuleius bericht, en Ploutarchos spreekt over gewaden, waarin de Goden gekleed waren en de daarmee overeenkomende kleding, die de priesters droegen. Ook Herodotos spreekt reeds van linnen kleding in de Egyptische eredienst, en voegt er aan toe, dat in de tempel niet van wol meegenomen mocht worden en dat men er de te begraven dode niet in mocht kleden. Hij ziet dus een overeenkomst tussen de tempelriten en de dodencultus. Volgens Apuleius diende het linnen niet alleen als kleding voor de priesters, maar werd het ook gebruikt om de "heilige voorwerpen" te bedekken.
(Apuleius schrijft in zijn Aology (LVI, 1) over wol als uitgroeisel van een log lichaam, geroofd van een dom dier, dat reeds door opheus en Pythagoras voor profane kleding bestemd was; de reine daarentegen verplantte linnen, een voornaam product onder de gaven van de aarde, dat niet alleen diende voor de kleding der heilige priesters in Egypte, maar dat men ook gebruikte om de heilige voorwerpen te bedekken.)
Het loshangende haar, waar Philostratos over spreekt, vinden wij in de Eleusinische mysteriën terug in het voorschrift voor de hogepriester om lang, loshangend haar te dragen. Ook de priesteressen droegen het haar op dezelfde wijze en de inscriptie van Andania bevat het zelfde voorschrift. De volgelingen van Attis droegen bij hun extatische optreden eveneens het lange haar ongevlochten en schudden dit bij hun dans in het rond. Zowel de de mystai als de priesters bekransten zich in de Eleusinische mysteriën met mirre takken en ook bij de Demeterfeesten te Andia droegen de priesters, de priesteressen en, op een bepaald ogenblik, ook de ingewijden kransen. Kransen en takken speelden blijkens de gevonden afbeeldingen (zie afbeeldingen hier beneden) een rol bij de thebaanse mysteriën de Kabeiroi en in de Dionysische mysteriën waren de volgelingen van de God, evenals de door hen gedragen thyrssostaven, met klimoprangen versierd of ook wel met eiken- of dennentakken.

Ook Dionysos zelf werd wel afgebeeld met een krans van klimopbladeren en met een thyrosstaf, die daarmee versiert was.

In Eleusis werden in een bepaald onderdeel van de ritus felgele draden om de rechterarm en de linkervoet van de kandidaten gebonden de ingewijden droegen op Samothrake een purperen band om het middel. Volgens een, vermoedelijk jongere verklaring zou het dragen van deze band een middel zijn geweest om aan de gevaren van de storm te ontkomen, maar ook in andere gevallen verleende de goden hulp aan de ingewijden, die de band droegen. In het scholion op Apollonios wordt bijv. gezegd, dat Agamemmon, die ingewijd was (naar wij mogen aannemen in de Samothrakische mysteriën), toen hij zich voor Troia in een groot tumult bevond, de weerspannige Grieken kalmeren kon doordat hij de purperen band droeg. Kennelijk veronderstelde men, dat hem dit zonder godelijke hulp niet gelukt zou zijn. De band band werd, naar het schijnt, wel door een sluier vervagen, want in het bovengenoemde scholion op Apollonios is sprake van de sluier, die Odysseus volgens Homeros van de godin Leukothea gekregen had om het land der Phaiaken te bereiken, en wordt gezegd: " ... en men zegt, dat Odysseus, in Samothrake ingewijd, een sluier in plaats van een band gebruikt zou hebben". De sluier was overigens een attribuut, dat van veel betekenis was bij de Dionysische, de Eleusinische en de Phrygische inwijdingen, waar de mystes op een bepaald tijdstip gedurende de ceremonie in een sluier werd gehuld.
d: Maskers
Volgens Porphyrios droegen de theurgen, die door bepaalde handelingen en woorden in nadere aanraking met een godheid probeerden te komen om deze tot het verrichten van bovennatuurlijke handelingen te brengen, daarbij maskers, waardoor zij zich het uiterlijk van de betreffende god trachtten te geven. zoals wij al in het artikel Mysteriën Der Oudheid, Leringen zagen, kwam het dragen van maskers ook voor bij de mysteriën.
e: Offers
Bij belangrijke toverhandelingen waren offers voorgeschreven, zowel offers van bepaalde koeken en dranken als dierenoffers, terwijl ook bloed als bezweringsmiddel gold. Geheel dezelfde gebruiken vinden wij bij de oude inwijdingsriten. Bij de Eleusinische mysteriën werden allerlei offerdieren geslacht en verder behoorden bij de offeranden koeken, die o.a. door Clemens van Alexandrië worden genoemd. Op Samothrake zijn offer kuilen gevonden onder de ruïnes van de tempel, hetgeen op de daar bij de mysteriën gebrachte offers wijst, en hetzelfde was het geval in de tempels bij Thebe en te Eleusis. In de genoemde voorschriften van Andania, waarvan de mysteriediensten, zoals gezegd, als een filiaal van Eleusis te beschouwen zijn, worden de offerdieren precies genoemd:
"Men moet aan Demeter een drachtige zeug,
aan Hermas een ram,
aan de grote goden (vermoedelijk de Samothrakische Goden) een jong zwijn,
aan Apollon Karneios een everzwijn,
aan Hagne (Kore) een schaap offeren."
Pausanias deelt over de jaarlijks tweemaal ter ere van Isis gehouden mysteriefeesten te Tithoria in Phokis mee: "De welgestelden offeren stieren en herten, de armen ganzen en parelhoenders; alleen schapen, varkens en geiten zijn als offers niet toegelaten. Het is voorgeschreven, dat de offerdieren, na geslacht te zijn, in het heiligdom gebracht worden, waar ze op een brandstapel worden verbrand, na eerst omwonden te zijn men banden van linnen en byssos (katoen), die op de Egyptische wijze zijn gemaakt". Mischien slaat dit echter alleen op de openbare of semi-openbare eredienst, want Apuleius vermeldt er bij de beschrijving van zijn inwijding niets over. daarentegen staat het offeren bij de Mithras-mysteriën wel vast. Bij de tempels, die voornamelijk voor inwijdingen dienden, zijn overblijvselen gevonden van geofferde dieren, waaruit blijkt, dat runderen, schapen, geiten, varkens en voornamelijk gevogelte vooral kippen, geslacht werden.

ipse missa est
Opgravingen in 1954/55 van een Mithras-tempel onder de St. Priscinakerk (San Clemente) te Rome, hebben wandschilderingen aan het licht gebracht, die een deel der inwijdingen in beeld brengen. Zij tonen o.a. aan, dat daarbij het suovo-taurilia-offer plaats had, want in de voorgestelde optocht, worden achterelkaar een varken, een schaap en een rund meegevoerd.

