Mysteriën Der Oudheid

Hier tref je alles aan over de wereld geheimen.
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:15

Mysteriën Der Oudheid, Het gemeenschappelijke doel 2


Zoals we in al deel 1 hebben kunnen lezen speelde het ronddolen in de onderwereld bij inwijdingen een rol, in deel twee gaan we hier verder op in. Het duidelijkst spreekt ten deze Ploutarchos in een fragment wat ook wel aan Themistios, een rhetor uit de vierde eeuw, wordt toegeschreven en dat wat wij eveneens bij de Griekse dichter en prozaschrijver Stobias (+/- 500) met enige afwijkingen aantreffen. Wij geven hieronder de tekst van Ploutarchos weer met de afwijkende passages van Stobias tussen de haakjes:
"Als iemand sterft, ondervindt zijn ziel achtereenvolgens hetzelfde als zij, wier bewustzijn door de mysteriën verruimd is (Stob.: als in de inwijding der grote mysteriën).

Afbeelding

Dit wijst op een nieuwe verwantschap tussen de woorden teleutan (sterven) en teleisthai (vervuld, volbracht, ingewijd zijn). Eerst komen de dwalingen en onzekerheden, moeizame tochten, een ruwe en gevaarvolle gang door nacht en duisternis. En nu, gekomen op de grens van dood en inwijding, heeft alles een vreesaanjagend uiterlijk: alles is huivering ("De huivering en bedwelming zijn de begeleiders in de steeds heiliger wordende gebieden van alle mysteriën, waarin tenslotte alleen nog het irrationele het alles vervullende kan zijn" (Scheffer, Hellenistische Mysteriën, 13) ), sidderen, zweten en angst. Maar , als dit alles voorbij is, schijnt een wonderbaarlijke en goddelijk licht en stralende vlakten en bebloemde weiden verschijnen hun aan alle kanten. Hier worden zij onderhouden met hymnen en dansen, met verheven leringen en heilige kennis en met eerwaardige en heilige visioenen. Hij, die zich reeds in alle opzichten vervolmaakt heeft en de inwijding heeft ontvangen, bereikt dan zijn volle vrijheid en gaat overal naar toe, waar hij heen wil. Hij ontvangt de kroon en voltooit zijn mysterie in gemeenschap met de reinen en de heiligen en ziet neer op de ongereinigde menigte der niet-ingewijden die, nog in leven zijnde en zich diep in slijk en nevel wentelende, beneden hem samenscholen en in hun ellende verblijven, uit vrees voor de dood en uit gebrek aan geloof in de heiligheid der ziel. (Bij Stobaios luidt het laatste deel na "heilige visioenen": "En nu volmaakt geworden en ingewijd zijnde en niet langer onder de beperkingen, maar gekroond en triomferend, wandelen zij heen en weer in de gebieden der gezegende en vieren de heilige mysteriën tot hun vreugde"). Ook Porphyrios vergelijkt de inwijding met de dood als hij zegt: "Men moet zich op het ogenblik van de dood reinigen, evenals wanneer men wordt ingewijd in de mysteriën; men moet de ziel van alle kwade hartstochten bevrijden, zijn driften beteugelen, de na-ijver, de haat, de woede uitbannen om de wijsheid te bezitten, als men het lichaam verlaat."

Een verdere bevestiging voor het gaan der kandidaten door de onderwereld vinden wij bij Loukianos, die, de Hades beschrijvende aan de Eleusinische mysteriën denkt. Hij laat nl. Mykillos, nadat deze over de onderaardse duisternis geklaagd heeft, waarin hij zich op zijn tocht naar de onderwereld, waar alles gelijk en van dezelfde kleur is, bevindt, aan Kyniskos, een wijsgeer , de vraag stellen: "Zeg mij, gij bezit immers de inwijdingen, Kyniskos? ---- vindt gij niet, dat het hier precies zo is als in de Eleusinische mysteriën?" Waarop Kyniskos antwoordt: "Gij hebt gelijk, er komt ons werkelijk een fakkeldraagster tegemoet. Maar wat is haar uiterlijk vreselijk en dreigend ....". Bij de Eleusinische mysteriën trad inderdaad een fakkeldraagster op en daarvan zijn ons enige voorstellingen overgeleverd.

Afbeelding

Bovenstaande afbeelding toont ons Demeter, die de voornaamste godheid dezer mysteriën was, zittende op de geheimzinnige "kiste" met en fakkel in de hand. Ook de achter haar staande Persephone, haar dochter en Godin der onderwereld, draagt er één en hierop doelde waarschijnlijk Kyniskos, toen hij een fakkeldraagster in de onderwereld tegenkwam. Hippolytos zegt dan ook, dat de kleine mysteriën die van de onderaardse Persephone zijn, en dat over deze mysteriën en de weg, die er heen leidt, welke breed en ruim is en die de afgestorvene naar Persephone brengt, "de dichter" (een aanduiding voor Homeros) zegt: "Onder de aarde bevind zich een weg met kantige rotsen, hol weliswaar en modderig, maar hij leidt de zielen der doden naar het liefelijke woud van Aphrodite, de veel geëerde".
Aphrodite staat hier in de plaats van Persephone en Hippolytos wil blijkbaar niet alleen zeggen, dat de kandidaat in de Eleusinische Mysteriën, waar hij kennelijk op doelt, dezelfde weg ging als de afgestorvene na zijn dood, maar ook dat dit dezelfde is, die Persephone zelf bij haar tocht naar de onderwereld bewandelde. Maar er was ook een groot verschil tussen het gaan naar de onderwereld van de dode en van de ingewijde, want het "sterven" van de laatste geschiedde vrijwillig. Apeleius zegt dan ook: "In haar (Isis) handen ligt het leven van iedere mens. liggen de sleutels van het rijk der schimmen; in haar mysteriën wordt het zich overgeven aan een vrijwillige dood gekozen, een weder verkrijgen van het leven door de genade der Godin, gevierd en voorgesteld".

Afbeelding
Embleem van het Pausschap

Ook Ploutarchos maakt, over reïncarnatie sprekende, een vergelijking tussen de doden en ingewijden als hij zegt: "Dan keren zij terug als van een lange en ver verwijderde verbanning naar hun land en beleven zulk een vreugde, als de mensen hier gevoelen, die ingewijd zijn, vreugde, vermengd met veel verbazing en onrust." Hij zag dus overeenkomsten tussen de afgestorvenen, die na hun verblijf in de dodenwereld weer op aarde terugkeerden en de ingewijden, die na hun cultische dood, waarin zij geacht werden in de onderwereld af te dalen, weer terugkwamen en het aardse leven voortzetten. (Het kan natuurlijk ook zijn, dat Ploutarchos het volgende bedoelde: na hun dood keren de zielen naar de hemelwereld, waar zij vandaan kwamen, terug en zij voelen zich dan als weer thuis gekomen. Op dezelfde wijze voelen de ingewijden zich weer thuis, als zij na hun verblijf in de onderwereld weer op aarde terug komen.)

Nu klinkt het in onze dagen natuurlijk wonderlijk, dat de kandidaat in de onderwereld afdaalde. Wij kennen de voorstelling niet meer van een vlakke aarde, waaronder zich de onderwereld en waarboven zich de hemel bevindt en wij stellen ons ook niet meer voor, dat de doden door een opening in de aarde, min of meer in het bezit van hun lichaam, naar die onderwereld afdalen en dat zelfs levenden diezelfde weg kunnen begaan. maar in de oudheid geloofde men dit in het algemeen wel en in tal van sagen lezen wij, hoe de levenden op deze wijze de onderwereld bereikten om dan al of niet terug te keren.

Afbeelding

Onder deze levenden bevonden zich in de eerste plaats verschillende mythische figuren, waaronder ook Goden, in Lerna, een verzamelplaats van oorspronkelijk niet bij elkaar hordende erediensten, waren niet minder dan drie heiligdommen, die een Hades-ingang bezaten. In het noorden der stad was de ingang, waardoor Plouton met de door hem geroofde Persephone naar de onderwereld was gegaan. Een andere Hades-ingang bevond zich in de heilige bron Amymone en een derde was in het, naar men voorgaf, onpeilbare Alkynonische meer, waardoor Semele door Dionysus uit de onderwereld naar de aarde gebracht was. ook ander ingangen van de Hades worden genoemd, waardoor verschillende mythische personen de onderwereld betraden om daar voorgoed te blijven, hoewel zij niet gestorven waren. Zo lag tussen Potnai en Thebe het heiligdom van Amphiaraos en hier lokaliseerde het epos diens Hades-tocht, waarvan hij niet meer zou terugkeren. Door vijanden achtervolgd, had hij moeten vluchten, waarop Zeus de grond open spleet, zodat hij in de onderwereld kon ontsnappen. Iets dergelijks wordt verteld van Trophonios. Deze zou onsterfelijk leven in een grot, die zich in een bergkloof bij Lebadeia bevond.

Afbeelding
Levadia, Griekenland - Grot van Trophonios

De over hem bestaande verhalen lopen sterk uiteen, maar zij komen daarin overeen, dat ook Trophonios, die een mens en een beroemd bouwmeester was, voor zijn vijanden vluchtend in de aarde verdwenen was en daarna, voor eeuwig in de diepte levend, degene, die hem om raad vroegen, de toekomst voorspelde. Om deze te vernemen, moest men in de grot doordringen, waar men Trophonios persoonlijk hoopte te ontmoeten of althans zijn mededelingen meende te horen.

(Iets dergelijks vertelt Herodotos van Zalmoxis, een God der Geten, een Thrakische volksstam: "Met hun geloof aan onsterfelijkheid staat het zo: zij geloven, dat zij niet sterven, maar dat de gestorvenen tot hun God Zalmoxis komen." Over deze deze Zalmoxis deelt Strabon mede: "Men verhaalt, dat een Geet, Zalmoxis geheten, bij Pythagoras gediend heeft en zowel van deze als uit Egypte, waar hij bij zijn zoektochten gekomen was, veel van de hemelkennis geleerd had. In zijn land teruggekomen had hij bij zijn vorst en volk in hoog aanzien gestaan". Strabon vertelt dan verder, hoe Zalmoxis als priester werd aangesteld, maar later zelf als een God werd vereerd. De reden, dat Zalmoxis hier een slaaf van Pythagoras genoemd wordt, moeten wij vermoedelijk daarin zoeken, dat de Geten, evenals Pythagoras, in zielsverhuizing geloofden. Als Griek kon Strabon niet aannemen, dat "barbaren" onafhankelijk van de Griekse wijsheid dit geloof bezaten en hij moest dus een verklaring zoeken, voor de wijze, waarop zij dit aan Pythagoras hadden ontleend. Voorts deelt Strabon dan nog mee, dat Zalmoxis ver van de bewoonde wereld in een grot verblijf hield en dat hij van daaruit de koning raad gaf. Hoewel Strabon hem voor een mens hield, kende hij hem blijkbaar toch een eeuwig leven toe, want ofschoon hij volgens hem ten tijde van Pythagoras leefde, zou hij in zijn tijd, dus ongeveer 600 jaar later, de functie van raadgever nog steeds uitoefenen. De Grieken kenden ook nog Rhesos, die in een grot levende, in het Pangaiosgebergte verbleef (Euripides, Rhesos, 1000) en daar als profeet optrad. Er waren nog andere overeenkomsten tussen Rhesos en Zalmoxis en zo traden beide op als genezers; de eerste beschermde voor de pest, de tweede leerde zijn priesters de ziel en het lichaam der mensen te genezen (Kazarow, Zalmoxis, 358). Rhesos was ook de Jachtgod, die wij ons als ruiter moeten denken en er zijn redenen om aan te nemen, dat Zalmoxis op dezelfde wijze werd voorgesteld. Bij het bespreken der Thrakische mysteriën komen wij hierop terug. Uit het bericht van Herodotos over zijn wonen in een grot valt op te maken, dat hij als chtonische godheid werd gedacht en dat de gestorvene Greten in deze grot hun leven zouden voortzetten. Hij was dus heerser over de zielen der zaligen en de Grieken stelden hem daarom ook wel gelijk met Kronos (Mneseas, Frg, Hist, Gr., III, 153, frg 23) In Schumen in Noord-Bulgarije, dus op Getisch gebied, is een reliëf gevonden (Kazarow, t.a.p. 359) dat, naar aangenomen wordt, Zamoxis voorstelt. Hij wordt hier voorgesteld met een hoorn des overvloeds, hetgeen in overeenstemming is met de opvatting dat alle vruchtbaarheid uit de onderwereld voortkomt.)

Afbeelding
Sfinx Bucegi bergen Roemenië (Zalmoxis face)

Tanairos was beroemd om haar psychopompeion, dat bij de hades ingang lag, waardoor zowel Orpheus als Herakles bij hun tocht naar naar de onderwereld gegaan waren, waarbij de laatste vergezeld werd door Hermes en Athene. Volgens Pausanias had Hesidos de hades tocht van Theseus en Peirithoos beschreven. De eerste zou mede afgedaald zijn om Persephone voor zijn vriend te winnen. Volgens de oudere voorstellingen was hij in de onderwereld gebleven, maar in latere verhalen werd hij door Herakles verlost. Homeros beschrijft in het tiende van de Odyssee, hoe Kirke aan Odysseus opdraagt naar de hades af te dalen om daar de gestorven ziener Teiresias om raad te vragen.

Behalve van mythische personen, werd in Griekenland ook wel van gewone mensen verteld, dat zij een bezoek aan de onderwereld hadden gebracht en, mede in dit verband, kende men een groot aantal ingangen van dit onderaardse gebied. (Acharaka, Argos, Athene, Aulis, Charybdis, Delphoi, Eleusis, Ephyra, Herakleia Pontika, Hermione, Hierapolis in Phrygië, Kerbesios, Kyme in Italië, Okeanos, Phigaleia en Troizen. Voorts waren er ook tal van meren en bronnen als hades ingang bekend.) Van Platon hebben wij een uitvoerig verhaal van een zekere Er, de zoon van Armenios, die uit Pamphilië afkomstig was en in een veldslag was gevallen. Zijn lichaam verging echter niet en nadat hij tien dagen op een brandstapel gelegen had, kwam hij weer bij. Hij vertelde toen, dat zijn ziel zijn lichaam verlaten had en dat deze met een groot gezelschap op reis was gegaan en toen op een geheimzinnige plek kwam, waar twee ingangen naar het binnenste der aarde leidden. Zij waren dicht bij elkaar en ertegenover waren twee openingen, die naar de hemel voerden. Daar tussen zaten de rechters, die de rechtvaardigen bevalen opwaarts te gaan langs de hemelse weg aan hun rechterhand; op dezelfde wijze werden de onrechtvaardigen naar beneden gestuurd langs de weg ter linkerhand. Hij kwam naderbij en vernam toen, dat hij een bode zou zijn, die een verslag van de andere wereld aan de mensen zou brengen en men verzocht hem alles, wat hij zien en horen zou, in zich op te nemen. Hij zag oa., dat de geesten, die in de hemel en in de onderwereld waren en die, welke daar naar toe gingen, elkander ontmoeten en wetenswaardigheden over de aarde en de gebieden der doden uitwisselde. Verder geeft hij dan allerlei bijzonderheden over de verschillende (planeet-)werelden en de straffen, die de verdoemden moesten ondergaan. Dit was dus weliswaar geen bezoek aan de onderwereld in levende lijve, maar Er was er, naar men meende in ieder geval geweest en was er ook weer uitgekomen.

Zoals Diogenes Laertios ons meedeelt heeft Hieronymos van Rhodos over een toch bericht, die Pythagoras in de onderwereld had gemaakt. Hij zou de weg daarheen in de Ida-grot op Kreta gevonden hebben en na een verblijf van negen dagen weer terug gekomen zijn.

Afbeelding
Grot van Zeus, Ida gebergte Kreta

Naar men meende, waren dergelijke tochten met magische middelen te bewerkstelligen. Zo deelt Loukianos mede, hoe een zekere Menippos verhaalde, dat hij in de Hades geweest was, dus ook niet als dode maar als levende. Hij was daarvoor naar een Babylonsche magiër gegaan, die Mitrobarzanes heette. Deze liet hem negen-en-twintig morgens, te beginnen met de nieuwe maan, en de Euphraat baden, daarbij allerlei geesten oproepende. In die tijd leefde hij van noten, melk, mede en water. Tot de verdere voorbereidingen hoorden ook kastijdingen. Tenslotte werd hij te middernacht weer naar de rivier geleid, waar de magiër met een fakkel in de hand meerdere malen in een kring om hem heen ging, terwijl hij voortdurend bezweringsformules prevelde. Na achteruit lopende in zijn woning teruggekeerd te zijn, kreeg hij een ander gewaad aan en werd hij met een hoed, een mantel van leeuwenhuid en een lier uitgerust, terwijl hem opgedragen werd, zich niet meer Menippos maar Herakles, Odysseus en Orpheus te noemen, dus naar mythische personen, over wie verhalen gingen, dat zij de onderwereld bezocht hadden. Bij het aanbreken van de dag voeren beiden in een boot, waarin oa. een aantal schapen waren, naar een moerassig meer, waar de Eufraat in uitmondde. Daar werden de schapen geofferd, waarbij de magiër een fakkel in de hand droeg en met luide stem de geniën der onderwereld, waaronder Hekate en Persephone, opriep. Daarop opende zich de aarde en Menippos daalde in de onderwereld af. Hij zag daar oa. hoe daar recht over de doden gesproken werd en ontmoette verschillende beroemde Grieken, die gestorven waren. Tenslotte kwam hij ook bij Teiresias, de blinde ziener, die het eigenlijke doel van zijn tocht was. Daarna keerde hij naar de aardse wereld terug en wel door de grot, waar Trophonios zijn orakels gaf. Deze en dergelijke verhalen maken de indruk, dat men in Griekenland geloofde aan de mogelijkheid om in de geest of in het lichaam de onderwereld te bezoeken en daar weder uit terug te komen. Maar er waren ook lieden, die dit geloof verwierpen. In het reeds genoemde boek van Origenes tegen Celsus laat deze zijn tegenstander soms vrij uitvoerig aan het woord om hem dan natuurlijk nog uitvoeriger te weerleggen. Zo had Celsus in zijn boek ook over de wederopstanding van Jezus gesproken en de mogelijkheid daarvan verworpen, evenals hij dit met andere soortgelijke verhalen deed.

("Kom nu, laat ons toegeven, dat de voorspellingen inderdaad geuit was. Maar hoeveel anderen zijn er niet geweest, die soortgelijke goocheltoeren hebben toegepast om hun eenvoudige hoorders te bedriegen en uit hun bedrog winst te maken ? Zoals het geval was, naar men zegt, met Zalmoxis in Skythië (Herodotos IV, 95), de slaaf van Pythagoras; en met Pythagoras zelf in Egypte; en met Rhampsinitis (Herodotos II, 122) in Egypte --- welke laatste, naar men zegt, met Demeter in de Hades dobbelde en naar de bovenwereld terugkeerde met een gouden schaal, die hij als geschenk ontvangen had --- en eveneens van Orpheus bij de Odrisiërs en Proesilaos en Thessalië en Herakles bij kaap Tainaros en Theseus. Maar de vraag is, of iemand, die dood was, werkelijk eens met een echt lichaam opstond".)

Maar Celsus leefde omstreeks 200, weliswaar in een bloeitijd der mysteriën, maar ook in een tijd, dat allerlei afwijkende meningen veld wonnen. In ieder geval weten wij niet of degenen, die zijn mening deelden, groot in aantal waren.

Het geloof, dat mensen in de onderwereld konden afdalen en daaruit eventueel konden terugkeren, was niet tot Griekenland beperkt, al zijn de berichten uit dit land het veelvuldigst. Maar dit zal weer weer veroorzaakt zijn door het feit, dat men in Griekenland meer te boek stelde dan in de andere landen. Uit Babylonië horen wij van verschillende mythische figuren, die deze toch ondernamen en de belangrijkste is die van de Godin Ishtar, die een hellevaart ondernam om de in de onderwereld verdwenen Tammuz terug te halen. een tweede godheid, van wie een dergelijke beschreven wordt is Erishkigal, die wegens beledigingen van de Godin der onderwereld tot haar moest afdalen, maar wie het gelukte weer terug te keren. Daarnaast vinden wij in het Gilgamesh-epos de beschrijving van de tocht van Engindu naar de dodenwereld en verder wordt hierin verhaald, hoe Gilgamesh over de dodenrivier trekt en het eiland der zaligen bereikt, dat echter ook in Babylon geacht werd in een ander gebied te liggen dan de onderwereld. Hij spreekt daar met zijn voorvader Utnapistun en keert dan weer behouden naar de bewoonde wereld terug. Hierin wordt dus de tocht van een mens en niet die van Goden beschreven, maar in de grond kwam dit op hetzelfde neer: men achtte de tocht naar de dodenwereld, hetzij dit nu onderwereld of een ander gebied was, en de terugkeer daaruit mogelijk, zowel voor mensen als voor anthropomorphe Goden.

De meestal op Babylonische bronnen teruggaande verhalen in het oude testament berichten ook over bezoeken aan de dodenwereld, van Henoch, Elia, Jezaja ea. Ook het nieuwe testament nam het geloof van een bezoekende van hemel of onderwereld over. Zo deelt Paulus mede: (2 Kor. XII, 3 ev. Iets dergelijks deelt Clemens van Alexandrië mee (Stromateis, V, 11, 17) over de profeet Zephaniah, die gezegd zou hebben: "En de geest van God nam mij en bracht mij in de zevende hemel.") "Ik ken een christenmens, die veertien jaar geleden --- of het in het lichaam geschied is of buiten het lichaam, ik weet het niet, God weet het --- weggevoerd is naar de derde hemel ... ". In het apokriefe evangelie van Nicodemus wordt verteld van mensen, waarvan de hogepriesters Annas en Kajafas vernamen, dat zij uit de dood waren opgestaan. Zij namen die mee naar de tempel, waar de opgestanen een bericht over hetgeen zij ondervonden hadden, opstelden. Hierin komt voor: "Wij derhalve waren in de onderwereld, met allen, die van het begin der tijden ontslapen waren. Maar in het uur van middernacht brak het in die duisternis door als een licht dat glansde". Deze woorden zijn vooral merkwaardig in verband met de in een eerder artikel aangehaalde mededeling van Apuleius.

Bij de Voor-Indiërs bestond eveneens het geloof, dat levenden de onderwereld konden bezoeken. In de Karanda vyacha wordt althans verteld van iemand, die de grote hel Awichi had bezocht om de bewoners te verlossen. Uit Phrygië zijn ons mededelingen overgeleverd omtrent een grot, die in de nabijheid van Pessinus lag en die naar de onderwereld leidde. Zij houden verband met de daar gevierde dienst der moedergodin en met de Attis-mysteriën, waarin deze Godin een rol speelde.

Afbeelding
Mithraic relief. Rome, 2nd to 3rd century AD. Louvre Museum

De Romeinen beweerden, dat Romulus ten hemel gevaren was en dat men hem daarom als een god moest vereren, hetgeen in overeenstemming is met het in de Griekse mythologie enige keren vermelde opvoeren naar de Olympos, waar heroën en mensen tot Goden werden gemaakt. Maar van het omgekeerde, van afdalingen in de onderwereld, horen wij eveneens. In het zesde boek van zijn Aeneis beschrijft Vergilius, hoe de Aeneas door de kloven van de Avernus, tezamen met de Sibylla van het orakel van Cumae, in de onderwereld afdaalt en daar, door zijn vader Anchises begeleid, tal van gestorvenen ziet en spreekt. Na het beëindigen van de tocht leidt zijn vader hem dan weer door de ivoren poort naar de aarde terug.

