Quo Fata Ferunt! QFF! Die ECHTE Illuminati shit... Welkom in de Hel! - complotten, ufo's, karma, illuminati, nonsens, wetenschap, kennis en verlichting! QFF

Aanpassen
A+ R A- wide normal
Registreren Inloggen
  • Skip to content
QFF » Forum
  • Over QFF
  • F.A.Q.'s
  • Contact
  • QFFsummary
  • Forum 
  • Qommunity 
  • contactwith us
  • Zoeken 
  • Index
  • Recente onderwerpen
  • Regels
  • Help
  • Zoeken
Welkom, Gast - Maak een account
  • Gebruikersnaam vergeten?
  • Wachtwoord vergeten?
QFF Forum
QUO FATA FERUNT
VOORPAGINA ARTIKELEN
GESCHIEDENIS / &ZO
Edda leer
Antwoord onderwerp
Nieuw onderwerp
  • Pagina:
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Edda leer
Facebook Twitter Delicious Digg FriendFeed Linkedin Reddit Stumbleupon MySpace Technorati Blogger Wordpress

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48779

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Kwasir.


Een afstammeling der Wanen, ook wel QUASIR,
KWASER geheeten, die zeer wijs was, en rondtrok
om de menschen te onderrigten. Niemand kon hem
eene vraag doen, waarop hij geen behoorlijk antwoord
wist te geven. Eens kwam hij op zijne reizen
bij de dwergen FIALAR en GALAR of GULER, die
hem doodsloegen, en zijn bloed in twee vaten, Son
en Bodn, en het overige in den ketel Odrärir of
Odreyrir lieten loopen. Dit bloed vermengden zij
met honig; waardoor eene zoo voortreffelijke mede
ontstond, dat wie daarvan drinkt een wijs man, en nog
bovendien, een dichter wordt. De verraderlijke
dwergen gaven den Asen het berigt, dat KWASIR in
de diepte zijner eigene wijsheid verdronken was.
Eindelijk werden zij zelven door den reus SUTTUNG
van deze wonder-mede beroofd, en aan twee zeeklippen
vastgeklonken.
SUTTUNG nu bewaarde dezen kostelijken drank in
eene ontoegankelijke plaats, Hnitberg geheeten, en
vertrouwde zijne bevallige dochter GUNLÖDA de
zorg toe, dezelve te bewaken; doch ODIN wist, —
zoo als wij reeds boven vermeld hebben, — haar te
bepraten; nadat hij drie nachten in hare armen
gerust had, keerde hij met de verworvene mede
naar Walhalla terug.

Daarom draagt de dichtkunst, volgens de uitdrukking
van de Edda, ook de namen van KWASIRSbloed,
dwergen-drank, Odreyrirs-, Bodns- of
Son's vocht, Hnitberg's mede of nat.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48780

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Aegir en Rana.



AEGIR of HLER, een zoon van FORNJODR en
broeder van LOKI en KARI, was de god der zee. Hij
woont ook niet, even als andere goden, in Asgard,
maar heeft zijne heerschappij op het eiland
Lessö (Hlesey) in het Kattegat. Eens, zoo verhaalt
de Edda, , reisde AEGIR naar Asgard, daar
werd hij door de Asen op een prachtig gastmaal
ontvangen. Des avonds toen het maal begon, liet
ODIN zwaarden in de zaal dragen, die zoo blank
waren en zoodanig eenen glans van zich afgaven,
dat men geene andere tafelverlichting behoefde.
Daardoor zeer verheugd, noodigde AEGIR op zijne
beurt de goden bij zich, want hij schepte groot behagen
in alles, wat hij zag. De wanden waren
rondom met schilden in plaats van tapijten versierd.
De mede was kostelijk en werd. niet gespaard.

AEGIR'S naaste tafelgenoot was BRAGUR: deze deelde
hem in het gesprek bij den drank veel van de daden
der Asen mede. De trotsche houding echter
van zijne uitnoodiging mishaagde den goden: ook
meenden zij, dat achter deze uitnoodiging eene list
kon verborgen liggen. Daarom zochten zij door
offerbloed uit te vorschen, of AEGIR ook zijne belofte
houden zoude, en — zij vernamen, dat hij
zelfs geenen ketel bezat, om voor zulk een godenmaal
op eene waardige wijze aan te rigten; zij
meenden dus, dat hij den spot met hen dreef. Om
die reden zonden zij THOR uit hun midden af, en
eischten dadelijk de vervulling zijner belofte; want
anders waren zij bedacht, en bedreigden hem, om
hem als eenen bespotter en verachter hunner hooge
waardigheid, te straffen. — AEGIR, die bemerkte,
wat er op loopen zoude, verlangde van THOR eenen
ketel en trachtte zich uit den strik vrij te maken.
De reus hymir stond hem met een groot emmervat,
van de diepte eener mijl, bij. Nadat nu AEGIR
dezen ketel ontvangen had, bereidde hij den goden
een maal.