Naar Porphyrios meedeelt, zou Istros, een geschiedschrijver uit Kyrene, in zijn verzameling Kretenzische offers zelfs bericht hebben, dat de Koureten van oudsher gewoon waren aan Saturnus een kaap te offeren, maar het is niet zeker of dit offer in werkelijkheid geschiedde (hierover meer in een nog te maken topic) . Wat het bericht van Ploutarchos over mensenoffers, die vroeger plaats hadden, betreft, staat het niet vast of deze met inwijdingen te maken hadden. Maar in ieder geval speelde mensenbloed wel een rol bij de inwijdingen. In het voorschrift van Andania lezen wij direct in het begin: "Over priester en priesteressen. De schrijver van de raadsvergaderingen zal degenen, die priester geworden zijn, dadelijk, als hij niet ziek is, bij brandende offers, terwijl zij bloed en wijn offeren, de voorgeschreven eed laten afleggen. Dit zou natuurlijk ook dierenbloed geweest kunnen zijn, maar in iedregeval offerden de priesters bij de Attis Kybele diensten het bloed, dat zij door zwaardwonden aan hun armen onttrokken hadden en de ingewijden castreerden zich zelfs en offerden hun bloed aan de godheden.
f: Gesproken woorden.
Van nog groter belang dan de voorbereidingen was bij de magische handelingen het gesproken woord, meestal bestaande uit magische formules, die vaak in een vreemde taal werden geuit en waarbij de naam van een God vaak bijzondere macht werd toegeschreven. In de mysteriën zien wij weer hetzelfde. Ook daar speelden de legomena, de gesproken woorden, een grote rol en er scheen vooral aandacht geschonken te wordenaan de wijze, waarop zij uitgesproken werden. Dit blijkt onder andere uit de woorden van Arrianos die de nabootser der mysteriën verweet, dat hij niet de juiste stem van een hierophant had.
"Mens, wat doet ge anders dan de mysteriën ontheiligen door te zeggen: In Eleusis is een tempel, hier ook. Daar is een hierophant, ik zal ook een hierophant voorstellen. Daar is een fakkeldrager, hier zal er ook één zijn. Fakkels zijn daar en hier. Wat men uitroept is daar en hier hetzelfde. Waarin verschilt dan hetgeen daar gebeurt van hetgeen hier geschied? Spotten met de godsdienst, is er geen verschil? Zijn dezelfde dingen nuttig op de verkeerde plaats en op de verkeerde tijd? Neen, zoiets gebeurt, nadat men heeft geofferd en gebeden, zich rein heeft gemaakt en bovendien zich in een bepaalde stemming heeft gebracht, waarna men tot een heilige handeling, een zeer oude handeling komt. Zo alleen worden de mysteriën heilzaam, zo alleen krijgen wij de voorstelling, dat door het voorgeslacht dit alles ingesteld is ter opvoeding en verbetering van ons leven. Maar gij brengt de mysteriën op straat en ontheiligt ze op een ongeschikte plaats, zonder reiniging, zonder offers; gij hebt niet de kleding, die een hierophant moet hebben, noch de band om het hoofd, noch de stem, noch de leeftijd van hem; gij hebt u niet gelijk hij deed, rein gemaakt, maar gij hebt alleen dezelfde uitroepen, die gij eens hebt opgevangen. Zijn dan die uitroepen op zichzelf heilig".
Niet alleen werd waarschijnlijk bij de dramatische opvoeringen of pantomimes gesproken, maar kende men ook formules en uitroepen, waar men blijkbaar een bepaalde uitwerking van verwachtte. Zo werd op de laatste dag van het Eleusinische inwijdingsfees een wateroffer gebracht, waarnaar die dag een plemochoai gekregen had. Het was misschien bij deze gelegenheid, dat de mystai, naar de hemel ziende: "Hye" riepen en naar de aarde ziende: "Kye", zoals ons door Prokolos wordt verteld. Van de zelfde schrijver horen wij ook, dat deze twee woorden eveneens bij de huwelijksvoltrekking gebruikt werden Hippolytos deelt ons iets dergelijks mede. (Weerlegging, V, 7, 34: "Dit is, heet het, het grootste en onuitsprekelijke geheimenis der Eleusinische mysteriën: Hye kye, en het heet, dat aan hem alles ondergeschikt is. "Hippolytos ziet er dus blijkbaar de naam van een God in.) Wij komen hierop bij het bespreken der Eleusinische mysteriën nog nader terug. Een andere ons overgeleverde, maar vermoedelijk verbasterde en in ieder geval raadselachtige formule is "Kogx Ompax", die aan het slot der Eleusinische wijdingen gebruikt zou zijn. (Dieterich, Eine Mithrasliturgie 39a en 216. Volgens hem is de betekenis van deze woorden niet na te gaan en vermoedelijk zijn ze aan een vreemde taal ontleent en verbasterd)
word vervolgd
bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck
Een voorbeeld van de Saturnus mythe kan worden geverifieerd met behulp van een kleine telescoop Saturnus ligt vast omsloten in kettingen. In plaats van oplossing geeft dit feit een nieuw probleem wat om een oplossing vraagt. Hoe konden de oude Grieken en Romeinen weten dat Saturnus wordt omringd door ringen? (1) Het is vreemd dat deze vraag niet eerder gesteld is. (2) Het bestaan van deze ringen rond Saturnus is pas bekend geworden in de moderne tijd in de zeventiende eeuw, nadat de telescoop werd uitgevonden. Ze werden voor het eerst gezien, maar verkeerd begrepen, door Galileo (3) en pas goed begrepen door Huygens. (4)

Als de mythe van de ringen niet door louter toeval ontstaan is, moeten de Grieken op een of andere manier gezien kunnen hebben dat Saturnus ringen heeft. Het laatste geval zou het geval zijn als de Grieken of een andere oosters volk lenzen bezaten die waren aangepast voor de observatie van hemellichamen, of te wel sterrenkijkers. Wat ook zou kunnen is dat op een bepaald moment in het verleden de ringen rond Saturnus zichtbaar waren voor het blote oog. Nu in het heden zijn ze niet zeker niet zichtbaar zonder instrumenten.
Er zijn echter gevallen van exacte waarnemingen van de Chaldeeën, die het gebruik van technische instrumenten impliceerde. (5) Deze middelen kunnen een soort van astrolabium zijn als dat van Tyche de Brahe, die maakte de meeste nauwkeurige waarnemingen van de hemellichamen die bestaan zonder de hulp van een telescoop, ook Copernicus, voorafgaand aan Tyche de Brahe, maakte al zijn berekeningen van de bewegingen van de planeten voordat de telescoop werd uitgevonden. Maar noch Tycho Brahe, noch Copernicus zag de ringen van Saturnus. Het standbeeld van Saturnus in de Romeinse hoofdstad heeft banden (ringen) rond zijn voeten, (6) en Macrobius had in de vijfde eeuw van onze jaartelling, onwetend van de betekenis van deze banden de vraag: "Waarom is de god Saturnus in de boeien geslagen?"

In de Egyptische legende omhult Isis (Jupiter) Osiris (Saturnus). De Egyptische occulte naam voor Osiris was "de omhulde." (7) In de Zend-Avesta wordt gezegd dat de ster Tistrya (Jupiter, later Venus) Pairiko houdt in tweevoud obligaties. (8) Saturnus wordt omringd door twee groepen van ringen een grotere en een kleinere, met een spatie ertussen. Om dit een betere telescoop dan de door Galilei, of dat gebruikt wordt door Huygens nodig is te zien;. De tweeledige structuur van de gordel werd voor het eerst waargenomen in 1675 (9)
In de Zend-Avesta wordt gezegd dat de ster Tistrya (Jupiter, later Venus) Pairiko op zijn plek houd door twee banden. (8) Saturnus wordt omringd door twee groepen van ringen, een grotere en een kleinere, met een ruimte ertussen. Om dit te kunnen zien heeft men een betere telescoop nodig dan die door Galilei, of door Huygens gebruikt werd. De tweeledige structuur van de gordel werd voor het eerst waargenomen in 1675 (9)

De ringen van Saturnus waren ook al bekend bij de oorspronkelijke bewoners van Amerika voordat Columbus het land ontdekte, dit betekent dat zij van het bestaan van Saturnus wisten voordat de telescoop in het begin van de zeventiende eeuw werd uitgevonden. Op een oude gegraveerde houten paneel in Mexico geeft staan de planeten: waarvan een de planeet Saturnus is, gemakkelijk herkenbaar door zijn ringen (10)

