Dat is inderdaad wat ik eerst ook dacht Neut, wat mij geleerd is:
Ons hele lichaam is opgebouwd uit biljoenen cellen, en een cel bevat dan weer een celkern en that's it. Even kort door de bocht.
Maar dat, zoals hier vermeld, elke cel een eigen intelligentie is, vind ik een interessante gedachte. Dat elke cel een eigen wereld is, is ook interessante gedachte. Persoonlijk begin ik nu ook veel beter te begrijpen dat waarom je 'goed', of beter gezegd positief(ook in de mind) omgaat met je lichaam, je heel ver kan komen. Zónder bijvoorbeeld operatieve operaties of bepaalde behandelingen. Zou dit ook niet kunnen verklaren waarom placebo's werken?! Als je er vanuit gaat dat al die kleine cellen in je lichaam kleine werelden op zich zijn (hoe ver gezocht dit ook klinkt, en wellicht is het allemaal uits genuanceerder, maar toch), dan valt het ook veel beter te verklaren dat je dus wel degelijk énorm veel invloed op jezelf kan hebben (lichamelijk).
Kleine quote weer:
Als gevolg van zijn steeds verder ontwikkelend bewustzijn
krijgt de mens een steeds vollediger beheersing over de
functies van diverse organen.
Natuurlijk is dit een kleine quote, eigenlijk moet je het hele hoofdstukje even lezen. Hier nog een quote uit het hoofdstuk:
Het occultisme leert dat er een hele kosmos bestaat in het
menselijk lichaam; dat het zijn eigen werelden heeft, zijn
eigen gebieden, zijn eigen goden en godinnen. Miljoenen
kleine cellen zijn de bewoners. Deze zijn verenigd in koninkrijken,
volkeren en rassen en vormen een eenheid bestaande
uit vele delen. De Opperheerser en God in die grote wereld
is het bewustzijn in de mens, dat zegt: 'Ik ben'. Dit bewustzijn
neemt zijn kosmos met zich mee en vertrekt naar een
andere stad. Telkens wanneer het de straat op en neer wandelt,
neemt het wel honderdmiljoen zonnestelsels met zich
mee, maar omdat ze zo oneindig klein zijn, kan de mens
niet beseffen, dat het werkelijk werelden zijn.
Op soortgelijke manier zijn wij individuele cellen in het
lichaam van een oneindig grote schepping, die door de oneindigheid
stormt met onbekende snelheid. Zonnen, manen
en sterren zijn alleen maar beenderen in een groot skelet,
dat samengesteld is uit alle substanties van het universum.
Onze eigen kleine levens zijn slechts een deel van dat oneindige
leven, dat door de aderen en slagaderen der ruimte
klopt en stroomt. Maar dit alles is zo uitgestrekt, dat het
kleine 'Ik ben' in ons dit niet kan bevatten. Daarom mogen
we zggen, dat de twee uitersten even onbegrijpelijk zijn. We
leven in een middenwereld, tussen oneindig groot en oneindig
klein. Wanneer we groeien, dan groeit onze wereld
mee met steeds wijder horizon en steeds meer begrip voor
al deze wonderen.