Quo Fata Ferunt! QFF! Die ECHTE Illuminati shit... Welkom in de Hel! - complotten, ufo's, karma, illuminati, nonsens, wetenschap, kennis en verlichting! QFF

Aanpassen
A+ R A- wide normal
Registreren Inloggen
  • Skip to content
QFF » Forum
  • Over QFF
  • F.A.Q.'s
  • Contact
  • QFFsummary
  • Forum 
  • Qommunity 
  • contactwith us
  • Zoeken 
  • Index
  • Recente onderwerpen
  • Regels
  • Help
  • Zoeken
Welkom, Gast - Maak een account
  • Gebruikersnaam vergeten?
  • Wachtwoord vergeten?
QFF Forum
QUO FATA FERUNT
VOORPAGINA ARTIKELEN
GESCHIEDENIS / &ZO
Edda leer
Antwoord onderwerp
Nieuw onderwerp
  • Pagina:
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Edda leer
Facebook Twitter Delicious Digg FriendFeed Linkedin Reddit Stumbleupon MySpace Technorati Blogger Wordpress

Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48732

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Edda leer
Antwoord Quote

Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48733

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
S U R T U R
ook SURTR (de zwarte), is hij de hoogste God van


het Heelal: door licht en vlammen omgeven, bewoont
hij den hoogsten empyrischen hemel, Muspelheim,
en houdt een vlammend vuurzwaard in
zijne hand. Door hem ontstond de wereld, door
hem zal zij ook eenmaal in vuur vergaan, en vernieuwd
worden. Evenwel is de Edda-leer, nopens
dezen Opper-God, donker en onduidelijk, zoo wel
wegens de vermenging der begrippen, die zij van,
hem opgeeft, als door de geheel symbolische namen,
waaronder hij dikwijls in andere gestalten zich
voordoet, en waardoor het zuivere, intellectuele
denkbeeld van hoogste godheid dan weder verloren
gaat.
In de jongere Edda straalt echter die leer van eene
éénige, hoogste en oudste Godheid onmiskenbaar
door: zoo wordt, onder anderen, door GANGLER in de
tweede Demisaga gevraagd:
»Wie is de hoogste en oudste van alle goden?"
har antwoordt:
»In onze taal heet hij ALVADER, in het oude
Asgard had hij twaalf namen."
Deze worden, beneden bij ODIN, genoemd, en drukken
de verhevene eigenschappen uit van het Opperwezen,
dat hier weder als odin voorkomt; zoo
beteekent bijv. Hnikarr, de overwinnende, Fiolnir
de meerdere, die men toch ook natuurkundig opvatten
en verklaren kan. Wijders gaat de vrager
aldus voort:


»Waar is deze God ? wat vermag hij, en wat heeft
hij groots gedaan? 
Har antwoordt:
»Hij leeft door alle tijden en beheerscht zijn
rijk. Hij is de rader (regeerder) aller dingen, van
wat groot en klein, hoog en laag is."
JAFNHAR: » Hemel en aarde heeft hij gemaakt,
en de lucht."
TRIDIE: »Ja, wat meer is, hij schiep ook menschen,
en gaf hun eenen onsterfelijken geest, die
nimmer vergaan zal, zelfs niet als het ligchaam in
stof vervalt of door vuur tot asch verbrand wordt."
Wijders wordt verhaald, dat hij voor de goeden
ook na hunnen dood liefderijk zorgen zal in Gimle,
(den Hemel) of Wingolf, en, dat hij de boozen
nederstort in het afgrijselijke rijk van Hela, (hel.)
Zoodanige voorstellingen nu van een hoogst,
alles besturend Wezen, van eenen Schepper, onderhouder,
voleindiger aller dingen, van een eeuwig
leven der goeden in Gimle, en der boozen in hel rijk
van Hela, welke de Noordsche Mijthe aldus
bewaard, en voor elk een toegankelijk gesteld, heeft,
bewijzen genoegzaam, dat eene oudere, ware godsdienst,
daarbij ten gronde ligt, doch die in Mijthen
gehuld, genoegzaam was verloren gegaan.
Dat deze voorstellingen, deels op odin, deels op
SURTUR betrekking hebben, blijkt uit de twaalf
Asgardnamen van odin, en uit hetgeen de derde


Demisaga. vermeldt, nopens SURTUR, waardoor
men hier den oppersten God, den over alles heerschenden
ALVADER te verstaan hebbe.
De beteekenis van zijnen naam als ondoorgrondelijk
, onbegrijpelijk, donker, kenmerken het meer
zuivere begrip der Godheid.
Ook in de Voluspa, in welk dichtstuk de grondtrekken
der geheele Noordsche Godenleer in zamenhang
voorkomen, heet het (str. 47) van hem,
(SURTUR), dat hij aan het einde der dagen
— daar heen vaart van 't zuiden,
met doodende vlammen:
uit het zwaard schijnt
de zonne des Hemels.
En, nadat de Profetesse den eindelijken ondergang en
den jongsten strijd beschreven heeft, zegt zij :
Dan komt de magtige,
Tot der goden raad;
De sterke van boven,
Die alles bestuurt;
Hij spreekt het oordeel;
Hij eindigt allen strijd;
Stelt vast de heilige wet,
Die eeuwig duren zal,


Deze woorden zijn te duidelijk, dan dat men
eenigen twijfel zoude kunnen opwerpen, of hier de
ALVADER, als het eenigste, opperste Wezen bedoeld
wordt, van wien alles, en die over alles en
allen is.
Ook in het Hyndlu-liod (str. 41) wordt op dezen
eenen magtigsten God gezinspeeld, wiens
naam de Profetesse getuigt, niet te durven noemen.
Zoo heet het:
Dan komt een ander,
Nog veel magtiger :
Doch dezen niet
Waag ik te noemen;
Weinigen vermogen verder
Voorwaarts te schouwen
Dan waar ODIN gaat,
Den wolf te bestrijden.
Ook dit begrip der Godheid is intellectueel, is
geestelijk, en strekt almede ten bewijze van het
geloof des Scandinaviërs aan een éénig Opperwezen
, eenen ALVADER, van wien het wijders in
den Hrafnagalldr ODINS (str. l) heet:
»Hij werkt en heerscht."
Al verder wordt de deelneming der Godheid


aan het geestelijk bestaan des menschen meermalen
vermeld. Dan - na den ondergang dezer wereld,
verzamelen de goden zich op het Ida-veld, om,
zoo als de Völa zegt:
Zich daar te herinneren
Groote besluiten.
Te bepeinzen Fimbultir's
Aloude runen
d. i. des hoogen Gods aloude leer.
Deze aloude-leer is het alzoo, die in de N. Mijthe,
even als in andere Mijthologieën, die wij hier echter
niet te vermelden hebben, is bewaard gebleven,
en nimmer geheel is verloren gegaan.
Met deze leer, aan één Opperwezen, die alles
werkt en alles bestuurt, hangt ook de leer der Voorzienigheid,
die het denkbeeld der Godheid onmiddelijk
op het leven toepast, onmiskenbaar tezamen,
Die leer heerscht in het algemeen in de Mijthe der
Nornen, aan wier beschikking zelfs de Asa-goden,
hoe veel te meer dan de menschen, onderworpen waren.
(Beschermgeesten, die onder verschillende gedaanten
en gestalten, verdeeld, tot de leer der Nomen behooren,
of aan deze ondergeschikt zijn, brengen
den mensch ook naar zijn geestelijk bestaan tot dat
hoogste Opperwezen in betrekking. Door haar
brengt deze zijnen wil op 's menschen daden, lotXV
gevallen en zijn uiterlijk bestaan ten uitvoer. Door
haar regelt hij zelfs zijne gedachten. Fijlgiën,
Walkijriën en Disen, goddelijke wezens of geesten,
aan de Nornen ondergeschikt, zijn daarom
werkzaam tegenwoordig bij 's menschen geboorte,
vergezellen hem door het leven, en beschikken over
zijnen dood.
Zelfs dan, wanneer men de Nornen, ook al als
tijdgodinnen beschouwt, die het verledene, het
tegenwoordige en de toekomst, voorstellen, dan
treedt toch nog het volkomene begrip der Voorzienigheid
daarin te voorschijn.
Zij zijn het, omtrent wie de Völa leert, dat zij
voorwetend zijn, en rijk aan kennis, dat zij
wetten geven,
levenden kiezen;
des noodlots wil
der wereld verkonden.
Met onveranderlijke besluiten, met strenge, maar
toch wijze gezindheden, beheerschen zij goden en
menschen, en zijn, hoewel zelven eeuwig, onveranderlijk,
toch de grond van alle tijdelijke en
voortdurende veranderingen:  oorzaak, werking
en gevolg, van al, wat bestaat, van levenloos
en levend.
Zij heerschen over leven. en dood.