Ook in de Germaanse mythologie, saga's en volksoverleveringen is een gaan naar de onderwereld een vaak voorkomend motief. Odin gaat er heen om een wala, een zieneres, te raadplegen (Edda, de droom van balder). Hermodr onderneemt een soortgelijke tocht om zo mogelijk de gestorven god Baldr tot het land der levenden terug te brengen. Maar bij de Germanen waren het ook niet alleen Goden, die in de onder wereld afdaalden. Zo verteld de beroemde Deense geschiedenisschrijver Saxo Grammaticus (tweede helft 12e eeuw), hoe koning Hadding een tocht maakte naar de onderwereld en daaruit ook weder terugkeerde. Wij mogen hier ook gebruik maken van volksoverleveringen, die spreken van in de onderwereld levende mensen, die daaruit dan na enige tijd terug verwacht worden. Van Diederik van Bern, in de geschiedenis bekend als de Oostgothenkoning Theodorik de Grote, wordt verteld, dat hij eens een bijzonder mooi hert voorbij zag komen. hij riep om zijn paard en wapens om het hert te kunnen vervolgen, maar voordat de dienaren aan zijn bevel gevolg hadden kunnen geven, verscheen een prachtig opgetuigd zwart paard, dat hij besteeg. Zijn inmiddels eveneens opgestegen dienaren konden hem niet meer inhalen en hij verdween voor eeuwig. Het is één van de vele voorbeelden van soortgelijke verhalen, waarbij het hert als dodengeleider optreed, al wordt het hier voorgesteld alsof Diederik nog leefde.

Afbeelding

Onder kerkelijke invloed heeft het verhaal het slot gekregen, dat de koning zo ter helle gevaren was (zie bovenstaande afbeelding), maar de bevolking geloofde nog lang, dat hij in de onderwereld verblijf hield en dat hij eens, als het land in grote nood kwam te verkeren, zou terugkomen en de vijanden zou verslaan. Ook van andere vorsten zijn soortgelijke verhalen in omloop, zoals van keizer Karel, die evenals Karel V, in de Odenberg of de Untersberg bij Salzburg zit, van Frederik de Grote, vermoedelijk een latere vorm van Frederik van Barbarossa, in de Kyffhauser, van Hendrik de Vogelaar in de Sudemerberg bij Goslar. Deze zullen allen eens uit de berg (= dodenwereld) terugkeren. Soortgelijke sagen bestaan ook in andere Noord-Europesche landen als overblijfselen van Keltisch en Germaans geloof. In Ierland is het Finn, die met zijn metgezellen Oscar, Keelta, Oisin ea. in een betoverde grot verblijf houdt, waar zij de dag afwachten, dat zij hun land weer de oude glorie kunnen hergeven. Verder wordt hetzelfde in Engeland en Ierland verteld van koning Arthur, Gwydon en Amathaon, in Denemarken van Holger Danske en in Bretange van Ogier, de Deen.

Toen aan de koningen en koninginnen van het Macedonische rijk na hun dood goddelijke eer bewezen werd, ontstond de legende, dat de goddelijke heerser Alexander aan het einde van zijn aards bestaan niet gestorven was, maar, door de godheid weggerukt, verder leefde. Dit gaf aanleiding tot het optreden van lieden, die zichzelf voor de niet gestorven vorsten uitgaven, die uit hun hemels verblijf weer teruggekomen waren. Zo kwam in het begin der derde eeuw v. Chr. een man uit Moësia, die zich Alexander noemde en met een gevolg van bakchanten door het land trok; overal werd geloofd, dat hij dezelfde was als de grote koning. Ook in Europa zien wij in veel latere tijd nog iets dergelijks. Volgens een middeleeuws kroniek verscheen in de dertiende eeuw een man, die zich voor de gestorven Barbarossa uitgaf. Hij vond zoveel geloof, dat Keizer Rudolf ingreep en hem tot de brandstapel veroordeelde.

Niet alleen bestond het geloof, dat levenden naar de onderwereld konden gaan om daar langer of korter verblijf te houden, wij horen ook van doden, die op bepaalde tijden en onder zekere voorwaarden de bewoonde wereld konden bezoeken. In Griekenland waren verschillende hades toegangen bekend, waardoor de onderwereld bewoners naar de aarde konden komen. Zo kwamen, naar men meende, bij de Eleusinische mysteriën allerlei wezens uit de onderwereld naar boven, die de kandidaten bij de inwijding schrik aanjoegen. Wij zullen nog zien, dat bij de Griekse Dionysos feesten ook de verwachting bestond, dat de doden terugkeerden en hetzelfde was het geval in Rome, waar op gezetten tijden de doden opgeroepen en na drie dagen weer verjaagd werden. Ook in Noord Europa horen wij, maar dan uit latere tijd, van de mogelijkheid, dat afgestorvenen uit de onderwereld kunnen komen om de mensen te bezoeken. Vooral op bepaalde dagen zou hiervoor de gelegenheid bestaan en tot op onze tijd geloofde men, dat de doden met winter-zonnewende (gekerstend tot Aller zielen) of op andere oude heidense feestdagen de dodenwereld verlieten om onder de mensen te vertoeven. Zeer lang is het daarbij gebruikelijk geweest om voor de doden spijzen gereed te zetten of vuren te branden, waarbij zij zich konden warmen.

Afbeelding
Großmutter Stein

Dat men, op de grond van de algemene opvatting, dat een afdalen in de onderwereld mogelijk was, ook meende, dat in verschillende inwijdingsriten de kandidaten eveneens in de onderwereld afdaalden, is dus geenszins verwonderlijk. Hoe men de kandidaten deze tocht liet maken is een tweede. Wij hebben in ieder geval de hier bovengenoemde uitdrukkelijke mededeling, dat een kandidaat in de Griekse mysteriën de onderwereld bezocht, maar ook overal elders, in de Egyptische mysteriën (althans die, welke in de Romeinse tijd bestonden) zowel als in die der Oriëntaalse riten en in de Germaanse, de Odin-mysteriën, kunnen wij uit de beschikbare gegevens afleiden, dat daarbij de kandidaten in aanraking met de dodenwereld werden gebracht. De leidende gedachte was blijkbaar, dat de ingewijden na hun dood op bekend terrein kwamen en zich, door de bij hun inwijding vermoedelijk veronderstelde vereenzelviging met een godheid, die verlossing uit de onderwereld kon bewerkstelligen, zich de eeuwige gelukzaligheid reeds bij voorbaat hadden verzekerd.

De eeuwige gelukzaligheid, die aan de kandidaten werd toegezegd, betekende allereerst, dat zij verlost werden van de verschrikkingen van de onderwereld. De mysteriën bewerkten de soteria, de bevrijding, de redding, en verschillende mysteriegoden droegen dan ook de naam Soter. Dit was echter in zekere zin slechts iets uiterlijks. Veel belangrijker was een andere verlossing, die de inwijding, naar men meende, bracht, nl. de bevrijding van de lotsnoodwendigheid. Het geloof aan een, onder normale omstandigheden onafwendbaar noodlot, de heimarmene, was in het oude Griekenland diep ingeworteld en men behoeft slechts de Ilias en de Odyssee open te slaan om te zien, dat dit geloof uit de grijze oudheid overgeleverd was. In het bijzonder bij de Grieken verwante dwz. de Indo-Germaanse volken treffen wij er eveneens telkens sporen van aan en wij hebben hier dan ook ontegenzeggelijk met een oud Indo-Germaans geloof te maken. Later, in de neoplatonische tijd, toen men het raadsel van de tegenstrijdigheid van lotsnoodwendigheid en vrije wil trachtte op te lossen, meende men, dat de heimarmene haar werking alleen op de zinnewereld uitoefende; de ziel werd, doordat zij zich aan de inwerking van het lichaam kon onttrekken, verlicht en vrij van heimarmene.

Dit was, wat de mysteriën konden bewerkstelligen en daarmee samenhangende ook een ontkomen aan de "kringloop der wedergeboorten", waaraan de gewone sterveling onderworpen was. Door de bevrijding van de lotsnoodwendigheid en van de kringloop der wedergeboorten, door het verkrijgen van de eeuwige gelukzaligheid, verliet men de sfeer der mensen en kwam men in die der Goden. Lactantius deelt dan ook mede, dat volgens Hermes Trismegistos degene, die God heeft leren kennen, van de noodlotsmacht bevrijd was. Dit komen in de sfeer der Goden werd in de Attis-mysteriën aangeduid, doordat men Attis, aan wie men door de mysterie inwijding gelijk werd, tot de God der sterren maakte. Als beheerser der sterren werd men, astrologisch gezien, ook de beheerser van zijn lot. In de Mithras-mysteriën symboliseerde men deze opstijging naar de hemelen door de voorstelling van een ladder met zeven sporten, waarmee men de zeven planeet werelden kon doorgaan om de achtste, de sterren- of hemel wereld te kunnen betreden. Dit aan god gelijk worden drukte men in de Isis-mysteriën uit door de ingewijde, gekleed als Zonnegod aan het volk te tonen.

Afbeelding
The Mithraeum of Seven Gates, Ostia

(Een gebed, dat Dietrich onder de naam Mithras liturgie heeft uitgegeven, luidt met enkele door Nilsson aangebrachte wijzigingen als volgt:
"Als gij besloten hebt mij aan de geboorte der onsterfelijkheid weer te geven en direct daarop weer aan mijn eigen natuur, opdat ik na de momentele , mij hevige benauwende nood zelf de oorspronkelijke oorsprong aanschouw, met de onsterfelijke geest, met onsterfelijke water, met onsterfelijke lucht, opdat ik in de geest wedergeborene worde en in mij de heilige geest waaie, opdat ik het heilige vuur bewondere, het goddeloze, huivering wekkende water van de opgang aanschouwe en de levenverwekkende, rondom mij stromende aether mij hore. Want vandaag wil ik aanschouwe met mijn onsterfelijke ogen, sterfelijk geboren uit een sterfelijk moederlichaam, verhoogd door grootmachtige kracht en onvergankelijke rechten, met sterfelijke geest de onsterfelijke Aion en heer der vurige diadeem, rein gezoend door heilige reinigingen, waardoor ik slechts voor korte tijd mijn menselijke physieke kracht teruggeweken is, die ik weer zal overnemen na de momentele, mij benauwende nood, zonder verkorting, ik N.N., zoon van N.N., volgens god onveranderlijk raadsbesluit. Omdat ik het niet bereiken kan als sterfelijk geborene tegelijk met de goddelijke lichtstralen van de onvergankelijke lichtbron naar boven te stijgen, sta stil, vergankelijke menselijke natuur en neem mij weer welbehouden over na de onverbiddelijke en benauwende nood".
Deze vrij duistere woorden, die blijkens het voorafgaande met de Mithrasdienst verband houden, hebben blijkbaar betrekking op een tijdelijke vereniging met de godheid, zoals die vermoedelijk ook in de mysteriën bereikt werd. Het slot wijst dan weer op de terugkeer in het sterfelijke lichaam.

Afbeelding
Attis
Afbeelding
Isis
Afbeelding
Mithras
Afbeelding
Christos Sol Invictus

Uit de mededelingen van ingewijden blijkt, dat zij een emotievolle ervaring doormaakten en deze hield, naar wij mogen aannemen, met de tocht naar de onderwereld verband. hoe wij ons die tocht moeten voorstellen, is niet met zoveel woorden overgeleverd, maar gezien de voorstelling, die men zich destijds van de onderwereld maakte, mogen wij aannemen, dat men de kandidaat op de één of andere wijze de indruk gaf, dat hij onder de aarde afdaalde. Wanneer het hierbij echter gebleven was, zou het hoogstens een symbolische handeling geweest zijn, die onmogelijk tot gevolg kon hebben gehad, dat de ingewijde, zoals uit de mededelingen der oude schrijvers blijkt, zulk een rotsvast vertrouwen kregen, dat zij, door hun "tocht naar de onderwereld" na hun werkelijke dood de eeuwige gelukzaligheid deelachtig zouden worden. Lezen wij bij Apuleius over de diepe ontroering, die zich bij zijn inwijding van hem meester maakte en soortgelijke uitlatingen van andere ingewijden, dan kan men toch moeilijk aannemen, dat het zien of ondergaan van zinnebeeldige handelingen of het horen van symbolische woorden een zo diepe indruk gemaakt zou kunnen hebben. Wij zullen de oplossing dan ook in een andere richting moeten zoeken. In ieder geval was het grote punt van overeenkomst in de verschillende mysteriën, dat men overal de kandidaat in de onderwereld liet afdalen met de hoop daardoor de eeuwige gelukzaligheid te verwerven en dit was dan wel de voornaamste reden, dat er ook in de uiterlijke vormen, grote overeenkomsten bestonden en dat men daardoor geneigd was in de eigen riten delen van buitenlandse erediensten over te nemen.



bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:16

Mysteriën Der Oudheid, De verschillen


De overeenkomsten, die men tussen de verschillende mysteriën meende te kunnen vaststellen, waren blijkbaar van dien aard, dat de officianten deze erediensten vaak over en weer erkenden *1, maar daarnaast waren er ook vele, soms zeer belangrijke verschillen. Nu valt het op, dat de oude schrijvers bij hun mededelingen over vreemde godsdiensten steeds zoeken naar de overeenkomsten met hun eigen religie en dat zij vreemde Goden, zelfs als er maar een zeer klein punt van overeenkomst is, met hun eigen Goden vereenzelvigen en met de namen daarvan aanduiden. Een soortgelijke houding mogen wij dus ook verwachten bij hun beschouwingen over vreemde mysteriën, al bestonden er, zoals wij gezien hebben, wel bepaalde redenen om overeenkomsten te zien.

Afbeelding
Saturnus (Shamash) Helios bij de oude Grieken, nu als vertegenwoordiger voor de Zon gebruikt

De verschillen kunnen wij oa. vaststellen in verband met de mythen, die ons in de regel het beste bekend zijn, want deze wekken het vermoeden, dat met hetzelfde doel verrichte handelingen toch soms geheel verschillend waren. Als voorbeeld hiervoor willen wij de dood van de Mythegod nemen, die, volgens de overgeleverde verhalen, op de meest uiteenlopende wijze, plaats had. Dit houdt in --- en daar gaat het hier om --- dat ook in de riten van elkaar afwijkende handelingen plaatsvonden en dat bij de inwijding, waarbij het schijnbare sterven van de kandidaat in het middelpunt stond, de rituele dood op verschillende wijze plaats had. Met alle wijzigingen, die de mythen ondergaan hebben, is het nl. wel waarschijnlijk, dat een dergelijk voornaam punt getrouw bewaard gebleven is. Ook bij de andere mysterieriten van eenzelfde eredienst zal een soortgelijke handeling, als in de mythe is vastgelegd, verricht zijn, die dus met die van de inwijdingsritus overeenkomst vertoonde.

In de mythe wordt deze rituele dood zo voorgesteld, alsof hij werkelijk had plaats gehad en zo bereikten ons allerlei van elkaar afwijkende verhalen over de dood van de mythegod:
De Egyptische Osiris werd in een kist gesloten en daarna bovendien nog verbrokkeld.
De Babylonische Tammuz werd door Allatu, de Godin der onderwereld, geroofd of, volgens een variant der mythe, door een ever gedood.
Dit laatste geschiede ook met de Syrische Adonis, maar een andere mythe verteld dat hij in zijn jeugd door Aphrodite in een kistje aan de Godin der onderwereld, Persephone, in bewaring werd gegeven.
Eveneens door een ever gedood werd in een der lezingen de Phrygische Attis, die volgens andere verhalen door castratie om het leven kwam.
Dionysos werd in de zee gedreven.
De Kretenziche Zagreus werd door de titanen verscheurd.
De Attische Persephone werd door Plouton geroofd en naar de onderwereld gebracht.
De Kabeiros van Thessalonike werd door zijn beide broeders onthoofd.
Eurydike, de geliefde van Orpheus stierf door de beet van een slang.
De Perzische Mithras doodde zichzelf in de gedaante van een stier.
De Germaanse Odin hing aan de wereldboom.

Misschien mogen wij hier ook nog even de kruisdood van Jezus aan toevoegen en eveneens zijn doop in de Jordaan, want er zijn verschillende aanwijzingen, dat de christelijke religie oorspronkelijk een mysteriegodsdienst was, waarbij de doop van de kandidaten een zinnebeeldige verdrinking was (zie (het nog te maken) artikel mysteriën-der-oudheid, Het Christendom). Deze uiteenlopende vormen van de dood van de Mythegod wijzen er op, dat er, wat dit punt betreft, vermoedelijk ook grote verschillen in de rituele handelingen waren en zo zijn er ook tal van varianten bij de overige delen van de riten en mythen vast te stellen, al zijn ook deze bijna steeds als verschillende uitwerkingen te beschouwen van één en dezelfde grondgedachte, die in de onderscheidende riten anders werd vastgelegd. Ook dit komt nog in een volgend (nog te maken) mysterie artikel ter sprake.

Afbeelding

Intussen bestonden er tussen de mysteriën ook nog verschillen van andere aard en daarvan was het belangrijkste, dat zij niet alle dezelfde betekenis hadden. Hiermee hield verband, dat sommige ervan staatsinstellingen waren, die in groot aanzien stonden, terwijl andere door particulieren in besloten kring beoefend en door de publieke opinie vaak met minachting bejegend werden. Het was natuurlijk dankbaar terrein voor allerlei nabootsingen, die door een geheimzinnige gewichtigdoenerij indruk trachtten te maken en een aantal der minder bekende of geheel in vergetelheid geraakte mysteriën zullen daaraan wel hun omstaan te danken hebben gehad. Ook in onze dagen zien wij soortgelijke verschijnselen. Vrij veel minachting genoten tenslotte de groepen van rondtrekkende bedelpriesters, die allerlei riten vervulden en soms zelfs gehele steden overhaalden zich door hun handeling van zonden te laten reinigen, tegen contante betaling natuurlijk. Maar dit waren de uitwassen, die de minachting, welke men ervoor had, geheel verdienden.

*1:
Reizenstein, Die Hellenistische Mysterienreligionen, 25. Dit ging zo ver, dat op een gegeven ogenblik, bij ontstentenis van de hierophant van Eleusis, diens taak door de hogepriester van de Mithras-mysteriën werd overgenomen (Cumont. Textes et monuments, II, 12, volgens Eunapios, Griekse wijsgeer uit de vierde eeuw, in zijn "Leven van de redenaar Maximos" in "Leven der sophisten", ed. Boissonade, blz 475, 47 ev.). Eupanios bericht hierover, dat de hogepriester, die hemzelf en keizer Julianus inwijdde, voorspeld had, dat na hem iemand hierophant zou worden, aan wie het niet geoorloofd was de troon der hierophanten aan te raken, omdat hij andere Goden gezworen had, geen andere heilige handelingen te verrichten, en omdat hij geen Athener was. Deze mans was uit Thespiai en Vader der Mithras-mysteriën. De hierophant voegde er nog aan toe, dat de, heiligdommen in zijn tijd nog verwoest zouden worden en dat de eredienst der Godinnen voor deze man zouden ophouden. Zogeschiedde het ook. Zodra de man uit Thespiai hierophant werd brak Alarik met zijn West-Gothen door de Thermopilae (395) en verwoestte de tempels.



bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:17

Mysteriën Der Oudheid, Saturn Dead Cult 1


Degene die het wortel 2 transformatie aka Rothschild topic van dodeca heeft gelezen en of zich verdiept hebben in de Electric Universe materie is het waarschijnlijk al opgevallen dat er iets vreemds is met Saturnus en de Zon. Namelijk dat Saturnus vroeger als Zon beschouwd werd, waar was 'de Zon' dan ?, gaf Saturnus net zoveel licht warmte enz af als de Zon nu, stond de Zon achter (verborgen) Saturnus ? genoeg theorieën over te vinden hier op QFF en andere pagina's op het web. Ik wil het over iets anders hebben namelijk de cult die er zou bestaan omtrent Saturnus als heerser, een god zo je wilt. Iedereen moet voor zichzelf maar uitmaken of dit een fictief verhaal gaat worden, al of niet met enige waarheden in zich want eerlijk gezegd heb ik dat antwoord voor mij zelf ook niet helemaal duidelijk. In ieder geval gaat het mij vooral over de geschiedenis en zijn mysteriën dit artikel moet je dan ook vooral zien als een uitstap vanuit de reeks mysteriën der oudheid hier op QFF daar ik meen dat kennis hierover je een kans geeft om te herkennen wat er om je heen gebeurd.

Afbeelding

Waarom heet dit artikel Saturn Death Cult ? het simpele antwoord: omdat de pagina (http://saturndeathcult.com/ ) op internet zo genoemd is waarvan ik stukjes, hier vertaald naar het Nederlands, ga plaatsen, waarom ? omdat ik denk dat kennis de enige sleutel is om uit de wereld te komen zoals die nu is georganiseerd. Voor degene die denken dat de sleutel bij de Qerk ligt, suc6 ik zou niet verder lezen. Het wat uitgebreidere antwoord: omdat het een onderzoek is naar de oude planetaire omwentelingen, standen die de geboorte en vernietiging in luidde van een legendarische Gouden Eeuw, waarna een een te groot gedeelte van de mensheid degenereerde tot het obsessieve streven naar rijkdom en macht oa. door middel van perverse verschrikkingen van slavernij, het offeren van kinderen en massa-moord rituelen.

Op de Saturn Death Cult pagina kan je het onderstaande lezen:

Leer waarom de huidige angstaanjagende sex-moord culten en (sommige) geheime genootschappen een verdraaide, maar dodelijke nalatenschap zijn van een tijd waarin mensen verlangden naar de wedergeboorte van de planeet Saturnus als onze zon de vermeende originele bron van het leven en licht.
Begrijp de krachten achter de legende van Atlantis en Lumeria , onze voortdurende fascinatie en de angst voor een komende Doomsday. Weet hoe planetaire rampen in de oudheid als gevolg had voor de mensheid en zijn geschiedenis en deze te verdelen in een Gouden Eeuw, Zilveren Eeuw, Bronstijd enz tot de huidige moderne en gewelddadig destructieve tijd.
Guns. Oil. Drugs. Sex. Leer hoe de parasitaire GODEN-industrie haar oorsprong heeft in de (financiële) corruptie van de oude mysterie scholen en priesters. Die oorspronkelijk waren opgericht tijdens de zilveren eeuw, met als doel de kennis van het leven met betrekking tot Saturnus als zijnde onze eerste zon te behouden.
Ontdek het verband tussen de val van de huidige internationale financiële systeem en zijn oorsprong in de legende van de Toren van Babel. Dan begrijp je waarom bepaalde religieuze leringen zeggen dat het de liefde voor geld en macht is, en niet de liefde voor de Duivel is, wat de wortel van alle kwaad is.
Verbind de geheime nazi-technologie en het moderne UFO-fenomeen om de mogelijkheid van een vertrokken, of nog te vertrekken beschaving op zoek naar planeten in de ruimte om deze te koloniseren ten koste van de rest van de mensheid.