Evenmin waren de Maori's van Nieuw-Zeeland onwetend van hen: "Een van de grote mysteries verbonden met Saturnus is de nog steeds onbeantwoorde vraag hoe de oude Maori's van Nieuw-Zeeland wisten van het bestaan van haar ringen, want er is bewijs dat de Maori's lang voor de tijd van Galileo een Saturnus ring legende hadden."(11) In de mythe wordt gezegd dat Jupiter Saturnus weg dreef en dat bij deze gelegenheid Saturnus in de boeien werd geslagen. Als deze woorden betekenen wat ze zeggen dan zou de kennis van de Ouden over de ringen van Saturnus zijn kunnen verkregen als gevolg van een betere zichtbaarheid: met andere woorden in het verleden stonden Saturnus en aarde dichter bij elkaar.
Oorspronkelijk Ik ging ervan uit dat de ringen van Saturnus uit water bestaan in de vorm van ijs, maar sinds de oude traditionele kennis over de hele wereld zegt dat het Jupiter dat deze ringen rond Saturnus vormde, (12) bedacht ik me dat zij ook uit andere componenten bestaan. In 1960 tijdens een spectroscopische studie van de Saturnus ringen werd bevestigd dat zij waarschijnlijk grotendeels bestaan uit water in de vorm van ijs maar dat er ook andere componenten in aanwezig zijn (13)
bron: http://www.varchive.org/itb/rings.htm
origineel:
The Rings of Saturn
One instance of the Saturn myth can be verified with the help of a small telescope: Saturn is in chains. Instead of solving anything, this fact presents a new problem that demands a solution. How did the ancient Greeks and Romans know that Saturn is encircled by rings? (1) It is strange that this question was not asked before.(2) The existence of these rings around Saturn became known in modern times only in the seventeenth century, after the telescope was invented. They were first seen, but misunderstood, by Galileo (3) and understood by Huygens. (4)
If the myth did not by mere chance invent these rings, the Greeks must have seen them. The last case could be true if the Greeks or some other oriental people possessed lenses adapted for the observation of celestial bodies, or if the rings around Saturn were visible to the naked eye at some time in the past—today they are not visible without magnifying instruments. There are cases of exact observations by the Chaldeans which suggest the use of some accurate technical means. (5) These means could consist of a sort of astrolabe like that of Tyche de Brahe who made most accurate observations of celestial bodies without the help of a telescope; also Copernicus, prior to Tyche de Brahe, made all his calculations of the movements of the planets before the telescope was invented. But neither Tycho de Brahe nor Copernicus saw the rings.
The statue of Saturn on the Roman capitol had bands around its feet, (6) and Macrobius in the fifth century of our era, already ignorant of the meaning of these bands, asked: “But why is the god Saturn in chains?”
In the Egyptian legend Isis (Jupiter) swathes Osiris (Saturn). The Egyptian apellative for Osiris was “the swathed.” (7)
In the Zend-Avesta it is said that the star Tistrya (Jupiter, later Venus) keeps Pairiko in twofold bonds. (8) Saturn is encircled by two groups of rings—one larger and one smaller, with a space in between. To see this a better telescope than that used by Galilei or that used by Huygens is needed; the twofold structure of the girdle was first observed in 1675. (9)
The rings of Saturn were known also to the aboriginees of America before Columbus discovered the land; this means also before the telescope was invented at the beginning of the seventeenth century. An ancient engraved wooden panel from Mexico shows the family of the planets: one of them is Saturn, easily recognizable by its rings. (10)
Nor were the Maoris of New Zealand ignorant of them: “One of the great mysteries connected with Saturn is the still unanswered question of how the ancient Maoris of New Zealand knew about her rings—for there is evidence that they did have a Saturnian ring legend long before the days of Galileo.” (11)
In the myth it is said that Jupiter drove Saturn away and that on this occasion Saturn was put in chains. If these words mean what they say and are not a meaningless portion of the myth—in a dream, at least, there are no meaningless parts—then the knowledge of the ancients about the rings of Saturn could have been acquired because of better visibility: in other words, at some time in the past Saturn and Earth appear to have been closer to one another.
Originally I assumed that the rings of Saturn may consist of water in the form of ice, but since the ancient lore all around the world tells that it was Jupiter that put these rings around Saturn, (12) I considered that they might have some other components, too. Since the 1960’s spectroscopic study of the Saturnian rings has confirmed that they consist most probably of water in the form of ice. (13)
References
-
[The rings of Saturn are referred to by Aeschylus, Eumenides 641: “He [Zeus] himself cast into bonds his aged father Cronus” ; cf. Lucian, Astrology, 21: “Moreover, it is not true, neither, that Saturn is in chains.” Neoplatonists like Proclus In Timaeo, tr. by Festugiere, vol. III, p. 255 and n. 4; In Cratylo 209.3f) and Porphyry (De Antro Nympharum 67.21ff.) sought a philosophical or mystical meaning in the tradition. Cf. also Clemens Alexandrinus, Homilia, VI. xiii in Patrologiae Cursus Completus, Series Graeca, J.-P. Migne ed., vol. II.207f; Dio Chrysostom, Fourteenth Discourse 21ff: “And yet the King of the Gods, the first and eldest one, is in bonds, they say, if we are to believe Hesiod and Homer and the other wise men who tell this tale about Cronus.” Cf. Hesiod, Works and Days, 169ff. Augustine, refuting those who asserted that the Jewish Sabbath was held in honor of Saturn, wrote: “ita patres nostri longe fuerunt a Saturniacis catenis, quamvis pro tempore propheatiae sabbati vacationem observaverint.” (Contra Faustum Manichaeum XX. 13. in Migne ed., Patrologiae Cursus Completus, Series Latina, Vol. XLII, p. 379). Cf. also Arnobius, Contra Gentes IV. 24 in ibid., vol. III: “Numquid paricidii causa vinctum esse Saturnum, et suis diebus tantum vinculorum ponderibus revelari?” and Minucius Felix, Octavius XXI, in ibid., vol. III, col. 304: “Quid formae ipsae et habitus? . . . Saturnus compeditis.” An epigram of Martial (III. 29) refers to the bonds of Saturn, comparing them to rings: “Has cum gemina compede dedicat catenas, Saturne, tibi Zoilus anulos priores.” “These chains with their double fetter Zoilus dedicates to you, Saturnus. They were formerly his rings."—transl. by W. Kerr (London, 1919). The shrines to Saturn in Roman Africa portrayed the god with his head surrounded “by a veil that falls on each of his shoulders,” in a way reminiscent of the planet’s rings. See J. Toutain, De Saturni Dei in Africa Romana Cultu (Paris, 1894), p. 42 and figs. 1 and 2.].
- [But cf. Th. Taylor in The Classical Journal 40 (1819), pp. 324-326, and A. de Grazia, “Ancient Knowledge of Jupiter’s Bands and Saturn’s Rings,” KRONOS II.3 (1977), pp. 65ff.]
-
[When Galileo first saw the rings in July of 1610, he thought them to be two satellites on either side of Saturn, and this is what he also announced in his Sidereus Nuntius. Cf. A. Alexander, The Planet Saturn, (1962), pp. 84ff.]
-
[Chr. Huygens, Systema Saturnium (1659); Cf. Alexander, The Planet Saturn, loc. cit.]
-
Macrobius, The Saturnalia, I.8.5, transl. by P. V. Davies (New York, 1969): “ Saturn, too, is represented with his feet bound together, and, although Verrius Flaccus says that he does not know the reason . . . Apollodorus says that throughout the year Saturn is bound with a bond of wool but is set free on the day of his festival.” Cf. ibid., I.8.1.
- See below, section “Tammuz and Osiris” . Cf. A. S. Yahuda, “The Osiris Cult and the Designation of Osiris Idols in the Bible,” Journal of Near Eastern Studies III (1944), pp. 194-197.
-
The Zend-Avesta xvi, transl. by J. Darmesteter (1883), p. 107. [The text of the Zend-Avesta reads: “Tistrya, bright star, keeps Pairiko in twofold bonds, in threefold bonds.” A third ring around Saturn was observed in 1980. Velikovsky also thought that Mithraic representations of Kronos with his body encircled by a snake (cf. F. Cumont, The Mysteries of Mithra [1903], figs 21-23) may attest to a memory of the rings of Saturn. Cf. the Hindu Sani (the planet Saturn) shown in an ancient woodcut reproduced in F. Maurice, Indian Antiquities (London, 1800), vol. VII, and described by the author as “encircled with a ring formed of serpents.” Tammuz, who represented the planet Saturn in Babylonia (E. Weidner, Handbuch der Babylonisches Astronomie [Leipzig, 1915], p. 61) was called “he who is bound.” See also Thorkild Jacobsen, Toward the Image of Tammuz (Harvard University Press, 1970), p. 85. and A. E. Thierens, Astrology in Mesopotamian Culture (Leiden, 1935). Ninib, who was also Saturn, was said to hold “the unbreakable bond” or “der maechtigen Schlange"—Jastrow, Die Religion Babyloniens und Assyriens, ch. xvii, p. 463.].
-
Kingsborough, Antiquities of Mexico (London, 1830), vol. IV, the fourth plate from the end of the volume. See fig.
-
Guy Murchie, Music of the Spheres (Boston, 1961), p. 94. [A useful discussion of Maori astronomical ideas is provided in a monograph by E. Best, The Astronomical Knowledge of the Maori, Genuine and Empirical, New Zealand Dominium Museum Monograph no. 3 (Wellington, 1922), p. 35:
PAREARAU represents one of the planets. Stowell says that it is Saturn; that Parearau is a descriptive name for that planet, and describes its appearance, surrounded by a ring. The word pare denotes a fillet or headband; arau means “entangled"—or perhaps “surrounded” in this case, if the natives really can see the pare of Saturn with the naked eye. If so, then the name seems a suitable one. . . . Of the origin of this name one says, ‘Her band quite surrounds her, hence she is called Parearau.’” ].
-
[Regarding the process of formation of Saturn’s rings, Velikovsky thought that it might have been analogous to the formation of a disc-like ring of gaseous material around some stars in binary systems, as described by H. Friedman in Science 181, (Aug. 3, 1973), p. 396: “The gas enters into Keplerian orbits and accumulates in a disc somewhat resembling Saturn’s rings. . . .” ].
-
In August 1965 Tobias Owen, writing in Science, (p. 975) reported that “the reflection spectrum from the ice block gave best match to the absorption observed in Saturn’s ring"—but that “the most likely alternatives” would be “ices of methane and ammonia"—both known ingredients of the Jovian atmosphere, methane being also in the composition of the Saturnian cloud envelope. See also Appendix 26. [As early as 1947 Kuiper (The Atmospheres of the Earth and Planets [1949]), concluded on the basis of spectral measurements in the infrared that “the rings are covered by frost, if not composed of ice.” Cf. A. Cook et al., “Saturn’s Rings—A Survey,” Icarus 18 (1973), p. 317: “Although frozen H2O is a major constituent, the spectral reflectivity indicates the presence of other materials.”].
Inleiding
We zullen vanmiddag een aantal ontwikkelingen in de wetenschap bespreken met betrekking tot elektriciteit en magnetisme, die met name van belang zijn vanuit het oogpunt van de Oude Wijsheid. Bedenk daarbij alstublieft wel, dat ondanks het feit dat veel van wat we zullen bespreken gepubliceerd is in officiële tijdschriften, een groot deel daarvan nog niet tot “main stream” wetenschap gerekend wordt.
Zoals de titel al aangeeft, zullen we ons bezighouden met elektriciteit (en magnetisme). Maar ook met de brug: elektriciteit speelt een rol in vele, zo niet alle, gebieden van manifestatie. En we zullen het hebben over onderwerpen die lopen van ontzettend grote sterrenstelsels aan de hemel tot kleine cellen in het menselijk lichaam. Om niet meteen de draad kwijt te raken, geven we eerst een aantal basisgedachten uit de Oude Wijsheid. Daarna zullen we uitleggen, wat we bedoelen met “het Elektrische Universum”. En we zullen zien, wat dat betekent voor universa, onze zon en onze aarde. Tenslotte zullen we in het kort bezien, wat dit betekent voor de menselijke cel.