Ten slotte zouden wij hier nog de leer der onsterfelijkheid
der ziel, hetzij dan in den hemel
of in de hel, en de daaruit voortvloeijende voorstellingen
van straf en belooning, kunnen uit een
zetten, die in de N. Mijthe, onder menigerlei phantasiën,
dan eens opgesierd, dan weder verminkt,
te voorschijn komt, en vooral in het noorden, om
zoo te zeggen, regt eigenlijk te huis behoort: geheel
inheemsch is.
Daarop komen wij echter ten slotte van onze navolgende
Handleiding terug. Men kan inmiddels de
overtuiging der onsterfelijkheid aanmerken, als
de ziel zelve des levens in het noorden; daarom
vreesde de Noordsche held niet den dood in de gevechten;
en daarom zong ook RAGNAR LODBROK,
door koning ELLA gevangen, in de slangen-holen;
Er at sytandi daudi
Lifs ero lidnar stundir,
Laeiandi skal ek deijia.
(Krakumal.)
(Niet te betreuren is de dood,
Vervlogen zijn des levens stonden,
Lagchend wil ik sterven.)
Laast bewerkt: 1 jaar, 5 maanden geleden Door combi.
Antwoord Quote

Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48735

  • Dromen
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 4688
  • Karma: 3136
Super topic combi! Edda staat ook op mijn verlanglijstje, deze versie:
www.gangleri.nl/bookreviews/21/edda-marcel-otten-ambo-1994-isbn-9026316259/

Zoals ik al eens eerder schreef over de heilige drieenheid:
ndogermaanse: Hemelvader - Moeder Aarde - Godszoon
In christendom: Heilige Geest - Maria - Jezus
Op chr. voorstelling: Zon - Maan - Gekruisigde
Scandinavie: Odin - Jord (Aarde) - Thor
Germaanse tempels: Odin (Wodan) - Freyja (Nerthus) - Thor (Donar)
Mac. loge: Zon - Maan - Meester
Kabbalah: Kether (de kroon), Chokmah (m) en Binah (v).


www.quofataferunt.com/index.php?option=com_kunena&func=view&catid=39&id=47108&Itemid=120#47209
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48737

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
De Schepping der Wereld,


Voor den beginne des tijds  zoo luidt de Edda-
Mythe,  bestond niets, noch zand, noch zee;
geene koele baren; nog was er geene aarde; ook niet
des hemels gewelf, slechts een eindelooze afgrond;
maar geene gewassen.
In den beginne waren er twee werelden, de
zuidelijke, die Muspelheim (vuurwereld) genoemd
werd, zij was heet en lichtgevend, verterend en
brandend, onder de heerschappij van SURTUR (den onbekenden),
wiens hand een schitterend zwaard houdt,
en Niflheim (de nevelwereld) de noordelijke, de
koude en duistere, waarin eene bron Hvergelmer.
Midden tusschen deze beide werelden lag de groote,
de oneindige afgrond Ginnunga-gap.


Uit de bron Hvelgermer in Niflheim, vloeiden
elf stroomen, Elivager. (*) Zoodra deze stroomen,
zich zoo verre van hunnen oorsprong verwijderden,
dat het gift, hetwelk zij bevatteden, verhardde,
werd het in ijs veranderd. Als deze massa nu
hard was en niet meer vloeide, bevrozen tot
rijp alle dampen des gifts, en de eene rijp stapelde
zich op den anderen, tot in Ginnunga-gap .
Aldus werd van dezen eindeloozen afgrond, dat
gedeelte, dat naar het noorden liep, door eene
hoop ijs en bevrozene dampen aangevuld. Het zuidelijk
gedeelte daarentegen, werd zigtbaar door den
bliksem en den glans, die uit Muspelheim schoten;
want even als uit de nevelwereld koude en al
wat guur was, voortkwam; Zoo was alles, wat aan
de vuurwereld grensde, heet en helder: Ginnunga-
gap was hier zoo zacht, als windlooze lucht.
Een warme wind-adem streek over de bevrozene dampen,
het ijs smolt en de afvloeijende droppels bragten
een schepsel voort van menschelijke gedaante,
hetwelk door diens kracht, welke de warmte gezonden
had, ( SURTUR ) leven ontving. Zoo ontstond
IJMIR (overoud), de stamvader van het booze reuzengeslacht,
de Hrijmthursen, en AUDUMBLA de wereldkoe,
die hem voedde uit hare vier uijer-stroomen.
(*) Deze stroomen zijn Svöl, Guntra, Fion, Fimbultul,
Slidur, Hridur, Sijlgir, IJlgir, Vid, Leiptr en Gjöl.


Drie Goden of Asen, ODIN, WILE (begeerte) en
WE (vrede) gebroeders, doodden den ijsreus IJMIR, en
trokken het lijk in het midden van Ginnunga-gap;
maakten uit zijn ligchaam het vaste land, en uit zijn
bloed de zeeën en de wateren; — de aarde werd uit
zijn vleesch genomen, de bergen uit zijne
beenderen, en uit zijne tanden, kakebeenen en
gebrokene beenstukken, werden steenen en houtblokken
gevormd. Uit zijne hersenpan vormden zij
den hemel, en plaatsten die boven de aarde met vier
hoornen of einden, en onder elken hoorn stelden zij
eenen dwerg.(*) Daarna namen zij vlammen, vuurspatten
en vonken, die uit Muspelheim gevlogen waren,
en plaatsten die boven en beneden aan den hemel,
opdat zij hemel en aarde zouden verlichten. Zij wezen
alle lichten hunne plaats aan: eenigen aan den
hemel, anderen hadden hunne loopbaan onder den
hemel, doch alle op hunne vastgestelde plaatsen; zoo
waren hun hunne bepaalde loopkringen, aangewezen,
waarnaar dan ook de dagen en jaren berekend worden.
Zoo heet het in de Voluspa:
»De zon uit het zuiden trad ter rechter,
»De maan geenzijds der poorten des nachts
»Nog kende de zon niet hare zaal,
»De maan nog wist hare woning niet,
*) Deze dwergen waren AUSTRE (het oosten), WESTRE
(het westen), SUDRE (het zuiden) en NORDRE (het noorden).


»Noch de sterren kenden hare plaatsen; —
»Toen traden de heerschers op hunnen zetel,
» De heilige goden pleegden raad,
»Zij gaven namen den nacht, der
scheem’ring,
» Morgen en middag, — verdeelden het jaar.
Langs de kusten der wereldzee wezen zij den
reuzen eene woonplaats aan, en wierpen daar verschansingen
op tegen hunnen aanval rondom de
aarde, tot deze verschansing bedienden zij zich van
de wenkbraauwen van den ijsreus, en noemden de
aldus verschansde aarde: Midgard (woning in het
midden.) De hersenen van den reus wierpen zij in de
lucht, daaruit ontstonden de wolken.
Zoo wandelden deze drie magten eenmaal aan bet
strand der zee, alwaar zij twee houtblokken vonden;
deze namen zij in hunne hand en vormden de eerste
menschen. Geest en leven gaf hun ODIN, verstand
en bewegingskracht schonk hun WILE, en spraak,
gehoor en gezigt ontvingen zij van WE. Toen gaven
zij hun kleeding en namen, den man noemden zij
ASK (Esch), de vrouw EMBLA (Els). Van dit eerste
menschenpaar stamt het menschelijk geslacht af, aan
welke het vergund is in Midgard, te wonen.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48738

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Godheden
van het Mannelijk Geslacht.