Kortom een lekker doomsite en natuurlijk gaan weer is allemaal ddwwood, of is het toch wat meer dan dat? kijk is om je heen. Mocht je niet buiten kunnen komen kijk dan is op de sites op het net en hoe velen mensen daar op elkaar reageren en wat daar nu eigenlijk gebeurd. Dat men regelmatig zo op elkaar reageert dat zou je eigenlijk gewoon niet zo moeten doen en of willen, eigenlijk kan je wel zeggen "laat het ze maar lekker uitzoeken" en leef je leven, en doe is wat liever voor elkaar zijn i.p.v.. al dat ge-doom en gescheld op elkaar. Waarom dan toch een artikel hierover op QFF maken als we toch allemaal ddwwood gaan en niet mee moeten doen? Om mij heen zie ik steeds meer mensen, noem het waQQer worden, en doorkrijgen dat er iets niet goed gaat, als ze eenmaal ontdekken dat er een kracht, beweging, filosofie, cult of hoe je het ook wil noemen, achter zit zie ik sommige mensen in een diep gat vallen. Misschien helpt dit artikel mee om een weg hieruit te vinden of is alleen al het kunnen delen van de ervaring genoeg om een zetje in de goede richting te geven naar bijv. de artikels die hier op QFF of op niburu.tv te vinden zijn, en wellicht behulpzaam zijn om iets terug te vinden. Wat dan terugvinden ? zoals al vaker gezegd dat mag jezelf ontdekken. En misschien ben je ook wel helemaal niks kwijt dat kan tenslotte ook. Hieronder komt vooral het verhaal over de geschiedenis van de mensheid, zoals op die pagina vermeld staat, Ik sla hele stukken over die je uitgebreider kan bekijken op de pagina zelf.

Afbeelding

Saturn Death Cult – deel 1
Saturnus en de opkomst van de 'goden' industrie - de verborgen link tussen wereldwijde rampen, sex magische-bloed rituelen, en wapens, olie, drugs en ​​slavernij. De letterlijke en fysieke reis die de planeet Saturnus heeft gemaakt van het zijn van een bruine dwerg ster en originele Zon van de Aarde, tot de latere 'verbanning' naar de uiterste grenzen van ons huidige zonnestelsel is het verhaal over de geschiedenis van de mens volgens de mythologische, esoterische en occulte tradities. Dit verhaal is de basis geworden voor geheime mysterie scholen en kromgetrokken theologieën, seks en bloed-gebaseerde rituelen, door alchemie gedreven wetenschappen en kunsten. Het is de kracht achter de voortdurende strijd tussen die 'van de elite' en die 'van de Aarde'. Het is het conflict tussen de liefde voor geld en macht en de liefde voor het 'goede'. Het voedt motieven om 'er samen voor elkaar er te zijn' te onderdrukken, maar in het geheugen ligt de kennis hierover verborgen onder onze angsten voor de toekomst. Het is zowel het woord en het vlees vanaf het begin van de menselijkheid, de oorsprong van zowel de beschaving en de oorlog. Het is het verhaal van de vier tijdperken van de mens.

Een introductie in de vier tijdperken van de mens

Wereldwijde mythologieën en esoterische tradities over het algemeen spreken van een cyclus van vier tijdperken van de Mens. (Deze tijdperken mogen niet worden verward worden met afbakeningen van de wetenschappelijke gemeenschap zoals van de steentijd, bronstijd, ijzertijd en historische progressie.)


In grote lijnen, zijn deze overleveringen van de mensheid en zijn ervaringen opgedeeld in de Gouden, Zilveren, Bronzen en het IJzeren-tijdvak van de mens. Vandaag de dag word gezegd dat we leven in de ijzertijd en wel die van de industrie, technologie en het bancaire handelsleven. Voor dat Bronstijd van heroïsche mythologie bestond, werd deze voorafgegaan door een de zilveren die ontstond uit de chaos die de Gouden Eeuw ook bekend als het mythische paradijs had achtergelaten.

Afbeelding

The Purple Dawn of Man

Maar vóór deze Gouden Eeuw, was er een tijd waarin de mens een rustig bestaan ​​zonder wensen genoot en badend in het licht van een perfecte en tijdloze zon, was er een primordiale dageraad van de eeuwige schemering, ... een ver tijdperk gehuld in een zee van hemels paars licht straalde een zeer dichte en wereldwijde warmte van een enkele bol (zon) die permanent gestationeerd was in het uiterste noorden van de hemel.


Voor de oorspronkelijke mens, dit was de tijd van de Purple Dawn, de Grote Droomtijd van ons verre verleden, bezongen in de mondelinge en schriftelijke overleveringen van oude volken over de hele wereld. Op dat moment was er geen zon zoals wij die nu kennen. Er was geen manier om de dag te onderscheiden van de nacht. Geen sterren waren er te zien dit kwam door een dichte atmosferische purperen waas. Er was geen maan van waaruit het verstrijken van de tijd door zijn fasen te zien viel of van waaruit de aardse oceanen zou worden kunnen beïnvloed in d.m.v. de getijden . De mens leefde in een voortdurende staat van schemerige duisternis. De warme en overvloedige paars lichttint doordrong al het bestaan op aarde. De oer-mens zou een bleke schijf gezien hebben die licht uitstraalde vanuit een positie in de sterrenhemel boven de noordpool. Net zoals een oog wat kijkt naar de wereld vanuit een wervelend paars licht in de noordelijke sterrenhemel. Terugkijkend met de kennis die we nu hebben kunnen we deze primordiale zon als een bruine dwerg ster herkennen en deze zou meer energie dan helder licht uitgestraald hebben. Met de beschrijvingen die tot ons zijn gekomen vanuit de oudheid, kunnen we vaststellen, dat deze bijzondere bruine dwergster normaal gesproken een verregaande heliosfeer, of plasma schede, zou hebben die zich ver uitstrekte in de ruimte als een reusachtig ei-achtige cocon wat de aarde zou omsluiten. Door de 'Ouden' uit de Gouden, Zilveren en Bronzen eeuwen werd deze zon-achtige schijf stelselmatig geïdentificeerd als de god Kronos (Grieks) of Saturnus (Latijn). Er werd gezegd dat dit de oorspronkelijke en de beste Zon was. Het was de eerste zon voor de komst van de rode ster we die vandaag de dag de zon noemen. Nu wordt deze zelfde schijf, ooit als zon gezien door de ouden, de planeet Saturnus genoemd, een oude ver weg staande dwergster en slechts zichtbaar als een klein stip vanaf de aarde. De reis die deze schijf-achtige bol van licht ondernam en die van de oer-zon van de Aarde veranderde in die verafgelegen geringde gas-gigant nu, is het verhaal van de occult gekende tijden van de mensheid.

Een tijdloos tijdperk gehuld in een paarse gloed

Herinnerd door de oudste volkeren als de Purple Dawn, dit was het verre, tijdloze verleden en voordat het licht in de wereld kwam. Dit hoofdstuk sla ik over, meer is hier bij de bron pagina ( http://saturndeathcult.com/the-sturn-de ... rple-haze/ ) te vinden.

Afbeelding
Let there be light! The startling effect on primordial man of Saturn flaring after its plasma sheath brushes against the Sun's heliosphere.

Van een tijdloos tijdperk naar het gouden tijdperk

De gewelddadig verandering van Saturnus naar de nu bekende zon bracht de mensheid in zijn legendarische Gouden Eeuw. Een transparante 'trap' vormde de weg naar de hemel, een zuil, de Axis Mundi, van aurora licht richtte zich op van de noordpool tot in de sterrenhemel. En daarmee tezamen kwam dood en vernietiging.

De extreme aardbevingen en klimatologische veranderingen als gevolg van plotselinge verhoging, met betrekking tot Saturnus, in de uitgestraalde energie zou ook hebben geleid tot de intensivering van de onzichtbare elektrische plasma stromingen tussen de planeet (de zogenaamde Birkeland stromingen, welke ook grotendeels verantwoordelijk zijn voor de aurora borealis). Met als gevolg een toename van het zichtbare noorderlicht op de polen van de aarde gevolgd door een boog van elektrische vonken tussen de planeten in de richting van de nieuwe, de huidige zon.

Afbeelding

Als gevolg van de kronkelende aard van de Birkeland stroom verbinding tussen de aarde en zijn polaire zon, ontstond er een gigantische orkaan op de Noordpool. Waar zich, zoals je hier ( http://saturniancosmology.org/flood.php ) kan lezen, voorheen een hele berg van zeewater zich had verzameld door de aantrekkingskracht van de planeet. Toen de dwergster Saturnus met deze wervelende massa van plasma enorme hoeveelheden water omhoog zoog in de atmosfeer en die telkens weer liet neerdaalden op de aarde als er zich een ontlading voordeed als de spanning (tijdelijk) verminderde. Resulteerde daaruit de watervloeden die de soorten teisterende welke leefde op de hogere breedtegraden van het noordelijk halfrond. Voeg daarbij een plotselinge verandering in de zwaartekracht van de aarde die zwaarder word als gevolg van de elektrische veranderingen tussen de vlammende bruine dwerg ster en de aarde en je hebt de eerste van een reeks grote uitsterven evenementen voor de grotere en de plotseling ​​veel zwaardere geworden soorten van de planeet. Het is wat anders dan een asteroïde op je kop maar dat mag de pret niet drukken, het zal vast nog even duren voordat dit is veranderd in de schoolboeken al is zelfs de NASA ( http://news.sky.com/home/technology/article/16073156 ) zich achter de oren aan het krabben dat er iets niet helemaal klopt.

Afbeelding

Op dit zelfde moment ontstond er door de aanhoudende noorderlicht-achtige Birkeland plasma-activiteit op de noordpool een plasmazuil vanaf de aarde naar de god ster Saturnus welke in de geschiedenis voortbestaan als de Jacobs ladder, Tree of Life, the Stairway to Heaven, de stickman, ook spiraalvormige ladders en acht-puntige ster patronen waren nu te zien in de noordelijkenhemel. Al deze symbolen zijn terug te vinden in oude rotstekeningen. Ook bij de moderne mysterie verenigingen zijn deze symbolen in overvloed terug te vinden en net zoals we in de serie de mysteriën der oudheid kunnen lezen vaak met eigen uitleg, al zij er overeenkomsten tussen ... . Kortom 'De Axis Mundi' was nu gevestigd als het dominantste kenmerk in het oude noorden aan de sterrenhemel. Het Saturnus systeem ( http://www.thunderbolts.info/tpod/2004/ ... ncient.htm ) was nu tot stand gebracht. Ook hier weer veel meer over de tussenfase van het tijdloos tijdperk naar het gouden tijdperk op de bronpagina zelf te vinden.

Birkeland stromen
Poollicht strekt zich meestal uit naar de oost-westelijke richting. Birkeland, een Noorse wetenschapper, gelooft dat de substormen horizontaal tegen hen instromen, in verbinding met de ruimte aan het einde van de bogen. Satellieten bevestigen dat de elektrische stromen de atmosfeer inderdaad binnendringen vanuit de ruimte, horizontaal vloeien over een bepaalde afstand en dan terug weggaan en alhoewel hun structuur veel verschilt van Birkland's model, zijn deze nu bekend als de Birkeland stromen. bron ( http://www.spacepage.be/artikelen/het-z ... -de-ruimte )

Afbeelding
Schematische voorstelling van de Birkeland stromen (veld-uitgelijnde stromingen) en de ionosferische stromingen waarnaar ze verbinden

Het gouden tijdperk
Een tijd van geluk en overvloed, de legendarische Gouden eeuw van de mensheid bestond voor de duur van het onzekere leven van Saturnus zijnde de polaire zon van de Aarde, - een positie bedreigd door het onstabiele karakter van de nieuw geboren planeet Venus en de inbreuk van de Zon en zijn eigen planetaire satellieten op de Aarde, Mars en Saturnus.

Terwijl het eerste contact tussen het plasma velden van zowel het Saturnus-systeem en de Zon catastrofistisch waren geweest voor het leven op aarde, bracht het ook de impuls voor de opkomst van de beschaving die de onze nu is en een gouden tijdperk van onderzoek. Tijd en meetkunde kon nu worden ingezet in landmeetkundige verkenning van de wereld die tevens zijn geheimen zou prijs geven. Dat alles onder de warmte van de door de zon inmiddels steeds meer opgeladen God ster Saturnus. Maar dat was niet het einde van rampen die de aarde troffen. Wat bekend stond als de Gouden Eeuw zou eigenlijk worden doortrokken van catastrofistische perioden die uiteindelijk zouden leidden tot een van de grootste rampen in de menselijke ervaring - de Grote Zondvloed. In de tijd nadat Saturnus het eerste contact met de elektrische invloed van de zon onderging vertrok het nu nieuwe-Saturnus systeem in een spiraalweg volgend patroon steeds verder weg de ruimte in. Zoals eerder opgemerkt, kon de zon nu nu kunnen worden waargenomen vanaf de Aarde als een ver licht stijgend in het oosten en in het westen ondergaand. Intense aurora activiteit creëerde verschillende transformaties in de zuil-achtige Birkeland stroom aan de noordelijke hemel die Aarde verbond met de planeet god Saturnus. Deze transformaties in de zuil zijn in talloze rots tekeningen, of petrogylphs, vastgelegd en zijn een handige weergave van de hemelse bezienswaardigheden waarvan de mensheid getuige was in deze gouden eeuw.

Afbeelding

De opkomst van totems in verschillende culturen weerspiegelt ook een erfenis die teruggaat tot de Gouden Eeuw
toen de ringen van Saturnus verschenen als uitgestrekte vleugel-achtige halve manen boven op een gloeiende ladder.

Afbeelding

Echter, Saturnus zijn spiraalvormige reis door de ruimte betekende dat een terugkeer naar het punt van contact met heliosfeer van de Zon onvermijdelijk was, zowel voor Saturnus, als zijn zuidelijke string van planeten, te weten Mars en de Aarde. Hoe vaak dit proces zich herhaalde is onduidelijk, maar voldoende om te zeggen dat elke keer dat er een contact werd gemaakt catastrofistisch gebeurtenissen zoals watervloeden, wereldwijde vuurstormen, massale veranderingen van de aarde en zijn bewoners zouden kunnen plaatsvinden, zowel in de sterrenhemel als op de Aarde.

Inter-planetaire oorlog

Het was in deze gouden tijden dat de Ouden het begin van onenigheid tussen deze goddelijke planeten ervoeren en zij begonnen de vernietigende bezoeken te vrezen die door deze hemellichamen werden veroorzaakt. De planeet Mars, het zwarte in de pupil van het al ziende oog, wat werden gevormd door de planeet Saturnus, Mars en Venus, benaderde de aarde langs de zichtbare plasmastroom. En Mars veroorzaakte hier op Aarde een reusachtig bombardement van rotsen voordat deze planeet zich weer verwijderde in de richting van Venus. Dit herhaalde zich een onbekend aantal keer totdat de finale slag tussen Mars en Venus plaatsvond waarbij op Mars het grote litteken achterbleef die we vandaag de dag nog zien, het litteken op het gezicht van de oorlogsgod.

Afbeelding

Naar deze close encounters tussen de planeten werd met angst en beven gekeken en dit was waarschijnlijk één van de oorzaken van het uitsterven van verschillende soorten hier op de Aarde. Als gevolg van de toegenomen energie-absorptie, nu er twee zonnen hun energieën gaven aan de aarde, begon de zwaartekracht tijdens de Gouden Eeuw groter te worden. Energie wordt omgezet in massa (E = mc2). Massieve scheuren en barsten zouden hierdoor zijn verschenen op Aarde met de bijbehorende dramatische toename in vulkanische uitbarstingen en aardbevingen.

Afbeelding

De Axis Mundi naar Saturnus zoals hij er waarschijnlijk uitzag op het hoogtepunt van de Gouden Eeuw ('s middags). Aurora activiteit creëerde de illusie van een berg van waaruit de ladder naar de hemel omhoog rees. Dit zou bekend worden als de berg van de goden, de berg Olympus bij de Grieken. Meer op de bron pagina .

Na de gouden tijd volgde de grote vernietiging de zg. zondvloed daar is meer dan genoeg over te vinden, hier op QFF heeft Nexion een reeks gemaakt waarvan hier deel 1: Ancient History Pt. 1 staat, hier nog een artikel over Ugarit wij gaan in dit artikel dan ook verder naar het zilveren tijdperk en de opkomst van de 'BleuBloods' de adel of elite zo je wilt.

De erfenis van de Saturn Death Cult en haar invloed op de mensheid begint echt met de priesters van de Zilveren Eeuw en de opkomst van de adel, 'de Bluebloods'

Centraal tijdens de nieuwe de zilveren periode, ontstonden de priesterschappen of mysteriescholen en was de overtuiging dat wat er was vernield ten tijde van de Gouden Eeuw opnieuw zou kunnen gebeuren. In deze reeks over de mysteriën der oudheid is dan ook veelvuldig het sterven en weer opstaan uit de dood ter sprake gekomen. Gebruikmakend van de nieuwe technologie van het schrijven, stelden de broederschappen documenten op waarin ze deze rampen beschreven ter herinnering aan de tijden dat deze plaats vonden. Deze waarschuwingen vormden de basis van geheime genootschappen, binnen deze priesterschappen, waar de voorbereidingen werden getroffen en de kennis bewaard werd om te overleven mocht Doomsday ooit weer plaats vinden. Er wordt niet voor niks telkens weer verteld, in allerlei vormen en verhalen, dat men af moet dalen in de grond om weer terug te kunnen komen in het leven. De legende van hopi indianen verteld dat zij uit de grond zijn ontstaan nadat hun voorouders door het mierenvolk de weg was gewezen in de onderaardse grotten. Zij moesten daarna toe vluchten voor de Slangen God die in de EU mythologie voor een plasma ontlading staat.

Afbeelding

Tempels, Priester Koningen en de opkomst van de internationale commerciële handels- tempels banken

Met de invoering van maten en gewichten ontstond een opwindend maar ook een gevaarlijk sluipend concept binnen de tempels van de oude priesterschappen, de komst van de universele taal van de internationale handel. De drijvende factor in de toename van de handel in de Zilveren Eeuw was het nieuw verkregen concept over wat geld was. In de begin periode werd geld uitgegeven in de vorm van een kleitablet, certificaten die een waarde (een aantal goederen in eigen pakhuis vertegenwoordigden) tegenover de vervaardiging van goederen door een andere samenleving of persoon. Aan de hand van deze kleitabletten werd de waarde van geld gemeten en beperkt tot het bedrag van de goederen die konden worden geproduceerd en worden opgeslagen in een magazijn. Het geld was slechts net zo waardevol als de hoeveelheid goederen die daadwerkelijk zijn opgeslagen. Dit was het centraal kenmerk van de wetten die door de de priesterschappen waren opgesteld met betrekking tot het waarborgen van gelijke maten, gewichten en de handel.

Afbeelding
Kleitablet uit Ugarit het tablet vertegenwoordigde de waarde van de opgeslagen goederen in een pakhuis.

Maar door ontdekkingen en de winning van goud en zilver werd er al snel een verband gelegd tussen deze metalen en het idee van geld. Omdat het moeilijk is deze metalen te vervalsen realiseerde men zich dat goud en zilver konden worden gebruikt als alternatief voor de kleitabletten, en zo werden deze edelmetalen vervolgens gebruikt als geld. Dit was vooral handig als er handel werd gedreven met een ver weg levend volk waarbij er geen mogelijkheid bestond om telkens te controleren of het kleitablet nog overeen kwam met het aantal goederen in het warenhuis. Helaas, dit nieuwe 'internationale' element voor de snelle en makkelijke handel werd er al snel een machtsmiddel, waardoor handelaren (landen, steden) de kleitabletten konden weigeren. Het Handelsverkeer nam een ​​hoge vlucht, maar dat ging ten koste van de controle over het reguleren van de waarde van de vruchten van de arbeid - dat was nu in handen van het goud en zilver producenten. De wetten die door de de priesterschappen waren opgesteld als een manier om een rechtvaardige verdeling tussen arbeid en betaling te bewerkstelligen met gelijke maten en gewichten, werden dus slim ondermijnd door de introductie van het door goud gedekte geld. Dit systeem was nu geheel in handen van de goud en zilver producenten. Zoals eerder opgemerkt, onder dit systeem verloren de mensen die werkelijk nuttige items produceerde, zoals voedsel en kleding alle controle die ze hadden over het instellen van de waarde van hun producten - alles wat ze konden doen was de prijs vaststellen in goud of zilver.

Corrupte elementen in de tempels zagen er al snel het voordeel in. Zij konden nu de waarde van goud en zilver beheersen en bepalen wat de waarde is van de harde arbeid die de bevolking dagelijks moet verrichten om te kunnen eten, wonen of andere noodzakelijke goederen te kunnen kopen. Binnen de steeds meer corrupt wordende priesterschappen ontstond door de waarde van goud en zilver steeds meer macht om de jou goed gezinden op belangrijke functies te plaatsen waardoor een immense macht over de bevolking bij een kleine groep terecht kon komen.

Afbeelding

In dit systeem werd de tempel het centrum van de activiteiten, de centrale bank, en dit uiteindelijk luidde dit de opkomst in van de meeste verraderlijk invloedrijke historische personage: De Priester-koning. Deze Priester-koningen waren de oorspronkelijke 'Bluebloods' adel/elite. In werkelijkheid waren ze niets meer dan alleen handelsbankiers met een monopolie op de productie van goud en zilver. Met de opkomst van de tempel op basis van bankieren parasiteren deze lieden de volkeren van de aarde. En begon men een van de meest duistere krachten te ervaren - de schuld op basis van slavernij. Het was rond deze tijd dat sommige moeders begonnen te merken dat sommige van hun kinderen verdwenen ... .

Het nieuwe op commerce geïnspireerde tempel systeem bleek een alles beheersende invloed te bezitten. Van het verre-oosten ,de rijken van het oude Midden-Koninkrijk, de vroegere Heights of Pan en de landen van Vendyha, het nieuw opgerichte priester-koningschap bouwde gestaag zijn rijkdom en macht op. In het bijzonder bepaalde elementen binnen de Li clan van het oude China grepen deze kans om dit nieuwe concept van handelsfinanciering te gebruiken om hun macht over het halfrond uit te bereiden tot dat deze ongekende proporties had aangenomen. Egypte en Summeria in het bijzonder, en de omringende landen kwamen onder de heerschappij van deze wereldwijde handelssystemen. Met als gevolg dat de slavenhandel bloeide door de noodzaak om meer en meer van het gele metaal te delven, met name in de mijnen van Bisharee werd veel goud gedolven met behulp van slaven. Al snel nam door goud het concept wat in het gouden tijdperk gold; rechtvaardig en rechtschapen leven, weg. En werd goud (geld) slechts het een middel om macht af te dwingen en uit te stralen dat men macht had door het in allerlei vormen te gieten en te laten zien dat hun groep er veel van had. De tragedie was dat het zorgvuldige werk in het begin van de priesterschappen, wat bedacht was voor het behoud van, en de herinnering aan een rechtvaardig en gouden tijdperk via een stelsel van wetten en accurate maten en gewichten tegenover arbeid te plaatsen, volledig teniet werd gedaan door een handels systeem van goud en zilver wat makkelijk te manipuleren is voor zij die het in bezit hebben.

Afbeelding

Het nieuwe systeem van de handel is de handelsbankier zijn manier om de verloren hemelse ladder, de Axis Mundi te vervangen. Deze had gediend als het oorspronkelijke symbool voor de klim naar de hemelse autoriteit. Onder dit nieuwe systeem verschuilden de handelsbankiers, zich achter het gezag van de tempel en zij zou worden verheven tot een positie van de hemel-achtige gezag over alle commerciële activiteit. Het oude gevestigde concept van autoriteit wat gebaseerd was op gerechtigheid en recht werd nu vervangen door de handelsbankiers 'schulden op basis van de slavernij-systeem. Geen andere plaats illustreert dit meer dan een plaats genaamd Babel op de oude vlakten van Sinear, de toekomstige locatie van de stad Babylon. Daar zagen de centrale banken tempel en de handelsbankiers hun financiële autoriteit groeien tot reusachtige proporties.
En gaf voeding aan de legende over de toren van babel ( http://saturndeathcult.com/crimes-of-th ... abel-myth/ )

Afbeelding

Meer hier over op de bronpagina



deel 2

origineel van de eerste pagina:





Saturn and the rise of the ‘GODS’ industry – the hidden link between global cataclysms, sex magick-blood rituals and guns, oil, drugs and slavery.

