Jacobsridders
De Souvereine Orde van Sint Jacob is de oudste nog bestaande ridderorde van ons land. Ze werd in 1279 opgericht. Op 25 juli van dit jaar werden 12 Hollandse edelen op de verjaardag van Graaf Floris V tot ridder van de Sint Jacobsorde geslagen. Als ordeteken ontvingen zij in de Ridderzaal te Den Haag een schelpenketting met de beeltenis van St. Jacob. Onder de ridders treffen we Gijsbrecht van Amstel, Herman van Woerden, Jan van Rennese en Dadijn van Cruninghen. De voornaamste edelen van Holland en Zeeland waren zo voor het eerst met elkaar verbonden onder gezag van Floris V. Tot op heden de meest exclusieve van alle Orden in ons land, waar Jan en Alleman na een paar jaar vrijwilligerswerwerk al tot Ridder in de Orde van Oranje wordt verheven. Deze devaluatie van het Ridderschap is aan de Orde van St. Jacob voorbijgegaan. Als een van de weinige ridderorden overleeft Sint Jacob in Holland het herfsttij der middeleeuwen. Haar discrete voortbestaan onder katholieke geestelijken en de overdracht aan opgenomen ridders wordt vermeld in tal van historische werken.
Als de nieuwbakken Oranjevorst Willem I in 1814 een ontwerp in handen krijgt met het voorstel kiezen voor een nieuwe ridderorde dreigt hij de Orde van St. Jacob aan zijn zojuist gecreëerde vorstenhuis te verbinden. Gelukkig blijft de eerbiedwaardige St. Jacobsorde misbruik door de Oranjes bespaard. Onder druk van de zwaar hervormde lobby kiest de koning voor de naar hemzelf vernoemde Willemsorde. Later komt daar ook de "Orde van den Nederlandsche Leeuw" bij, hoewel er waarschijnlijk nooit leeuwen in Holland hebben rondgelopen. Dat was ook helemaal niet nodig voor deze eerste Oranje-Nassau koning. In 1830 speelde Willem I met de gedachte "De Nederlandsche Kameel" te introduceren als wapendier voor Drenthe. Het is aan de Orde van Sint Jacob te danken dat dit niet gebeurde. Zij bewerkten de Hoge Raad van Adel de stad Assen het wapen toe te kennen dat was afgeleid van het zegel van de abdij Maria in Campis te Assen, dat sinds 1262 bekende was. Ook al omschreef men het wapen zo neutraal mogelijk als "moeder met kind", Zijne Majesteit en zijn dominees trapten er niet in. Zelfs Willem van Oranje-Nassau had door dat het niet zijn "Bijbelsche Kameel", maar de Rooms Katholieke Heilige Maagd Maria was. Bovendien ook nog afgebeeld "als Koningin, op troon gezeten en met de koninklijke attributen als scepter en kroon". Dat Willem I er de pest in had, blijkt wel dat hij de kroon wel, maar de schildhouders niet verleende als wapen voor het Landschap. Het zou tot 19 augustus 1972 duren voor de provincie Drenthe Van Hare Majesteit de Koningin officieel toestemming kreeg het oude wapen met de Heilige Maagd te gebruiken. Tot die datum werd het slechts "gedoogd".
Helaas is veel documentatie over de oudste ridderorde van ons land in de tweede wereldoorlog verloren gegaan.
In 1990 werd een plaquette in het Muiderslot onthuld bij het 7de eeuwfeest van de helaas foutief gedateerde oudst bekende vermelding van de Orde. Sinds 1996 is er te Rijnsburg een permanente expositie over de Orde, tegenover het mausoleum van de Graven van Holland. In 2001 is daar ook een standbeeld van Floris V onthuld, de stichter van de Orde. Jaarlijks ontmoeten de leden elkaar tijdens een Ridderdag. Op deze dag hebben Investituur en promoties plaats. De Orde van Sint Jacob in Holland kent de rangen
Ordebroeders of -zusters
Eredames (voorheen Jonkvrouwen/edelmaagden)
Ridders
De Commandeur
De Grootcommandeur-Kanselier
De Grootmeester (voorheen Graaf of Koning, daarna tot 1980 een Rooms Katholiek priester)
Voordracht aan de Grootmeester door Kanselier en Commandeur bepaalt opname in de broederschap. Om toegelaten te worden is een beoordeling door het Kapittel nodig. De Thesaurier en de Auctor Juris adviseren het Kapittel.
Bron: ->
www.mokumtv.nl/holland2.html