De gemeenschappelijke benaming der Noordsche
of Scandinavische godheden, is in de bovengemelde
Edda's die van Ase, Asen, ook Aesir; welke
benaming door sommigen van het oud-Duitsche
woord As of Es , dat opperste of hoogste beteekent,
wordt afgeleid; doch volgens anderen, op
hunne aardsche zetels doelt, even als die van Asijniën
of Asijniur, de godinnen van het Noorden.
De Edda maakt melding van twaalf Asen of godheden
van het mannelijk geslacht, welke als de twaalf
rigters of Diar beschouwd worden. Dezelve spreekt
ook van eenen ALFADUR, welke de Scandinaviërs
boven allen stelden, als den vader aller goden en menschen;

doch men is het daarin niet wel eens, of deze
dezelfde is als SURTUR, ofwel ODIN, aan wien de hoogste
wijsheid, de kracht der dichtkunst, het bestuur
over den krijg, en een gedeelte van bijna alle
eigenschappen der overige goden wordt toegekend: alle
goden waren odin ondergeschikt; of stamden voor
namelijk van hem af, als; THOR de god des donders, die
rijdt op eenen wagen, en den donder verwekt, terwijl
de bliksems schitteren uit zijne oogen; BALDUR,
de goedaardigste, de beste, de schoonste
en meest barmhartige, ook de god der tranen genoemd;
NIORD, de god des geluks en des rijkdoms,
der winden en der zeevaart; FRIJER, welke heerscht
over regen en zonneschijn, en de gewassen der aarde,
TIJR, de Heer, de koenste onder allen, en
de god des oorlogs, der sterkte en der dapperheid;
BRAGA, de voortreffelijkste in wijsheid, welsprekendheid
en voordragt, de god der dichtkunst;
HEIMDALL, de wijze, de bewaarder aller geheimen
en daarom de wachter der goden; WIDAR, die naast
THOR de sterkste is, en van wien de goden vele
hulp hebben, de negende der Asen; WALE, de
magtigste, die koen is in den strijd; ULLER, met
alle deugden van eenen krijgsheld begaafd, de god
des tweegevechts, en FORSETE, een vredelievend god,
die alle verschillen tracht te verzoenen. Deze twaalf
zijn de regters in het godenrijk of Asgard; doch
behalve dezen worden nog tot de Asen gerekend:
HÖDUR, HERMODE, THIALFI, HÄNIR, ODUR, AEGIR,
MANI en MIMIR, maar alle dezen genieten minder
aanzien en achting.


Nog is er een, welke onder de Asen geteld wordt;
doch, welke anderen hun lasteraar, den voorganger
van alle bedrog, de schandvlek aller goden en men7
schen noemen, namelijk LOKE, die echter noch tot
het geslacht der goden of Asen, noch tot dat der
Wanen, (goden uit het land Vanaheimr) behoort.
Ieder dezer goden nu, heeft zijne bijzondere woning
in Asgard of het godenland, dat ook wel
Godheim en Asaheim genoemd wordt; uitgezonderd
AEGIR, die op het eiland Hleseij, en MIMIR, die
naast het godenrijk aan den Mimirs- bron, de bron
der wijsheid, zijnen zetel houdt.
Minder in het eigenlijk leven en werken der Asen
deelen WILE en VE, MAGNI en MODI, welke als ondergeschikte
dienende wezens voorkomen, gelijk ook
SKIRNIR en BEIJGVER.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48739

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Odin, Alfadur .
(Alvader.)



De hoogste en oudste aller goden, en daarom de
koning der Asen van het noorden, was odin, de vader
aller goden en menschen, en daarom ook wel ALFADUR
genoemd: hij draagt elders ook de namen WODAN,
WODDEN, EWOTHEN, ODEN, WOEDE, WODE, GODAN,
GODE enz. Om de Edda-Mijthen van odin, eenigzins
te bevatten, moet men hem voorstellen:
a) als zuiveren god volgens de Mythe, en
b) als natuurgod.—

Als zuivere god, volgens de Mythe, is hij de hoogste
en oudste aller Asen, en wordt ALFADUR, (ALLFADIR,
of Alvader ) genoemd.(*) »Hij leeft door
alle tijden; — dus spreekt de Edda, — en beheerscht
zijne rijken. Alles regeert hij, groot en klein,
hoog en gering."
»Den Hemel en de aarde heeft hij gemaakt en
de lucht."
»Ja, wat nog meer is, hij schiep ook menschen,
en gaf hun eenen onsterfelijken geest, welke nimmer
op houden zal te bestaan, wanneer ook het
ligchaam tot stof verkeert, of door vuur tot asch
verbrand wordt. De zielen aller goeden zullen met
hem aan eene plaats leven, welke Gimle (Hemel)
heet, de boozen komen in Helheim (de hel) en van
daar naar Niflheim, welke onder ligt, in de negende
wereld."
In Asgard heeft ODIN of WODAN drie burgten:
Gladsheim ziet hem als opperste van den raad der
Asen; in het paleis Walaskialf houdt hij met de
overige goden gerigt; daar heeft hij zijnen levenden
(*) In het oude Asgard (de woning der Asen} had hij
twaalf namen, welke de volgende waren: ALLFADIR, HERIAN
of HERJAN, HNIKAR of NIKAR, NIKUR of HNIKUDR, FIOLNER
OMI, OSKI, BIFLINDI, WIDRIR, SVIDRIR, SVIDUR JÄLKUR
Of JALKR.

troon, Hlidskialf, een tooverboom, waarop hij gezeten
is als hij gerigt doet, en vanwaar hij de geheele
wereld overziet: in Walhalla eindelijk, verzamelt
hij de gesneuvelde helden, Einheriar genoemd,
om zich; zij leiden daar een onsterfelijk leven met
hem, en genieten luisterrijke gastmalen, en spijzen
van het vleesch des everzwijns, dat Sährimner heet.
»Het beste vleesch
»Doch dat weten weinigen
»Hoe het de Einheriar voedt."
Eene geit, Heidrun genoemd, staat tegenover
Walhalla, en eet van de takken des booms, Lerad;
uit hare uijers stroomt de drank ( aur, mede), waaraan
zich de Einheriar dagelijks rijkelijk verzadigen,
Dit Walhalla bevat ruimte genoeg voor alle Einheriar.
In het Grimnismal, heet het daarvan
»Vijfhonderd poorten
»En nog veertig,
»Weet ik, dat Walhalla bevat;
»Achthonderd Einheriar
»Verlaten tezaam eene poort,
» Wanneer tegen den wolf zij ten strijde
gaan.''

Wanneer namelijk Ragnarokr (de godenschemering,
of het einde der wereld in ODINS rijk in
valt, dan trekt ODIN, aan de spits aller Einheriar
en Asen, ten strijde tegen het booze reuzen-geslacht
en de Muspelzonen. Aan dezen strijd neemt de
gansche natuur aandeel, en eindigt met den ondergang
van ODIN en van bijna het geheele Asengeslacht.
De vervulling dezer voorspelling kunnen de goden
wel uitstellen, doch eenmaal breekt de Ragnarokr
zeker aan: deze voorspelling geeft aan de geheele
godenleer eene sombere tint.