The literal and physical journey the planet Saturn has taken from being a brown dwarf star and Earth’s original sun to its subsequent banishment to the outer reaches of our current solar system is the story of the known Ages of Man according to the mythological, esoteric and occult traditions.

This story has become the basis for secretive mystery schools and warped theologies, sex and blood-based rituals and alchemically-driven sciences and arts. It is the force behind the continuing struggle between those ‘of the Blood’ and those ‘of the Earth’. It is the conflict between the love of money and the love of justice. It feeds motives to commit conspiracy to suppress, yet its memory lies hidden beneath our fears for the future. It is both the word and flesh from the beginning of human experience, the origin of both civilisation and war. It is the story of the four ages of Man.

The following is a simplified view of myth as history, and history as ritual by way of an intuitive rather than intellectual investigation of the evidence.



img

An Introduction to the Four Ages of Man

Worldwide mythologies and esoteric traditions generally talk of a cycle of four ages of Man. (These ages should not be confused with the scientific community’s demarcations of Stone age, bronze age and iron age historical progression.)

Broadly speaking, these traditions split mankind’s experiences in to Golden, Silver, Bronze and Iron epochs in the ages of Man. Today we are said to live in an Iron Age of industry and technology. Before that a Bronze Age of heroic mythology existed, preceded by a Silver Age born out of the chaos that ended that greatest of ages – the mythic paradise known as The Golden Age.



The Purple Dawn of Man

Yet, even before this Golden Age in which man enjoyed a tranquil existence devoid of want and bathed in the perfect light of a perfect and timeless sun, there was a primordial dawn of eternal twilight,… a distant age wrapped in a sea of celestial purple radiating a dense and global warmth from a single orb permanently stationed at the far north of the heavens.

To primordial man, this was the time of the Purple Dawn, the Great Dreamtime of our distant past celebrated in the oral and written traditions of ancient peoples the world over.

At that time there was no Sun as we know it today. There was no way to tell day from night. No stars could be seen through the dense atmospheric purple haze and there was no moon from which to tell the passing of time by its phases or from which the Earth’s oceans could be influenced in great tidal movements. Man lived in a perpetual state of dusky darkness. The warm and bountiful purple hue permeated all existence and the nocturnal thrived.

Like an eye looking onto the world from a swirling purple chaos in the heavens, primordial man would have seen one pale disk of light radiating its benign presence from a position locked at the celestial north pole. It had always been there,… its presence an integral, yet silently ethereal part of the Earth’s landscape and mankind’s experience.



Looking back from today we can identify this primordial sun as a brown dwarf star which would have radiated more energy than bright light. When taking into account the descriptions that have come down to us from the ancients, we can determin that this particular brown dwarf star typically would have provided a far-reaching heliosphere, or plasma sheath, which extended out into space in a giant egg-like cocoon embrace of the Earth. This would have uniformly bounced the star’s warm radiation back onto the planet producing the purplish primordial glow related to us by these ancient traditions.

To the Ancients of the Golden, Silver and Bronze ages, this sun-like disk was routinely identified as the god Kronos (Greek) or Saturn (Latin). It was said to be the original and the best sun. It was the first sun before the coming of the red star we today call the Sun. Today, this very same disk seen by the ancients is now firmly established as the actual planet Saturn, a former brown dwarf star and now a distant spot of light at the outer reaches of our current solar system.

The journey this disk-like orb of light took from being Earth’s primordial sun to becoming that distant ringed gas-giant is the story of the known Ages of Man.
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:18

Mysteriën Der Oudheid, Saturn Dead Cult 2


Na deel 1 ga ik nu proberen om wat uitgebreider op de mysteriën in te gaan en het verband, wat er zou bestaan, tussen wat men nu doet, toen al deed en dat wat was. In het eerste deel hebben we kunnen lezen dat de mysteriescholen, vanwaaruit de huidige zijn ontsprongen, zijn opgericht omdat "wat er was vernield ten tijde van de Gouden Eeuw opnieuw zou kunnen gebeuren". Om te zorgen dat bijv. de mensheid een kans zou hebben om verder te leven na goden (planeet) oorlog. Als we de mysteriescholen even vergeten en we bij de oudere volken en hun mythes gaan zoeken komen we dezelfde, weliswaar in hun taal en naar hun beleving vertelde of geschreven, 'overleef handleiding' tegen. Waren het eerst vooral symbolen, rotstekening, later ontstond er een verhaal, een kenmerk daarin is hoe verder het verhaal groeit naar onze tijd, hoe meer het moralistisch vingertje naar boven komt. Hoe te leven en te doen om het eeuwige leven te verdienen, wat maar al te vaak tegenwoordig zelf niet word gepraktiseerd door de leiders van die mysterieschool, maar goed dat is een ander verhaal. Als we nu weten, dat in dit verhaal! het eeuwige leven ooit was het leven van de mensheid in de droomtijd/Purple Dawn, de tijd dus dat er geen tijd bestond. Er was weliswaar een dwergster Zon (Saturnus) vast in het noorden aan de sterrenhemel, maar geen 'nieuwe' Zon, Maan, licht, donker en of sterren te zien en waarschijnlijk had niemand al een horloge om.

Je zou je dan ook kunnen afvragen waarom je je als mens zou moeten houden aan de regels van 'het spel' om terug te kunnen gaan, mogen zelfs! naar dat eeuwige leven, wat tenslotte voorbij is, we hebben nu wel tijd, en de Zon en mensheid is verder geëvalueerd zoals die nu is inclusief bijbehorend DNA. Om die droomtijd terug te krijgen zou Saturnus weer naar de Aarde toe moeten komen, of andersom, inclusief de planeet Mars niet te vergeten en zouden Venus en andere planeten waaronder Jupiter weer moeten verdwijnen. De Aarde zou weer wat van zijn massa kwijt moeten raken, enz, enz, enz. Of dit gaat gebeuren ? ik kan het je niet vertellen. Misschien gaan we nog wel een keer opstap naar andere zonnestelsels en haken we daar dan weer aan. Of we krijgen bezoek van een nieuwe planeet al of niet vanuit een bestaande (dwergster) Zonnestelsel met de bijhorende verwoesting en veranderingen in soort en of DNA. Wat wel hier en daar te lezen valt is dat mensen al of niet d.m.v. oude teksten voorspellen dat de mensheid een nieuwe (gouden) tijdperiode tegemoet gaat, nog even in het midden latend dat het gouden tijdperk nu niet zo rustig en goed was, zie eerste deel, zoals men het nu koppelt aan goud. Als dat ooit zou komen hebben 'we' waarschijnlijk geen enkel idee waar we als mensheid naar toe evalueren. Kortom alles is slechts aangeleerde cult en voor alle duidelijkheid ik laat hier het concept dood en of (innerlijk) geestelijk leven weg omdat we in deze reeks op zoek zijn naar de mysteriën der oudheid, hun herkomst en hoe deze nu worden gezien, of nog uitgevoerd. Het is dan ook slechts een 'artikel' verhaal al of niet met waarheden in zich die ook hier weer iedereen voor zichzelf uit mag maken.

Afbeelding

Man-made economische catastrofe vervangt de herinnering aan de destructieve planetaire omwentelingen

Natuurlijk, zoals de daarop volgende eeuwen zou laten zien, een op een schuld gebaseerd monetaire systeem implodeert uiteindelijk onder zijn eigen gewicht, en hoe groter je het maakt des te groter de crash. In een tijdperk net uit meerdere kosmische omwentelingen, bevonden de volkeren van de aarde zich in iets unieks - een man-made global catastrofe in de vorm van een systematische economische kernsmelting. Op deze manier heeft de zogenaamde Toren van Babel ineenstorting en de wereldwijde economische chaos die daarop volgde hele naties en volkeren gedwongen om terug te gaan naar hun oude verscheidenheid aan talen, een wir war aan verschillende plaatselijke maten en gewichten, kortom weer terug naar af wat betreft de wereldhandel. Enige overeenkomsten met de economische crash nu en de Brusselse toren van Babel is natuurlijk toeval ;) . De heerschappij van de priester-koningen werd omvergeworpen en zoals het vaak het geval is in de kielzog van een economische ineenstorting volgt er een periode van tirannen. In die periode stapte de mannen met een grote faam naar voren om de macht over te nemen, de meest bekende daarvan is Nimrod, de machtige jager.

Afbeelding
Nimrod pictured left. The original tyrant, note the Venus star burst he's wearing like a modern wristwatch, except in this case he knew Venus as Ishtar (compare Ishtar symbol at right)

Maar diep in de ruïnes van de nu diskrediet gebrachte tempels van de priester-koningen, zochten donkere geheime genootschappen een manier om het concept van de schulden op basis van slavernij te behouden. En als een onderdeel van hun mysterie leringen opnieuw naar buiten te brengen. Deze zg. corrupte illuminatie trof een overeenkomst met de Bluebloods. De afgezette priester-koningen en zij begonnen aan eeuwen van een geheime rituele verfijning van het alchemistische credo: universele dominantie door "het creëren van rijkdom uit het niets" Komt de term 'steen der wijze' je misschien bekend voor? De kracht om schuld op basis van bedacht geld in te voeren en vandaar uit hun werkslaven te creëren. Nu het zilveren tijdperk ten einde liep merkte men op dat er weer meer kinderen vermist werden. Aan de horizon hing een dreigende figuur; de hemelse roodgeschilderde krijger, Mars. En met hem kwam het tijdperk van helden, de oorlogen en de bronstijd van de mensheid. Meer hier op bronpagina. ( http://saturndeathcult.com/the-sturn-de ... luebloods/ )


Het Bronzen tijdperk: De Mens als God

Met een nu betrekkelijk rustige kosmos aan het begin van het bronzen tijdperk van de mens zag de mensheid voor de eerste keer een sterrenhemel, niet veel anders dan die we vandaag zien. De mens begon zichzelf zien als een middel voor het definiëren van het verleden en de toekomst. Mede door een nauwgezette observatie van de planeten verdween de angst voor Doomsday, welke daarvoor de mensheid in zijn greep had gehouden, radicaal uit het geheugen van de mens. Men 'vergat' de gebeurtenissen tussen Saturnus en de Zon en hun vernietigende en gelijkertijd scheppende krachten. En men begon deze genetische herinnering voor de 'dag des oordeels' op het eigen zelf, en aan het eigen handelen te koppelen. Op deze manier zag de wereld de opkomst van halfgoden, krachtige mythische mannen en vrouwen wier lot werden beschouwd als onafhankelijk van de wil van de planeet goden die eraan voorafging. De Gouden Eeuw betekende nu weinig meer dan een tijdperk waarin mensen werd geleerd om te geloven dat zij zouden worden kunnen geregeerd door een koning van hun eigen keuze, of een door een god gezonden afgezant. De Oorlogs-koning regeerde nu en deze nam de macht van de 'Bluebloods' over, die tot nu toe aan de macht waren geweest. Na de gebeurtenissen in Babel waren zij hun macht kwijt geraakt doordat zij grote tegenstand kregen van de bevolking. Een tijdlang was strijd, oorlog en eer het hoogste goed wat men kon behalen. Echter Mars en Venus zouden het laatste woord hebben over wie het echt ging en wie de opkomst en ondergang van koningen en koninkrijken bepaalde. Rivieren zouden rood kleuren, sprinkhanen plagen zouden zich over het land verspreiden, kikkers zou zich vermenigvuldigen als konijnen en sterfgevallen onder eerstgeboren kinderen zouden leiden tot statistisch onwaarschijnlijk hoge aantallen. Het ergste van alles, voor de Oorlogs-koning, de slaven zouden zich vrij voelen om het juk af te gooien van hun meester. En een oud idee van wat gerechtigheid en rechtvaardigheid vormde zou opnieuw opduiken.

Afbeelding

Mars en Venus bedreigden opnieuw de Aarde

Het eerste idee wat de bevolking van het bronzen tijdperk te wachten stond had kunnen worden afgeleid uit het lot van een weinig bekende stadstaat dat een zekere gespecialiseerde landbouw-monopoliepositie bezat. Met dank aan de opkomst van de landbouw aan het einde van het zilver tijdperk waren sommige planten ontdekt die andere eigenschappen (hallucinogene werking) dan alleen het voeden van de mens bezaten. Hoewel dit al duizenden jaren bekend zou zijn geweest zou op lokaal niveau, was het pas mogelijk om de commerciële mogelijkheden van deze planten kunnen benutten toen men geavanceerde landbouw technieken ontdekten. De belangrijkste onder deze planten was de inmiddels beruchte papaver plant, een bloem geschikt voor het even ontsnappen aan de doomsday gevoelens, hij bracht de mensen in een gelukzalige trance zonder angst. De stadstaat die een monopoliepositie had op de teelt en distributie van deze zeer verslavende drug maakte hierdoor veel winst.

Sodom en Gomorra.

Sodom en Gomorra was in zijn tijd, de Afghaanse opium velden en de Gouden Driehoek ineen. Het product werd bekend als de druiven van Gomorra, voor anderen als alsem, en bood een zekere Jezus Christus haar verdovende comfort toen hij hing te sterven aan een Romeins kruis. Vergeet de verhalen over de seksuele verdorvenheid en afwijkende neigingen, in deze stad was een efficiënte drugshandel in werking. Die alleen geëvenaard is door de CIA. En die markt aan het begin van het steeds immorele wordende bronzen tijdperk werd alleen maar groter.

Afbeelding

In Sodom en Gomorra bleek de opiumhandel opmerkelijk recessiebestendig in de nasleep van het economische Toren van Babel debacle. Onder zulke omstandigheden willen mensen alleen maar vergeten, achterover leunen en uit hun zorgen komen. Opium heeft een uitstekende capaciteit om precies dat te doen voor de mens en de verslavende eigenschappen zorgden voor een kant en klare levering van bereidwillige debiteuren naar de tempelbank, waar de overgebleven handelsbankiers zaten die de gevolgen van Babel hadden overleeft.

Dan sla ik een stuk over wat je verder op de bronpagina ( http://saturndeathcult.com/the-sturn-de ... an-as-god/ ) kan vinden, Sodom en Gomorra waren vernietigd hetzij door Mars, hetzij door Venus ik heb geen idee welke van de twee het was maar de 'echte goden', de planeten, hadden laten zien wie er bepaalde wat bleef en wat vernietigd werd. (Meer over Venus ( http://saturniancosmology.org/epi.php ) en Mars. ( http://saturniancosmology.org/quet.php ) De Oorlogs-koning had nu een probleem al was het alleen maar omdat de bevolking van hem eiste hier (de vernietiging) wat aan te doen. Maar wat te doen? roepen naar twee planeten dat deze weg moeten blijven gaat niet lukken. Dit was voor de Priester-koningen het moment om een stuk van de macht terug te kunnen krijgen en zij hadden een 'interessante' oplossing voor de Oorlogs-koning. Een reeks van seks rituelen ontwikkeld om de boze goden gunstig te stemmen en die de macht over het volk zouden vergroten.Maar sexy waren deze rituelen helemaal niet ... want, sinds het einde van het Zilveren Tijdperk waren deze rituelen verworden tot ziekelijke en beangstigende ceremoniële groepsverkrachtingen, compleet met het seksuele misbruik .... .

The Saturn Death Cult ontstaat

Ze noemden het een soort van seks magie. Binnen de verborgen geheime genootschappen en mysteriescholen van de vorige eeuw waren de mythologieën en legendes van de feitelijke planetaire gebeurtenissen in de Gouden Eeuw vervormd tot letterlijke menselijke drama's. Deze drama's werden vervolgens fysiek hergebruikt en als ritueel 'vertaald' wat vervolgens door de aspirant moet worden uitgevoerd om de erfenis en de macht van Saturnus en het gezag als Schepper te kunnen bezitten. Met dit scenario kon men kiezen uit een willekeurig aantal verwrongen seksuele patronen in de mythologie en deze omzetten in perverse seksuele bevredigings-rituelen gemaskeerd als ceremonie.

Afbeelding

Oude-man Saturn neemt de jonge Venus als een bruid in de mythen, dus op Aarde neemt de koning een maagdelijke (lees 'kind') priesteres van Aphrodite (Venus) en heeft seks met haar.
Mars is de krijger God geboren uit Venus, die in opstand komt tegen Saturnus en uiteindelijk opstijgt naar de hemel om seks te hebben met zijn moeder. De oorlogs-koningen bevinden zich in dezelfde positie en het ritueel dwingt hen dit doen, tegen de zin van hun vaders (Lees Koning Davids zoon Absalom in de Bijbel) .
Saturnus, onder zijn Griekse identiteit als de god Kronos, verslindt zijn eigen kinderen, ... dus menselijke koningen hebben naar verluidt hetzelfde gedaan met de menselijke kinderen, mogelijk zelfs hun eigen, wanneer de gelegenheid dit vereist. (zie de vermoedelijke capriolen van Caligula)
Jupiter / Zeus besluit Saturnus / Kronos 'zijn kroon over te nemen door hem te ontdoen van zijn ingewanden en zijn eerder verslonden broers en zussen te bevrijden uit Saturnus zijn darmen. Zeus trouwt dan snel met zijn zuster Hera. Natuurlijk, de aardse koningen volgen ook dit voorbeeld en trouwen en hebben seks met hun zusters - achterlijke inteelt erfgenamen zijn het gevolg hiervan en vandaag kunnen we de erfenis van dit beleid zien binnen onze verschillende politieke elites die nog steeds in 'de familie' met elkaar trouwen.

. . . En ga zo maar door. . . Rituele seksuele handeling, na rituele seksuele handeling, bloedoffer na bloedoffer, rituele daad van kannibalisme, na rituele daad van kannibalisme. De in het zilveren tijdperk bestaande behoefte om de werkelijke gebeurde kosmische gebeurtenissen te verzamelen, en bewaren in mythische rituelen, zodat de Doomsday lessen niet zou worden vergeten werden uitgehold en omgevormd tot een seks-ritueel en controlemechanisme. Dit mechanisme zou kunnen worden gezien als de eerste toepassingen in de schaduw van de door de overheid gesteunde mind-control-programma's. Ze werden ontwikkeld om de eens zo trotse oorlogs-koningen terug te brengen tot een rol van de sex-marionet, in een krankzinnige poging om de mensen te overtuigen dat de ​​vermeende elite klasse het zelfde gezag had als Saturnus de kosmische Heer en Schepper. De machtspolitiek op aarde had een vervelende draai aan zichzelf gegeven en net zoals de planeten Mars en Venus bleef deze een bedreiging vormen voor de bevolking in hun bestaan. Het is bijna onmogelijk om te begrijpen waarom deze Bluebloods er van overtuigd waren dat hun walgelijke en perverse rituelen de fysieke standen van planetaire lichamen konden beïnvloeden. Het lijkt er echter op dat deze dodelijke onzin een wereldwijd fenomeen werd en dat steeds meer adel ervan overtuigd was dat dit hun de macht gaf van Saturnus.

Afbeelding
Detail from the Codex Magliabechiano depicting human sacrifice in the Americas.

In de Nieuwe Wereld, geschapen door de elites, beoefende de oude grote Indiaanse culturen gruwelijke variaties op dezelfde thema's. Deze staan nog steeds zichtbaar op de grote stenen piramides en tempels afgebeeld. Kleinere en latere Amerikaanse culturen, compleet met hun totem voorstellingen van de Axus Mundi als achtergrond, deden hetzelfde met de 'mindere' middelen die tot hun beschikking stonden. Het resultaat was nog steeds een zeer onaangename ervaring voor hun ongelukkige slachtoffers. Zuidzee volkeren beoefend regelmatig ritueel kannibalisme als onderdeel van hun koninklijke en militaire etiquette zelfs tot in de recente geschiedenis. De Feniciërs waren berucht om hun kind offers, weerzinwekkend zelfs voor de harde cultuur van Romeinen met hun gladiator en circus spelen. Zelfs Israëlitische koningen in de Bijbel gooiden hun naar verluidt de eerstgeborenen in het vuur als offer om het ritueel uit te voeren waardoor zij zelf de macht behielden en zouden overleven.

Het ritueel als bestaansrecht van de elite

Dit concept van rituelen uitgevoerd door de elite en oorlogs-koningen als directe communicatie met het goddelijke werd door een begrip en eenvoudige waarneming van natuurlijke gebeurtenissen zowel op aarde als in de sterrenhemel onhoudbaar.

Zij waren tenslotte de adel en afgezanten van het goddelijke en hun doel in het leven was om rituelen uit te voeren ten behoeve van de mensheid. die alleen door nieuwe zorgvuldig gekozen heropvoeringen, georganiseerd door de gekozen vertegenwoordigers van de mens, en deze acties toe te schrijven aan de goden kon de mens de weg naar ware verlichting en het begrip van de verborgen boodschap worden bereiken. De grootser het ritueel, de verhevener de tempel, hoe groter de kans was dat je kans had om de verborgen boodschap te ervaren. De kosten om aan deze rituelen mee te mogen doen waren enorm en dat was vooral bedoeld om de gemiddelde man geen schijn van kans te geven om een een afdaling in de hel en bijhorende klim naar verlichting te kunnen laten maken. En dat is precies de wijze waarop de elite wilde dat het zou gaan. Verlichting was niet iets om onderschat te worden, en al helemaal niet beschikbaar voor de grote groep gewone mensen. Je kon tenslotte gewoon niet een hele natie van mensen laten denken dat ze in staat waren om individueel te oordelen op basis van de eenvoudige constatering van gebeurtenissen, of het bestuderen van schriftelijke verslagen over dergelijke gebeurtenissen. Dat zou betekenen dat iedereen het potentieel heeft om de motieven en plannen van de Opperste Schepper begrijpen. Wie zou er dan speciaal en elite zijn? Nee! dat kon natuurlijk niet! De elites bedachten steeds meer gecompliceerde en bizarre rituelen, en dat was de enige manier om de ware weg naar een gouden tijdperk-type achtige verlichting, te behouden. De beste manier om dit te doen bedacht men was ervoor te zorgen dat elke natie het oorlogs-koning model, uit gedacht door de elite, inclusief bijhorende overheid die er door, en voor de elite was, zou overnemen.

'Man aan de top ', hiërarchie, was het enige aanvaardbare in de orde der natuur wat bestond in de hoofden van de elites, die , gek genoeg, zelf de mensen aan de top waren.

Afbeelding
A 1907 photo of the infamous Bohemian Grove staging a performance of 'The Cremation of Care', a play still performed at this elitist club to this day. Some believe the play represents a modern day re-enactment of Moloch worship, though there is no evidence that actual children have been sacrificed as part of the fun.

meer op de bronpagina ( http://saturndeathcult.com/the-sturn-de ... an-as-god/ )

De link tussen drugs en oorlog

In het begin van de bronstijd van de Mens domineerde de ontwikkeling van de handel in de oude wereld. De verraderlijke de handel in opium had zich herwonnen na de val van Sodom en Gomorra in de regio Anatolië. Een stel oorlogs-koningen gedroeg zich als de moderne drugskartels en strijdend over wie de controle van de lucratieve handelsroutes tussen Azië en de West-koninkrijken kreeg. Het machtigste kartel noemde zich het Troy Kartel, maar het werd uitgedaagd door de nieuwkomer het Agamemnon Cartel. De strijd over de gebieden begon en de daaruit voortvloeiende narco-oorlog verzwolgen de regio voor de komende tien jaar. De oorlog kwam pas tot een einde als gevolg van een nieuwe planeet interventie, waarschijnlijk dezelfde die had toegeslagen, en de Israëlieten had geholpen, om onder het juk van de Egyptenaren uit te komen. Echter, de belangrijkste ontwikkeling die uit deze strijd voort kwam was de plotselinge vooruitgang die werd geboekt met de wapenproductie. Deze nieuwe technologieën zorgde voor een groter aantal doden en bepaalde 'Verlichte Wezens' zagen dan ook al snel de waarde in het bevorderen van een wapenhandel. De wapenindustrie als middel om ervoor te zorgen dat hun niet aflatende bloed-offer rituelen vooruitgang boekten in het aantal offers aan de goden. Oorlog als een uiting van bloed-opoffering was de nieuwe trend geworden.