De wetenschap en met name de kosmologie gaat van de volgende grote lijnen uit:
- *De evolutie en het tegenwoordige gedrag van sterrenstelsels, sterren en planeten is hoofdzakelijk een gevolg van de zwaartekracht. Iedereen heeft op school de wetten van Newton (klassieke zwaartekracht) geleerd, later uitgebreid met de speciale en algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein.
- *Het universum als zodanig is elektrisch neutraal. Omdat zwaartekracht het globale patroon van de hemellichamen beschrijft, vindt de huidige kosmologie het niet nodig elektrische verschijnselen in rekening te brengen – de vergelijkingen van de speciale en algemene relativiteitstheorie zijn al ingewikkeld genoeg.
- *Deze vergelijkingen, met nog een aantal discutabele aannamen, hebben een oplossing die leidt tot de Big Bang. De term “Big Bang” is oorspronkelijk door Fred Hoyle – een fervent tegenstander ervan – bedacht als spotnaam. De wetenschap kan niet verklaren, wat er vóór de Big Bang gebeurd is (de wetten van de fysica houden daar op te bestaan).
- *Om de huidige verklaring van de kosmologie consistent te laten blijven met nieuwe waarnemingen, zijn zwarte gaten ingevoerd: objecten die alles absorberen zelfs licht. Toen wat later toch straling werd waargenomen op plaatsen waar zwarte gaten vermoed werden, werd de theorie op knappe manier aangepast.
- *Donkere materie werd uitgevonden om de waargenomen grote rotatiesnelheid van bepaalde sterrenstelsels te verklaren. Men schat tegenwoordig, dat ongeveer 23% van het universum uit deze donkere materie bestaat (die per definitie niet waarneembaar is), en slechts 4% zou de gewone materie zijn waaruit u en ik bestaan.
- *Het universum breidt zich uit en doet dat niet steeds langzamer, maar tegen de verwachting in: sneller. Donkere energie werd uitgevonden om de waargenomen grote uitbreidingssnelheid van de ruimte te verklaren. Men schat tegenwoordig dat 73% van het universum gevuld is met deze donkere energie.

Historisch werden de eerste waarnemingen gedaan met zichtbaar licht, wat slechts een klein gedeelte van het gehele elektromagnetische spectrum is. Met moderne apparatuur kunnen we nu de hemel waarnemen in een gebied van Röntgenstraling tot en met radiogolven. Met duizelingwekkende precisie kunnen bijvoorbeeld de Hubble telescoop in de ruimte en de “Very Large Telescope” in Chili beelden produceren die voortdurend verbazen en ontzag inboezemen.

Niet alleen in de ruimte hebben we nu supertelescopen. In het kleine kunnen we nu met behulp van elektronenmicroscopen de cel met duizelingwekkende precisie waarnemen. De cel bestaat grofweg uit een membraan, een kern en het cytoplasma. In de kern vinden we de genen, die de bekende DNA cellen bevatten. Merk hier de spirale vorm op van zowel de genen als de DNA moleculen.

De celbiologie leert ons dat veel van ons uiterlijk en veel van onze ziektes verband houden met het DNA. En er is een enorme hoop energie gestopt in het ontcijferen van het menselijk genoom. De huidige medische wetenschap, inclusief bepaalde gebieden van de psychologie, brengt veel van de oorzaken van waargenomen verschijnselen vaak terug tot de DNA moleculen van onze cellen.
De Oude Wijsheid
Wat heeft de Oude Wijsheid ons in dit verband te vertellen? Alice Bailey vertelt ons:
Tijd en ruimte zijn slechts bewustzijnstoestanden.
Dit is een zeer diepgaande uitspraak, maar probeer hem toch in gedachten te houden bij deze presentatie.
In 1877 schreef Helena Blavatsky:
Er bestaat geen gravitatie in de zin van Newton, maar alleen magnetische
aantrekking en afstoting…
Het is door hun magnetisme dat de planeten van het zonnestelsel hun
bewegingen in hun respectievelijke banen reguleren door het nog sterkere
magnetisme van de zon, niet door hun gewicht of gravitatie.
Einstein moest toen nog geboren worden. En Helena Blavatsky vervolgt:
Slechts gelovend in de wet van onderlinge magneto-elektrische aantrekking
en afstoting… komt men tot de conclusie dat ‘universele gravitatie’ een
zwakke kracht is, duidelijk niet in staat ook maar een kleine fractie van de
verschijnselen van beweging te verklaren.
We weten nu, dat de elektrische kracht inderdaad veel, duizelingwekkend veel sterker is dan de zwaartekracht. Ze verschillen 39 ordes van grootte (10 met 39 nullen). Om je een idee te geven van wat dat betekent: het is alsof je een miljoenste millimeter vergelijkt met tienduizend keer de afmeting van het ons bekende universum!
De aarde is een magnetisch lichaam; in feite, zoals sommige wetenschappers gevonden hebben, is het één grote magneet, zoals Paracelsus al zo’n 300 jaar geleden stelde. Zij is geladen met een vorm van elektriciteit – laten we het positieve noemen – die zich voortdurend ontwikkelt door spontane werking in haar binnenste, of middelpunt van beweging.
Alice Bailey schreef wat later:
Een van de komende ontdekkingen zal de integrerende kracht van elektriciteit zijn
die de cohesie tussen alle vormen bewerkstelligt en elk vormleven bestendigt
gedurende de cyclus van gemanifesteerd bestaan.
Het veroorzaakt ook het bij elkaar komen van atomen en organismes in vormen,
aldus dat opbouwend wat nodig is voor het uitdrukken van het levensprincipe.
Enige tijd later merkte Sir Oliver Lodge zeven stadia op in de evolutie van sterren:
1. Ether vol van intrinsieke wervelingen.
2. Alles stroomt, beweegt, niets is statisch.
3. Vlokken van de ether voegen zich samen tot elektrische ladingen.
4. Deze ladingen voegen zich samen tot de atomen van de materie.
5. Deze materie klontert samen tot wolken die roteren.
6. Langzamerhand neemt de rotatiesnelheid toe totdat de massa’s stralen uitzenden,
die losbreken in grote sterren van hoge temperatuur. Door het stralingsverlies
slinken deze tot compactere sterren, waarop de kiemen van het leven geboren
worden.
7. De sterren verliezen hun substantie, worden kleiner, donkerder en verdwijnen
wellicht helemaal, daarbij weer ether en straling achterlatend, zodat het proces
weer van voren af aan kan beginnen.
En Sir Oliver Lodge eindigt met:
Materie heeft de neiging weer opgeslokt te worden in elektriciteit.
Terugkerend tot Alice Bailey, die schreef:
Vuur door wrijving wordt enigszins door de wetenschapsmensen der wereld verstaan en wij gebruiken voor onze behoeften het vuur dat verwarmt, licht geeft en beweging voortbrengt. Dit is naar de stoffelijke betekenis van het woord. Eén van de op handen zijnde ontdekkingen zal het integrerend vermogen van elektriciteit zijn, gelijk het de samenhang in alle vormen veroorzaakt en alle vormen ondersteunt gedurende de kringloop van geopenbaard bestaan. Tevens brengt het de atomen en de organismen binnen de vormen tezamen en bouwt op die manier datgene op wat nodig is teneinde het levensbeginsel uit te drukken….
Door bemiddeling van de zevende straal zal dit gedurende het Watermantijdperk in vollediger mate worden vrijgegeven. Eén van de eerste gevolgen zal een toenemen zijn van het begrip van broederschap en zijn werkelijke
wetenschappelijke basis.
Alice A. Bailey, Esoterische Psychologie, Esoteric Psychology, I, p. 373-374.
In een verhandeling over Kosmisch Vuur van Alice Bailey vinden we tenslotte:

Er zijn vele manieren, waarop we deze tabel kunnen beschouwen. Let vooral op de spiraalbeweging van het tweede aspect: de spiraalbeweging is als het ware de combinatie van een lineaire (eerste aspect) en circulaire (tweede aspect) beweging. In een zwaartekrachttheorie is een spiraalbeweging uitzondering, in een elektrodynamische theorie praktisch regel.
Tenslotte een heel modern citaat van een groep wetenschappers die het idee van een elektrisch universum onderzoeken:
Van het kleinste deeltje tot de grootste galactische formatie is er een web
van elektrische circuits dat alles in de natuur verbindt en verenigt,
sterrenstelsels organiseert, sterren energie geeft, planeten geboren doet
worden, en op onze eigen wereld het weer controleert en biologische
organismes tot leven brengt.
In een elektrisch universum zijn er geen geïsoleerde eilanden.
Het Elektrisch Universum
Het idee van een “elektrisch universum” kent binnen de wetenschappelijke wereld een aantal pioniers, waarvan we noemen:
- *Christian Birkeland (Noorwegen, 1876-1917).
- *Irving Langmuir (USA, 1881-1957, Nobelprijs 1932)
- *Hannes Alfvén (Zweden, 1908-1995, Nobelprijs 1950)
Christian Birkeland was een pionier, die zijn tijd vooruit was. Hij nam deel aan een expeditie naar de Noordpool. Hij bestudeerde allerlei elektromagnetische verschijnselen, waaronder de Aurora of het Noorderlicht, dat hij als elektromagnetisch verschijnsel verklaarde. Hij is verscheidene malen genomineerd voor de Nobelprijs en zijn beeltenis is nog steeds te vinden op het 200 Kronen bankbiljet van Noorwegen.
Irving Langmuir kreeg de Nobelprijs in 1932, en is met name bekend van zijn onderzoek in de plasmafysica, als onderdeel van zijn onderzoek naar elektromagnetisme. Hij was het die de term ‘plasma’ voor het eerst in de elektrodynamica gebruikte.
Hannes Alfvén kan worden gezien als de vader van het elektrisch universum. Hij kreeg de Nobelprijs in 1950 voor zijn werk aan dit onderwerp. Desondanks is zijn werk grotendeels genegeerd door de wetenschappelijke wereld.
Meer recente prominenten zijn: Anthony Peratt, Donald Scott, David Talbott, Wallace Thornhill,
die actief onderzoek doen en hun resultaten publiceren. Deze groep van onderzoekers benadert het onderwerp van twee kanten:
- *Pure fysica
- *Geschiedenis gecombineerd met mythologie.
Hoewel de lijn van de mythologie verbazingwekkende resultaten en vele fascinerende inzichten oplevert, volgen we hier de puur fysische lijn. De basisaannamen van het elektrische universum zijn:
- *Ruimte is niet leeg, maar gevuld met plasma.
- *De hemellichamen zijn niet elektrisch neutraal maar geladen – ook de Zon, planeten, enz.
- *Wisselwerkingen tussen hemellichamen zijn voornamelijk elektromagnetisch (de elektromagnetische kracht is veel sterker dan gravitatie: 1039 – een 10 met 39 nullen!).
- *“Steady-state” model: geen begin, geen eind.
- *Geen Big Bang.
- *Zwarte gaten, donkere materie, donkere energie zijn niet nodig.
Wat is plasma in dit verband?
- *Het beste voorbeeld is een neonbuis, die is namelijk gevuld met plasma. Plasma is dus niet iets exotisch, we zien het overal om ons heen. Denk bijvoorbeeld ook aan plasmaschermen.
- *Plasma is ijler dan gas (vast, vloeibaar, gas, plasma). Soms wordt het wel de “vierde toestand van materie” genoemd. Hoewel het voor de hand ligt deze toestand met de vierde ether te associëren, is dit niet het geval: plasma zit in neonbuizen, TV displays
enz. Maar het komt er wel dichtbij. - *Plasma is globaal gezien elektrisch neutraal.
- *Een deel van de elektronen kan vrij bewegen, los van de kernen, m.a.w. niet gebonden aan atomen. En de positief geladen kernen kunnen ook vrij bewegen.
- *Binnen een plasma bestaat de neiging cellen te vormen, die gescheiden worden door een vlies (eigenlijk een dubbel vlies). Het is waarschijnlijk hierom dat Langmuir de term ‘plasma’ introduceerde in vergelijking met de menselijke cel. We hebben het hier wel over cellen met afmetingen van miljoenen, zelfs miljarden kilometers.
- *Plasma kent verschillende toestanden, afhankelijk van de elektrische spanning of potentiaal – denk aan het voorbeeld van de neonbuis:
- Donker: geen uitstraling.
- Gloeiend: straalt licht uit.
- Lichtbogen: onweer, donderslagen.
- *Plasmafysica is hetzelfde in laboratoria en in het universum. Verschijnselen die we op de schaal van het laboratorium waarnemen zijn hetzelfde als die op kosmische schaal (i.e. met afmetingen van miljarden kilometers).
- *Op kosmische schaal vergen deze processen meer tijd.
- *Elektrische ladingen binnen een plasma neigen tot vorming van filamenten en stromen. Een stroom loopt van de ene plaats naar de andere wanneer er een elektrisch potentiaalverschil is. Meerdere stromen hebben de neiging parallel te gaan lopen en
samen te voegen tot een soort touw – wat weer een spiraalvorm geeft. Een soort spiraalbrug tussen twee werelden.

Universa
De beelden die we hier zien zijn niet zichtbaar met alleen het blote oog. Het zijn vaak samengestelde beelden met gegevens van Röntgenstralen, UV, infrarood enz.

De Cat's Eye laat duidelijk een enorme activiteit zien, die bijzonder moeilijk te verklaren valt met klassieke gravitatietheorie. Structuren zoals we hier zien zijn gereproduceerd in laboratoriumexperimenten, natuurlijk op veel kleinere schaal. Ook zijn ze gereproduceerd in computersimulaties gebaseerd op de wetten van klassieke elektrodynamica. Het centrum van de Cat's Eye geeft een fascinerend beeld van de activiteit die duidelijk elektrisch van aard is. Merk ook de celstructuren op.

De Ant Nebula of Miernevel vertoont ook wisselwerkingen die moeilijk met traditionele gravitatie te verklaren zijn, maar in een elektromagnetisch verband geen probleem vormen.
Hier zijn we getuige van de explosie van een ster, waarvan aangenomen wordt dat deze sterk op onze zon lijkt.