De naam van ODINS achtbeenig ros is Sleipner,
het beste paard aller goden en menschen, dat met de
wonderbaarste snelheid begaafd is, en welks wonderbaren
oorsprong de Edda uitvoerig verhaalt.
Zijne alvermogende speer, Gungner schonken hem
de dwergen brok en sindri. Op odins schouders
zitten twee raven Hugin (de kennis) en Munin
(het geheugen). Deze zend hij alle dagen uit, om
alle landen door te vliegen, ten einde de handelingen
der menschen te laten gadeslaan. Des middags
zijn zij weder ter maaltijd; van daar heeft hij ook den
bijnaam van HRAVNAGUD (Ravengod). Hij spijst
niet aan de tafel der Einheriar. De spijzen, die
hem voorgediend worden, deelt hij uit aan de beide
wolven Gere (gierig) en Freske (gulzig). Hij drinkt
wijn; deze is zijne spijs en drank.
In de oudste voorstellingen werd ODIN aangemerkt
als het zinnebeeld der zon, en oorspronkelijk wel11
ligt ook als Zonnegod vereerd, waarom dan de fabel
van zijn eene oog niet ongepast het oog der
wereld de zon, beteekenen mag: als zoodanig was
JÖRD (de aarde) of RINDA, de aardkorst, zijne
vrouw. Bij haar verwekte odin eenen zoon WALE (natuurkracht)
die uit haren schoot ontsproot, en eenen
anderen zoon thor of ASA-THOR (den dondergod), die
uit de, met de stralen der zon, gehuwde dampen
der aarde ontstaat.

Een ander huwelijk van ODIN, even geheimzinnig
als de daaruit ontsprotene zoon, is dat met GRIDUR,
eene reusin. Bij deze verwekte hij WIDAR, den
god der stilzwijgenheid die door eigene kracht
bijna zoo sterk en magtig is, als THOR, zijn halfbroeder.
Een derde huwelijk van ODIN is al mede niet minder
geheimzinnig: maar nog wonderbaarlijker, namelijk met
negen reine maagden aan den kant der aarde: GIALP,
GREIP, ELGIA, ANGEIJA, ULFRUN, AURGIAFA, SINDUR,
ATLA en JARNSAXA. (misschien de dochters van het
morgenrood), uit de negen werelden en heuvelen
gekomen; bij haar verwekte hij HEIMDALL, den beschermer
der natuur, en den wachter des hemels.
Een vierde huwelijk, het vruchtbaarste, meest bekende
en luisterrijkste, is met FRIGGA, (die sommigen
voor dezelfde als JÖRD en HERTHA houden) de koningin
der goden. Bij haar verwekte hij vijf zonen:
BALDUR BRAGA, HERMODE, TIJR en HÖDUR.

Ook met de godin LAGA of SAGA (de godin der geschiedenis)
vermaakt hij zich in haar paleis Sökvabak;
terwijl hij al verder eene minnarij onderhield met
GUNLÔDA, de dochter van den reus SUTTUNG. Deze
moest in een berghol de kostelijke mede der dichters
bewaren. odin wist haar over te halen, hem
drie teugen van dien kostelijken drank toe te staan.
Met den eersten teug dronk hij den ketel Odrävir,
met den tweeden het vat Bodne, en met het derde
het vat Son, en alzoo alle mede geheel uit.
Daarna veranderde hij zich in eenen arend en
vloog met de grootste snelheid weg. SUTTUNG, die
hem zag vliegen, nam ook dadelijk de gedaante van
eenen adelaar aan en vervolgde hem.

Toen de Asen ODIN zagen komen aangevlogen,
zetteden zij alle hunne vaten op de opene plaats der
godenstad, en hij ledigde, dadelijk bij zijne komst,
de mede in de vaten. Naardien SUTTUNG hem echter
hevigst vervolgde, en hij in gevaar zijnde,
door den reeds nabijzijnden reus in adelaars gedaante,
gevat te worden, zoo liet hij door den last te
zeer bezwaard, een gedeelte der dichter-mede langs
eenen achterweg van zich vallen.
In deze verwarring bleef die mede onbemerkt
liggen, zoodat dezelve kon genomen worden, door
wie maar wilde: dit noemt men het gedeelte des
kreupeldichters of der rijmsmeden.
Maar de ware SUTTUNG-mede heeft ODIN door
zijnen mond geledigd, en deze schonk hij den Asen,
en die stervelingen, welke door eenen echt dichterlijken
geest bezield worden.

Deze is de oorsprong der Dichtkunst, ODINS
vangst, vond of drank, of ook wel Asen-gift en
drank geheeten. In deze fabel had ODIN den naam
aangenomen van BAUGE: de Edda geeft zelfs wel
126 verschillende namen van hem op, en schrijft
die toe, deels aan de verschillende talen der volken,
die hem vereerden; deels aan de onderscheidene
lotgevallen, die odin op zijne reizen in de
wereld ondervond. Behalve de bovengenoemde 12
namen in het oude Asgard, heeft hij er vijf, waaronder
hij dikwijls op aarde verscheen: GRIMNIR,
GANGRAD, WEGTAMR, BÖLVERK en GESTUR BLINDI
zijne drieeenigheidsnamen zijn: HAR, JAFNHAR
en TRIDI, andere gaan wij voorbij.
ODIN werd niet alleen bij de Scandinaviërs ,
maar ook bij alle Germaansche volken als krijgsgod
en opperheer der goden vereerd, en bij de meeste
hunner WODAN genoemd. Aan wodan wijdden zich
de strijders voor den slag, en bragten hem offers
van paarden en everzwijnen, soms ook menschenoffers.
Het voornaamste feest, hem gewijd, was
Sigerblot (offer der overwinning). Hetzelve werd
in Lentemaand gevierd, en men riep daarbij den
vader der goden en menschen aan om de overwinning
in den oorlog: terwijl men tevens om eene

gelukkige zeevaart smeekte. Naar WODAN of ODIN
werd de vierde dag der week Odinsdag, wodensdag,
wodnesdag, en bij ons woensdag, geheeten.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48740

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Thor


De eerste zoon van odin, bij frigga of IÖRD , na hem
de voornaamste en sterkste der Asen, is THOR: ook
ASA-THOR (goden-Thor ) en AUKA-THOR (de rijdende
Thor ) genoemd, de god des donders, des bliksems,
der lucht en der aarde, en een onverzoenlijk vijand
der reuzen of Ioten. Hem behoort het rijk Thrudvanger
(hooge woning) en zijn paleis daarin Bilskirner
(plaats des schriks); dit is het grootste gebouw,
dat menschen kennen, en heeft 540 vertrekken.
THOR bezit twee bokken, Tangniostr
(tandenknarsend) en Tangrisnir (wijdtandig) geheeten,
benevens eenen wagen, waarin hij rijdt. Deze
bokken trekken den wagen, door welks rollen de
donder ontstaat. Zijn geweldige tred. hoort men
zelfs in den stormwind; zijn toorn is verschrikkelijk,
zijne wraak geweldig.

Hij bezit drie kleinooden. In
de hand houdt hij den hamer Mjölner (moker), een
meesterstuk van den dwerg SINDRI. De worp met
dezen; hamer, verplettert elk, die de Asen. beleedigt.

Deze hamer was onmisbaar en alles vernielend, en na
den worp keerde hij steeds in de hand des bezitters
terug. Ook kon hij dien naar welgevallen zoo klein
maken, dat hij denzelven gemakkelijk in den zak steken
kon. Het eenige gebrek, dat de goden of Asen
aan dezen moker te berispen vonden, was, dat de
steel te kort was, hetwelk daardoor ontstond, dat
de blaasbalg-trekker de hand van den blaasbalg
trok, om eene wesp, die hem in den nek stak,
te verjagen, waardoor hij, in weerwil van het
verbod van SINDRI, den blaasbalg voor eenen oogenblik
stil liet staan en de hamer dit gebrek verkreeg.
Zelfs THOR kon den steel niet anders vatten,
dan na dat hij zijne ijzeren handschoenen had
aangedaan. De verbazende kracht des mokers ondervinden
vooral de Hrijmthursen, wanneer dezelve
opgeheven wordt. Dewijl nu THOR als de god des
donders vereerd werd, zoo beteekent waarschijnlijk
deze Mjölner (verbrijzelaar) niets anders dan de
bliksem. Een ander kleinood van THOR is de Megingiardur
(de gordel der kracht); wanneer hij dezen
om zijne lenden spant, zoo groeit zijne kracht tot over
de helft.