Afbeelding

Voor de Bluebloods en 'verlichte Wezens' van verschillende occulte geheime genootschappen en mysteriescholen was alles nu zoals het zou moeten zijn. De Oorlogs-koningen waren blij, de advocaten en de Schriftgeleerden die belast waren met het institutionaliseren van de verschillende rituelen waren tevreden, evenals de groeiende koopman klasse die hun comeback maakte na de Babelse ineenstorting van de handel. De mensen werden weer aan het werk gezet en belast met oorlogs-belasting. En de slachtoffers van deze schijnbaar eindeloze rituelen, klaagden deze niet over de stand van zaken? Dat konden ze niet de meesten waren immers dood!

The Saturn Death Cult en monetaire controle

Ongeveer zeshonderd jaar nadat de kosmische gebeurtenissen in Sodom en Gomorra en de Exodus voorbij waren, en de sporadische plunderende afdalingen door de planeten Mars en Venus tot een einde gekomen leken te zijn en alles goed leek ... , ontbrak er iets in het grotere geheel van de dingen wat de 'Verlichte Wezens' betrof. Ze hunkerden nog steeds naar een terugkeer van 'het schulden op basis van slavernij' systeem van het oude Babel als zelfde basis voor het nieuw te vormen economisch model voor de mensheid. Een verandering van de strategie moest zorgvuldig worden overwogen als men weer de totale controle over de zaken van de mensheid wilde hebben. Terwijl de oorlog al een bron was van bloed doordrenkte tevredenheid voor de rituele behoeften van de elite was het de daadwerkelijke bevordering van steeds meer uitgelokte en barbaarse oorlogen, wat sommige 'Verlichte Wezens' beschouwden als 'twee vliegen in een klap' wat betreft hun goddelijke doel hier op Aarde.

Afbeelding
One-on-one duels like the one pictured here between Achilles and Hector became passé as far as adherents to the Saturn Death Cult were concerned. Painting by Theofilos Hatzimichael

Sinds de tijd van de Trojaanse drugs oorlog was erkend dat de slachtoffers van de oorlog zouden kunnen worden benut voor de rituele tevredenheid van de Goden. Maar tot op heden was het benutten van deze doden nog maar amateuristisch en nog lang niet op zijn best. De sleutel tot een consistent aanbod van gegarandeerd bloedvergieten was te vinden in het begrip; oorlogsvoering als zijnde een doorlopend industrieproduct, (veiligheid, spijzen, voedsel, nu olie, enz, enz), op bestelling - en dit vereist geld, veel geld. Als gevolg hiervan, en ondersteund door beloften van uitgebreide materiële rijkdom en macht, zag men een uitbarsting van nieuwe oorlogs-koningen en maakten deze hun eerste, gemanipuleerde, en bloederige stappen in de richting van het concept Imperium. Zorgvuldig geselecteerde data in overeenstemming met de inmiddels gevestigde bloed rituelen werden gekozen om meerdere veroveringsoorlogen te starten. Het 'gelukkige' gevolg van deze oorlogen, zoals voorzien was door de 'verlichte machten', was de immense schaalvergroting van het bloed-offer ritueel behoefte, terwijl hun nieuwe marionet, de oorlogs-koning, steeds dieper in de financiële schulden raakte door de kosten van deze oorlog. De formule was simpel: voor oorlog is geld nodig, en geleend geld om de oorlog te bekostigen is schuld. En schuld = Slavernij! Als een koninkrijk zou kunnen worden gemanipuleerd om schulden te accepteren, dan zou het een rijk van slaven worden. Deze formule zou echter alleen werken als de uitgifte van geld, en de lening aan de oorlogs-koning in handen was door de 'Verlichten' zelf. In het Nabije Oosten, in een plaats die de vlakte van Dura werd genoemd, kreeg een aantal zeer gepositioneerd en bevoorrechte 'Verlichte' Wezens het erg druk.

De financiële opkomst van Babylon

De Oorlogs-koning van een groeiende stad staat met de naam Babylon had onlangs een reeks spectaculaire veroveringen afgesloten. Babylon was nu een rijk en een eigen gevestigde orde van mysteriescholen en geheime genootschappen haden grote publieke invloed en bekendheid. Door hun occulte, op ritueel gebaseerde, controle van de oorlogs-koning Nebukadnezar, Hadden deze 'verlichte wezens' samengespannen om een gouden toekomst voor zichzelf te creëren, welke de vlakte van Duta zou domineren. In wezen was dit 's werelds eerste financiële op goud gebaseerd standaard systeem en Dura was Babylon's voorloper van het heden ten dage bestaande Federal Reserve System van de Verenigde Staten, en de centrale bank in Europa. De tempels handelend als banken binnen deze nieuwe goud standaard, begonnen met het opnieuw geld geven als een schuld op naam. Ook hier weer overeenkomsten met nu te herkennen? nah geheel toevallig hoor. Meer op de bronpagina ( http://saturndeathcult.com/the-sturn-de ... -of-money/ )

Afbeelding
The Biblical prophet Daniel,
one of the main Hebrew adversaries
to the establishment of a financial
Babylonian gold standard
.

De val van Babylon – the Saturn Death Cult gaat ondergronds

Babylon viel, ... en snel. Zijn grote op goud gebaseerd standaard systeem experiment werd in de kiem gesmoord. In een nacht had Babylon, verslagen door de perzen, opgehouden zijn eigen baas te zijn en de 'Verlichte Wezens' trokken samen met hun mede gevangengenomen 'Israëlische Nemesis', hun eigen stad binnen. Het door hun uitgedachte experiment, het op goud gebaseerde standaard systeem, lag in puin. De overblijfselen van de geheime genootschappen van Babylon en hun mysteriescholen smolten weg in de woestijn, om in het duister herboren te worden als een occult genootschap. Verbannen in een economische en politieke wildernis, waren zij vastbesloten om nooit meer hun ambities te laten zien, of onderhevig te maken aan de publieke controle. Zij richten hun blik op een nieuwe vestigingsplaats, en al snel was hun opkomst te bemerken tussen nieuwe oorlogszuchtige culturen. Voorzichtig, trokken zij hun plannen, verzamelden hun waren, en verhuisde naar Rome - de IJzertijd van de Mens stond op het punt om te beginnen in al zijn angstaanjagende duisternis en weelderige decadentie.
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:19

Mysteriën Der Oudheid, Waardering voor


Beoordelingen voor de mysteriën vinden wij bijna uitsluitend bij de oude Griekse en Romeinse schrijvers. Voor zover dit Grieken zijn valt het op, dat zij in het algemeen de inheemse mysteriën hoger aanslaan dan die welke uit vreemde landen in Griekenland waren ingevoerd. Bij de romeinse schrijver zien wij een dergelijk verschil niet, want uit de tijd, dat wij er berichten over hebben, bestonden in het oude Rome geen eigen mysteriën. Deze kwamen uit het buitenland, werden in de regel met een zekere ingenomenheid begroet, die later afnam, totdat zij in de Romeinse keizertijd veelal weer in aanzien stegen. De christelijke schrijvers hebben over het algemeen grote minachting voor de mysteriën en veroordelen deze instellingen in allerlei toonaarden.

Afbeelding

In het klassieke Griekenland namen de mysteriën een belangrijke plaats in het openbaren leven in, hoewel ook hier de waardering wisselde naar gelang de omstandigheden en de persoonlijke inzichten der beoordelaars. De redenaar Demosthenes, die in de vierde eeuw v. Chr.. leefde sprak bijv. met grote minachting over de Sabazios-mysteriën, maar dit moeten wij geheel in het licht zien van zijn wijze van bestrijding van zijn tegenstander Aischines, die bij deze mysteriën een rol vervulde. Daartegenover staat dan, dat de in de vijfde eeuw v. Chr. levende Euripides over de, met de Sabazios-mysteriën ten nauwste samenhangende Dionysos-mysteriën een drama schreef (Het Bakchantenfeest) en de ongeveer achthonderd jaar later levende Nonnos de Dionysos-mythe in een uit acht-en-veertig boeken bestaand dichtwerk (Dionysiaka) behandelde. De Attis-mysteriën werden in Klein-Azië zeer vereerd en geminacht in Griekenland, maar van keizer Julianus, die er een wijsgerige ondergrond aan gaf, ontvingen zij de hoogste lof.
In ieder geval blijkt de waardering der mysteriën allereerst uit het feit, dat zij vele hooggeplaatste en of op ander gebied vooraanstaande lieden onder hun ingewijden telden. Hiervan wordt in de literatuur herhaaldelijk melding gemaakt en naast verschillende mythische figuren, zoals Herakles en Theseus wordt uit de aller-oudste tijden allereerst Pythagoras genoemd, terwijl ook van Agamemnon verteld werd, dat hij in de Samothrakische mysteriën was ingewijd. Uit hun eigen mededelingen blijk, dat Herodotos en Platon tot de ingewijden behoorden. Dit zijn de eerste historische personen, van wie zulks vaststaat. Uit een iets latere tijd horen wij, door een bericht van Ploutarchos, dat de ouders van Alexander de Grote, Philippos en Olympias, op Samothrake waren ingewijd, waar zij elkander hadden leren kennen. Ook van Demetrios Poliorketes, koning van Macedonië, is bekend, dat hij ingewijd was. Uit inscripties uit die oude tijden zijn ons vele namen van ingewijden bekend geworden, maar dit zijn vrijwel uitsluitend geheel onbekende personen. De meeste mededelingen ovre ingewijden hebben wij echter uit de laatste bloeitijd der mysteriën, d.w.z. de Romeinse keizertijd en de periode, die daar direct aan voorafgaat. Dan horen wij niet alleen van voorname en vooraanstaande Grieken, die zich lieten inwijden, zoals Diodoros, Pausanias, Ploutarchos, Aristeides en van de tegen het einde van het heidendom levende Prokolos, maar ook van Romeinen, zoals Apuleius, Cicero en Sulla. Zelfs voor de kerkvader Clemens van Alexandrië, zou, zoals gezegd, voor hij christen werd, in verschillende mysteriën zijn ingewijd.

Afbeelding
Hand of Sabazius (Zeus) Pompeii

Ook onder Romeinse keizers telden de mysteriën hun ingewijden, waaronder genoemd kunnen worden Claudius, Augustus, Hadrianus, Antonius, Marcus Aurelius, Septimus Severus en Julianus. (Augustus werd in het jaar 21 v. Chr. ingewijd; Hadrianus in 125 (Dion Cassius LIV, 9, 7). Hij liet zich zelfs twee keer inwijden en schijnt de mysteriën ook in Rome te hebben laten vieren (Aurelius Victor in zijn in 360 uitgegeven "Caesares", 14, 4, volgens Nilsson, Geschichte, II, 329). In zijn tegenwoordigheid werden, door de epibomo L. Memmius, Marcus Aurelius en zijn zoon Commodos ingewijd (I, G., II, 3632, volgens Nilsson, Geschichte, t.a.p.). Deze inwijding zou in maart 176 hebben plaats gehad voor zover het de kleine mysteriën betrof en in de daarop volgende september geschiedde de inwijding in de grote mysteriën. Septimus Severus werd ingewijd voor hij in 193 tot keizer werd uitgeroepen (Dudley Wright, The Eleusian mysteries, 67, e.v. )).

Uit het geen de oude schrijvers over de gelukzaligheid schreven, die door de mysteriën is reeds af te leiden, dat zij de inwijdingen en daarmee de waarde der mysteriën hoog aansloegen. Maar ook overigens zijn zij herhaaldelijk vol lof daarover en dergelijke beoordelingen zijn ons vooral overgeleverd uit de tijd, dat men de grote uitbreiding van het Romeinse rijk ook de mysteriën over dit grote gebied een geweldige vlucht namen. Cicero heeft veel bewondering voor de Eleusinische mysteriën en spreekt van Eleusis als van de tempel, "waar volken uit de meest verwijderde landen" wijdingen ontvingen. In zijn boek "over de wetten"uitte hij zijn bewondering, door Marcus tegen Atticus te laten zeggen:
"Want hoeveel heerlijks en goddelijks uw Athene heeft voortgebracht en in het menselijk leven heeft ingevoerd, zo is er toch niks beters dan de mysteriën, waardoor het zich uit een ruw en wild leven tot menselijkheid ontwikkeld en milder gemaakt heeft. En daar zij inwijdingen genoemd worden, hebben wij daardoor de opperste grondslagen van het leven leren kennen. (Cicero maakt hier een niet te vertalen woordspeling, doordat het Latijnse initium zowel "inwijding (in de mysteriën)" als "begin" betekend, terwijl het woord principia zowel "begin"als "opperste grondslagen en regels voor het leven"betekent.) En niet alleen de kunst blijmoedig te leven, maar ook die om te sterven met een betere hoop."

Nu berust de bewering van Cicero, dat de mysteriën de mensen van ruw en wild leven tot menselijkheid gebracht zouden hebben, volkomen op fantasie. (dat de mysteriën de mensen tot beschaving zouden hebben, hangt ook samen met de opvatting, dat tegelijk met de Eleusinische mysteriën door Demeter ook het verbouwen van graan zijn onderwezen. In deze zin spreekt ook Themistos (Redev, 30, 349b, volgens Magnien, Les mysteres, 42), maar hij legt dan verband met de Orphische mysteriën, zoals men in het verleden vaak tot verschillende mysteriën behorende elementen dooreen mengde. Hij zegt dan: "zelfs de inwijdingen en de riten van Orpheus waren niet zonder samenhang met de landbouw. dat is de verklaring van de mythe, die ... de harten van allen verzacht. De gekweekte vruchten, die de landbouw ons geeft, hebben een beschavende invloed op de menselijke natuur in het algemeen en op de gewoonten der dieren; de dierlijke hartstochten in ons hart zijn weggenomen of onschadelijk gemaakt".)
Er is daarvoor geen enkel bewijs en het is ook niet te verwachten, dat ons uit een dergelijke overgangstijd gegevens ter beschikking zullen komen. Wij mogen er dus niet meer dan een retorische zinswending in zien, die ons echter wel een indruk geeft van de verering, die de mysteriën bij Cicero genoten. Ook de reeds enige keren genoemde Diodoros is vol lof over de instellingen, hetgeen o.a. blijkt uit zijn woorden over de Samothrakische mysteriën: "Er wordt ook beweerd, dat men door opneming in de mysteriën vromer, rechtvaardiger en over het algemeen beter wordt, dan men voorheen was. En daarom hebben ook de besten onder de oude heroën en halfgoden met ijver naar de verlening der ingewijden gedongen en Iason, de Dioskuren, Herakles en Orpheus, die de wijdingen ontvingen, zouden slechts het doel hunner ondernemingen bereikt hebben, omdat de Goden hun hulpvaardig waren".

Afbeelding
Iason half bewusteloos in de muil van de draak. Naast hem staat godin Athena en op de achtergrond het aan een boom hangende Gulden Vlies

Dat de ingewijden van de mysteriën en de daarmede verbonden Goden allerlei goeds te wachten hadden, blijkt ook uit de woorden van Maximos van Tyros, een Leeraar in de welsprekendheid en wijsbegeerte uit de laatste helft der tweede eeuw, die zei: "Ontvang uw inwijding, ga, stijg op naar de plaats, ontvang het goede en ge zult niets groters verlangen".
Zoals reeds gezegd , achtte de redenaar Aristeides de mysteriën zeer hoog en uit zijn Eleusinische redevoering, die vermoedelijk in 182 te Smyrna gehouden werd na de brand, die het telesterion van Eleusis verwoestte, blijkt dit overduidelijk. Hij zegt daarin o.a.: "Wie van de Grieken of de niet Grieken was zo lomp en onbeschoft of stond zozeer buiten de wereld der Goden, was voor schoonheid zo onontvankelijk als de aller verfoeilijkste misdadigers, die dit op hun geweten hebben (vermoedelijk had hij het oog op de christenen), dat hij Eleusis niet voor een een gemeenschappelijk heiligdom der aarde hield en van alles wat voor de mensen goddelijk is en tegelijk voor het huiveringwekkendste en het vreugde volste ? Op welke andere plaatsen verkondigden de mythen verbazingwekkender dingen? Waar verwekten de dromenda (heilige handelingen) grotere beroering? Waar was grotere wedstrijd tussen datgene, wat het oog en het oor verrukt? Wat het zien betreft, waar hebben talrijke geslachten van gelukzalige mannen en vrouwen zo onuitsprekelijk verschijningen gezien? Wat (tot het horen behoort), dichters en sagen vertellers hebben openlijk verkondigd, dat het meisje (Persephone) van Demeter gedurende enige tijd verdwenen was en hoe Demeter de gehele aarde en zee door gedwaald was om haar dochter te zoeken, hoe zij haar een tijdlang niet kon vinden, maar, toen zij in Eleusis gekomen was, deze plaats haar naam gegeven had ... ".

De ook reeds genoemde Apuleius is eveneens vol lof over de mysteriën en uit zijn bewondering over de in zijn tijd bestaande Egyptische mysteriën in woorden van de grootste waardering. Alleen over de rondzwervende Attis-priesters is hij slecht te spreken. Opmerkelijk is ook, dat Clemens van Alexandrië zich slechts bij uitzondering op felle wijze tegen de mysteriën keert, terwijl hij toch overigens op het heidendom bij voortduring zeer heftige kritiek uitoefent. Bij één gelegenheid neemt hij zeer duidelijk stelling tegen de mysteriën en dit is in het tweede boek van zijn "Aanmaning tot de Heidenen". Hierin verwerpt hij alles, wat deel uitmaakt van de heidense godsdiensten, en schrijft hij over de wreedheid van offers aan de heidense Goden, de dwaasheid om beelden te gebruiken bij de godsdienst, de meningen der wijsgeren over God, waarbij deze een enkele keer toevallig de waarheid vertelden enz. Hij komt dan ook op de mysteriën te spreken en noemt enige heidense bestrijders van deze instellingen: Euhmeros, Nikanor, Diagoras, Hippo en Theodoros. De stichters der mysteriën noemt hij de eerste scheppers van het kwaad, de vader van goddeloze fabelen en dodend bijgeloof. Hij zegt niet met de mysteriën te willen spotten, maar slechts te willen wijzen op de toverij, die er mee samenhangt. Maar, als wij zijn geschrift met aandacht lezen, dan bevat dit eigenlijk alleen grote woorden en algemeenheden, behalve op één punt: hij geeft af op de mythen of op onderdelen daarvan, die geen hoge moraal vertonen, hetgeen, als men ze letterlijk opvat, soms ook niet te ontkennen valt en zeker niet in de gedachten gang der christelijke kerkvaders. Maar wat de riten betreft, maakt hij alleen bezwaren tegen die, welke met een zinnebeeldig huwelijk verband houden. Kennelijk wil hij de indruk maken een groot tegenstander der mysteriën te zijn, maar over het wezen der mysteriën en de inwijdingsriten schrijft hij niets afkeurends.

Afbeelding
Clemens van Alexandrië (Titus Flavius Clemens)

Eenzelfde standpunt neemt Origenes in zijn genoemde verweerschrift tegen Celsus in. Over de mysteriën schrijvend zegt hij zelfs: "Over het algemeen hebben de mysteriën, die overal in Griekenland en bij de barbaren gevierd worden, hoewel ze in het geheim plaats vinden, geen slechte naam". De door hem in zijn bestrijding telkens aangehaalde heidense tegenstander Celsus is zelfs een enkele keer vrij scherp, hetgeen blijkt uit het verweer van Origenes tegen deze passages. Zo zegt hij bijv. naar aanleiding van een aanval van Celsus op de christelijke priesters: "En dienovereenkomstig wil hij (Celsus) ons vergelijken met diegene, die in de Bacchische mysteriën fantomen en angstaanjagende verschijnselen naar voren brengen. Wat nu de mysteriën van Bakchos betreft --- afgezien daarvan of er enig betrouwbaar verslag omtrent bestaat of niet --- laat daarover de grieken vertellen en laten Celsus en zijn gezellige vrienden luisteren". M.a.w. hij laat de verdediging over der Backchische mysteriën aan de betreffende priesters over en maakt dus geen gebruik van de gelegenheid om iets afkeurends over deze mysteriën te zeggen. Ook de Egyptische mysteriën stonden bij Origenes goed aangeschreven, want in verband daarmee zegt hij: "Hij (Celsus) zegt, dat wij de Egyptenaren belachelijk maken, hoewel zij ons geenszins belachelijke mysteriën ter overdenking voorleggen, als zij ons leren, dat dergelijke riten en eredienstenhandelingen aan eeuwige ideeën verbonden zijn en niet aan kortlevende dieren, zoals de menigte denkt ... . Hierop zouden wij willen antwoorden: ... gij hebt gelijk met lof te spreken over het feit, dat de Egyptenaren vele, allerminst verachtelijke mysteriën aanbieden ... ". Een dergelijk erkenning is voor een christelijk schrijver wel zeer opmerkelijk! Nu moeten wij natuurlijk bij de lofuiting der heidense schrijvers een zekere overdrijvings-factoor aftrekken. Wij noemden wat dit betreft reeds Cicero, maar het blijkt ook uit hetgeen wij van Aristeides aanhaalden, die zegt dat Eleusis het gemeenschappelijke heiligdom ter aarde was. Wel is het juist, dat de Eleusinische mysteriën, die eerst tot Eleusis zelf beperkt waren, later een Atheense staatsinstelling werden en nog later voor alle Grieken toegankelijk waren, terwijl zij tenslotte in de tijd van Aristeides ook voor niet Grieken opengesteld waren, maar daarmee waren zij nog niet "Het heiligdom der aarde"geworden, want er bestonden naast de Eleusinische nog vele andere mysteriën, die de deelhebbers hoger achtten dan die van Eleusis. Maar dergelijke overdrijvingen zijn alleen toe te schrijven aan de verering, die de mysteriën genoten, en deze verering, die blijkens hun uitlatingen ook bij vooraanstaande lieden bestonden, getuigt ervan, dat de mysteriën ook aan dezen iets te bieden hadden.



bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:20

Mysteriën Der Oudheid, Leringen

In de vorige artikelen is besproken, dat onder de naam "mysteriën" zowel de geheime leringen der priesters, de inwijdingsriten, de geheime priesterriten, de semi openbare riten als de openbare ceremoniën worden geschaard. Nu spreekt het vanzelf, dat de geheime kennis der priesters, waarover wij vooral uit Egypte en Babylonië horen, als een soort verstandelijk onderricht aan de discipelen zal zijn bijgebracht. Hetzelfde zal het geval zijn geweest bij de Orphische mysteriën, voor zover dit de voor een belangrijk deel tot ons gekomen zogenaamde Orphische leringen betrof. Maar van de ook tot de mysteriën behorende geheime riten en van de semi openbare riten weten wij, dat zij niet uit leringen, maar uit ceremoniën bestonden. Hetzelfde was het geval met de openbare riten, al is het natuurlijk mogelijk, dat er naast de eredienst riten zelf, verklaringen werden gegeven over de betekenis der rituele handelingen. Daarover is ons echter niets overgeleverd.