Na verloop van de bepaalde drie maanden, het was
na BALDUR'S dood, verschenen de goden bij
hem, als: ODIN, NIORD, FREYR, TYR, BRAGA,
WIDAR, LOKE, en deze waren vergezeld door de
Asinnen: FRIGGA, FREYA, GEFFION, SKADE, IDUNA
en SIFIA. — THOR was echter niet daarbij tegenwoordig,
want die was naar het oosten gereisd om
de reuzen te bestrijden.

Toen nu de goden hunne zitplaatsen ingenomen
hadden het AEGIR op den vloer der zaal schitterend
goud brengen, hetwelk schitterde en glansde
als vuur; zij hadden dus ook geene andere verlichting
noodig, even als vroeger ook Walhalla door
zwaarden in plaats van vuur verlicht was. Bij deze
gelegenheid twistte LOKE met alle goden, ook doodde
hij AEGIR'S dienaar, FIMAFENGUR geheeten. De
andere bediende van den zeegod heet ELDIR, en
des gastheers gemalin RANA.
Bij dit gastmaal werden evenwel alle spijzen, als
ook alle dranken en verdere benoodigdheden, door
onzigtbare bedienden opgedragen.
Dit een en ander wordt beschreven in een gedicht
Loka-senna ( LOKE'S smaadredenen) of AEGISdrecka
( AEGIR'S drinkgelag) genoemd.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48781

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Rana.



De echtgenoote van aegir, neemt in eene krijstallen
grot alle schipbreukelingen op. Zij schonk den
zeegod, negen dochters, de golvenmaagden: HIMINGLÄFA,
DUFA, HADDA, HEFRING, UDUR, HRÖNN,
BYLGIA, BARA en KOLGA, waarover nader.

RANA zelve stamt af van het reuzengeslacht, is
wild en hatelijk, en bezit een netwerk, waarmede
zij diegenen opvangt, die schipbreuk lijden; daarom
heet op zee te sterven of te verdrinken, in
de oude dichtertaal; »naar Ran varen" Ook is
RANA zeer hebzuchtig en bemint het goud, zoo als
de oude spreuk leert:
Goed is het den vrijer
Goud op zijne vaart te hebben;
Met ledige hand komt men
Niet wel bij de blaauwe Ran .
Koud is zij om te kussen,
Vluchtig hare omarming. —
Doch de zeebruid boeit steeds
Roodgesmolten goud. —
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48782

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Loke



Wordt, zoo als de Edda zegt, onder de Asen geteld;
doch velen houden hem voor eenen boosaardigen
lasteraar, die vooral behagen schept, in de
schade, welke hij den goden toebrengt. In de Eddaliederen
wordt LOKE niet zelden LOPTUR geheeten.
Zijn vader was de reus FORNJOTR, die hem verwekte
bij LAUFEIJA of NAAL.
Men onderscheidt in de N. Mythe twee wezens van
dien naam, als UTGARD-LOKE, die de heerschappij
voert over de onderaardsche demonen en
reuzen, en zijnen zetel houdt in Utgard, eene
noordsche onderwereld.
De andere LOKE, van wien hier voornamelijk
gesproken wordt, is bekend onder den naam van
Asa-LOKE. Hij kwam tot de goden en vertoont
steeds een wonderlijk dubbelzinnig karakter onder
hen. Voornamelijk onderscheidt hij zich door zijne
list en behendigheid. Dikwijls bragt hij de Asen
in de grootste verlegenheid, en hielp hen dan weder
door zijne sluwheid.

Hij bezit een schoon uiterlijk voorkomen; doch
een boos hart, en was een schandvlek voor goden en
menschen. LOKE had met ODIN het bloed gemengd
en te zamen gedronken; daardoor kwam hunne
vriendschappelijke verbindtenis: ook bezaten beide
eene overoude verwantschap met elkander.
LOKE'S eerste gemalin was ANGURBODE of ANGERBODI,
eene reuzenvrouw; bij deze had hij eenige kinderen
of monsters, als Fenrir's wolf, Jormungard
of Midgards-slang en de dood-godes HELA (welke
eersten wij bij de monsters behandelen zullen.) LOKE'S
tweede vrouw is SIGIJN, bij deze had hij eenen
zoon NARI of NARFI geheeten.
Hoewel hij nu zelf geen god is zoo speelt hij toch
eene zeer belangrijke rol onder hen. Men kan in
zijne mijthe volkomen twee tijdvakken onderscheiden;
het eene, waarin hij de vriend der Asen is,
en het andere, waarin hij hun vijand en hun benadeeler
is, die hun door zijnen valschcn raad menig
onheil berokkent, en zich hetzelve ten nutte weet
te maken. Evenwel kunnen de goden hem niet
missen, naardien zijne schranderheid en slimheid
hun menigmaal een schijnbaar voordeel bereidt;
maar zij vertrouwen hem toch niet, en verachten
hem.
Niets was den Asen van erger gevolgen dan dat
LOKE den dood van den goeden baldur veroorzaakte,
en dat hij deze, door zijn toedoen, — hij vertoonde
zich als THOK — in het rijk van HELA deed
blijven.