Tot den raad der Asen komt THOR elken dag te
voet: terwijl de overige rijden, doorwaadt hij de
stroomen Kormt, Ormt en de beide badplaatsen,
Kierlaugar.
THOR'S eerste gemalin was de schoonharige SIF, SI -
FIA of SIPHIA, zijn stiefzoon van haar is ULLER;
zij is ook de moeder van THRUDR, eene dochter,
en van LORRIDE en MODI (moed). De tweede
gemalin was eene reuzenvrouw JARNSAXA, bij wie
hij MAGNI (kracht) verwekte. Zijn dienaar is THIALF,
deze vergezelt hem bestendig, gelijk ook RÖSKA,
zijne dienstmaagd, welke hij op zijne reizen naar
Jotunheim, als zijne dienstbaren medeneemt; dan
draagt THIALF veelal zijnen mantelzak. Hij zelf is
in gedurigen strijd met de reuzen en hunne afstammelingen
in Jotunheim, en hoezeer de Edda ook
getuigt, dat wel niemand in staat is al zijne groote
daden mede te deelen, zoo verlaat hij toch zelden
als overwinnaar den strijd; daar hij dan eens te
kort schiet bij hunne tooverkracht, dan weder de
zijne onnut verspilt. Op den dag der wereld-verwoesting,
of in de godenschemering, kampt hij tegen
den Midgardslang.

In het algemeen was thor de oudste, en, in sommige
opzigten, ook de opperste godheid der Noordof
Scandinavische volken. Wegens zijnen wagen
gaf men hem den naam van AUKATHOR, (OEKUTHOR
is wagen-Thor). De Edda is vol van zijne
daden: zelfs de grootste reeks van overleveringen
sluit zich aan zijn heldenleven aan, en staat tegenover
eene andere, die aan BALDUR'S lof gebonden is: gelijk
in het algemeen in THOR de uitwendige kracht be17
doeld wordt, zoo beschouwt men in BALDUR , als
deszelfs tegenstelling, het beeld der inwendige goedheid
en zachtheid.

Men offerde THOR dieren en menschen, de laatsten
werden aan den zoogenoemden Thorsteen, die
zich. in den tempel bevond, de ruggegraad gebroken.
De dienst van THOR strekte zich uit door geheel
het noorden, ook in Germanie of Duitschland
werd de dondergod onder verschillende namen, als
DONAR; — HANUS, HESUS, TONDAR, Zelfs bij de
Galliërs, als TARAN vereerd. De Finlanders en de
oudste bewoners van het noorden vereerden hem onder
den naam van UKKO en AIKE. Te Upsala, in
den grooten tempel vond men THOR afgebeeld,
naakt, met het zevengesternte en den wagen, (grooten
beer) in de eene, en eenen scepter in de andere hand;
en gezeten tusschen ODIN en FREIJA. In Saksers
stelde men hem voor, zittende, met eene kroon van
twaalf sterren, houdende den bliksem in de regteren
eenen scepter, van boven met eene lelie versierd,
in de linkerhand. In den tempel te Hamburg,
welken KAREL de groote vernielde, was THOR gezeten
op eenen troon, omgeven door de twaalf andere
godheden, houdende in de linkerhand eenen scepter
en in de regter een zwaard, uit zijnen mond schoot
ter regter eene bliksemstraal, en aan den linkerkant
eene zwarte onweerswolk te voorschijn. Boven zijn
hoofd stond een adelaar, en onder zijne voeten lag
een draak.

Aan de dienst van thor wijdde men
eene geheele maand, Thormanet (Januarij); in
Noorwegen, en ook bij ons, draagt de donderdag
naar hem deszelfs naam.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48741

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Baldur.


De andere zoon van ODIN en FRIGGA, werd BALDUR,
ook balder, geheeten. Hij is het beeld der
hoogste goedheid en mannelijke schoonheid, daarenboven
de god der welsprekendheid en der regterlijke
vonnissen. Hij is de wijsste en zachtaardigste aller
Asen, en de god des vredes is zijn zoon. Helder
schitterend, in den glans der lelie, treed hij daarheen;
want hij heeft witte, helder schitterende lokken,
zoo zelfs, dat de witste bloem van het noorden,
niet witter zijn kan, en dat men hem, den onschuldigen,
ter eere, de schitterendste bloem, baldursbra,
BALDUR'S wenkbraauwen, gewijd heeft.(*) Uit deze
bloem — voegt de Edda er bij — kan men nopens de
schoonheid van zijn haar en voorkomen besluiten. Hij
draagt ook den bijnaam van den goeden, en heeft in
zijn gevolg de eigenschap, dat niemand zijne oor-
(*) Deze plant, de Matricaria. maritima, die op IJsland en
de Ferro-eilanden Baldursfra heet, wordt in de Edda de
schoonste aller kruiden genoemd .

deelvellingen veranderen kan. Zijn broeder is HERMODE,
die, met helm en pantser gewapend, wegens
zijne snelheid, de bode der goden genoemd wordt.
Beide deze broeders, BALDUR en HERMODE, worden
ook wel de gebroeders alses geheeten, die men als
de vredelievende, eenige en schoone broeders voorstelde,
waarvan KLOPSTOCK elders zegt:
»De tweelingsbroeders Alses griften,
»In rotsen U de wet der heil'ge vriendschap."
Zijn innig geliefde gemalin heette NANNA, bij wie hij
de Ase forsete had: met haar bewoonde hij, als een
voorbeeld van alle huwelijksdeugd en huwelijkstrouw,
de vreedzame en goud-glanzige woning Breidablik,
(veruitzigt), de zevende hemelburgt, welke als de
reinste en schoonste woning in Asgard bekend is:
daarvan heet het:
»Breidablik is de zevende
»Daar nu heeft BALDUR,
»Zich zijne woning gemaakt; .
»In den lande,
»Waar ik weet liggen,
»De minste onreinheid.";
BALDUR was, volgens de Edda- dichters: »de band
in den schoonen krans van Walhalla. '' Er kon
den Asen dus niets erger overkomen, dan zijn
dood, die, naar de voorspelling, den Ragnarokr of de
godenschemering moest bevorderen of verhaasten. Dezen
dood berokkende de listige LOKE, door BALDURS
tweeden broeder, den blinden HÖDUR, het eenige
wapen, dat hem doodelijk treffen kon, in handen te
geven.

De Mythe van dezen noodlottigen dood, moge
wegens deszelfs belang in de Noordsche Mythologie,
hier vooral eene plaats vinden, zij luidt volgens de
Gijlfa-ginning aldus:
» BALDUR werd door vele en verschrikkelijke
voorgevoelens verwittigd, dat zijn leven in gevaar
was.
De goden hielden daarover raad, en zij besloten
om de godin IDUNA, met HEIMDAL en LOKE,
naar de benedenwereld te zenden, ten einde hen, met behulp
van tooverkunsten, de noodige middelen ter verhoeding
van dit ongeval te laten uitvorschen. Dit geschiedde:
IDUNA ontving eene wolfshuid, welke tooverkracht
bezat; zij begaf zich daarmede naar Niflheim,
doch viel, zoodra zij daar aangekomen was,
in eenen diepen slaap. Zij nu was in dien toestand
onvermogend om iets vooruit te zien, zij sprak niets,
maar weende hevig. Na deze mislukte poging gingen
LOKE en HEIMDAL met haar naar Walhalla terug,
en hunne terugkomst veroorzaakte den goden eene
nieuwe droefheid. Toen besloot ODIN, zelf te handelen.
Hij zadelde zijn vlugge ros Sleipner, en reed
regtstreeks naar het doodenrijk. Een hond uit de hel
ontloopen, op de borst en om den grijnzenden snuit
met bloed bevlekt, kwam hem tegen; hij blafte
vreesselijk, tegen den vader van het gezang, en
spalkte zijnen muil wijd open. Maar ODIN reed
verder, en kwam aan het paleis van HELA, waarin
prachtige zitplaatsen bereid waren, en gouden bekers
op de tafels stonden, als of er een feest gevierd
werd.