Afbeelding

De vraag of er bij de inwijdingsriten "leringen" gegeven werden, heeft echter al veel pennen in beweging gebracht, vooral ook, omdat ons daarover verschillende schijnbaar tegenstrijdige mededelingen hebben bereikt. Sommigen daarvan wekken de indruk, dat er inderdaad bij de inwijdingsmysteriën ook onderricht gegeven werd in de vorm van verstandelijke leringen. Een der oudste in het geding gebrachte mededelingen is die van Platon, die spreekt over het geloof van lieden, "die de leringen in de mysteriën aangehoord hebben van lieden, die daarin deskundig zijn". Maar Platon had het daarbij vrij zeker over filosofische leringen, want uit zijn geschriften blijkt, dat hij voor de wijsbegeerte veelal de terminologie der der mysteriën had overgenomen. Ook Diodoros zegt iets over dingen "die bij de heilige wijdingen der mysteriën onderwezen worden", en Themistios sprak, van verheven leringen bij de inwijdingen. Cicero, heeft het over de graftomben der Goden, die men in Griekenland kende en zegt dan: "Herinnert u --- gij zijt immers een ingewijde --- wat in de mysteriën onderwezen wordt." De vraag is echter of wij in deze en soortgelijke gevallen met verstandelijke leringen te maken hebben, want bij andere schrijvers wordt niets aangetroffen, dat op een dergelijk onderricht wijst. Alleen Dion Chrysostomos zegt nog iets, dat zo uitgelegd zou kunnen worden, in de zinsnede: "... want evenals in de mysteriën de ingewijde priesters meer dan eens vooraf aan de in te wijdenen datgene uitlegt, wat zij moeten doen ... ." Dit valt echter buiten hetgeen tot de veronderstelde leringen bij de inwijdingsmysteriën zou kunnen behoren, want het betreft alleen aanwijzingen, die nodig waren om een vlot verloop van ceremoniën te waarborgen.

(want bij de oude sage dichters werd Demeter gewoonlijk Moeder Aarde genoemd. En hiermee zou ook de inhoud van het Orpische gedicht overeenkomen evenals hetgeen bij de heilige wijdingen der mysteriën onderwezen wordt, waarover echter aan niet ingewijden geen mededelingen gedaan mogen worden.)

Nu weren bij de inwijdingsriten niet alleen handelingen verricht, maar er werd ook bij gesproken. Maar wat wij van die gesproken woorden weten, maakt toch niet de indruk, dat het daarbij over leringen ging. Evenals de ceremoniële handelingen zullen de woorden dan ook wel uitsluitend een symbolische of mischien magische betekenis hebben gehad. Mogelijk, dat bij deze gesproken woorden ook de mythen een rol speelden, maar deze mythen kennen wij en dat Clemens van Alexandrië vertelde dat de mythen juist ten doel hadden de leringen te sluieren, herhaalde wij reeds in de voorgaande artikelen. Dit wijst niet op verstandelijk onderricht. Evenmin doen dit de woorden van Hippolytos, die zegt dat het grootste mysterieschouwspel te Eleusis bestond uit het stilzwijgend vertonen van een korenaar.

Afbeelding
De Atheners, wanneer zij de Eleusinische (mysteriën) vieren, vertonen aan de schouwende (epopten) het groot en volkomenst mysterieschouwspel: een geoogste aar"

Maar wij bezitten ook uitdrukkelijk mededelingen, dat hetgeen in de mysteriën geleerd werd, niet via verstandelijke weg werd medegedeeld. Zo zegt bijv. Aristoteles, de in 284 v. Chr. geboren wijsgeer, dat de kandidaten in de mysteriën geen leringen ontvingen, maar dat zij een ervaring moesten doormaken en in bepaalde stemming moesten worden gebracht, nadat zij hiervoor ontvankelijk waren gemaakt.

(Bij Synesios, Dion, 7: "Want de heilige aangelegenheid (contemplatie) is niet als een aandacht die met kennis te maken heeft, of een uiting van de rede te beschouwen, evenmin is het als één ding op de ene plaats en het andere in een andere. Integendeel --- om het kleine met het grote te vergelijken --- het is zoals Aristoteles meent, dat mensen, die ingewijd worden, geen lessen hebben te leren, maar een ervaring moeten doormaken en in een toestand moeten worden gebracht, opdat zij geëigend worden (voor openbaringen)."Geheel zeker is deze vertaling niet. Het slot kan ook luiden: "Voor zover zij daar namelijk voor geëigend zijn" (Ersch und Gruber, Encyclopaedie, XXIII, 283.)

Vermoedelijk in dezelfde geest de woorden van Cesus op te vatten, waar hij zegt: "Een indruk is gewekt in de geest diegenen, die deze dingen geleerd hebben, zodat zij niet vergeefs zijn ingewijd." Wel spreekt ook Celsus hier van dingen, die geleerd werden, maar uit zijn woorden blijkt duidelijk, dat hij geen leringen in de zin van verstandelijk onderricht bedoelt. Ook bij Clemens van Alexandrië lezen wij zinsneden, die in de dezelfde richting wijzen: "Het is niet zonder reden, dat in de mysteriën, die bij de Grieken bestaan, reinigingen een eerste plaats innemen, reinigingen die overeenkomen met die der Barbaren. Daarna komen de kleine mysteriën, die soms een grondslag vormen voor de leringen en een voorlopige voorbereiding voor hetgeen later komt; en dan de grote mysteriën waar niets meer van het heelal te leren overblijft, dan alleen te complementeren en de natuur en de dingen, die in de mysteriën aan de ingewijden getoond worden, te begrijpen." Geheel duidelijk zijn de woorden van Clemens op het eerste gezicht niet, want enerzijds zegt hij, dat de kleine mysteriën een grondslag zijn voor de daarna komende leringen en anderzijds dat dan de grote mysteriën komen, waarna niets meer te leren valt en alleen overpeinst en begrepen moet worden. Maar de onduidelijkheid valt weg, als wij ook hier weer het woord 'leringen' interpreteren als ervaringen opdoen en niet als verstandelijk onderricht. Opmerkelijk zijn in ditzelfde verband ook de woorden van Pausanias die enige duistere woorden spreekt over de uitvinding om bonen te zaaien en daar dan aan toevoegt: "Die reeds de inwijding van Eleusis gezien of de Orpische hymnen gelezen heeft, begrijpt, wat ik zeg."

Het 'zien' der mysteriën was blijkbaar belangrijker dan het horen en reeds het oudste bericht over de Eleusinische mysteriën, de aan Homeros toegeschreven hymne van Demeter, wordt de man gelukkig geprezen, die de mysteriën 'gezien' heeft. Wij vinden dit telkens terug en achthonderd jaar later legt ook Plotinos de nadruk op het 'zien' der mysteriën. In zijn Enneaden (VI, 9, 11) zegt hij van de mysteriën: " ... Dit is in werkelijkheid geen schouwspel, maar een andere wijze van zien, een extase, een eenwording ... " en sprekend over het verbod om de mysteriën aan niet ingewijden mede te delen, zegt hij dat het "onmogelijk is het mysterie te openbaren aan anderen dan aan degenen, die het geluk gehad hebben, ze zelf te hebben gezien".

Men heeft hier terecht uit opgemaakt, dat in de Eleusinische mysteriën geen leringen werden gegeven en dat deze wel bij de Orphiërs bestonden, maar dan waren neergelegd in hymnen en andere bekend geworden geschriften. Dat Pausanias zo uitdrukkelijk over Orphische hymnen spreekt en niet over de met het orphisme verbonden Dionysische mysteriën duidt wel aan, dat ook bij deze laatste geen onderricht gegeven werd.

Afbeelding
Villa der mysteriën, Pompeii

Een verdere aanwijzing geeft ons een mededeling van Plautarchos, die het over een zekere Kleombrotos heeft, die een nogal symbolische uitleg over een aantal werelden geeft. Aan het slot zegt hij: "Men zou zeggen, alles ging om een inwijding in de mysteriën, wamt hij bracht tot staving voor zijn woorden geen enkel bewijs." Tenslotte willen wij nog wijzen op de woorden van Proklos: De muesis (inwijding) en de epopteia (openbarings-aanschouwing) zijn het zinnebeeld van het onuitsprekelijke zwijgen en de vereniging met het mysterie door begrijpelijk getoonde zaken."
Uit deze en dergelijke mededelingen blijkt duidelijk, dat men bij de inwijdingsmysteriën handelingen verrichte en woorden sprak, die niet of althans niet in de eerste plaats tot het verstand gericht waren, maar dat men het gestelde doel trachtte te bereiken door op het gevoel der kandidaten in te werken en hen in een bepaalde geestestoestand te brengen. daarom is de werkwijze der mysteriën ook nergens in details beschreven. Zij ligt in de sfeer van het halfduister, dat de mysterieplechtigheden kenmerkt en de te verkrijgen inzichten konden door de enkeling, al naar de graad van zijn intuïtief vermogen, verschillend geïnterpreteerd worden. "Van een lering" zegt Anrich dan ook terecht, "kan in ieder geval geen sprake zijn; juister zou men van een openbaring kunnen spreken."
De geheimhouding, waarover in de aanvang gesproken is en die ook betrekking had op de inwijdingsriten, betrof dan ook niet een bepaalde leer, die oververteld kon worden, maar, zoals gezegd, de details der verrichte handelingen, de tekst der formules en bepaalde woorden, waarbij soms ook de naam van de godheid en de bij de dramatische handeling getoonde heilige voorwerpen. Dit wordt bijv. door Apuleius in zijn Apologie nog eens uitdrukkelijk vermeld.

(LVI, 1: "Zal iemand zich nog verbazen, als hij enig begrip van religie heeft, dat een ingewijde zoveel goddelijke mysteriën heeft te bewaren, ceremoniën en herkenningstekens en dat hij ze (kleine heilige voorwerpen) in een linnen doek wikkelt, de zuiverste stof, waarin men heilige voorwerpen kan hullen. (zodat niet ingewijden ze niet te zien krijgen)?" Hij noemt hier dus drie essentiële dingen van de inwijdingen op: ceremoniën, herkenningstekens en heilige voorwerpen. Over leringen wordt echter niet gerept.)

Een lering zonder verstandelijke uiteenzetting is voor velen in onze dagen natuurlijk moeilijk te begrijpen, omdat tegenwoordig vrijwel alle ontwikkelingen op verstandelijk onderricht gegrond is. Het verstand en de rede zijn de twee afgoden geworden, waarboven niets kan uitgaan en dat wijsheid en inzicht vermogens zijn, die daar nog ver boven verheven zijn, is iets, dat de meesten niet begrijpen en daarom dus verwerpen.

Om dezelfde reden kunnen zij ook niet bevatten, dat er andere wegen zijn om tot wijsheid en inzicht te komen dan de verstandelijke en zij zullen dat ook nooit begrijpen, als zij de wegen, die tot deze opvatting voeren, niet willen begaan, want dan blijft deze wereld voor hen wat de kleuren voor een blinde zijn. De Ouden wisten echter beter dan de tegenwoordig zo ontwikkelde mensheid, en reeds Platon wijst er op, dat de hoogste dingen niet met rede te peilen zijn en dat er, om daarin door te dringen, andere vermogens te hulp geroepen moeten worden. De oude schrijvers, die het over het in de mysteriën bereikbare hebben, blijken op hetzelfde standpunt te staan. Hierop wijzen reeds de geciteerde woorden van Clemens van Alexandrië, dat er in de grote mysteriën niks te leren overbleef en dat daar alleen nog contemplatie een rol speelde.

Afbeelding
"The Spirit of Contemplation" van Albert Toft

Prokeles zegt in zijn commentaar op Platon's 'staat' met enigszins andere woorden hetzelfde: "De inwijding heft de ziel der mensen op van het stoffelijke, zinnelijke en gewone menselijke leven en brengt haar in gemeenschap met de Goden", terwijl Platon zelf het feit, dat het niet om verstandelijke leringen ging, omschreef met de woorden: "Het was de bestemming en het doel der inwijdingen om de zielweer in de toestand te brengen, waar zij van afviel, als (zijnde) haar oorspronkelijke plaats van vervolmaking."

Vragen wij naar de aard der ervaringen, die tot deze hoge doeleinden leidden en naar de innerlijke belevenissen, die daarmee gepaard gingen, dan is het antwoord daarop niet gemakkelijk te geven, vooral niet wat de innerlijke belevenissen betreft, want deze zijn altijd moeilijk onder woorden te brengen en dikwijls in het geheel niet te beschrijven. Wat de kandidaat naar het uiterlijke doormaakt hebben wij reeds gezien, al weten wij niet, op welke wijze dit geschiedde: hij daalde in de onderwereld af en keerde van daar weer terug. Naar het schijnt werd hij daarbij vereenzelvigd met de God, die als verlener van de gelukzaligheid in het hiernamaals het middelpunt der mysteriën vormde en om wie dan ook, met het groeien der handelingen, geleidelijk de mythe geweven werd. Wij weten althans, dat bij het Egyptische dodenrituaal en bij de wijding van de Egyptische koning tot een God, zowel de dode als de koning de naam Osiris kregen. Bij de Attis-mysteriën heette de Archigallos, de hogepriester, die wel geacht zal de hoogste ontwikkeling bereikt te hebben, die in deze mysteriën verworven kon worden, evenals de god Attis.

Op een Armeens kerkhof in Sivrihassar, dichtbij Balahissar, het oude Pessinus, de hoofdzetel van de Phrygische Attis-mysteriën, zijn op marmer ingegrifte inscripties gevonden. De brokken hebben vermoedelijk deel uitgemaakt van een tempel. Domaszewski (Briefe der Attaliden, blz. 95) stelde vast, dat de inscripties, zo goed bewaard waren, dat op geen enkel punt twijfel aan de tekst kon bestaan. Zij zijn uit de tijd van Attalos II en zijn opvolger (tweede eeuw v. Chr.). In deze inscripties, die brieven van de Koningen uit Pergamon aan de priesters van Pessinus weergeven, worden deze met de naam Attis aangesproken.

In de beschrijving van de inwijding in de Isis-mysteriën, die Apuleius in zijn Metamorphosen geeft, heet de hierophant Mithras, een naam die kennelijk aan de God der Mithras-mysteriën was ontleend, en in de Dionysische mysteriën kreeg de ingewijde de naam 'bokje', wat een der bijnamen van Dionysos was. Naast de ervaring in de vorm van een afdaling in de onderwereld en vermoedelijk daarmede verband houdende, stond de adoptie van de ingewijde door de Mythegod, de opneming van de mysterie in de goddelijke genos, die als een wedergeboorte werd beschouwd. Over een adoptieritus horen wij zowel in de mythologie als in het volksgebruik, maar bij de inwijdingen moet iets dergelijks zijn voorgekomen want de Germaanse krijgers, die zich aan Odin gewijd hadden en daarvoor vrij zeker een inwijdingsritus doorlopen hadden, die overeenkomst vertoonde met die van de landen om de middellandse zee, werden na hun dood opgenomen in het dodenheir der einheriërs en dan 'aangenomen zonen' van de God genoemd.

Diodoros, IV, 39, geeft ons daarvan een beschrijving als hij mededeelt, hoe Zeus, na de vergoddelijking van Herakles, Hera overhaalt, hem als zoon te adopteren. Hera legde zich toen op een legerstede neer, drukte Herakles tegen zich aan en liet hem daarna uit haar gewaad op aarde vallen, waardoor zij een werkelijke geboorte nabootste. Diodoros voegt aan het bovenstaande toe, dat dit gebruik in zijn tijd bij verschillende Barbaren nog in zwang was. Dit wordt uit veel latere tijd nog bevestigd door een mededeling van de abt Guilbert (Histor. Hieros., III, 13; volgens Wahrmund, Diodoros, IV, 53) die over de adoptie van Boudewijn van Vlaanderen door de vorst van Edessa in Mesopotamië spreekt. Hij zegt daarover: "Het aannemen als kind moet, volgens de zeden van dit volk, als volgt zijn geschied: Hij liet hem naakt onder zijn linnen ondergoed treden, dat wij hemd noemen, drukte hem tegen zich aan en bekrachtigde dit alles door een plechtige kus. Hetzelfde deed ook zijn vrouw." In de plaats van adoptie en mischien ook daarmee samenhangend horen wij van riten bij de inwijdingen, die op een soort huwelijksvoltrekking wijzen, waardoor een band geschapen werd tussen de ingewijde en de mysteriegod. Waar we nog op terug komen in een volgend artikel.

Afbeelding

Er zijn verder aanwijzingen, dat de belevenissen, die in de mythe als ervaringen van de godheid worden beschreven, een bestanddeel vormden van de inwijdingsriten, waarbij de kandidaat dan een soortgelijke ervaring doormaakte. Naar het schijnt hadden bij deinwijdingen dramatische voorstellingen plaats, waarbij de kandidaat dan een actieve rol zal hebben gespeeld. Wij zijn hierover weer niet volledig ingelicht, maar verschillende aanwijzingen doen dit toch vermoeden. Zo zegt Clemens van Alexandrië: "Gij hebt de hemel in een toneel veranderd; het goddelijke is tot een drama geworden; en wat heilig is, hebt gij in toneelstukken opgevoerd onder de maskers van demonen."
Dit zou nog betrekking kunnen hebben op de toneelstukken, die in verband met de Dionysos feesten in het openbaar werden opgevoerd, maar Clemens zegt ook: "Deo (een mysterienaam voor Demeter) en Kore (Persephone) zijn thans het onderwerp geworden van een mystiek drama en Eleusis viert met flambouwen hun roof (van Kore), hun dwaaltochten (van Demeter) en hun rouw (van Demeter)."
Ook wat de Samothrakische mysteriën betreft zijn aanwijzingen te vinden, die op dramatische opvoeringen wijzen, al zijn daar geen rechtstreekse bewijzen voor. Wij hebben voor het bestaan van deze dramatische opvoeringen, behalve mededelingen van Clemens, verschillende bevestigingen in overgeleverde inscripties en daarnaast ook bij een aantal andere schrijvers, die hoofdzakelijk uit de eerste eeuwen van onze jaartelling afkomstig zijn.

Uit een inscriptie over de gang van zaken bij de Demeter mysteriën van Andania in Messenië kan bijv. worden afgeleid, dat deze geheime plechtigheid, die naast Demeter en Kore (Persephone) ook aan de grote Goden (vermoedelijk de Kabelroi) gewijd was, niet zonder de, ons uit de mythologie bekende voorstellingen verliep (Souppe, Die Mysterien von Andania 231 e.v.).

Soms zijn het slechts indirecte aanwijzingen, zoals bij Eusebius, die meedeelt, dat in de pantomimen bij de mysteriën de opperste priester een rol speelden. Wij zagen reeds in een vorig artikel dat Proklos vertelde, dat de handelingen in de mysteriën getoond werden "volgens de traditionele voorschriften, waarvan ieder onderdeel vol symbolische betekenis is, als in een drama." Een mededeling van de omstreeks het jaar 300 levende Arnobius wijst in dezelfde richting, waar hij zegt dat de Eleusinische mysteriën en geheime riten een verslag gaven van de tochten van Demeter (bij het zoeken van de zich in de onderwereld bevindende Persephone).

Tegen de heidenen, V 39: "Waarvan bevatten de Eleusinische mysteriën en geheime riten een verslag? Is het niet van tochten, waarin Ceres (Demeter), vermoeid door het zoeken naar haar dochter, toen zij tot de grenzen van Attica graan met zich mee bracht, getooid met het vel van een hinde en lachend bij de meest verwonderlijke aanblik van Baubo's liezen?" later meer bij de Eleusinische mysteriën.

Ook uit latere tijd, toen de mysteriën reeds tot het verleden behoorden, hebben wij nog soortgelijke berichten, die natuurlijk op oudere bronnen teruggaan. Zo deelt de vermoedelijk in de eerste helft der zesde eeuw levende geograaf Stephanos van Byzantium mee, dat de kleine mysteriën een nabootsing waren van "het op Dionysos betrekking hebben". hetgeen --- indien de mededeling althans juist is --- vermoedelijk slaat op de tijd toen in de Eleusinische Demeter-mysteriën ook bestanddelen van de Dioysos dienst waren opgenomen. Tenslotte hebben wij nog van de in 1018 geboren bestudeerder van het heidense Griekenland, Psellos, enige aanwijzingen over de plaats hebbende handelingen in de Eleusinische mysteriën. maar het is een opsomming van allerlei kleine feiten, zonder veel verband, zodat wij er niet veel wijzer uit worden. Alleen het bestaan van dramatische opvoeringen is er duidelijk uit af te leiden. Hoe deze dramatische voorstellingen nu precies plaats hadden is weer moeilijk te zeggen, vooral ook, omdat verschillende schrijvers alleen spreken over 'dromena', d.w.z. getoonde handelingen, zonder daar enige verklaring voor te geven. Een belangrijk punt tegen opvoeringen in de vorm van toneelvoorstellingen is wel, dat men te Eleusis, ondanks ijverige naspeuringen van archeologen, niets gevonden heeft, dat op een toneel lijkt, terwijl ook een zuilenbos, dat het binnenste van de tempel vulde (zie afb. (Telesterion) hieronder) een dergelijke voorstelling belemmerde. Maar het was dan vermoedelijk ook minder een toneelvoorstelling, die de kandidaat van een toeschouwersruimte uit aanschouwde, dan wel een soort van pantomimespel waaraan de kandidaat zelf deelnam en daarvoor dus geen toneel nodig was.

Afbeelding

Daartegenover staat, dat in het anaktoron op Samothrake wel een ruimte gevonden is met zitplaatsen om een middelgedeelte, waar dramatische opvoeringen zouden kunnen hebben plaats gehad, maar ook deze ruimte zal wel eerder gediend hebben om de kandidaat bepaalde ceremoniën te laten doorlopen, waarbij de reeds vroeger ingewijden, op de bank zittende, toezagen. ook de Mithras tempels hadden zitplaatsen om een midden ruimte, zoals de resten der opgegraven onderaardse tempels aantonen, maar deze midden ruimte zal ook wel, evenals trouwens in de tegenwoordige maçonnieke tempels, gediend hebben voor de ceremoniële inwijdingsriten.

Dat de dramatische handelingen de vorm hadden van een pantomimespel --- waarin de kandidaat dan een voorname rol speelde --- blijkt uit hetgeen in het Griekenland over de dans gezegd werd. De dans was daar nl. niet in de eerste plaats vermaak, zoals tegenwoordig bij ons, maar in een dans trachtte men iets uit te beelden. De dans was dus een soort pantomime en als Loukianos over de pantomimos spreekt, zegt hij dan ook: "Er is geen enkel oude wijding te vinden zonder dans. Waar Orpheus en Mousaios, de beste dansers uit de toenmalige tijd, deze invoerden, maakte zij, die de dans voor het schoonste hielden, een wet, dat een iedere met dans en muziek ingewijd moest worden. Dat dit bij deze plechtigheden het geval is, mag men ter wille van de niet ingewijdende niet nader verklaren, maar een ieder weet, dat van degene, die iets over de mysteriën vertellen, gewoonlijk gezegd wordt: "zij dansen de mysteriën onder de mensen."



Zo zegt bijv. Clemens van Alexandrië (Aanmaning, II, 12, 1): "En hoe dan, als ik u de mysteriën opsomde? Ik zal ze niet voordansen, zoals men dat van Alkibiades vertelt ... ." Wanneer hij dan verder zegt, dat de dansers van alles moeten weten, dan noemt hij daaronder "het verscheuren van Iakchos (Dionysos)", een ritus, die in de Dionysische en waarschijnlijk ook in de Eleusinische mysteriën voorkwamen, en 'vooral het ronddwalen van Demeter en het vinden van haar dochter", wat een bestanddeel der Eleusinische Demeter-mysteriën was. Dit wil dus zeggen, dat deze handelingen in een dans, in een pantomimespel werden opgevoerd. Dat 'dansen' in deze zin een rol bij de mysteriën speelde, kan ook nog opgemaakt worden uit de woorden van Platon, waar hij zegt, dat er dansen zijn, waarin reinigingen worden verricht of mysteriën worden gevierd.