Dit bedrijf en de grievende beleedigingen, welke hij
den Asen en Asinnen aandeed, bij gelegenheid van
AEGIR'S gastmaal, bragten eindelijk het geduld der
goden ten einde: zij wreekten zich op eene geduchte
wijze. LOKE werd door hen gegrepen en aan drie
rotsstukken vastgebonden met de ingewanden of darmen
van zijnen zoon NARFI, welke door BALDUR’S broeder
WALE, door de goden in eenen wolf veranderd,
verscheurd was geworden. Deze darmen veranderden
in ijzeren ketenen; SKADE, die bij AEGIR'S
drinkgelag, almede door LOKE grovelijk beleedigd
was geworden, hing nu boven het hoofd van den
vast gebonden LOKE eene vergiftige slang, die bestendig
haar gift in zijn aangezigt deed druipen.

Doch zijne gade SYGIN zit naast hem om het gift in eene
schaal op te vangen; maar terwijl zij de schaal uitgiet,
omdat dezelve vol is, droppelt hem het gift
toch in het aangezigt, dat hem dan zoodanige pijn verwekt,
dat hij door zijn krommen en wringen de
gansche aarde doet beven, zoodat ook alle volkeren
der wereld sidderen en beven: dit is het, wat men
eene aardbeving noemt.
Zoo ligt LOKE wegens zijne boosheid gebonden tot
den ragnarokr of godenschemering: dan wringt
hij zich los, en stuurt het verschrikkelijke vaartuig
der reuzen, Naglfar, tegen de goden ten strijde.
Fenrir's-wolf, Midgards -slang en alle zonen van
HELA, vergezellen hem, in dien strijd tegen de Asen.
Hij kampt tegen HEIMDAL, en beide, LOKE en HEIMDAL,
vallen tegelijk.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48783

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Hela.


De dochter van UTGARD-LOKE en van de oude
Gijgie van het ijswoud ( ANGURBODE ). Zij werd
door de Asen, die haar als eene boosaardige vijandin
kenden, naar beneden gestort in Helheims diepten,
alwaar zij als de godin der duisternis en des doods,
haren zetel gevestigd houdt. Aldaar ontvangt zij al
diegenen, welke door ouderdom of ziekten van de
wereld scheiden, in hare koude woning, en oefent
aan hen de regten van koningin.
Voor BALDUR, die zij in haar rijk bewaarde, had
zij eenen verheven zetel, Hollunna , ingerigt; vergeefs
waren de pogingen, welke men bij haar aanwendde,
om hem te bevrijden.
Voor Niflheim , waarin Helheim gelegen is, stroomt
de helrivier Giall, over dezelve ligt eene met goud
bedekte brug, welke naar het rijk van HELA voert
Over deze trekken alle dooden: MODGUDUR bewaakt
dezelve. Nidhöggur is de helslang en Garmur de
helhond. HELA'S gestalte is vreesselijk en afgrijselijk;
aan de eene zijde van haar ligchaam heeft zij eene
menschelijke huid en kleur, aan den anderen kant
is zij zwartblaauw en ruigharig. Haar paleis in
Helheim, door hooge tralietorens (Helgrindum) omringd,
heet Eliud (ellende,) hare tafel Hungur
(honger), haar mes Sultur (vraatzucht), haar bed:
Kor (bekommering), haar dek Blickandibol (blik
op het booze), haar deurdrempel Fallandi Forad
(valstrik, list).

Haar knecht is GANGLATE (langzaam-tred) en hare
dienstmeid GANGLÖT (traagvoet), geheeten. —
Men weet niet, met welken man HELA gehuwd
was, doch zij had eene dochter die ULFS en NARVA'S
zuster genoemd wordt; ook heeft zij zonen, die
door den boosaardigen LOKE in den ragnarokr tegen
de Asen ten strijde worden aangevoerd.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48784

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Geestenleer.
De Nornen.