Het “alziend oog” correspondeert met de Helix Nebula (Spiraalnevel) – een fascinerende constellatie.

Tenslotte een prachtig schouwspel van elektrische activiteit: de Orion nevel.
De Zon
De volgende afbeeldingen laten ons zien wat nog niet zo lang geleden is gebeurd: de activiteit
van de huidige Zon. Enorme hoeveelheden geladen deeltjes worden door de Zon uitgestoten.

Dit beeld is een samenstelling van meerdere beelden van de Zon genomen bij verschillende golflengten. Het toont een verscheidenheid aan activiteiten.

In het ‘elektrische universum’ model wordt de Zon niet simpelweg aangedreven door kernfusie in haar kern. Zij wordt aangedreven door elektrische krachten van buiten af, i.e. elektrische stromen die vanuit de kosmos komen. En de Zon straalt die verder door naar de planeten. Vergeet niet, dat de fysieke Zon alleen maar het uiterlijke omhulsel van de Centrale Zon is – een onvoorstelbaar Wezen in Wiens Bewustzijn de Aarde slechts een klein puntje is, zoals in meer detail wordt uitgelegd in Kosmisch Vuur.
De planeet Aarde
De Aurora (of Noorder- & Zuiderlicht) zoals waargenomen van de ruimte uit. In dit beeld treden de twee lichten gelijktijdig op. Birkeland heeft, al in het begin van de vorige eeuw, een verklaring van de Aurora gegeven in termen van elektromagnetisch interacties met de Zon. Zijn verklaring zijn lange tijd genegeerd totdat ze recentelijk bevestigd zijn door directe waarnemingen met moderne satellieten: De Aurora wordt veroorzaakt door elektromagnetische wisselwerking met de Zon.

Hier zien we een artistieke weergave van een elektrische dubbellaag die de Aarde afschermt. De schermlaag rond de Aarde wordt vervormd door de straling van deeltjes en energie van de Zon (zonnewind). Natuurlijk is dit beeld niet op schaal. Bedenk ook, dat de Maan rond de Aarde draait, en dus door de dubbellaag rond de Aarde heen gaat! Dit geeft aan, dat er een directe elektromagnetische wisselwerking is tussen de Aarde en de Maan, zowel als met de Zon.

De cel
De structuur van de cel, met
- Kern
- Cytoplasma
- Membraan
- Celwand
waarbij het DNA in de kern zit.
Van deze optiek uit bezien wordt de kern wel het “brein” van de cel genoemd.

Het celmembraan, echter, speelt een veel belangrijkere rol: deze vormt de interface, of tussenlaag, met de omgeving. Het celmembraan bevat vele gespecialiseerde moleculen of structuren, receptoren genoemd. Deze structuren kunnen communiceren met andere moleculen, effectoren genoemd, die zich in de omgeving bevinden en aldus het DNA instrueren hoe zich te gedragen. Het blijkt, dat er elke seconde ongeveer 10.000 biochemische reacties plaatsvinden bij het membraan van iedere cel. Het menselijk lichaam bestaat grofweg uit ruim 100.000.000.000.000.000.000 (=1020, zegge: 100 triljoen) cellen.

Recente studies geven aan, dat het de omgeving is die bepaalt hoe een gen en het daarin liggende DNA zich zal gedragen. En niet omgekeerd (!), i.e. het DNA bepaalt niet alleen wat de cel gaat doen.
Vergeet ook niet, dat het DNA slechts 50% van onze genen bepaald. De andere 50% bestaat uit andere eiwitten, die tot nu toe grotendeels over het hoofd gezien zijn in mainstream medische studies.
De bestudering van de wisselwerking van het membraan met de omgeving en het DNA en de genen wordt ‘epigenetica’ genoemd.” Het is niet moeilijk om hier een mogelijk verband te zien met het werk van Rupert Sheldrake en morfogenetische velden.
Wanneer we de kern met het ‘brein’ van de cel willen vergelijken, dan kunnen we het membraan met de ‘ziel’ van de cel vergelijken.

Elektriciteit speelt ook hier een belangrijke rol: door mechanische beweging dringen positief geladen deeltjes door de celwand heen terwijl negatief geladen deeltjes worden tegengehouden. Het overschot aan positieve lading aan de buitenkant van het membraan
veroorzaakt een elektrische potentiaal – vergelijk dit met de dubbellagen in het plasma van de kosmos. Elektriciteit speelt ook een belangrijke rol in het mechanische gedrag en de structuur van DNA moleculen en andere eiwitten.
Conclusie
“Wanneer een menselijke en hiërarchische crisis samenvallen, ontstaat er een moment van gunstige gelegenheid.”
In momenten van crisis moeten keuzes gemaakt worden, een keuze tussen twee werelden. Van de ontzettend grote afmetingen van het universum tot aan de kleine schaal van cellulaire biologie vertonen recente studies vergelijkbare patronen: elektriciteit en spiraal beweging.
Wanneer we ons van de “Thunderbolts” groep herinneren:
Er zijn geen geïsoleerde eilanden in een elektrisch universum.
Dan komt de voorspelling van Alice Bailey wel heel erg dichtbij:
… Dit zal in grotere mate in het Watermantijdperk worden vrijgegeven door middel van de Zevende Straal. Een van de eerste gevolgen zal zijn het toenemen van het begrip van broederschap en haar werkelijk wetenschappelijke basis.
Referenties
1. H. P. Blavatsky, Isis Ontsluierd, Isis Unveiled, I, p. 271.
2. H. P. Blavatsky, Collected Writings, V, p. 152.
3. H. P. Blavatsky, Isis Unveiled, I, p. xxiv.
4. Oliver Lodge, Evolution and Creation.
5. Alice A. Bailey, Esoterische Psychologie, Esoteric Psychology, I, p. 372-373.
6. Alice A. Bailey, Een Verhandeling over Witte Magie, p. 61.
7. Alice A. Bailey, A Treatise on Cosmic Fire, p. 142-145.
8. David Talbott and Wallace Thornhill, The Thunderbolts of the Gods, 2005.
9. David Talbott and Wallace Thornhill, The Electric Universe.
10. Alice A. Bailey, A Treatise on Cosmic Fire.
11. W. Reik and J. Walter, Genomic Imprinting: Parental Influence on the Genome. Nature
Review Genetics 2(2001) p. 21 ff.
J. Lederberg, The Meaning of Epigenetics, The Scientist, 15(18) p. 6, September 2001.
Bruce H Lipton, De Biologie van de Overtuiging, Ankh Hermes, 2007.
12. Rupert Sheldrake, The Presence of the Past, William Collins, 1988.
bron: M. vd Velde : De elektrische Brug http://ngwd.nl/nl/Nieuwe_ontwikkelingen/afb_nwe_ontwikkelingen/TheElectricBridgeNL-eindversie%20zonder%20voetnoten.pdf
Vervolg van deel één .
b: Voorbereidingen
De oude magie vereiste voor haar toepassing bepaalde voorbereidingen, voornamelijk onthoudingen, reiniging e.d. De onthoudingen hadden vooral betrekking op bepaalde spijzen en op de geslachtelijke gemeenschap. Appollonios van Tyana , het voorbeeld van alle latere magiërs, zou volgens Flavius Publius Philostratos, thetor en sophist aan het einde der tweede eeuw, gedurende zijn gehele leven afstand gedaan hebben van dierlijk voedsel, wijn en geslachtelijke gemeenschap.