Ten oosten van den ingang lag eene völa in den
heuvel begraven; ODIN reed derwaarts, zong tooverliederen,
wierp runen en bezwoer de doode, dat
zij zich onweerstaanlijk uit het vervallen graf oprigtte,
en aan ODIN, die zich Veitam (reiziger) noemde,
antwoord gaf op al zijne vragen. Het lied van ODINS
Helavaart luidt aldus:
ODIN verhief zich
De koning der menschen!
Hij besteeg zijn ros
En reed naar beneden,
Naar HELA'S burgt,
En HELA'S wachter
De hond sprong hem tegen:
Zijn borst was bebloed;
En hij sperde den muil op,
En baste hem aan;
En van zwadder droop
Zijn dreigend gebit.

En ODIN reed verder,
En de aarde trilde!
Daar stond voor zijne oogen
De burgt van HELA ,
En hij wendde zich oostwaard,
Naar HELA'S poort,
Waar diep begraven
De waarzegster lag.
En toovergezang
Dat dooden kon wekken,
Begon hij te zingen
Naar 't Noorden gewend,
En met runen bezweert hij
De grafbewoonster
Tot zij toornend rijst
En antwoord murmelt: enz.
Doch eindelijk had zich ODIN in ééne uitdrukking
verraden; de völa herkent hem, en zonk met
eene bedreiging terug in het graf.
ODIN kwam onverrigter zake weder in Walhalla terug,
Hij was vernederd, had de feestelijke toebereidselen
gezien, die hela reeds voor de ontvangst van BALDUR
had gemaakt. Men kon dus nog slechts het uiterste beproeven,
om den goeden BALDUR te redden. Aanstonds
nam FRIGGA alle elementen en voorwerpen der
natuur eenen eed af: vuur, water, ijzer, allerlei
metalen : steenen, de aarde, hoornen, ziekten,
dieren, vogelen, vergiftige slangen moesten zweren,
BALDUR geen leed te zullen doen; slechts de loot
van eenen boom, de Misteltein, die op een klein eiland
groeide, werd door frigga voor te onbeduidend gehouden,
en nog onrijp voor den eed.

De goden stelden zich nu gerust, werden kampspelen
ter eere van BALDUR, schoten op elkander, en kozen
inzonderheid BALDUR, die nu voor geheel onkwetsbaar
doorging, lot het doelwit hunner wapenen. Intusschen
trok LOKE den tak Misteltein uit de aarde, maakte er
eene ijzeren punt aan, en ging heen om den blinden
HÖDUR dit wapen in de hand te geven, opdat ook
hij aan de gemeenschappelijke vermaken aandeel mogt
nemen. De anders doodelijke pijlen, werp- en
zwaardhouwen der goden, stuitten thans magteloos
van den ongewapenden BALDUR terug. LOKE bewoog
den eenzaam staanden HÖDUR zeer gemakkelijk, om ook
naar BALDUR te schieten. Hij rigt hem de hand, HÖ-
DUR werpt, en— BALDUR zinkt doorboord ter aarde.—
Dit, zegt de Edda, is het allergrootste ongeluk,
dat goden en menschen getroffen heeft. De Asen
verloren al hunne tegenwoordigheid van geest, de een
zag den anderen aan, en allen ademden wraak
tegen den dader. Maar dewijl het op eene heilige
vrijplaats was, konden zij niet onmiddelijk hunne
wraaklust bot vieren. Wel wendde men vele pogingen
aan om BALDUR uit het dodenrijk te ver-lossen,
doch te vergeefs. —

Intusschen werd BALDUR'S lijk op zijn schip
Hringhorni gebragt, waarop een brandstapel opgerigt
was; de Asen wilden het in zee stooten, om
het lijk daarop te verbranden, maar het was niet
van de plaats te krijgen. Toen moesten de goden,
om het schip los te maken, hunne toevlugt nemen
tot hunne vijanden, de thans dubbel gehate reuzen;
zoo zwak zijn de goden en zelfs thor, nadat BALDUR
hun ontroofd is.

Op verlangen der Asen kwam eene reuzenvrouw,
met name HIJRROKIN. Zij reed op eenen met
slangen opgetoomden wolf. Toen zij afsteeg, gebood ODIN
vier Berserkers (kampvechters) om den wolf vast
te houden; dit werk kostte hun veel moeite. HIJRROKIN
ging naar den voorsteven, en schoof in eenen
stoot het schip zoo, dat achter op de ondergeplaatste
rollen vuur omhoog sloeg en het gansche land
beefde. THOR werd toornig en wilde de reuzin met
zijnen Mjölner ter neder vellen; want hij meende,
dat zij niet zoo sterk zoude gestooten hebben, zoo
niet de vreugde over BALDUR'S dood hare krachten
verdubbeld had. Doch de andere goden bevredigden
hem. Terwijl nu het brandende schip op de
ruime zee dreef, kon NANNA, BALDUR'S gade, dit gezigt
niet langer verdragen, zij stierf van droefheid,
en werd ook op den brandstapel gelegd, thor stond
er bij en wijdde den brandstapel met den Mjölner,
Voor zijne voeten liep een dwerg, LITUR genaamd,

THOR schopte dezen met zijnen voet in de vlammen
en hij verbrandde daarin. Ook BALDUR'S paard werd
met zijnen heer verbrand. ODIN leide den gouden
ring Draupner in het vuur, en eerst in dien tijd,
zoo heet het in de jongere Edda, ontving hij de eigenschap,
dat acht even schoone ringen eiken negenden
nacht daarvan afdropen.
BALDUR was alzoo gevallen, en het verschrikkelijke
noodlot bevredigd; maar ook onvermijdelijk is thans
de val of ondergang der Asen zelven, of zoo als de
Edda zich uitdrukt, de godenschemering of Ragnarokr;
wel kunnen zij die uitstellen, maar eenmaal
breekt die zekerlijk aan.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48742

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Niord.

Volgens de Edda de derde der Asen, wordt ook
NJÖRD en NJÄDR (*) genoemd. Hij is de God die
in den stormwind bruischend de toppen der boomen
schudt, zoodat alles beeft. Hij bestuurt den gang
des winds, stilt de zee, bluscht het vuur, en moet om
gelukkige scheepvaart en op de jagt worden aangeroepen.
Hij kan diensvolgens als de god der winden,
der jagt, der vischvangst, van het geheele
zeewezen en ook van den rijkdom worden aangemerkt;
want, zegt de Gijlfa-Ginning, hij is rijk en
(*) Als eene lettergreep uitgesproken.

gelukkig, en geeft allen, die hem aanroepen, rijkdom
en overvloed. Hij woont in Noatun, zijne geliefkoosde
verblijfplaats, en wandelt gaarne aan de
oevers der zee. NIORD is eigenlijk niet van het Asengeslacht,
want hij werd in Wanaheim, of liet land
der Wanen, eene soort van reuzen of halfgoden, opgevoed.
De Wanen gaven hem den Asen, en deze gaven
daarentegen HÄNER tot gijzelaar: zoo werd eenmaal de
vrede gesloten tusschen de Asen en de Wanen, en tot
bekrachtiging van dit vredes-verbond spuwden beide
partijen in een vat, en, uit deze stof werd de wijze
kwasir geschapen. NIORD'S gemalin was SKADE, de
dochter des reuzen THIASSI, welke echter bij voorkeur
liefst in Thrijmheim, de zesde hemelburgt
woonde, FREIJR en FREIJA beide schoon en krachtig, waren
kinderen van NIORD; doch niet van SKADE, maar van
zijne zuster, met welke hij reeds vroeger was gehuwd
geweest.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48743

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Freyr.


Ook FREIJ of FREIR, zweeft in het luchtbeeld der
lente, dat gelijk de weide in roodachtige stralen glanst.
Hij is de goedaardigste aller Asen, beschikt over regen
en zonneschijn, en de vruchtbaarheid der aarde: hem
moet men aanroepen om vruchtbare ja- ren en vrede.

