Pentade:
Uit de punt van de monade en het lijnstuk van de dyade ontstond het oppervlak van de triade en de tetrade. De pentade is de volgende stap in het kosmisch ontwerp en introduceert het symbool voor leven.
De pentade, de vijfpuntige ster en het symbool voor vijf, is overal: in de vijf vingers van onze hand en de tenen aan onze voeten, als magisch symbool tegen het kwaad, en als symbool van macht en onkwetsbaarheid.
Vroege beschavingen hadden zoveel respect voor de pentade dat ze geheim hielden hoe hij werd gemaakt. De Pythagoreeërs gebruikten hem als herkenningsteken. Ze hadden de geometrische principes ervan bestudeerd en ze wisten van het effect van de pentade op de menselijke geest. Ze beseften dat de toepassing kennis inhield die kon worden misbruikt en hoewel de pentade duizenden jaren als leermiddel werd gebruikt, was de overdracht alleen mondeling. Hij werd niet opgeschreven door de gilden die de symboliek gebruikten bij het ontwerp van de gotische kathedralen. Pas in 1509, toen Luca Pacioli, de onderwijzer van Leonardo da Vinci, zijn boek
Divina proportione publiceerde, werden de vormingen en de unieke geometrische eigenschappen onthuld aan kunstenaars en filosofen.
De symboliek van de vijfhoek en de relatie met de gulden snede is vooral afkomstig uit de natuur, want de vorm komt overal terug in vegetatie. Zaden, bladeren en bloemen hebben vaak een vijfvoudige symmetrie.
In de regeneratie, die nauw verband houdt met
ɸ, komt het overheersende principe van de vijfhoek het beste tot uitdrukking. Hieronder zien we hoe uit vijfhoekige sterren steeds opnieuw identieke sterren ontstaan.
In de vorming van bladeren en bloemen is het zelfrepeterende principe van de vijfhoek, het kleinere in het grotere goed terug te zien. De nerven van een blad hebben dezelfde vertakkingen als de hele boom, elke richel in een varenblad heeft de vorm van het hele blad en de hele plant, elk zaadje van een paardenbloem imiteert de pluizenkop in miniatuur. De roosjes van een broccoli of bloemkool weerspiegelen de hele groente.
De vijfhoek is misschien wel het meest bekend als het pentagram, de eenvoudigste stervorm die met een ononderbroken lijn kan worden getekend. Hij wordt soms ook de eindeloze knoop genoemd, of het kabouterkruis, de pentalfa, de heksenvoet, de duivelsster en soms ook het salomonszegel (al wordt hiermee eigenlijk het hexagram bedoeld). De vijfvoudige symmetrie van het pentagram keert terug in de vijf zintuigen: zien, horen, ruiken, aanraken en proeven.
De vroegste voorbeelden van het pentagram zijn gevonden op oude Babylonische potscherven uit 3500 v. Chr. In latere perioden in de Mesopotamische kunst werd hij gebruikt bij koninklijke inscripties en was het een symbool voor keizerlijke macht.
Voor de Pythagoreeërs was het pentagram een symbool van perfectie. Zij gaven de vijf punten of hoeken van het pentagram de letters
UGIEIA. De letters van de hoeken zijn de eerste letters van de Griekse woorden voor de elementen:
U: Hudor = water
G: Gaia = aarde
I: Idea = vorm of idee of Hieron = een goddelijk, heilig ding
EI: Heile = zonewarmte = hitte
A: Aer = lucht
Hygeia
Bowl of Hygeia
De letters vormen samen het woord Hygeia, dat letterlijk gezondheid betekend, maar dat ook verwijst naar rechtmatigheid, heelheid of goddelijke zegening. Hygeia is de Griekse godin van de gezondheid en haar naam kwam vaak voor op amuletten. Wanneer we een appel, een symbool voor gezondheid, doorsnijden, zien we een pentagram.
Mogelijk wist Pythagoras van de eerdere symboliek rond de vijfpuntige ster door zijn reizen naar Egypte en Babylon, en verwerkte hij andere betekenissen in het symbool.
Bij het vroege Griekse pentagram wezen twee punten naar boven. Dit stond voor de doctrine van Pentemychos, beschreven door Pherecydes van Syros, leraar en vriend van Pythagoras. Pentemychos verwijst naar de vijf inhammen of kamers, de pentagonas, waar de eerste prekosmische nakomelingen werden bewaard voordat de geordende kosmos kon ontstaan. Hoewel deze plek was afgesloten na het ontstaan en de ordening van de kosmos, bleef hij van invloed.
Deze plek werd door Homerus beschreven al de 'overheerser van goden en mensen' en speelde een rol in talloze vroege mythen, waarin de onderwereld een bron van wijsheid was.
Voor de vroege christenen symboliseerde het pentagram de vijf wonden van Christus en was het een symbool van wijsheid. Het verwees ook naar de ster van Bethlehem. keizer Constantijn I gebruikte het pentagram, samen met een soort kruis, in zijn zegel en amulet nadat hij met behulp van de christelijke kerk het Romeinse rijk had veroverd.
Het pentagram is ook gebruikt als symbool voor de duivel. Dit begon waarschijnlijk tijdens de inquisitieperiode, omdat de inquisiteurs dachten dat alle niet-christenen Satan aanbaden. Het symbool werd synoniem voor duivelaanbidding. Tijdens de heksenjacht stond het pentagram voor het kwaad; het werd de heksenvoet genoemd.
In deze interpretatie wijst één punt naar beneden. Sommigen mensen zien in het pentagram het gezicht van een geit, waarbij verwarring optreedt tussen Satan en de Grieks/Romeinse god Pan. De associatie tussen het pentagram en Satan werd mogelijk versterkt door de symbolische associatie tussen Lucifer en Satan.
Wanneer er een cirkel rond het pentagram staat, wordt de kern beschermd. De cirkel symboliseert eeuwigheid, oneindigheid en de cycli van het leven en de natuur. het middelpunt van het pentagram impliceert een zesde, vormend element. Dit is liefde, de kracht die van binnenuit komt.
In het sacrament van het laatste avondmaal gebruikt Salvator Dali (1904 - 1989) de symboliek van het pentagram
In Faust van Goethe voorkomt het pentagram dat Mefistofeles de kamer verlaat.
Mefistofeles:
Ik moet bekennen, dat ik hier niet weg kan.
Komt door een kleine hindernis op mijn pad,
De druïdevoet op uw drempel.
Faust:
Het pentagram bezorgt je pijn?
Ach zeg me dan, jij hellezoon,
Als dat je tegenhoudt, hoe kwam je hier dan binnen?
Hoe liet jij je hierdoor bedriegen?
De Egyptische hiëroglief voor 'onderwereld' is een vijfpuntige ster in een cirkel, symbool voor de mystieke, nachtelijke plek waar de zon verblijft als ze ondergaat, de 'ondergrondse baarmoeder'. Dit is tegelijk een symbolische verwijzing naar de spirituele slaap waaruit de mens moet proberen te ontwaken. De vijfpuntige ster zonder cirkel was bij de Egyptenaren symbool voor een deur of een leerweg.