Norner of Nornar , waren de dienaressen van
ALFADUR, die als »de eeuwige dochters des heiligen
voortijds" reeds bestonden, vóór dat nog de wereld
was. Zij zijn de drie groote, ernstige en verhevene
godinnen des tijds en des noodlots, die over alles
en allen beschikken, en wier wijsheid de goden
dikwijls zelven trachten te doorgronden.
Deswegens werden zij ook hoogelijk vereerd, men
bouwde haar tempels, waarin men haar omtrent het
noodlot ondervraagde. Zij bepalen alles naar onveranderlijke
wetten: hare uitspraak over het leven en
de lotgevallen der stervelingen is onveranderlijk.
Men ziet alzoo, dat de leer der Nornen vele overeenkomst
heeft.met die der schikgodinnen der
Grieken en Romeinen; doch de dichting der Nornen
is veel schooner en ook dieper opgevat dan die
der schikgodinnen.

Volgens de Edda wordt, namelijk, de geheele
ouderdom der wereld in drie tijdperken verdeeld,
en aan iederen mensch zijnen bijzonderen leeftijd,
zijn lot, ouderdom, geluk of ongeluk in deze wereld,
naar deze drie hoofdtijdperken uitgedeeld en
toegemeten. Aldaar wordt dan het lot van iederen
mensch, deels door ALFADUR onmiddelijk, en volgens
heilige, hem alleen bekende wetten bepaald,
en deels in den Askungar-boom (den esch Ygdrasill
) door de Nornen gegrift.
Zij zijn het, die den raad der goden, omtrent
het lot en leven van den mensch bepalen, en die,
door hare dienaressen, behulpzaam of bestraffend, op
den mensch werken.

Hare namen zijn:
a. URDA of URD, de oudste onder hare
zusteren, De bron des tijds onder Ygdrasills
wortelen, wordt naar haar Urdar-bron
geheeten. Zij is de Norne van het verledene,
gewordene, en behoort, volgens de jongere
Mythe, tot het reuzengeslacht (het oudste van
alle geschapene wezens).
b. VERANDI of werandi behoort tot de Asen, en
is de Norm van het wordende, tegenwoordige,
zij beheerscht alzoo het leven en de
werkelijkheiil.
c. SKULDA of SKULD, is de Norne der
toekomst, en behoort tot het geslacht der
Wanen, omdat deze na den ondergang der
wereld overblijven.

Haar gemeenschappelijk verblijf is eene schoone
grot aan de Urdar-bron, onder den esch Ygdrasill.
Daar griften zij de runen des onveranderlijken noodlots
op schilden, en verzorgen den boom des levens,
waaraan hare eigene bestemming verbonden is. Zij
bevorderen deszelfs wasdom, doordien zij hem met
het heilig bronwater begieten; dit wonder-water
is zoo heilig, dat al, wat daarin valt, zoo wit
wordt, gelijk de huid of het vlies in eenen eijerdop,
De Völa leert ons, dat zij voorwetend en rijk
aan kunde zijn, dat zij
Wetten geven
Levenden kiezen
Den wil des noodlots
Der wereld kond doen,
Zoo beheerschen zij, met onveranderlijke besluiten,
goden en menschen; en zijn, hoewel zelven
eeuwig onveranderlijk; evenwel de oorzaak van alle
tijdelijke en eeuwige veranderingen: — oorzaak,
werking en gevolg, van al, wat bestaat.

Daar nu een blik op het menschelijke leven leerde,
dat niets belangrijker is dan zijn begin, niets
bedenkelijker dan zijn einde: zoo moesten de Nornen
of schikgodinnen van het noorden, ook geheel
bijzonder over geboorte en dood waken. De verhevene
leer der Nornen splitste zich diensvolgens voor
elken mensch in het geloof aan beschermgeesten.
Zoo ontstonden Fylgien, Filgiur, beschermgodinnen
bij de geboorte; eene soort van noordsche
féen, die de menschen vergezellen van het eerste
oogenblik van zijn aanwezen, die bij de geboorte
worden aangeroepen, en daarbij de gouden draden
van zijn lot spinnen, en dezelve vasthechten onder
»de zale der maan" of den hemel. Boos en goed
na zijn deze fylgien, troetel- en strafgodinnen tevens.
Somtijds rijden zij op wolven en hebben
slangen-toomen, en wanneer zij eene zigtbare gedaante
aannemen en zich laten zien, dan gelooft de
mensch, dat zijne booze Fylgie hem verschenen is, en
hij verwacht den dood.
Hamingiën, heeten zij, als zij des menschen goede
lotgevallen voorslaan. Als zoodanig verhinderen
zij zelfs den zelfmoord, wanneer die niet over den
mensch besloten is.