Ook stelde hij der jonge dochters hare
verloofden, en der vrouwen hare, in den krijg
gevangen genomene, mannen, weder in vrijheid. Daarom
zingt ook de Aegis-drecka van hem;
»FREIJR is de beste
»Van alle magtige ridders
»In de woningen der Asen:
»Hij doet geene maagden schreijen,
»En bevrijdt elkeen uit boeijen."
Zijne woning was Alfheim (het land der licht-elfen),
dat de Asen hem schonken tot aandenken aan zijnen
eersten tand. De goede Elfen bewonen hetzelve,
zoo lange tot dat zij, na den ondergang der wereld,
Vidblain in Gimle (den Hemel) betrekken. Als bezitter
van Alfheim, was FREIJR ook opperhoofd der
Lichtelfen, die hem als eenen koning gehoorzamen.

Het Everzwijn, Gullinbursti, (goudborstel), waarvan
hij zich in plaats van een paard bediende, en
hetwelk door lucht en zee rijdt, was een der drie
meesterstukken van den dwerg SINDRI: hij verkreeg
hetzelve van den dwerg BRÖK, ten geschenke. Deze
Ever had zulke heldere borstels, dat zij behoorlijk
licht van zich gaven, en de god zoowel bij nacht
als bij dag daarop rijden kon. Behalve dezen Ever
heeft FREYR ook nog het ros Blodughofi, dat hij
eenmaal aan zijnen vriend en boodschapper SKIRNER
toevertrouwde, toen deze naar het reuzenland toog,
om de schoone GERDA voor hem te verwerven. Ook
zijn voortreffelijk zwaard moest hij daarom afstaan,
welk verlies hem niet weder te vergoeden was. De
naam van dit zwaard is onbekend. Een kunstig
wolkenschip, Skidbladnir, meestal tot de gemeenschappelijke
vaarten der goden bestemd, schonken
hem, door toedoen van LOKE, Yvald's zonen.

Tot zijne dienst behoort BEIJGGVIR met zijne gade BEYLA.
Bij welke gelegenheid FREYR den reus BELI doodde,
die een broeder van gerda was, wordt niet
vermeld; zoo veel weet men, dat hij zich in dit
tweegevecht van eenen hertshoren bediende. Zijn
bijnaam Beliadolgr vereeuwigt deze daad; men
noemt hem ook Vanagod, Vanr, Fégiafi, enz. naar
zijne afkomst. —
freyr werd inzonderheid in Zweden te Upsal
vereerd, en ieder, die eenen eed zwoer, moest daarbij
het formulier: »zoo waar helpe mij FREYR en de almagtige
Ase" (d. i. THOR ) uitspreken, en eenen ring
in het bloed van het offerdier, gewoonlijk een
everzwijn, doopen. Het feest, dat aan FREYR geheiligd,
en het voornaamste van geheel het Scandinavische
noorden, uitmaakte, was het Joelfeest, (Joli
of Iuel), hetwelk den 21. Dec. inviel, als wanneer
ook het jaar, met de zonnekeer eenen aanvang
nam. Op dezen dag deed men offers voor de
vruchtbaarheid der aarde en men bad FREYR om
zegen over de vruchten. Aan hem, werd op
dezen dag een groot everzwijn, Juel-zwijn genoemd,

geslagt, en het offer, dat Juel-offer of Solarblot heette,
in tegenwoordigheid des konings aangeboden.
Het everzwijn, of het heilige dier van FREYR, werd
in eene zaal gebragt, de leenmannen legden hunne
handen op de rugborstels, en zwoeren alsdan hunnen
vorst op nieuw trouw. Na het offer volbragt te hebben,
gaf men zich zeven dagen lang aan Juel-vreugde
over, hetwelk bestond in eten, drinken, spelen,
dansen, enz. Naaf dit feest heette hij de Scandinaviërs
en Germanen de maand December ook
Juelmonat.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48744

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Tyr.


TYR, beteekent zoo veel als Heer, en is de koenste
der Asen; weshalve hij als de god der koenheid,
der sterkte en der onverschrokkenheid vereerd
werd. Zijn vader is ODIN . Hij bestuurt de kans des
oorlogs, weshalve krijgslieden hem in het gevecht
moeten aanroepen. Daarom noemt men een onversaagd
en dapper strijder Tyrhraustur (koen als TYR ).
Men prijst ook zijne wijsheid, daarom noemt men
een wijs man Tyrspakur (wijs als TYR ), Van vrede
en minzame schikkingen is hij echter geen vriend.

Een bewijs zijner onverschrokkene koenheid, bestaat
daarin, dat hij Fenrir's wolf (een der monsters
uit de onderwereld) zijne hand in den muil stak, Deze
wolf namelijk, — zoo luidt de Edda-Mijthe,—
werd onder de goden opgevoed; doch geen hunner
had den moed om hem te voeden, dan TYR. Toen de
goden zagen, dat de wolf elken dag grooter en sterker
werd, en daar de voorspellingen verkondigden,
dat hij hun eenmaal veel ongeluk berokkenen zoude
namen zij, na gehoudene beraadslaging, eenen sterken
band, Gleipner, door eenen der dwergen in Svartalfheim
vervaardigd, om hem daarmede te binden;
doch Fenrirs - wolf den list bemerkende, eischte,
dat een hunner hem tot onderpand, zijne hand in den
muil stake. De onversaagde TYR, bestond dit
waagstuk, en de wolf liet zich binden. Toen lachten
alle goden, maar TYR. niet, want naardien
de Asen, Fenrir's wolf niet weder los wilden
laten, zoo beet hij TYR oogenblikkelijk de regterhand
af, welke thans wolfslid genoemd wordt. Hierdoor
verkreeg TYR den bijnaam van Ulfflidur of
eenhandige. Bij de godenschemering, Ragnarokr,
strijdt de eenhandige TYR tegen den helhond Garmur,
welke aan den ingang van hela's woning gebonden
ligt, doch alsdan loskomt, en beide, TYR en
Garmur, vallen tegelijk.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48745

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Braga.


Ook wel BAGUR of BAGI genoemd, is de zoon
van ODIN en FRIGGA. Hij is de God der wijsheid,
der welsprekendheid en der dichtkunst. Naar hem
draagt ook de Noordsche Dichtkunst den naam van
Bragur Op zijn tong waren toover-runen (*) (oude
noordsche schrijfteekens), of runen der wijsheid, gegrift,
waaraan men eene hooge, geheimzinnige beteekenis
hechtte.

Uit de Mimersbron (de bron der wijsheid) aan
den wortel van den Esch Ygdrasill, schepte hij
zijne wijsheid, weshalve hij ook wel den bijnaam
van Mimer voert. En, ofschoon hij in de gestalte
van eenen grijsaard, met eenen langen, sneeuwwitten
baard, die tot den gordel reikt, en met een door ouderdom
gerimpeld voorhoofd, wordt voorgesteld,
zoo zingt hij toch steeds in eeuwig jeugdige geestdrift
bij de gouden harp. Deze gouden harp, den
Telijn (lier), draagt hij in den arm, en bezielt de
snaren, dat zij lieflijk klinken. Op ODINS bevel
ontvangt hij met HERMODE, de bode der goden, de
gesneuvelde helden in Walhalla, met den welkomsgroet:
geniet Enheriar-vrede en drinkt mede met
de goden."
(*) Runen (toover-runen) heeten de letters van het oude
Alphabet der Scandinaviërs en Germanen, welke meestal
uit regte strepen beslaan, om ze bij tooverijen en bezweringen
des te gemakkelijker op hout of steen, runenstaven of'
runensteenen te kunnen insnijden. Van runenstaven bediende
men zich hij tooverijen, enz. Runensteenen, waren meestal
grafteekens, grenssteenen. enz.

BRAGA was met de andere Asen bij AEGIR'S
gastmaal tegenwoordig; doch moest daar menige
onaangename pil slikken, die LOKE hem toevoegde,
welke juist zijnen moed en koenheid niet zeer prees.
BRAGA wordt ook als de uitvinder van het schaatsenrijden
vereerd: zijne gemalin is IDUNA, de godes
der eeuwige jeugd.