Ook de toverpapyri geven de voorschriften: "wees drie dagen rein", "neem zeven dagen van te voren reinheid in acht", "onthoudt u van alle onreine dingen, van alle vleeseten, van alle geslachtelijke omgang" enz. Bij de Joden en mohammedanen ging een streng vasten aan de bezweringen vooraf en ook bij de Voor-Indiërs is voor toverhandelingen vooral vasten en kuisheid gedurende minstens drie dagen noodzakelijk. De Chinese magiërs vermijden vleesvoeding, sterk riekende plantaardige spijzen, alcoholische dranken en geslachtelijke omgang en ook bij verschillende natuurvolken zien wij heden ten dage nog hetzelfde. Bijna onafscheidelijk van deze onthoudingen waren bij de magiërs de reinigingsvoorschriften in de vorm van wassingen in stromend water, van beroken met fakkels, zwavel of wierook, van inwrijven met olie, allerlei zalven en leemachtige stoffen, waarvan De Jong talrijke voorbeelden geeft, zowel uit het verre verleden als uit de tegenwoordige tijd bij de natuurvolken.
Wanneer men de onthoudings- en reinigingsvoorschriften bij de mysteriën nader beziet, dan blijkt, dat deze geheel in overeenstemming zijn met die der magiërs.
Bij de Eleusinische mysteriën namen de kandidaten voor de inwijding een vasten in acht, dat waarschijnlijk negen dagen duurde. Porphyrios zegt, over dit vasten sprekende, allerduidelijkst: "Ook bij de Eleusinische mysteriën onthield men zich van het genot van gevleugelde huisdieren, van vissen en bonen, van granaatvruchten en appels; eveneens maakte de bijslaap onrein en ook het aanraken van het lijk van een dier". Dat de hierophant (hoge priester) bij het verrichten van de religieuze handelingen de kuisheid in acht moest nemen staat eveneens buiten twijfel. Flavius Arrianos, een Grieks schrijver uit de eerste eeuw van onze jaartelling, zegt in één van zijn geschriften tot een niet ingewijde, die de mysteriehandelingen wil verrichte o.a: "Gij hebt niet de kuisheid in acht genomen, zoals hij (de hierophant)". De volledige tekst luidt:
"Mens, wat doet ge anders dan de mysteriën ontheiligen door te zeggen: In Eleusis is een tempel, hier ook. Daar is een hierophant, ik zal ook een hierophant voorstellen. Daar is een fakkeldrager, hier zal er ook één zijn. Fakkels zijn daar en hier. Wat men uitroept is daar en hier hetzelfde. Waarin verschilt dan hetgeen daar gebeurt van hetgeen hier geschied? Spotten met de godsdienst, is er geen verschil? Zijn dezelfde dingen nuttig op de verkeerde plaats en op de verkeerde tijd? Neen, zoiets gebeurt, nadat men heeft geofferd en gebeden, zich rein heeft gemaakt en bovendien zich in een bepaalde stemming heeft gebracht, waarna men tot een heilige handeling, een zeer oude handeling komt. Zo alleen worden de mysteriën heilzaam, zo alleen krijgen wij de voorstelling, dat door het voorgeslacht dit alles ingesteld is ter opvoeding en verbetering van ons leven. Maar gij brengt de mysteriën op straat en ontheiligt ze op een ongeschikte plaats, zonder reiniging, zonder offers; gij hebt niet de kleding, die een hierophant moet hebben, noch de band om het hoofd, noch de stem, noch de leeftijd van hem; gij hebt u niet gelijk hij deed, rein gemaakt, maar gij hebt alleen dezelfde uitroepen, die gij eens hebt opgevangen. Zijn dan die uitroepen op zichzelf heilig".
Bij de Eleusinische mysteriën, waar de hierophant op de één of andere wijze een huwelijksritus moest voltrekken, waarna de geboorte van Brimos geacht werd plaats te hebben, had hij zich voor de plechtigheid impotent gemaakt door het drinken van scheerling sap. (Wij danken deze mededeling aan Hippolytos, Weerlegging, V, 8, 40: "... gelijk de mysteriënleider, wel niet besneden als Attis, maar toch eunuch gemaakt door scheerling, na verzocht te hebben van geheel de menselijke voortbrenging verschoont te mogen blijven, terwijl hij bij nacht te Eleusis onder veel vuur de grote onuitsprekelijke gebeurtenis voltrok, uitriep en schreeuwende zeggende: "Een heilige knaap, Brimos, heeft de verheven Brimo gebaard, d.w.z. de sterke den sterke").

Brimo (Demeter)
Ook keizer Julianus uit zich in dezelfde geest, zeggende: "Bij de Atheners zijn degene, die aan de geheime plechtigheden deelnemen, in alle opzichten rein en hun voorganger, de hierophant, heeft zich van alle voortplanting afgewend". Over de priesters der Perzische mysteriediensten schrijft Porphyrios, dat er drie klassen van priesters waren, waarvan die der eerste, de geleerdste, geen vlees aten en geen dier doden. De daarop volgende klasse at wel vlees, maar niet dat van tamme dieren en de derde klasse at alle soorten vlees. (Over de onthouding, IV, 16: "Bij de Perzen heten de wijzen en priesters magiërs, dat betekend namelijk, in hun taal dit woord. Bij de Perzen is het echter een geziene stand, zodat Dareios, de zoon van Hystaspes, op een gedenkteken aan een inscriptie achter zijn naam toevoegde: leraar der magiërs. Zij vallen echter, zoals Euboulos, die een geschiedenis van Mithras in vier boeken schreef, in drie klasse uiteen. De eersten onder hen zijn de geleerdste, eten geen vlees en doden geen dier, maar houden vast aan de oude onthouding van dieren. De tweede eten weliswaar vlees, maar doden geen tam dier. De derden slaan de hand aan alles".
Bij de Isis-mysteriën, zoals die later in Griekenland en Rome gevierd werden, moest de kandidaat een teruggetrokken leven leiden, naar Apuleius meedeelt, en hij moest zich tijdig van "ongewijde en zondige spijzen"onthouden. Als hij zelf eindelijk blijkens een droom inzicht voor de inwijding waardig gekeurd wordt, moet hij de laatste tien dagen voor de inwijding "de eetlust beperken, geen vlees eten en zonder wijn blijven". Geslachtelijke onthoudingen wordt bij Apuleius als vanzelfsprekend vooropgesteld, maar anderen vermelden deze uitdrukkelijk. In de Attis mysteriën waren blijkbaar ook onthoudingen voorgeschreven, want in zijn rede over de Grote Moeder zegt Julianus: "Degeen, die de hoge vlucht wil ondernemen, zich wil verheffen boven de lucht (de wolken) en weg wil vliegen naar de toppen van de hemel, moet dit alles (de verboden spijzen) versmaden".
Tertullianus brengt de onthouding eveneens in verband met de Grote Moeder Kybele, die bij de Attis-mysteriën een belangrijke plaats innam, en ook met de Egyptische Isis, als hij spreekt over "kuise viering van Isis en Kybele".
(Over de doop, 16: "Maar het is voortreffelijk, dat gij tegen onze xerophagiën (de strenge vastendagen in de oude kerk, waarop men alleen brood met zout at en water dronk) lasteringen inbrengt en ze vergelijkt met de kuise viering van Isis en Kybele. Ik laat deze vergelijking bij wijze van getuigenis toe. Dientengevolge zullen zij (de onthoudingen) vaststaan als goddelijk, die de duivel, de mededinger der goddelijke (zaken) nabootst." Tertullianus wil hiermee dus te kennen geven, dat er in het Christendom, evenals bij de mysteriën, onthoudingen bestonden, maar dat deze in de mysteriën beoefend werden, schrijft hij aan de duivel toe, die daarmee het Christendom imiteerde. Dit is een stelling die hij ook elders naar voren brengt. In "Het principiële Voorbehoud"(XL, 1 e.v.) schrijft hij "Nu zal men zeggen: door wie worden de passages zo uitgelegd, dat zij aanleiding geven tot ketterijen? Door de duivel natuurlijk, wiens werk het is de waarheid te verdraaien, die ook de handelingen der sacramenten nabootst in de mysteriën. Ook hij doopt (in deze mysteriën) bepaalde mensen, natuurlijk zijn gelovigen en zijn getrouwen; hij belooft kwijtschelding van zonden, ten gevolge van een doopbad en als ik mij goed herinner, tekent Mithras bij die gelegenheid zijn soldaten iets op het voorhoofd. Hij brengt ook een plechtige offerande van brood, de verrijzenis stelt hij voor en onder het zwaard koopt hij (de ingewijde) een krans. Wat er van te zeggen, dat hij (de duivel) ook zijn priesters slechts toestaat éénmaal te huwen? Hij heeft zijn 'maagden', heeft zijn 'onthouders' ".
Blijkbaar had de duivel al deze dingen ingesteld voordat het Christendom bestond en Tertullianus nam dus vermoedelijk aan, dat de duivel de gave bezat te weten wat zou er gebeuren en dit dus kon imiteren voor het gebeurd was. Aan hetgeen Tertullianus hier zegt, kan nog toegevoegd worden, dat hij elders (Over de doop, V) verschillende heidense erediensten noemt, die een doop kenden, die de duivel dan, volgens zijn gedachtegang, aan het christendom had ontleend. Zo spreekt hij over een doop in de Eleusinische (zie afbeelding hier beneden) en de Dionysische mysteriën en over een bloeddoop (het taurobolium) in de Mithras-mysteriën.)