Dysen, Spádysen zijn beschermgeesten van geheel
algemeene natuur;
Thrudar, Druden, krachtgeefsters, die insgelijks
daartoe behooren, en
Foryniën, wegwijzeressen, die echter zeldzamer
voorkomen,
Spadysen zijn toovergeesten, die omtrent 's
menschen lotgevallen onderwijzen,
Alle deze wezens nu, die men ter onderscheiding
bescherm-nornen zoude kunnen heeten, dragen m
enkele noordsche gedenkstukken insgelijks den naam
van Nornen; doch evenwel in eenen zeer beperkten
zin. Echter heeft deze omstandigheid tot menige
misvatting aanleiding gegeven, waardoor de leer
der drie Urdarnornen of hoofdnornen, meermalen
is verminkt geworden; gelijk ook van eenen anderen
kant de doodsgodinnen zeer naauw verwant zijn
met, maar toch verschillen van
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48785

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
De Walkyrien.



Deze, der Noordsche Mijthe geheel eigendommelijke
wezens, waren oorspronkelijk strijdgodinnen,
die over de zege beschikten. Zij werden door ODIN
op de strijdplaats gezonden, om de helden te keuren
of kiezen, die in den slag vallen zouden, — van daar,
dat hare naam zielen kiezeressen beteekent (1).
Nopens de afkomst der waIkijrien, laat ons de oorkonde
in het onzekere; zij worden door deze slechts
jonkvrouwen des helden-hemels, dochteren van
ODIN, bestuurderessen van den slag genoemd.
Ook haar aantal is onbepaald: zeven, negen en
dertien vormen gewoonlijk hare rijen.
Twee Walkijrien, HRIST en MIST, zijn ODINS
mondschenksters; de overigen, wanneer die zich in
Walhalla bevinden, bieden den Eïnheriar de bekers
aan, en zetten door hare tegenwoordigheid den
hemelschen maaltijd luister bij.
Welligt werden SKULDA (gelijknamig en dikwijls
verwisseld niet de norne SKULDA, de ijzeren toekomst,)
GUMUR en ROTA voor de voornaamste gehouden.
De anderen, als: SKÖGUL, SKEGGÖLD,
HILDUR, GÖNDUL, GEIRSKÖGUL, THRUDUR, HLÖCK,
HERFIÖTÖR, HIORTHRIMUL, SVIPUL GÖLL, GEIRÖLUL,
RANDGRID, RADGRID, REGINLElF, — worden gezamenlijk
naar den oorlog, den strijd en Wapens aldus
genoemd. Dit leidt tot de vermoeding, dat de
(l) Volgens Dr. legis; anderen vertalen Wal, door
wel, en kijren, kuren, door keuren, kiezen, en alzoo
het geheele woord: welkeurenden, welkiezenden.
90
Walkyrien verpersoonlijkte voorstellingen der heldendeugden
zijn, en dat hunne namen alleen de op
elkander volgende momenten van den strijd te kennen
geven.

In de Noordsche gedenkstukken vindt men vele
schoone plaatsen, die, dewijl zij het wezen der
Walkijrien ophelderen, hier behooren aangehaald
te worden. Goudversierde schildjonkvrouwen of
strijd-nornen, »welke door lucht en zee rijden"
bewaken en beschermen de schepen der helden tegen
de listen der nachtgeesten en reuzen-vrouwen;
de Walkyrien zijn derhalve somtijds ook beschermgodinnen;
en dit hebben zij, behalve dat zij, als
het ware, ook bij den uitgang des levens tegenwoordig
zijn, met de Nornen gemeen. Een fladderend
schijnsel kondigt de aankomst der Walkijrien
in den strijd, aan, en lichtstralen breken uit
hare spiesen te voorschijn, maar van de manen
der rossen »vloeit dauw in de diepe dalen, hagel
in de hooge hoornen."
Wijders weven de Walkyrien de lotgevallen voor
bloedige veldslagen onder krijgsgezang; haar weefgetouw
is van menschen ingewanden, de gewigten,
waardoor het vastgehouden wordt, zijn menschenhoofden,
pijlen zijn hare wevers-spoelen en bloed ruischt
over het weefsel heen» Daarna bestijgen zij hare
rossen, en bij zessen vliegen zij na middernacht, bij
zessen na middag.

Welk een ruwen bloeddorst ademt dit beeld, in
tegenoverstelling der schilderingen van andere overleveringen,
waarin de Walkyrien op vurige rossen,
hoewel geharnast en krijgshaftig wild, evenwel
bij dat alles als bekoorlijke jonkvrouwen verschijnen,
die de uitgekozene en gevallene helden,
zachtelijk opwaarts dragen, »naar de groenende
woning der goden" en hen dan in Walhalla, bevallig
ter zijde staan!