Bij de mysterie-pantomime droegen de deelnemers waarschijnlijk maskers om de verschillende dramatis personae uit te beelden.

Dat bij de de Eleusinische mysteriën een priester de rol van Demeter voorstelde, mogen wij afleiden uit een mededeling van Pausanias, die beschrijft, hoe een priester een masker van Demeter voordoet en dan bepaalde handelingen verricht. Dat er inderdaad Demeter-maskers bestonden, die dan ook wel gebruikt zullen zijn. weten wij uit de beschrijving van een dergelijk masker door Athenagoras.

(VIII, 15, 3, Pausanias spreekt over de mysteriën van Phenos in Arkadi, die evenals alle Demeter-erediensten als een filiaal van Eleusis beschouwd kunnen worden. (Bloch en Roscher, II, 1 1298) en zegt daarvan: "Naast het eleusion is het zogenaamde petroma, een kist bestaande uit twee grote, op elkaar passende stenen. Bij de jaarlijkse zogenaamde grotere mysteriefeesten worden deze stenen platen geopend, de daarin bewaarde heilige oorkonden over de mysteriën er uit genomen, aan de ingewijden voorgelezen en dan des nachts weder in de kist gesloten ... . Op het Petroma staat een rond bovenstuk, waarop een masker van Demeter. Dit masker doet de priester bij de grote mysteriefeesten voor en slaat dan, volgens de een of andere voorstelling met stokken op de onderaardse", d.w.z.vermoedelijk op de grond.)

In de tempel Desponia in Lykosura stond een beeld van deze Godin, dat in de zoom van haar sluier de afbeeldingen van een aantal mensenlichamen vertoonde met verschillende dierenkoppen (zie afb. hieronder) In deze tempel zijn ook een aantal terracottabeeldjes gevonden, eveneens bestaande uit een menselijk lichaam met een dierenkop; rund schaap en vooral ram.

Afbeelding

Verder weten wij ook, dat de Egyptische priesters bij bepaalde handelingen de maskers van de Goden droegen en bij de Dionysische mysteriën hadden de opvoeringen van gemaskerden een zodanige omvang aangenomen, dat men daaraan het ontstaan van dein het openbaar opgevoerde toneelspel toeschrijft, waarbij de spelers eveneens maskers droegen om de betreffende personen uit te beelden. Bij het pantomimespel speelde de kandidaat, naar wij mogen aannemen een rol, vormde hij waarschijnlijk het middelpunt van de geheime handeling en daardoor zal hetgeen hij op deze wijze door gemaakte, ongetwijfeld een diepe indruk op hem hebben gemaakt.

Loukianos spreekt, zoals wij zo juist zagen, ook van de muziek, die bij de inwijdingen een rol speelde. Blijkbaar meende men, dat de ten gehore gebrachte muziek een factor was, die een gewenste indruk op het gemoed van de kandidaat zou maken en Strabon zegt dan ook, dat de muziek ons met de godheid in aanraking brengt, één der doeleinde van de inwijding. Ook gezangen en sacramentele uitroepen begeleiden de inwijding en Prokalos wijst op de klaagliederen van Demeter en Kore, die in de geheime wijdingen ten gehore werden gebracht.

Naast de dromenda (getoonde handelingen) en de muziek kenden men, zoals gezegd, in de mysteriën ook legomena (gesproken woorden). Deze laatste zullen echter vermoedelijk niet bestaan hebben uit rede voeringen, maar, behalve de genoemde liederen, uit formules en uitroepen, waarvan er ons enige zijn overgeleverd. Maar de woorden waren blijkbaar niet het allerbelangrijkste deel, zoals uit de reeds aangehaalde woorden van Proklos overigens reeds bleek. Al deze middelen werkten dus blijkbaar samen om de kandidaat in een bepaalde psychische toestand te brengen teneinde hem daarin zekere ervaringen te laten doormaken, die hij zich herinnerde als een in de onderwereld doorgebrachte verblijf en die hem de zekerheid gaven, dat hij daardoor na zijn dood de eeuwige gelukzaligheid zou verwerven, terwijl hem ook gedurende zijn aardse leven door de hulp der Goden, waarmee hij zich verbonden had, alle geluk ten deel zou vallen.



bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:21

Mysteriën Der Oudheid, Symboliek-1


Uit het één en ander is op te maken, dat alles, wat men de kandidaat liet doormaken, hem toonde, of mededeelde, hetzij in de vorm van dramatische handelingen, "dansen", afbeeldingen of "heilige voorwerpen", hetzij in die gezangen, formules, uitroepen e.d. een zinnebeeldige wijze van uitdrukken was. Macrobius wees reeds op deze zinnebeeldige uitdrukkingsvorm in de mysteriën en in zijn boek lezen wij " ... Ziedaar, waarom de ingewijden zelf slechts tot de kennis de mysteriën komen langs slingerwegen der symboliek". Weliswaar heeft hij het hier over de symboliek in de wijsgerige leringen, maar in zijn tijd vertoonden de wijsgerige opvatting, evenals in de tijd van Platon, een grote overeenkomst met die der mysteriën en de gebruikte terminologie was dan ook eensluidend voor het gaan van beide wegen. Op grond daarvan mogen wij dan ook uit de woorden van Macrobius opmaken, dat in de mysteriën eveneens datgene, wat men de kandidaat wilde bijbrengen niet rechtstreeks, d.w.z. langs intellectuele weg, maar langs de "slingerwegen der symboliek" meegedeeld werd.

Afbeelding

Nu wordt symboliek in onze tijd, vooral door degene, voor wie verstandelijke ontwikkeling als het hoogst bereikbare geldt, meestal als iets minderwaardigs beschouwd, omdat zij in beelden spreekt in tegenstelling met het verstandelijk denken, dat in zo concreet mogelijke vormen wil uitdrukken, wat er te zeggen is. Maar degene, die zo denken, vergeten, dat zelfs hun gedachten nog zinnebeelden zijn, ook als het om abstracte denkbeelden gaat, want anders dan in beelden, in vormen, kunnen wij niet denken. Ook in de uiterlijke wereld om ons heen, zijn tal van vormen en wij kunnen die natuurlijk zonder meer aanschouwen, maar wij kunnen ons ook afvragen of zij ons iets te zeggen hebben en zo ja, wat dit dan is. Om een voorbeeld te geven: wij kunnen een boom als een boom zien en hoogstens de waarde van zijn vruchten of de opbrengst van zijn hout berekenen, maar wij kunnen er ook de uiting van een natuurkracht, van 'leven', van een goddelijke werkzaamheid in zien, al naar gelang wij innerlijk zijn ingesteld. Maar in ieder geval krijgt de boom dan een andere betekenis als die van een plantaardig product; hij is een symbool geworden. Bij onze omgang met onze medemensen delen wij elkander door vormen, d.w.z., door woorden, gebaren, houdingen en handelingen. Maar hoezeer wij ook trachten onze gedachten en vooral onze gevoelens met behulp daarvan aan anderen, in voor hen waarneembare en begrijpelijke vormen duidelijk te maken, vaak blijkt het moeilijk te zijn de juiste uitdrukkingswijze te vinden en soms is dit zelfs geheel onmogelijk. Want al hebben wij om uiting te geven aan datgene, wat in ons leeft, naar wij menen, de juiste uiterlijke vorm d.w.z. de juiste zinnebeelden gevonden, dan zullen wij nog dikwijls zien, dat de ander niet of slechts gedeeltelijk begrijpt, wat wij met deze symbolen wilden uitdrukken.

Door ons gedachten leven schiet aanhoudend een warreling van beelden heen, vormen, zinnebeelden, voor bepaalde gedachten en gevoelens. En naast deze, door ons eigen toedoen opgewekte beelden zijn wij voortdurend beïnvloed door de met onze zintuigen waargenomen vormen, die door de natuur of door de mensen geschapen zijn en voor ons zinnebeelden worden, zodra wij het leven, de diepere zin achter die vormen, trachten te ontdekken en te begrijpen. (De scheiding tussen 'natuur' en 'mensen' is natuurlijk niet juist, want de mens is een deel van de natuur. Maar voor een beter begrip van het onderwerp is deze kunstmatige scheiding wel wenselijk.)

Afbeelding

Zo leven wij dus voortdurend in een wereld van vormen, van zinnebeelden ( http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/diver ... elden.html ) in ons en om ons heen, vormen, die maar voor een klein deel bewust verwerkt worden, maar die ons toch alle beïnvloeden en in ons onderbewustzijn niet alleen de uiterlijke zijde ervan vastleggen, maar ook datgene, waarvan zij de uitdrukking zijn.

Uit het bovenstaande is reeds duidelijk, dat iedere vorm twee bestanddelen heeft: de uiterlijke vorm als zodanig en datgene, wat door die vorm tot uitdrukking gebracht wordt en tot ons spreekt. Deze twee zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden; zij zijn niet toevallig samengekoppeld, maar behoren tezamen van het ogenblik af, dat de vorm ontstaat. Iedere vorm is dus het zintuiglijk waarneembare van iets buitenzinnigs of van meerdere buitenzinnelijke dingen en kan de gedachte aan dit buitenzinnelijke bij ons opwekken. Wij kunnen dit onwaarneembare dan door lange omschrijvingen nader bepalen, maar het zinnebeeld toont het ons, als wij er gevoel voor hebben ineens. Zinnebeelden vragen dan ook geen verstandswerk in de gewone betekenis van het woord, juist omdat zij het gesymboliseerde ineens geven, of, zoals Bachofen zegt: "Het zinnebeeld slaat alle snaren van de menselijke geest tegelijk aan, de taal moet zich noodzakelijkerwijs altijd aan één enkele gedachte geven".

Niet alleen geven de zinnebeelden het onwaarneembare ineens, zij kunnen het ook vollediger geven dan het gesproken woord en zelfs uitdrukken, wat men niet in woorden kan uiten. Dit is zo juist begrepen en zo duidelijk gezegd door de kunstschilder Philip Otto Runge met de woorden "Als ik het zeggen kon, zou ik niet schilderen". Symbolen kunnen dus niet alleen beter, vollediger, tot ons spreken, zij spreken ook op een andere wijze tot ons dan alleen taal of althans hoofdzakelijk tot het intellect gerichte woorden. De taal maakt, door haar ontledende omschrijving het oneindige eindig; symbolen kunnen het omgekeerde doen: "Zij kunnen onze geest opheffen tot over de grenzen van deze eindige, veranderlijke wereld en hem leiden in het rijk der oneindige wereld van het zijn". "Symbolen zijn dus niet alleen een middel om hetgeen onze geest reeds van het wezen der dingen kent, of althans voelt, duidelijker en krachtiger te laten spreken, zij kunnen ons ook voorlichten, ons het spoor wijzen, zo dikwijls wij dieper tot dit wezen willen doordringen". Deze gedachtegang houdt in, dat symbolen geen toevallige klanken, woorden, tekens, getallen e.d. zijn, willekeurig gekozen om ons met bepaalde ideeën in contact te brengen. "Zij worden niet gekozen, de waren symbolen worden ontdekt". "In ieder symbool ligt het grote geheim van het leven verborgen. Ieder spreekt er op andere wijze over. langs verschillende wegen naderen de symbolen het geheim van de 'eenheid van al het bestaande', vandaar hun verscheidenheid".



Maar hoe verschillend zij ook tot ons spreken, ieder zinnebeeld is in laatste instantie de uiting van een goddelijke gedachte en als zodanig in staat ons naar het goddelijke te leiden, als en zodra wij er dit in terugvinden. Elk ding is tenslotte een symbool van het Alleven, hoe wij ons dat ook voorstellen, omdat het een deel is van de goddelijke openbaring, een deel van het goddelijke leven in het heelal. onder 'elk ding' moeten wij dan verstaan elk stoffelijk ding, alsook elke onzienlijke voorstelling, tot het hoogste, dat wij kennen of aanvoelen, toe, ja, zelfs onze eigen, uit de aard der zaak toch altijd nog beperkte godsvoorstelling. In ieder zinnebeeld is meer of minder duidelijk het Oneindige terug te vinden, maar het meest onmiddellijke is dit in de natuur het geval. Heel de schepping spreekt de taal der godheid, de taal van de geest (Niet in de tegenwoordig meestal gebruikelijke zijn van "verstand" of "rede" maar die in de vorm die van de hierboven uitgaande diepere grond der dingen), maar het duidelijkst spreekt zij daar tot ons, waar menselijk ingrijpen geen wanklank gebracht heeft in de oorspronkelijke harmonie. Het "boek der natuur", de kernbron van de universele godsdienst, is helaas maar al te vaak ontsierd door menselijk handelen, maar daar, waar dit nog ongerept is of wij door de ontsieringen heen kunnen lezen en tenslotte ook daar, waar in zeldzame gevallen menselijk ingrijpen in harmonie met de natuur bleef, zullen wij tot erkentenis der goddelijke waarheid kunnen komen. Maar daarbij moeten wij wij bedenken, dat slechts hij vinden zal, die zoeken wil, welk zoeken bovendien op de juiste wijze moet geschieden. In de regel zien wij slechts de schijn der dingen en houden die voor de werkelijkheid, maar deze ligt er achter en wij kunnen met Carlyle zeggen: "Alle dingen zijn vensters, waardoor het oog van de wijze de oneindige god aanschouwt". En duizenden jaren voor deze heeft een Egyptische wijze gezegd:
"De Heer van het heelal is boven het uitspansel en zijn symbolen zijn hier op aarde".

AfbeeldingAfbeeldingAfbeelding
Manitoba Regeringsgebouw

Dezelfde opvatting vinden wij ook neergelegd in de Bhagawad Gita, het bekende Hindoese gedicht, waarin Krishna aan Arjuna de verschillende wegen tot eenwording met het allerhoogste voorhoudt. Wij lezen daarin, hoe het goddelijke van zichzelf zegt: "Ik ben de smaak van het water, Ik ben de glans van de Zon en de Maan, het heilige woord in de Veda's, het geluid in de aether en de menselijkheid in de mens. En de zuivere geur in de aarde en de schittering in het vuur ben Ik, het leven in alle schepselen en de zelfdwang ben Ik". In hetzelfde gedicht lezen wij: "Het inwezen der elementen is mijn onvergankelijke aard en de oergeest is het inwezen der hemelswezens". En waar over "Het"geschreven wordt, luidt één der verzen: "Met handen en voeten overal, woont "Het" in de wereld, alles omvattend". Uit deze en dergelijke uitingen valt op te maken, dat de mensen door alle tijden heen de symbolische achtergrond der natuur hebben aangevoeld en getracht hebben dit aanvoelen onder woorden te brengen. Maar woorden zijn maar een gebrekkig hulpmiddel, vergeleken bij de symbolentaal zelf en zijn alleen begrijpelijk voor degene, die in meerdere of mindere mate dezelfde gevoelens hebben doorleefd als degene, die tracht ze in woorden uit te drukken.

Als deel van de alles omvattende goddelijke symboliek en wel als een schijnbaar zelfstandig deel moeten wij de groep symbolische uitingen beschouwen, die wij kunnen samenvatten als de menselijke symboliek. De mens, "geschapen naar Gods beeld", d.w.z. de projectie in stof van iets goddelijks, volgt de godheid na in door zijn schepping datgene, wat in hem leeft, te uitten. En evenals wij God kunnen benaderen in het totaal van zijn op symbolische wijze beschouwende uitingen in de natuur, kunnen wij ook de mens doorgronden door middel van zijn uitingen, door zijn houdingssymbolen, waaronder uiterlijk en houding, gelaatstrekken e.d. vallen, door zijn gebarensymbolen, als hand- en armbewegingen, loop, gelaatsmiemik e.d., door zijn klanksymbolen, waaronder het gesproken woord de grootse rol speelt, en door zijn scheppingssymbolen, waaronder alles valt, wat de mens wrocht in de materiële wereld en waarvan zijn kunstproducten de hoogste uiting zijn. In oorsprong zij al deze uitingen symbolisch; door sleur dreigen zij vaak conventioneel, dood en ledig te worden, maar ook dan zijn zij een zinnebeeld voor de mentaliteit, die ze in stand houdt. "In ieder mens, die ik op straat tegenkom", zegt Just Havelaar, "voel ik een psychische eenheid, die zich openbaart in zijn houding, in zijn lopen, in zijn gelaat, in zijn hele verschijning". Iedere uiting van de mens --- met uitzondering van zijn automatische bewegingen, die zuiver psychologische verschijnselen zijn --- is het gevolg van een innerlijke oorzaak en zij kunnen dan al naar gelang zij wel of niet van zijn denkvermogen uitgaan of daardoor gecontroleerd worden, bewuste of onbewuste zinnebeelden zijn. De laatste soort is verreweg het grootst in aantal, vooral bij de minder beschaafden, terwijl de beschaafde mens, die in de regel meer zelfbeheersing heeft geleerd, een groot deel van zijn uitingen onder bedwang, d.w.z. onder controle van zijn denkvermogen heeft. Maar als gevolg daarvan veranderen vele der oorspronkelijke, der werkelijke symbolische uitingen in koude, niets zeggende vormen, waaruit zo goed als alle leven verdwenen is en die ons niet veel meer zeggen, dan dat de voortbrengers ervan niet meer weten, dat deze zinnebeelden eens een zinrijke achtergrond hadden.

Hoe meer de menselijke symboliek echter de goddelijke nadert, des te meer wordt zij een uiting van het hoogste, dat in de mens leeft, en des te meer heeft zij het recht op die naam.

Afbeelding
Château de Groussay

Hierop doelt Iamblichos, een neoplatonische wijsgeer uit omstreeks 300, als hij zegt: "De symbolische wijze van uitdrukken is als een nabootsing van de zinnebeeldige natuur te beschouwen".

Afbeelding
Schloss Linderhof

Wij kunnen de menselijke symboliek van twee standpunten uit bezien: van diegene, die de uitingen van anderen nagaan en de betekenis daarvan trachtte te doorgronden met gebruikmaking van hun verstand, hun gevoel en hun intuïtie en van degene, die zich uiten willen en zich afvragen, welke symbolen zij moeten kiezen, opdat hun houding, hun gebaren, hun voortgebrachte klanken en hun geschapen vormen bij degenen, die ze waarnemen, de gewenste indruk zullen vestigen.

Afbeelding
Park Guell

Een eerste voorwaarde voor het symbolische uiten is, dat wij geen of althans zo min mogelijk gebruik maken van conventionele, verstarde vormen. Het is natuurlijk mogelijk, dat wij inderdaad geestelijk zo ledig zijn, dat zij juist bij ons passen en dat gemakzucht ze ons doet gebruiken en dan hebben wij de beschikking over een grote voorraad van dergelijke conventionele symbolen. Vooral de dagelijks gebruikte woorden nemen daarbij een grote plaats in en deze hebben dan ook een groot deel van hun zinnebeeldige waarde verloren, zodat die er slechts met moeite in terug te vinden is. Wensen wij ons echter met behulp van de taal zinnebeeldig uit te drukken, dan dienen wij slechts die woorden en woordverbindingen te gebruiken, die op het eerste gezicht als symbolisch te herkennen zijn, omdat anders de hoorder ze alleen op hun conventionele waarde schat.

Wij kunnen het geheel der menselijke symboliek onder de naam symbolentaal samenvatten, een taal, waarvan men het bestaan niet mag loochenen, alleen omdat men haar zelf niet kent. Zoals dit met iedere taal het geval is, gaat het ook met de symbolentaal: wil men haar verstaan en spreken, dan moet men haar eerst leren. Hierbij gaat het spreken natuurlijk verder dan het zeggen met woorden, omdat de symbolentaal ook alle handelingen, houdingen en geschapen vormen omvat. Dat men de symbolentaal moet leren heeft naast vele anderen ook Pausanias begrepen, want in zijn "rondreis" erkent hij: "Bij het begin van mijn werk schreef ik de aard van deze sagen voor het grootste deel toe aan onnozelheid; toen ik echter tot de beschrijving van Arkadië gekomen was, kwam ik tot de volgende opvatting: Mannen, die bij de Grieken voor wijs golden, gaven hun leringen niet rechtstreeks maar in beelden; en zo vermoed ik, dat de sage van Kronos de één of andere wijsheid der Grieken is".

De symbolentaal is niet gemakkelijk te leren en de moeilijkheid wordt nog vergroot, doordat een zinnebeeld meer dan één betekenis kan hebben.

Afbeelding
Jeroen Bosch

Nemen wij bijv. het hamer symbool, dan kan dit de gedachte van samensmeden voor de geest oproepen, van verenigen dus. Maar eveneens kan het bij ons het denkbeeld oproepen van vervormen, van scheppen dus, zoals een edelsmid uit een stuk metaal een kunstwerk smeedt. De hamer kan ook wijzen op verbrijzelen, op vernietigen dus, wat in essentie hetzelfde is als scheppen: de grotere vorm wordt in een aantal kleinere nieuwe vormen herschapen. Ook kan de gedachte van strijd worden opgeroepen door de hamer worden opgeroepen, vooral als wij denken aan het oude wapen, de strijdhamer en zo zijn er nog meer betekenissen aan de hamer te hechten, zoals bijv. die van de wijding van een huwelijk of van de brandstapel voor de dode, zoals die in de oude Germaanse wereld geschiedde. Een symbool moet daarom steeds in zijn verband met andere zinnebeelden gezien worden en het geheel van de symbolische reeks bepaalt de betekenis, die ieder symbool in die reeks heeft. Een reeks woordsymbolen kan dit duidelijk maken. Indien we in een bepaalde woning staan en we zeggen: "de tafel in de achterkamer", dan gebruiken wij een aantal woordsymbolen, die op zichzelf van alles kunnen betekenen. Een kamer is een vertrek in een woning, maar zij kan vierkant of langwerpig, hoog of laag zijn. Ook het woord"achter" zegt op zichzelf beschouwd alleen, dat er iets anders voor is. Nu wij een bepaald huis op het oog hebben, geven de woorden "achter" en "kamer" voldoende aan, welk vertrek bedoeld wordt. Met het woord "tafel" is het al evenzo. Een tafel kan rond, vierkant of langwerpig zijn, van hout of van ijzer, hoog of laag enz. M.a.w. het woord tafel is op zichzelf weer alleen een begrip, maar door de plaats in de woordenreeks weten wij precies welke tafel bedoeld is. Door deze woordenreeks zijn wij tot de concretisering van bepaalde begrippen gekomen, maar het is evenzeer mogelijk om door een symbolenreeks tot de daarachter verborgen, gesymboliseerde abstractie te komen, die in het enkele symbool, dat voor vele verklaringen open staat, niet direct gegeven is.

Door alle tijden heen zijn er mensen geweest, die de symbolentaal kenden, die haar, zoals de hierboven aangehaalde Pausanias, leerden begrijpen of die althans tot de erkenning van haar bestaan kwamen. Onder de kenners van deze taal zijn in de eerste plaats de grote godsdienststichters, de schrijvers van heilige boeken bij alle volken en de instellers van religieuze riten te rangschikken. Zij allen wisten, dat verstandelijke redenering slechts door weinigen en meestal verkeerd begrepen werd, terwijl bovendien het belangrijkste wat zij te zeggen hadden, niet door het verstand te peilen was. En ook wisten zij, dat in woorden gegeven rechtstreekse leringen mettertijd verbasteren, maar dat symbolische vormen behouden blijven, zelfs indien ze half of niet begrepen worden, en dat daarin door een ieder, die er innerlijk rijp voor is, want tegelijk, dat de symbolische vorm de daarin vervatte wijsheid aan deze openbaart, houdt hij haar verborgen voor hem, die nog niet de geestelijke ontwikkeling bereikt heeft, waarop deze wijsheid hem van dienst kan zijn.