Degene, die in de Eleusinische mysteriën werden ingewijd, moesten zich aan reinigingen onderwerpen en in verband daarmee is ons de uitroep " Naar zee, mystai" overgeleverd, die voor de kandidaten aanleiding was zichzelf en het meegebrachte offer varken te wassen. In de Isis-mysteriën hadden reinigingen door wassingen en sprenkelingen plaats, naar wij van Apuleius horen en dit wordt bevestigd door Tertullianus, die zegt: "In sommige heiligdommen namelijk, laten zij zich inwijden door een bad in de één of andere ritus van Isis of Mithras". Tertullianus laat hier duidelijk zijn minachting blijken voor dit heidense gebruik, dat hij in verband met de christelijke doop bespreekt. Soms werd bij de voorgeschreven reinigingen ook wel meel of zemelen gebruikt, zoals uit de woorden van Demosthenes in zijn rede tegen Aischines is op te maken, waarop wij nog verder terug komen. Het betrof hier de Zabazios-mysteriën en naar Iamblichos ons meedeelt, ging het erom, "de zielen van zonde te reinigen en de verlossing te bewerken van de oude toorn der Goden".
Zoals we al hebben kunnen lezen in de Saturn Dead Cult ( deel 1 en deel2 ) artikelen in deze reeks zijn de mysterie scholen, oorspronkelijk, opgericht om "wat er was vernield ten tijde van de Gouden Eeuw opnieuw zou kunnen gebeuren" dat dit de vermeende schuld van de mens is door zijn zonde is pas later toegevoegd, de reden waarom mag jezelf bedenken: "Centraal tijdens de nieuwe de zilveren periode, ontstonden de priesterschapen of mysteriescholen en was de overtuiging dat wat er was vernield ten tijde van de Gouden Eeuw opnieuw zou kunnen gebeuren. In deze reeks over de mysteriën der oudheid is dan ook veelvuldig het sterven en weer opstaan uit de dood ter sprake gekomen. Gebruikmakend van de nieuwe technologie van het schrijven, stelden de broederschappen documenten op waarin ze deze rampen beschreven ter herinnering aan de tijden dat deze plaats vonden. Deze waarschuwingen vormden de basis van geheime genootschappen, binnen deze priesterschapen, waar de voorbereidingen werden getroffen en de kennis bewaard werd om te overleven mocht Doomsday ooit weer plaats vinden".
Ook bij de Mithras-mysteriën bestonden, zoals uit de woorden van Tertullianus reeds is op te maken, reinigingen en naar Cumont mededeelt, werden bij iedere graad --- er waren er zeven, maar waarschijnlijk waren dit niet alle inwijdingsgraden --- naast vasten en onthoudingen, ook wassingen voorgeschreven. Over de deze reinigingen deelt Prophyrios in zijn boek 'Over de grot der Nimfen' mede, dat degene, die in de leeuwen-graad der Mithras-mysteriën werd ingewijd, in plaats van water, honing over de handen liet vloeien. Andere inwijders, voegt hij er aan toe, gebruiken ook wel vuur. Ook de tong werd volgens hem met honing gereinigd en mogelijk moeten wij hieronder de gegiste honingdrank, de mede, verstaan.
(Het bezwaar om met honing te reinigen vervalt nl., als wij aannemen, dat hiervoor de gegiste honing, de mede, gebruikt werd, die van oudsher bij alle Indogermanen de eredienst drank was. Zij werd, soms met melk of andere dranken vermengd, door de gelovigen bij de eredienst genuttigd en bij die gelegenheid ook wel de Goden aangeboden (Schroder, Arische Religion, II, 384). Het aanbieden van mede (honing) was ook het meest gebruikte middel om de geesten te verzoenen (Gruppe, Griechissche Mytologie, 908). In tal van oude Indogermaanse talen vinden wij het woord dan ook terug en het is ook in een aantal hedendaagse talen bewaard gebleven. Niet altijd wordt met de verschillende vormen van het woord de oude honingdrank bedoeld, maar de latere betekenissen houden er toch verband mee en wijzen er in ieder geval op, dat de Ouden een uit honing bereide drank kenden, die bedwelmende eigenschappen had. Het volgende lijstje 9Schrader, Reallexion, I, 139 aangevuld met Grimm, Deutsches Worterbuch, VI, 2141) laat dit zien:
Dat de Grieken --- en in dit geval dus ook Porphyrios --- met honing ook mede bedoelen, blijkt mischien uit de verdere mededelingen van deze schrijver in hetzelfde hoofdstuk van zijn geschrift "Over de grot der Nimfen". Hij vergelijkt daar honing met de nectar der Goden en de naam 'gouden nectar' wijst er volgens hem op, dat de honing bedoelt is. Honing kan echter moeilijk als een 'drank' beschouwd worden. Maar verder zegt hij dan, dat Kronos door Zeus in een val gelokt was doordat hem honing gegeven was, want "vol van honing" was hij bedwelmd, waren zijn zinnen verduisterd, alsof hij wijn gedronken had, en was hij in slaap gevallen. Iets degelijks was Poros in Platon's Gastmaal overkomen, die teveel nectar gedronken had, "want wijn was toen nog niet bekend". Beide gevallen wijzen er op , dat er een bedwelmende drank gedronken werd. Nu kan honing bedwelmen, als de bijen die uit rododendrons of andere, narcotische stoffen bevattende bloesems vervaardigen, maar, zoals gezegd, kan bij honing moeilijk van 'drinken' gesproken worden, wat echter wel het geval is met de uit honing vervaardigde en bedwelmende mede. Bovendien zou in de teksten wel vermeld zijn, dat het in deze gevallen die bijzondere bedwelmende honingsoort betrof, als het hier inderdaad om ging. Wij mogen hieruit dus waarschijnlijk opmaken: honing betekende ook mede en mede was de Godendrank nectar. Een bevestiging hebben wij hiervoor mischien uit Voor-Indië, waar de somadrank de oorspronkelijke Indogermaanse eredienst drank, de mede, had vervangen. Deze soma werd niet alleen bij eredienst handelingen genuttigd, maar was ook de drank der Goden.)
Bij al deze reinigingen ging het niet alleen om kleine dagelijkse zonden, maar men kon zich zelfs van allerlei kleine misdaden laten reinigen. Op Samothrake werd daarvoor aan de kandidaten gevraagd, wat de grootste zonde, die zij begaan hadden, en zelfs moordenaars konden hier door bepaalde handelingen gereinigd worden. (Bij Ploutarchos lezen wij in zijn "Gezegden van Spartanen"'(217 D Antalkidas, I) het volgende: "Toen Antalkidas in de mysteriën van Sanothrake ingewijd werd vroeg de priester hem, welke vreselijke daad hij in zijn leven had verricht en hij antwoordde: Mocht een dergelijke daad door mij verricht zijn, dan zullen de Goden dat zelf wel weten." Iets dergelijks haalt Poutarchos aan van Lysandros (229 D), aan wie een soortgelijke vraag gesteld werd, omdat, naar hem gezegd werd, de Goden dit wensen te weten. Lysandros antwoordde daarop, dat in dat geval de priester zich maar moest verwijderen en indien de Goden hem dan de vraag zouden stellen, zou hij daar wel op antwoorden. Uit deze mededeling heeft men afgeleid, dat men op Samothrake voor zijn inwijding een bekentenis over begane misdaden moest afleggen.)
Volgens de overleveringen waren de kleine mysteriën van Agrai, bij Eleusis, zelfs gesticht om Herakles, die zich aan de moord op de Kentauren had schuldig gemaakt, te reinigen, voordat hij werd ingewijd. Niet van alle misdaden kon men gelouterd worden, maar waar men meende, dat dit wel mogelijk was, dan waren daarvoor bijzondere reinigingen nodig en zo horen wij, dat een moordenaar, wiens daad niet onverzoenbaar geacht werd, o.a. zijn kleren tweemaal zeven golven moest wassen. Als één der plaatsen, waar eertijds dergelijke reinigingen plaats konden vinden, noemt Strabon Lerna, aan de kust van Argolis. Daar was een moeras, waarin men zich van zonden kon reinigen en daarvan was de zegswijze afgeleid: "Een lerna van zonden".




Lerna
bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck
