Iduna.
Ook IDUN, IDUNN of IDUNNA, de dochter van IVALD,
boven als de gemalin van BRAGA genoemd, is de godin
der onsterfelijkheid en der eeuwige jeugd. Zij is
het, die in eene gouden schaal de appelen des levens
bewaart, waardoor de goden eene eeuwige jeugd behouden.
Ook den gevallenen, Einheriar, die in
Walhalla binnen gaan, biedt zij van deze appelen
der onsterfelijkheid aan. Zij is de nimmerbevende,
en wordt ook voorgesteld met eene gouden harp,
(Telin) door haren gemaal bezield, zoo dat zij liefelijke
toonen voortbrengt. Door LOKE'S list werden
haar eenmaal deze appelen ontvreemd, en daardoor
begonnen de goden te verouderen.
Zie hier deze niet onaangename IDUNA-Mijthe ,
volgens den Bragarädr , uit de jongere Edda:
De drie Asen ODIN, LOKE en HÄNIR togen eenmaal,
in menschelijke gedaante, naar het reuzenland. Vele
bergen en woeste streken, waren zij reeds doorgetrokken,
waar niets te eten was. Eindelijk kwamen
zij in een vrolijk dal, waar zij eene kudde os63
sen zagen; zij namen een daarvan, om hem te koken.
Toen zij nu meenden, dat dezelve genoegzaam
gaar was, namen zij hem van het vuur, maar bevonden
het tegendeel. Lang reeds hing de ketel;
doch het vleesch bleef raauw. Dat hier tooverij in
het spel kwam, dat konden zij vermoeden; doch de
zaak bleef onverklaarbaar.
Daar hoorden zij iets in eenen nabij staanden eikenboom,
en zagen daar eenen grooten arend, die
spottend hun toeriep:
Braadt maar voort
Grootmagtige goden
Wil het de arend,
Dan braadt het gelukkig,
Wil hij het niet,
Dan braadt gij ook niet.
Wijders voegde hij er bij:
Geeft gij den arend
Van uwen roof
Een degelijk maal;
Dan zult gij braden,
Grootmagtige goden!
Geeft gij hem niets,
Dan braadt gij ook niets.
Toen zij hem dit nu beloofden, kwam hij uit den
boom gevlogen, zette zich op den ketel, en verslond
de beide ribstukken van den os.
LOKE werd daarover toornig, nam eenen grooten
kneppel, hief dien met alle rnagt op, en sloeg naar den
arend. Deze onttrok zich aan den slag; doch
de kneppel bleef vast met het eene einde aan LOKE'S
hand met het andere einde aan den rug des
adelaars.
De arend nu vloog zoo hoog, dat LOKE'S
voeten over rots en steenen sleepten, en hij vreesde,
dat hij zijne armen zoude verliezen. Hij bad en
smeekte den adelaar hem los te laten, Deze antwoordde,
dat hij nooit weder los komen zonde, zoo
hij niet met den heiligsten eed beloofde, dat hij
IDUNA met hare gouden appelen buiten Asgard brengen
zoude. Toen LOKE dit beloofde, liet de arend hem
los, en hij kwam weder bij zijn reisgezelschap.
Toen nu de bepaalde tijd aankwam, verleidde
LOKE de godin IDUNA, met hem uit Asgard in een
woud te gaan, alwaar hij voorgaf eenige appelen gevonden
te hebben, die hem voortreffelijk toeschenen:
hij verzocht haar de hare mede te nemen, om ze
met elkander te vergelijken.
Naauwelijks was zij echter in het woud, of ziet, —
daar komt de reus THIASSI in adelaars-gedaante,
greep IDUNA met hare gouden appelen, en voerde
haar weg naar zijne woning in Thrijmheim.
IDUNNA'S ontschaking was een groot ongeluk voor
de Asen. Op eenmaal verkregen zij grijze haren en
werden zij oud. Toen hielden zij eene algemeene
vergadering en vraagden, wie hunner IDUNA het laatst
gezien had? Eindelijk werd het ontdekt, dat zij
op eenen avond met LOKE buiten Asgard gegaan was.
LOKE werd daarom dadelijk gegrepen en voor de
vergadering gebragt, waar men hem met eenen
schandelijken dood bedreigde, als hij niet alles bekende.
LOKE door vrees gedreven, beloofde thans
IDUNA in Jotunheim op te zoeken, als FREYA hem
hiertoe haar valkengewaad leenen wilde. Dit werd
hem toegestaan, en lm vloog noordwaarts naar Jotunheim,
en kwam bij den reus THIASSI, die juist op
het meer geroeid was.
IDUNA was alleen te huis. LOKE deed haar de
gedaante eener zwaluwe aannemen vatte haar in
zijne klaauwen en vloog met baar weg. Toen nu
THIASSI terug kwam en IDUNA niet meer vond
nam hij ook spoedig zijn adelaarsgewaad aan, en vervolgde
LOKE met snelle vleugelslag op het, hevigst.
Daar de Asen den valk niet de zwaluwe door
den adelaar vervolgd zagen aankomen begaven zij
zich naar de muren van Asgard, en namen een
grootten voorraad spaanders mede. Toen de valk de
burgt bereikte schoot hij bij den muur neder. De
Asen staken toen de spaanders in brand, en, dewijl
de adelaar zijne vlugt niet spoedig genoeg sluiten
kon sloeg de vlam in zijne vlerken, zoodat bij niet
verder vliegen kon.
Hij stortte ter neder, en de Asen
sloegen zoo lang op hem, tot dat hij dood was.
Zoo werd THIASSI binnen den omtrek van het
Asen-verblijf omgebragt. Dit is die beroemde moord,
voegt de Edda er bij.