Het spleen van orange koningin juliana in 1952: 'mijn beste wensen zullen orange altijd vergezellen, dit land, waar de geest der vrijheid zijn vurige woonplaats vond'
ORANGE - Lange tijd genoot Orange, een lieflijk stadje in de Vaucluse twintig kilometer ten noorden van Avignon, internationale faam als toonbeeld van religieuze verdraagzaamheid en vreedzame coëxistentie der volkeren. Die faam gaat terug op het jaar 800, toen het stadje werd ingenomen door Guilhelm, een leenman van Karel de Grote.
Guilhelm d'Orange geldt als de stamvader van het huidige vorstengeslacht van het Koninkrijk der Nederlanden.
Over de afkomst van deze legendarische Willem, tot twee keer toe heilig verklaard door het Vaticaan, wordt nog altijd getwist door historici. De Amerikaanse geschiedkundige Arthur Zuckermann beweerde in zijn A Jewish Princedom in Feudal France uit 1972 dat Willem van joodse oorsprong was; overleveringen vertellen dat hij afstamde van het Huis van David, dat hij tijdens militaire campagnes de sabbat in ere hield, vloeiend Hebreeuws en Arabisch sprak en zijn wapenschild tooide met de Leeuw van Juda. Hij bracht de laatste dagen van zijn leven door in een klooster, waar hij volgens Zuckermann werd ingewijd in de hogere leerstukken van de kabbala, de antieke joods-mystieke leer van de persoonstransformatie.
OOK NA WILLEMS dood bleef Orange een laboratorium van religies. De stad kreeg qua religieuze vrijheid een forse stimulans onder invloed van de orde der tempeliers, de kruisridders die hier in het dal van de Rhône een uitvalsbasis stichtten. Raimbaud II, graaf van Oranje, was een van de leiders van de eerste kruistocht van 1096 naar Antiochië en Jeruzalem. De tempeliers onderhielden diplomatieke contacten met alle koningen, inclusief de Saracenen en zelfs de gevreesde islamitische orde der assasijnen. Ze traden op als bankiers van de grote vorstenhuizen en kenden dank zij hun Arabische connecties veel beter de geheimen van de cartografie dan de andere Europeanen, zoals het ook aan hun rol als intermediair te danken was dat ze expertise ontwikkelden op het gebied van de geneeskunde. Van sommige tempeliers, zoals keizer Frederik Barbarossa, wordt zelfs gezegd dat zij zich tijdens hun verblijf in het Heilige Land tot de islam bekeerden. Dezelfde Barbarossa bracht in 1182 een bezoek aan het graafschap Orange om Bertrand I van Baux, die door zijn huwelijk met een gravin van Orange ook de Oranjetitel mocht dragen, het recht te verlenen om zich voortaan prins te noemen.
Op deze manier werd Orange een autonoom vorstendommetje, slechts twaalf kilometer lang en 25 kilometer breed.
Het geslacht Baux en de gelieerde familie Chalon weerden zich vandaaruit flink tegen de tempeliers- en kartharenvervolging zoals die in de dertiende eeuw gestalte kreeg, toen paus Innocentius III de Noordfranse edelen opriep tot een kruistocht tegen het 'rotte zuiden'. Toen op vrijdag 13 oktober 1307 alle tempeliers in Frankrijk werden gearresteerd en aangeklaagd wegens immorele seksuele praktijken en godslastering, wist tempelridder Hugo de Chalon uit Orange tal van waardevolle bezittingen van de Orde - waarbij volgens sommige historici ook de geheimen van de graal - in veiligheid te brengen.
Zoals gezegd raakte het huis van Baux verbonden aan het geslacht van Chalon. Toen Philibert van Chalons in 1530 kinderloos het hoofd neerlegde, ging de titel prins van Oranje over op de zoon van zijn zuster Claudia, René van Chalon, wiens vader Hendrik III van Nassau heer van Breda was. René erfde ook de lijfspreuk van Chalon, Je mantiendrai Chalon. Toen René in 1544 eveneens kinderloos stierf, erfde de oudste zoon van zijn oom van vaderszijde, graaf van Nassau Willem de Rijke, de titel. Als Willem de Zwijger zou deze erfgenaam vermaard worden.
Onze vader des vaderlands voerde in Orange, dat geheel omsloten was door vijandige katholieken, vrijheid van godsdienst in. Van alle windstreken stroomden joden en protestanten naar het ministaatje. De druk op het stadje was enorm. In 1572 werden hier op het hoogtepunt van de godsdienstoorlogen duizenden protestanten over de kling gejaagd. Willems opvolger Maurits arriveerde in 1620 in Orange, dat hij gelijk liet beveiligen door een groot kasteel op te laten trekken.
DE FRANSE koningen Lodewijk de dertiende en veertiende bleven niettemin op het dissidente dwergstaatje loeren. In 1702, direct na de dood van koning-stadhouder Willem III, lijfde de Zonnekoning Orange definitief in bij Frankrijk, waar het ingedeeld werd bij het district Vaucluse. In 1713 werd deze actie bij het verdrag van Utrecht van een wettige grondslag voorzien. Orange hoorde definitief bij Frankrijk. De Oranjes bleven het stadje echter bezoeken. In 1846 kwam onze Willem II langs om een beeld van zijn hypothetische voorvader Raimbaud II in te wijden. In 1952 was het de beurt aan Juliana, die de ruïnes van het door prins Maurits van Oranje gebouwde en door de Zonnekoning weer afgebroken fort bezocht en aldaar een eikje plantte in een plantsoentje dat sindsdien als Square Reine Juliana door het leven gaat. 'Mijn beste wensen zullen Orange altijd vergezellen, dit door ontelbare eeuwen heen zo eerbiedwaardige deel van Frankrijk, dit deel van een oud en altijd jong Europa. Dit land, waar de geest der vrijheid zijn vurige woonplaats vond', zo citeerde Le Monde haar bij die gelegenheid.
books.google.nl/books?id=Ez6r6jPIwFsC&pg=PT54&lpg=PT54&dq=Square+Reine+Juliana&source=bl&ots=3jsXNEgJj8&sig=7yvG3XDieeQx8mjvgMKT3sXy8mQ&hl=nl&ei=gsyaTbKVEMyXOump6YgH&sa=X&oi=book_result&ct=result&resnum=2&ved=0CCAQ6AEwAQ#v=onepage&q=Square%20Reine%20Juliana&f=false
bron:
www.groene.nl/1997/8/het-spleen-van-orange-koningin-juliana-in-1952-mijn-beste-wensen-zullen-orange-altijd-vergezellen-dit-land-waar-de-geest-der-vrijheid-zijn-vurige-woonplaats-vond