Maar ook menschendochters waren Walkyrien,
aardsche Amazonen, waarin de geest der hemelsche
overgegaan was. Echter beminnen zij sterfelijke
mannen. Doch wien de Walkyrie bemint, die
valt in den slag; en als de gevallene held bij nacht
zijnen graf heuvel bezoekt, en men hem daarin in het
vlammend licht met zijne strijders rondrijden ziet, dan
komt hem de beminnende Walkyrie »in het
geestenhuis" tegemoet. Zij slaapt in de omarming
des dooden, tot dat de morgen aanbreekt, »en de
haan in Walhalla het heldenvolk wekt"
In een oud lied, zegt Dr. LEGIS, die wij hier
voornamelijk gevolgd hebben, komen ook drie zwaanjonkvrouwen,
ALVIT, SWANHWIT en OELRUN, voor,
die, wel is waar, Walkyrien genoemd worden,
doch eene meer alfenaardige natuur aan den dag
leggen. Van haar wordt gezegd, dat zij bij den
strijd uitvlogen, en zich aan de zee nederlieten;
hier hadden zij hare zwanenhemden afgelegd, vlas
gesponnen en waren eindelijk met drie Alfenbroeders
gehuwd.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48787

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Alfen (1).



De Noordsche Mythe onderscheidt witte of licht
Alfen (Lios-Alfar) en zwarte Alfen der duisternis
(Mörk- of döck-Alfar) niet zoo zeer als
goede en booze, maar om ze als geesten der verschillende
streken, van den lichtenden hemel en de
donkere aarde, kenbaar te maken.

De Lios-Alfeïn of licht-Alfen, zijn geesten of
eene soort van genieën, van eene reine kleur zij
komen bijna als doorschijnend geheel aeterisch,
met witte van zilver schitterende kleederen voor. De
zwarte of aard-Alfen daarentegen zijn ligchamelijke
wezens van eene donkere kleur, dikwijls misvormd;
zij drijven hun spel in den nacht, en schuwen, in
tegenstelling der licht-Alfen, de zon. Verrast hen
de dag, zoo worden zij in steenen veranderd.
Ziet men de Licht-Alf in zijne ware gestalte,
zoo komt hij voor, als een schoon, aanvallig kind
van eenige jaren; — de zwarte Alf, heeft insge-
(1) In plaats der oorspronkelijke benaming van Alfen
(Yslandsch âlfr, pl., âlfar) is, overeenkomstig de hedendaagsche
talen, de naam van Elfen meer in gebruik; doch de N.
Mythologie duldt slechte de eerste benaming. Dr.LEGIS.

lijks de gedaante eens kinds, maar is oud en hatelijk
langneuzig van eene donkere, blaauwachtig
graauwe of aardachtig bruine kleur dikwijls zwarter
dan pek; dewijl het licht hem nimmer beschijnt
zoo heeft hij het aangezigt als dat eens
dooden.

Volgens de Edda wonen de Licht-Alfen in Alfheim
of Lios-Alfaheim , bij den god FREYR; doch
de zwarte Alfen, houden hun verblijf in Svart-
Alfaheim, dat is onder de aarde en in steenen.
De taal der laatsten is de Echo. Ook dansen en spelen
de licht-Alfen, die eigenlijk slechts tot de
schoone pracht der goden behooren, in den glans der
zonnestralen,
Het geloof aan Alfen of Elfen en Elfendansen was
wijd verspreid: in Ysland, vooral in Schotland
en Ierland, in het Scandinavische noorden,
Denemarken zelfs in Germanie, en in Gelderland
waren zij bekend bemind of gevreesd: zelfs
nog in mijn tijd, dus voor 1820, trof men ter l.
gen. pl. het geloof aan Elfen en Elfen-dansen in
zijne geheele volheid aan. Zie deswege eene aanteekening
op mijne Verh. over de N. Godenleer
blz. 76.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48788

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Dwergen.


De zwarte of nacht-Alfen worden ook veelal als
dwergen geschilderd. Deze kenmerken zich inzon94
derheid door geheime krachten en kennissen; zij
verstaan de kunst om runen te snijden en dezelve
op te lossen; menigeen hunner heeft de geheele
wereld, doorwandeld en verstaat de eigenschap van
elk ding. Hunne kunstvaardigheden overtreffen alles,
wat de menschen in staat zijn te verrigten.
Verscheiden hunner heerlijke smeden zijn reeds genoemd,
als SINDRI, BROK: ook FIALAR en GULAR
hebben mij boven bij den doodslag van KWASIR leeren
kennen.