Naar BRAGA heette een gevulde drinkhoorn, Bragaful
(Bragavol) of Braga-beker, welken eertijds de
troonsopvolger in Noorwegen, vóór dat hij den troon
beklom, en op een voetbankje of eene trap van den
troon gezeten, moest ledigen, nadat hij de gelofte had
afgelegd ten minste eene mannelijke daad te zullen verrigten.
Waarschijnlijk wilde men hiermede den toekomenden
beheerscher herinneren, hoe zeer hij BRAGA'S
geschenken, wijsheid en welsprekendheid, behoefde,
en dat men alleen door groote daden den roem der
onsterfelijkheid, en den lof der dichtkunst verwerven
kon. Volgens anderen echter ontleent de Bragabeker
zíjnen naam van BRAGA (de voornaamste), en
dan beteekent dit woord zoo veel, als de voornaamste,
de bestuurder. —
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48746

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Heimdal.


Ook HIMINDAL, of de witte Ase genoemd. Hij is
zeer verheven en heilig. Hij heeft niet ééne moe33
der, maar is door ODIN bij negen reine maagden,
gezusters, aan den uitersten rand der aarde verwekt,
zoo als hij zelf zegt:
»Negen jongvrouwen heb ik tot moeders,
»Zusters te zaam, wier zoon ik ben."
Hare namen zijn: GIALP, GREIP, ELGIA, ANGEYA,
ULFRUN, AURGIAFA, SINDUR, ATLA en JARNSAXA. —
Hij heet ook Haliskide of Gullintanni, (goudtand),
naardien zijne tanden van goud waren. Zijn ros heet
Gulltoppur of Guldtop (goud-maan). Hij woont op
Himinbiorg (hemelburgt), en bewaakt Biforst (den
regenboog), waarover de Asen dagelijks rijden naar
hunne geregtsplaats aan de Urdabron. Hier is
hij door de goden gesteld, om aan het einde des hemels,
de wacht te houden, opdat de bergreuzen,
de vijanden der Asen, niet over de brug, Bifrost,
in den hemel komen. Hij heeft minder behoefte
aan slaap dan een vogel, en ziet, even goed bij
nacht als bij dag, over de honderd mijlen in de verte.

Zijn gehoor is zoo scherp, dat hij het gras op
het veld, en de wol op de vacht der schapen hoort
groeijen, en bij gevolg ook elk geluid. Hij bezit
eenen tooverhoren (Ivalhorn), den Giallarhorn
(schelklinkende horen) genoemd. Wanneer hij
daarop blaast, zoo hoort men het in alle werelden.

Bij den ondergang der wereld, de godenschemering
of Ragnarokr, blaast hij uit alle magt in dezen
hoorn, ten einde de goden ten strijde op te wekken
tegen de aannaderende reuzen en Muspelzonen.
(vuurgeesten). Hij zelf neemt aandeel aan den
strijd, tegen LOKE, en beide komen om.
Hij vertoont zich met een diep voorhoofd, het
oog op de borst geleund. Hij bezit geene vrouw
noch kinderen. Zijn zwaard heet Hofud; want
wien het treft, diens hoofd is doodelijk gewond.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48747

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Widar .


Ook VIDAR, d. i. overwinnaar genoemd, is de
zoon van ODIN en de reuzin GRIDUR . In de jongere
Edda wordt hij de negende Ase genoemd. Hij is
de god der stilzwijgendheid, ook der wedervergelding,
der toekomende vergelding in het andere
leven; de sterkste der goden naast thor, welke den
Asen in vele gevaren eenen dapperen bijstand verleende,
en deswegens hun volle vertrouwen verdient.
WIDAR’S gebied in Asgard heet Landvidi; hoog
struikwerk omschaduwt het en geeft aan hetzelve
het aanzien eener verbazende woestijn.

Zoo zegt de
Grimnis-mal:
Met struiken en met
Hoog gras begroeid
Is WIDAR'S Landvidi;
Daar stijgt de zoon af
Snel van den rug des paards
Om zijnen vader te wreeken.
Merkwaardig is WIDAR'S verbazend dikke schoen;
welke uit de stukken gemaakt is, die van de punten
en hielen der schoenen der menschen worden afgesneden;
weswegens elk, die het met de Asen
wel meent, die lappen afsnijdt en wegwerpt.
Bij den ondergang der wereld, of in den Ragnarokr,
wreekt hij den dood van ODIN op den wolf
Fenrir, dien hij met zijnen dikken schoen op de
onderkaak treedt, en dan den muil openscheurt;
terwijl hij zelf onverlet blijft in dien verschrikkelijken
strijd, en, even als WALI, Ragnarokr overleeft,
dat is, volgens sommiger opvatting, de wedervergelding
sterft niet. —

Met de andere, overgeblevene Asen: HÄNIR, BALDUR,
WALE, MODI en MAGNI, leeft hij dan in de
nieuwe goden-wereld:
WIDAR en WALE bewonen
Der goden heilige plaatsen,
Als SURTUR'S vlamme is gedoofd,
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48748

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12658
  • Karma: 7683
Wale.


Of ook wel VALE (kracht, sterkte) en ALI genoemd,
is een zoon van ODIN bij RINDA . Hij is moedig in
den strijd en een voortreffelijk boogschutter. De
Edda noemt hem ook WILE , en zegt van hem: hij
is onversaagd in ondernemingen in den strijd; hij
maakt koen ten strijde. Hij werd, hoewel nog pas
éénen nacht oud, de koene wreeker van BALDUR'S
dood op HÖDUR . —
WALE of WILE is de tiende Ase. Walaskialf
is zijn kristallen burgt, daarvan heet het:
Waar de milde goden,
Dekten met zilver de zalen.
Bij den strijd in den Ragnarokr blijft hij onbeschadigd,
en leeft na denzelven met widar, HÄNER,
BALDUR, MAGNI en MODI in de nieuwe godenwereld.
Antwoord Quote
Antwoord onderwerp
Nieuw onderwerp
  • Pagina:
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
QFF Forum
QUO FATA FERUNT
VOORPAGINA ARTIKELEN
GESCHIEDENIS / &ZO
Tijd voor maken pagina: 2.25 seconden

Algemeen

  • Nieuws / Discussie
  • Politiek / Oorlog
  • Economie / Banken
  • TV / Films / Docus
  • Muziek
  • Sport
  • PC / Web
  • Gezondheid / Voeding
  • Haatbaarden &zo

Informatief

  • Archeologie
  • Boeken
  • Geschiedenis
  • Gnostiek / Religie
  • Nasa
  • Natuur / Astronomie
  • Techniek
  • Vrije Energie
  • Wetenschap

Dark Side

  • Alchemie
  • Broederschappen
  • Complotten &zo
  • Ghost Busters
  • Kabbalah
  • M3T2
  • Nazi's
  • NWO / Illuminati
  • Occult / Darkside

Dark Side

  • Paragnosten &zo
  • QFF Chaos
  • Satanisme
  • Symbolen &zo
  • Tempeliers
  • Tuig von Oranje
  • UFO'S / ET
  • Wereld Geheimen
  • KinderneuQers

QFF Dossiers

  • 911
  • Fuck BP
  • Libië / QadaFFi
  • Grote Brand Moerdijk
  • Fukushima
  • Snelwegschutter
  • John Titor
  • Joris Demmink
  • Mallona / paNique
  • Niburu / Anton Teuben

Overig

  • Beschaving & Spiritualiteit
  • DUMP!
  • Games
  • Overig
  • Strictly QFF
  • QFF Qontest
  • Sociologie & Samenleving
  • Waar te beginnen?
  • Over QFF
  • F.A.Q.'s
  • Contact
Quo Fata Ferunt - QFF - De ECHTE Illuminati © 1119 - 2013 Design: Reclamebureau Groningen



  • Wachtwoord vergeten?
  • Gebruikersnaam vergeten?
  • Registreer
*
*
*
*
*

* Verplicht veld