Naar de Edda-leer waren de dwergen in den
beginne in het vleesch van den verslagen ijsreus
YMIR, als een klein gewormte, of wel uit het stof
der aarde door ODIN voortgebragt. Volgens den wil
der goden ontvingen zij menschenverstand en menschelijke
gedaante. De dwergen waren het, die THOR'S
Mjölner, ODINS spies, het gouden haar van
SIFIA de gouden keten van FREYA, en den onzigtbaren
band Gleipner, enz. vervaardigden.
Hunne gedaante is veelal die der zwart-Alfen: —
ook hebben zij dezelfde verblijfplaatsen.
Nog kan men hierbij aanmerken, dat MODSOGNIR
en LOFAR aanvoerders of stamheeren schijnen te zijn
van twee verschillende dwerggeslachten.
Ook behooren hiertoe de dwergachtige land- en
beschermgeesten, de Vättir geheeten, waarvan de
Sage zoo dikwijls melding maakt.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48789

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
De Inwidien.


Eene soort van boom-Alfen , die met den boom,
welke zij beschermen, beginnen te leven en ook met
denzelven sterven, kunnen als geesten van het
plantenleven worden aangemerkt; hoewel zij slechts
eenmaal in de Edda vermeld worden.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48790

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
De Golvenmaagden.



Godinnen der wateren, jonkvrouwelijke wezens,
waren dochters van den zeegod AEGIR, en de verschrikkelijke
RANA was hare moeder. De Mythe
noemt er ons negen, die zijn: HIMINGLÄFA, DUFA,
HADDA, HEFRING, UDUR, HRÖNN, BYLGIA, BARA
en KOLGA. Zusterlijk vereenigd, gaan zij altijd met
elkander in gezelschap, hebben licht haar, bleeke
hoeden en witte sluijers, en kunnen als de geesten
der zeegolven worden aangemerkt, Zij bieden goede
menschen de hand en brengen hen of gelukkiglijk
aan het strand, of leggen diegenen, welke niet
meer te redden zijn, zachtelijk neder in den schoot
harer moeder
De Edda geeft haar geen en algemeenen naam.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48791

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Reuzen.



Uit al het voorgaande blijkt reeds genoegzaam,
dat het reuzendom den Asen en licht-wezens vijan-
dig tegenover staat; doch dat het eindelijk zelf in
het verderf stort, naardien het in zijne eigene wijsheid
gedwaald heeft. De onmetelijke magt der Asen en
derzelver afstammelingen, vordert ook eenen even
belangrijken tegenstand: daarom komen er ook zoo
vele reuzengeslachten in de N. Mythe voor, die
echter allen van het overoude, gemeenschappelijke
geslacht der Hrijmthursen zijn voortgekomen. Zij
bezitten, behalve ongemeene kracht, ook alle wijsheid
der natuur, en zijn met de mindere goden
menigvuldig verwant. Zij kunnen eene verbazende
grootte aannemen, en zich weder klein maken;
bewonen woeste landstreken, bij geweldige watervallen,
in donkere rots- of bergkloven, en oefenen
niet zelden ongemeene tooverkracht, waarbij de
goden te kort schieten. Het oudste reuzengeslacht is
dat der
Laast bewerkt: 1 jaar, 5 maanden geleden Door combi.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48792

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Hrymthursen.



Deze zijn vorst- of ijsreuzen, onmiddelbare afstammelingen
van den boozen ymir, welke in dit opzigt ook
den naam van »wereldreus" of van »oude Hrymthursen
toekomt. Het geheele Hrymthursen-geslacht
is bij ymir's vloed ondergegaan; daardoor
verkreeg ook het nieuwe, door BERGELMIR (oude der
bergen), voortgeplante reuzengeslacht eenen anderen
naam. Om evenwel bij den ondergang der wereld,
volle wraak te kunnen oefenen, en tegen de geslachten
des lichts te kunnen strijden, hebben
deze vorst- of ijsreuzen hun tijdelijk verblijf in Nijlheim,
de rijp- of nevelwereld, aan Ygdrasill's uitersten
wortel. Daar broeden zij, in hun element, tot de
godenschemering of den ragnarokr voort. Hun
aanvoerder HRYMUR is welligt dezelfde als hun
stamvader YMIR . —

Nopens de vermenigvuldiging van dit geslacht, zegt
de Edda: eens dat YMIR sliep, verviel hij in een
sterk zweet, daardoor ontstond onder zijnen linkerarm
een man en eene vrouw, en ook van zijne voeten
verkreeg hij nakomelingen.
Zijn en hun ondergang is uit de scheppingsgeschiedenis
bekend: alleen bergelmir (de oude der
bergen) voer met zijn gezin in eene boot, toen
allen in het bloed van YMIR omkwamen, en werd
de stamvader van het nieuwe reuzen-geslacht,
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48793

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
de Jothen



of eigenlijke reuzen, -waartegen de Asen zoo menigmalen
ten strijde trekken. Zij bewonen lotunheim
, en zijn lichamelijke demons van onderscheiden
en velerlei aard. BERGELMIR, hun stamvader,
wordt ook wel FORNJOTR (de oude reus) genoemd.
Hun gemeenschappelijke beheerscher is UTGARDLOKI.
Deze heeft zijnen zetel in Utgard, de hoofd-
zetel van lotunheim. Zijne gemalin, eene »Jarnvidie,
of oude van het ijswoud" baarde hem in het
oosten drie monsters: HELA, Fenrir en Jormungandur,
over welke beide laatsten nader. Doch hij
verstiet wijf en broedsel.

Deze reuzen of Iothen nu, munten zelfs boven de
Asen uit in kennis aan den voortijd, in runenwijsheid
en tooverkunst, en deze geestelijke magt
beveiligt hen voor eenen vroegen ondergang. Daarbij
heeft evenwel de Mythe niets verzuimd, om de
uiterlijke gedaante der Iothen zoo gigantesk en afschrikwekkend,
als mogelijk te schilderen.
De Iothen schuwen het licht, even als de dwergen,
en zijn, even gelijk deze, bestemd, om in woeste
streken en donkere rots- of bergholen te wonen.
Hunne monsterachtige gedaante overtreft alles; er
komen Iothen voor, die verscheidene armen, en
anderen, die vele, ja zelfs meer dan honderd hoofden
hebben.

Buitendien zijn zij rijk aan goud en
schatten, hebben dikwijls schoone kudden en rijken
buit aan jagt en zeevaart. Bij zulk eenen overvloed
streven zij onophoudelijk naar het bezit van schoone
vrouwen, en rooven of schaken deze, waar zij
slechts kunnen. Daardoor treft men ook welgevormde
menschelijke wezens in Iotunheim aan.
De vrouwen der reuzen zelven worden Gigien of
Gifen genoemd: zij houden zich veelal bezig met
tooverijen en voorspellingen. De Wargynien, —
toover-wolvinnen, — zijn eene verbasterde of afgestamde
soort van haar.
Over het algemeen verdeelt men het Iothen-geslacht
in eigenlijke Iothen of bergreuzen, en
Laast bewerkt: 1 jaar, 5 maanden geleden Door combi.
Antwoord Quote

Re: Edda leer 1 jaar, 5 maanden geleden #48794

  • combi
  • Aanwezig
  • Administrator
  • Berichten: 12661
  • Karma: 7683
Trolden

eene soort van booze spookachtige wezens van eene
reusachtige gedaante; men noemt ze ook Trollen;
wijders heeft men
Antwoord Quote
Antwoord onderwerp
Nieuw onderwerp
  • Pagina:
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
QFF Forum
QUO FATA FERUNT
VOORPAGINA ARTIKELEN
GESCHIEDENIS / &ZO
Tijd voor maken pagina: 1.36 seconden

Algemeen

  • Nieuws / Discussie
  • Politiek / Oorlog
  • Economie / Banken
  • TV / Films / Docus
  • Muziek
  • Sport
  • PC / Web
  • Gezondheid / Voeding
  • Haatbaarden &zo

Informatief

  • Archeologie
  • Boeken
  • Geschiedenis
  • Gnostiek / Religie
  • Nasa
  • Natuur / Astronomie
  • Techniek
  • Vrije Energie
  • Wetenschap

Dark Side

  • Alchemie
  • Broederschappen
  • Complotten &zo
  • Ghost Busters
  • Kabbalah
  • M3T2
  • Nazi's
  • NWO / Illuminati
  • Occult / Darkside

Dark Side

  • Paragnosten &zo
  • QFF Chaos
  • Satanisme
  • Symbolen &zo
  • Tempeliers
  • Tuig von Oranje
  • UFO'S / ET
  • Wereld Geheimen
  • KinderneuQers

QFF Dossiers

  • 911
  • Fuck BP
  • Libië / QadaFFi
  • Grote Brand Moerdijk
  • Fukushima
  • Snelwegschutter
  • John Titor
  • Joris Demmink
  • Mallona / paNique
  • Niburu / Anton Teuben

Overig

  • Beschaving & Spiritualiteit
  • DUMP!
  • Games
  • Overig
  • Strictly QFF
  • QFF Qontest
  • Sociologie & Samenleving
  • Waar te beginnen?
  • Over QFF
  • F.A.Q.'s
  • Contact
Quo Fata Ferunt - QFF - De ECHTE Illuminati © 1119 - 2013 Design: Reclamebureau Groningen



  • Wachtwoord vergeten?
  • Gebruikersnaam vergeten?
  • Registreer
*
*
*
*
*

* Verplicht veld