Afbeelding
Mad Jack Fuller piramide

Onder innerlijke rijpheid moet hier weer niet alleen een zekere morele en verstandelijke ontwikkeling worden verstaan. Vooral in onze tijd, waarin, zoals reeds gezegd, zoveel waarde gehecht wordt aan het verzamelen van kennis en waarin vaak geleerdheid als het hoogste ideaal beschouwd wordt, kan dit niet genoeg herhaald worden.

Maar hoe kan men de kennis verzamelde verstandsmens duidelijk maken, dat er iets bestaat, dat boven het verstand uitgaat? Hij ontkent eenvoudig, omdat verstand zijn enige maatstaf is, dat zo iets mogelijk is, want hij kan slechts begrijpen, wat zijn verstand kan bevatten. zijn ijver om steeds meer feiten te verzamelen uit de wereld om hem heen baat hem echter niet; s;echts in zichzelf kan hij het hogere ontdekken en daarna zal hij het ook in de wereld om hem heen terug vinden. In zijn "Weisheid der Brahmanen"drukt Ruckert ditzelfde uit met de woorden:
Der Grosse Astronom sprach "Alle Himmelsflur Hab' ich durchforscht und nicht entdeckt vo Gott die Spur".
Hatt er nicht recht gesagt? In Sonn- und Nebelflecken,
Am Sternenhimmel, dort ist Gott nicht zu entdecken.
Wer Ihn will finden dort, der muss Ihn mit sich bringen:
Nur wenn Er ist in dir, siehst du Ihn in den Dingen.

Maar dit ontdekken is allen mogelijk, als de mens zijn verstand niet de boventoon laat voeren, maar diep in zichzelf naar het hogere zoekt. Als hij zoekt naar "de wijsheid des harten", waarvan de stem door het denkvermogen, dat volgens de Bhagawad Gita de "grote doder van het werkelijke" is, maar al te vaak gesmoord wordt, zal hij ontdekken, dat boven het verstand, boven de rede staat, wat wij zouden kunnen aanduiden met de woorden wijsheid, intuïtie, inzicht. Ook dit zijn echter weer woorden, symbolen, die alleen begrepen kunnen worden door degenen, die deze vermogens in zich ontwikkeld hebben. Deze zijn dan over het standpunt heen gekomen, dat in het Nieuwe Testament omschreven wordt met de woorden: "Met het oor zult gij horen en niet verstaan en ziende zult gij zien en toch geen inzicht hebben". Wanneer wij echter het innerlijke oor te luisteren leggen, wanneer onze innerlijke ogen openen, dan zullen wij een nieuwe wereld betreden, waar een ander, een nieuw licht zal schijnen, waar wij een ander, een beter begrip zullen krijgen van het wezen der dingen. Hoe meer wij ons van de dwang, van de opperheerschappij van het verstand bevrijden en dit als dienaar en niet als koning beschouwen, des te duidelijker zal dit nieuwe licht voor ons gaan schijnen. Trachten wij niet dit innerlijke inzicht te verwerven dan is ook de studie der symbolen nutteloos, hetgeen echter niet wil zeggen, dat wij er niet door beïnvloed zullen worden. Maar hoe bewuster wij ze op ons in laten werken, des te groter zal hun invloed zijn op ons innerlijke wezen.

De grote schare der door sleur afgestompte menigte en de vele materialisten onder de ontwikkelden zullen wel hun schouders ophalen over dergelijke beschouwingen. De eerste omdat zij er niks van begrijpen en de laatste omdat ze wel beter weten. En als men hun er op wijst, dat er in verleden en heden toch velen zijn, die tot de hoogste ontwikkeling gerekend moeten worden en toch de hier uiteengezette opvatting over symbolen delen, dan stellen zij hier tegenover, dat het herhaaldelijk voorkomt, dat iemand, die blijk geeft van een hoge ontwikkeling, toch op één punt gek kan zijn. Zij vergeten daarbij natuurlijk, dat dit zelfde ook voor hen geldt en dat het dus ook mogelijk is, dat zij, volgeladen met alle mogelijke kennis, toch --- en mede daardoor --- blind zijn voor het verkrijgen van inzicht langs andere wegen.

Afbeelding
Château du Champ de Bataille

Zij zullen dan ook, als zij hun geesteshouding niet veranderen, de symbolentaal niet leren verstaan en daarom missen zij het recht er over te spreken. Degene echter, die zich voor deze taal openstellen, zullen ervaren, dat zinnebeelden voor hen niet langer schijnbaar dode vormen blijven, maar meer en meer tot hen gaan spreken totdat zij hun uiteindelijk het geheim van het leven ontsluiten.

Afbeelding
Villa d'Este

Tenzij wij ons geheel voor de invloed van symbolen trachten af te sluiten --- hetgeen ons nooit geheel zal lukken --- geven zij ons altijd iets, op welke trap van geestelijke ontwikkeling wij ook staan. doorgronden, volledig begrijpen zullen wij ze pas, als wij de hoogste wijsheid bereikt hebben, maar voor die tijd geven ze ons juist zoveel als wij telkens kunnen bevatten.

Afbeelding
Biddulph Grange

Stijgt onze innerlijke ontwikkeling, dan groeit meteen de betekenis der symbolen. Wij kunnen dit enigszins vergelijken met iemand, die na jaren voor de tweede keer hetzelfde boek bestudeert en er dan, zoals zo dikwijls voorkomt, allerlei in vindt, dat de eerste keer niet tot hem doorgedrongen is: door zijn ontwikkeling in de tussenliggend periode is hij daar rijp voor geworden. De waarheid, die wij in een symbool ontdekken en die op dat ogenblik reeds onbewust in ons leefde, wordt voor ons tot een levende werkelijkheid, wordt een bestanddeel van ons bewustzijn, dat daardoor een uitbreiding ondergaat. Zij is dan zowel onze zelfkennis geworden als de kennis van de wereld om ons heen, omdat de achtergronden van de natuur en van onszelf in wezen één zijn. Hoe meer wij ons in deze innerlijke richting ontwikkelen, hoe meer onze geest van de vorm naar het wezen der dingen tracht door te dringen, des te duidelijker zullen wij inzien, dat de symbolen slechts als middel, als band dienen tussen de zichtbaren werelden de onzienlijke, dat "alles Vergangliche nur ein Gleichniss", slechts een zinnebeeld is, zoals Goethe gezegd heeft.

Zoals gezegd, hebben de symbolen, ook als wij er ons niet bewust mee bezig houden een invloed op ons onderbewustzijn, die wij meestal verstandelijk niet realiseren er zijn tenminste twee organisaties van wereldomvattende betekenis, die van dit feit gebruik maken: de katholieke kerk en de vrijmetselarij. Beide passen deze "stille invloed" toe en degenen, die één dezer beide van nabij kennen, zullen dit bevestigen en hierin tevens de oplossing vinden van het vaak tot verbazing aanleiding gevende feit, dat beide lichamen hun traditionele symboliek nog steeds handhaven, niettegenstaande ieder "verstandig" mens er de "onzin" van inziet.



bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck en een bewerking van hetgeen de schrijver onder het pseudoniem B.J v. d. Zuylen in "Mysteriën en inwijdingen in de oudheid" (Amsterdam, 1927) behandelde
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:23

Mysteriën Der Oudheid, Symboliek-2

In deel één van de mysteriën Der Oudheid en hun symboliek hebben de oude schrijvers ons laten zien dat de symboliek in de mysteriën een grote rol speelde en dat de 'leringen', waarvan verschillende malen sprake is, niet als intellectueel onderricht moeten worden beschouwd, maar dat zij in 'symbolentaal' gegeven werden.

Afbeelding

Dit word ook duidelijk door Iamblichos gezegd in zijn geschrift 'over geheime leringen' met de woorden: "Want datgene wat bij de heilige handelingen regelmatig verricht wordt, heeft veelal een verborgene en boven ieder verstandelijke bevatting uitgaande inhoud; veel is sedert eeuwen aan het Hogere Wezen als zinnebeeld gewijd, veel bewaart is slechts één of ander beeld, dat in wezens anders geaard is (dan de afbeeldingen zelf), evenals de voortbrengende (met de zintuigen waarneembare) natuur zekere openlijk aan de dag tredende vormen van de onzichtbare (goddelijke) ideeën schiep". Ook keizer Julianus, die meende door een nieuw leven wekken der heidense religie ook aan Rome haar oude roem te kunnen hergeven zegt in zijn redevoering "Over de Griekse mysteriën": "Ik denk, dat de Goden ons door deze symbolische vormen onderwijzen en dat wij, aan de aarde ontlenende, wat het schoonste is, eerbiedig aan de Godin onze deugd aanbieden als een waarborg van goed gedrag".

AfbeeldingAfbeelding

Hij zocht dan ook van alles de de zinnebeeldige betekenis en als hij het in zijn rede "Over de Koning Zon" over de drie zonnen heeft, waarvan de ons bekende zon de enigste zichtbare is, dan ziet hij daarin een zinnebeeld voor de beide andere.
(Van dit tweetal is er één het eerste principe, de eerste oorzaak, die voor al het andere bestaat. De tweede zon is door de eerste voor alle eeuwigheid verwekt en deze is de rede of het woord, de logos van Platon. Zij is geheel gelijk aan de eerste en bestemd om tot in alle eeuwigheid de zichtbare en intelligente wereld voort te brengen. De derde, de zichtbare tenslotte, is een beeld van de tweede".)
Deze zichtbare zon werd door de grote menigte vereerd, maar de dieper inzicht hebbende deelden dit soort zonneverering niet en vatten de uiterlijke verschijning alleen als zinnebeeld op. Dat ook de godsvoorstellingen symbolisch beschouwd moesten worden, geeft Julianus te kennen met de woorden: "Het verborgen wezen der Goden laat niet toe, dat het in open woorden aan onreine oren wordt prijsgegeven", m.a.w. alles wat van de Goden gezegd werd, moest symbolisch worden opgevat. Ook bij Clemens van Alexandrië vinden wij verschillende uitspraken, (Stromateis, V, 4, 19; Clemens bedoelt hier de christelijke mysteriën, maar de Kerk had de terminologie der heidense mysteriën overgenomen en daarmee ook veelal de hiermee uitgedrukte begrippen,) die op het symbolische karakter wijzen van hetgeen in de mysteriën geschiedde en in overeenstemming met hetgeen Julianus zegt over de godsvoorstelling zijn zijn woorden: "Daarom spreken profetieën en orakels in raadselen en de mysteriën worden niet rechtstreeks blootgegeven aan een ieder, maar alleen na een zekere reiniging en onderricht". en dan kort daarna in hetzelfde hoofdstuk: "Allen dus, in één woord, die van goddelijke dingen spraken, ... hebben de eerste beginselen der dingen gesluierd en de waarheid gegeven in raadselen en symbolen en allegorieën en metaforen e.d.". Maar het duidelijkste is hij wel in zijn eerder aangehaalde uitspraak ( De geheimhouding ), waar hij zegt, dat degenen, die de mysteriën instelden, hun leringen in mythen hulden.

Bij de inwijdingen liet men de kandidaat een reeks zinnebeeldige handelingen doormaken, die aangevuld werden met als symbolisch te beschouwen pantomimen, liederen, uitroepen en mischien zinnebeeldige mededelingen, terwijl men hem in sommige of mischien wel in alle mysteriën symbolische voorwerpen toonde of gaf, die hij, voor profane blikken verborgen, zorgvuldig als heiligdommen bewaarde. Misschien, dat dit soortgelijke voorwerpen waren bedoelt als in de eerder weergegeven mededeling van Apuleius, die van heilige voorwerpen spreekt, welke de ingewijden bewaarden en niet aan anderen lieten zien, en die van Pausanias met betrekking tot de Kabeirische mysteriën, maar over de aard van deze voorwerpen horen wij vrij weinig. Misschien hebben wij bij Clemens van Alexandrie een aanwijzing, als hij spreekt over het 'speelgoed van Bakchos', dat bij de dionysische mysteriën een rol speelden, maar de betekenis van de bal, appelen, zoemhoutje, wolvlokken e.d., die dan genoemd worden is uit deze mededeling niet op te maken.

Afbeelding
De appels der Hesperiden, ( http://zaansekunstwerken.nl/Zaandijk.php ) Binnenplaats Gemeentehuis Bannehof 1: Nic Jonk (1928 – 1994)

(Aanmaning, II, 18: "Alle nutteloze zinnebeelden van deze mystieke ritus, het zal niet nodeloos zijn ze aan vervloeking bloot bloot te stelen. Het zijn de dobbelstenen, de bal, de tol (of hoepel), appelen, het zoethoutje, de spiegel en wolvlokken." Over de juiste vertaling is men het niet eens en er bestaan ook varianten van deze opsomming. Clemens haalt zelf een Orpisch gedicht aan (aanmaning, II, 17, 2), waarin gesproken wordt van een kegel, een tol, ratels en gouden appels uit de tuin der Hesperiden. Wat echter het zoethoutje betreft, hiervoor hebben wij zekerheid door een mededeling van de scholiast op Clemens van Alexandrië (ad Clem, Alex, Cohort, blz5. volgens Harrison, Themis, 61) die de door deze genoemde rhombos omschrijft met de woorden: "een stukje hout, waaraan een koord gebonden is en dat rondgezwaaid wordt bij inwijdingsriten om een snorrend geluid te maken".)

Onder de zinnebeelden van verschillende mysteriën speelde de slang blijkbaar een bijzondere rol. Op de graf urn van Lovatelli, waarvan de voorstelling ongetwijfeld betrekking heeft op de Eleusinische mysteriën, ziet men, hoe de mystes een zich om Demeter kronkelende slang liefkoost, zie afbeelding hieronder.

Afbeelding

Wij weten ook, dat bij Egyptische, Eleusinische en Attis-mysteriën een 'kiste', meestal een heilige mand en soms een doos, voorkwam en dat er op afbeeldingen daarvan, zie afbeeldingen hieronder, vaak een slang omheen kronkelt, die uit de kiste schijnt te komen.

Afbeelding

Uit een mededeling van Clemens van Alexandrië weten wij, eveneens, dat zich, naast allerlei andere voorwerpen, ook een slang in de kist bevond. Het is niet onmogelijk, dat de kiste een zinnebeeld was van de geheimzinnige onderwereld, en daarmee zou het voor komen van de slang verklaard kunnen worden, omdat die vaker als onderwereld dier, resp. van de God, die de zielen uit de onderwereld kon bevrijden. Daarvoor werd een "vereniging"met die God nodig geacht en deze had dan plaats in de vorm van het zinnebeeldige huwelijk, waarop wij reeds in ( Leringen ) even wezen. Over de wijze, waarop deze zinnebeeldige handeling plaats had, horen wij bijv., dat bij de later te bespreken Sabazios mysteriën de kandidaat voor inwijding een slang door zijn gewaad trok. Hierover berichten ons verschillende kerkvaders en Arnobius geeft daarbij nog de bijzonderheid, dat dit een gouden slang was.

Uit de onderwereld kwam echter, naar mening der Ouden, het leven, de vruchtbaarheid en dus ook de voortplantingskracht voort en telkens zien wij het nauwe verband, dat tussen onderwereld en nieuwe leven wordt gelegd. In de Babylonische Ishtarmythe zullen wij zien, dat daar te lande de opvatting bestond, dat de dood het uitgangspunt was van het spontane leven, de bron van het absolute en eeuwige leven en in de mythe krijgt Ishtar in de onderwereld zelfs het 'levenswater', waardoor zij tot de bewoonde wereld, resp. godenwereld, kan terugkeren. In Egypte zien wij, dat de daar geldende mening, het leven slechts in verband met de dood zijn wezenlijke aard, nl. zijn opstanding kon openbaren. De dood was ook daar een voorwaarde voor het absolute leven. In het museum te Leiden is een grafpiramide, die de top van een piramidevormig grafgebouw. Zij is aan de zonnegod gewijd. Op één der der vier zijden ziet men de voorstelling van de oostelijke horizon; in de tekst die er bij staat, wordt de zon bij zijn opgang in het oosten begroet. Op de daartegenover liggende zijde is de westelijke horizon afgebeeld en de tekst is gericht tot de zonnegod, die in het westen verdwijnt om zijn reis door het dodenrijk te beginnen. De beide andere zijden zijn zonder afbeeldingen. Nu moeten wij bedenken, dat het westen in Egyptisch tevens 'dodenrijk' betekent, juist omdat de zon in het westen 'sterft'; het oosten is de plaats van opstanding. Wij zouden dus verwachten, dat, indien één van de piramidezijden nadrukkelijk in verband met het leven werd gebracht, dit de oostelijke zou zijn, maar het tegendeel blijkt. Aan het teken van de westelijke horizon is de bekende hiëroglief van het leven (het ankh-kruis) toegevoegd; aan de andere zijde ontbreekt dit. hier wordt het dodenrijk dus nadrukkelijk met het 'leven' verbonden.

Bij de Grieken was de hades, althans in de latere tijd, een somber troosteloos verblijf, dat slechts weinig aan leven in de één of andere vorm herinnerde. Maar toch stralen hier en daar nog andere, vermoedelijke oudere opvattingen door. In het bijzonder vinden wij dit terug in de later nog uitvoerig te bespreken mythe van Persephone, die door Plouton, de God der onderwereld was geroofd, maar telkens weer tot de aarde opsteeg en tot nieuw leven terugkeerde. Ploutos (Plutos), de god van de rijkdom, werd te Eleusis met Plouton vereenzelvigd en wel voorgesteld met een hoorn des overvloeds.

Afbeelding

De onderwereld der Germanen was al even somber als die der Grieken, maar wij vinden als oude overlevering in de volksverhalen telkens de mening terug, dat het leven uit de onderwereld voortkwam. In het bijzonder zijn dit verhalen over ongeboren kinderen, waar vrouw Holle, naar alle waarschijnlijkheid een jongere vorm van de Godin der onderwereld Hel, mee speelt tot zij geboren worden. Later werd haar plaats door Maria ingenomen en zo bestaat er een verhaal over de Kunibertspfutz in de kerk van deze heilige te Keulen, waar de ongeboren kinderen om Maria heen zouden zitten, tot zij op aarde kwamen. Op het eiland Amrun zien wij een vermenging van beide denkbeelden,onderwereld en water, want daar is weer Vrouw Holle, die ditmaal echter met een zeis de kinderen tegen de moeders verdedigt, die een kind uit de vijver willen halen. Ook in Oostenrijk bestond in de vorige eeuw nog het geloof, dat kinderen uit de Hollabrunn voortkwamen, dus uit de onderwereld. In het bijzonder deed de opvatting de ronde, dat uit de dood het leven voortkomt, bij de denkbeelden over de vegetatie naar voren. Met het verdwijnen van Isthar in de onderwereld sterft ook de vegetatie op aarde en pas als zij uit de onderwereld opstijgt na, zoals gezegd, daar het 'levenswater' gedronken te hebben, wordt de aarde weer vruchtbaar. In Egypte ging de ritus van de dood en wederopstanding van Osiris samen met ceremoniën, die het afsterven der vegetatie en de herleving daarvan uit de dood tot onderwerp hadden. In Griekenland meende men eveneens, dat Hades, de onderwereld god, de grote weldoener en de schenker van alle gaven was en dat de mens hem dank verschuldigd was voor de opbrengst van het veld en het leven, dat daarmee verband hield. De jaarlijkse terugkomst van Dionysos uit de onderwereld bracht het nieuwe leven voor de vegetatie mee, evenals zijn dood met het afsterven daarvan vergeleken werd.

Ook bij de Germanen heersten verwante denkbeelden; De vruchtbaarheid, dus het leven, kwam uit de onderwereld en de dode voorvaderen moesten geëerd worden, omdat zij in de onderwereld over machten beschikten, die de aardse vruchtbaarheid konden verwekken en dus voor een rijke oogst konden zorgen. Van deze leven, vruchtbaarheid en voortplanting gevende onderwereld en van het daarmee samenhangende geloof, was de slang dus het zinnebeeld en als zodanig was zij verwant aan de phallos, die eveneens als een zinnebeeld van de leven gevende krachten in de natuur werd beschouwd. Naar het schijnt, kwam het bij de inwijdingsriten wel voor, dat de slang, die door het gewaad getrokken werd, vervangen werd door een phallos. Als zinnebeeld voor de vruchtbaarheid zien wij deze ook op onderstaande afbeelding de mystieke wan tussen allerlei vruchten.

Afbeelding
(Gruppe, Griechische Mythologie, II, 1423, Nisson (Gescgichte, II, 662) meent echter, dat de veronderstelde hantering van seksuele symbolen, die een vereniging met de godheid zou voorstellen, althans voor de Eleusinische mysteriën een onbewezen hypothese is.)

Bij de godsdienstige ceremoniën speelde de phallus eveneens een rol. Wij noemen al eerder de ommetochten (hier een artikel over Het Wilde Heir met wat meer informatie over ommetochten op QFF), die er in de Egyptische eredienst en die van Dionysos mede gehouden werden maar hij werd ook in andere ceremoniën betrokken.

Het doet bij ons de thans heersende opvatting, vreemd aan, dat men niet alleen de phallus als zinnebeeld beschouwde, maar dit ook openlijk te kennen gaf. Reeds de kerkvaders uitten hierover hun misnoegen en gebruikte de gewraakte verering als een wapen tegen het heidendom. Augustinus spreekt er met grote verontwaardiging over, dat een phallus op de feestdagen van Dionysos rondgereden en bekranst werd, maar hij was niet de eerste, die zich in deze geest uitte.

Afbeelding

Over de Staat Gods, VII, 21: "Onder andere zaken, die ik door overvloed aan materiaal voorbij moet laten gaan, schrijft Varro, dat bij de straatkruisingen in Italië een Liber (Dionysos) -feest, gevierd wordt met zulk teugelloze schandaligheid, dat het mannelijke lid wordt vereerd ... . Want dit lid werd gedeurende de feestdagen van Liber met veel praal op kleine wagens gezet en eerst op het land langs de kruiswegen gevoerd en dan in de stad gereden ... .Dit oneerbare lid moest de eerbare matrone openlijk bekransen."

De ongeveer vijftig jaren voor hem levende Arnobius schreef ten deze de volgende woorden: "ik ben beschaamd de mysteriën van Halimus (in Attika) te beschrijven, waar de Grieken ter ere van Bacchus Pater Phalloi oprichten, waarmede het gehele district bedekt is". Hij zag er natuurlijk alleen de in christelijke ogen onzedelijke kant van, want de verbreiders van het christendom stonden op het standpunt, dat de geslachtsgemeenschap in de grond iets zondigs en alle toespelingen er op uit den boze was; men behoorde er niet over te spreken en alles wat er mee samenhing te verdoezelen. Dit standpunt is tot de huidige dag gehandhaafd en had het niet uitblijvende gevolg, dat er weliswaar niet openlijk over gesproken wordt, maar bedektelijk allerlei toespelingen en grappen over gemaakt worden. De oude volken stonden op een geheel anders standpunt dan de kerkvaders innamen. De antieke mens was allerminst preuts, hetgeen echter om geen enkele reden de vermelding of het voorstellen van zaken, het seksuele leven betreffende, verwerpelijk. In de betreffende organen zag hij de meest geëigende zinnebeelden om de vruchtbaarheid of zelfs de goddelijke scheppingsmacht uit de beelden en hij nam daar in in geen enkel opzicht aanstoots aan. niet alleen was in de Oudheid de phallos dus een zinnebeeld van de scheppende Godheid en diens uitingen in de natuur, maat het afbeelden van phaloi op graven wijst er op, dat men in het zinnebeeld het leven in het algemeen zag en dus ook het leven na de dood.

De bezwaren van de christelijke en dus ook van de tegenwoordige tijd kende men in de oudheid dan ook niet of althans niet in dezelfde mate als en wij mogen daar in ieder geval geen bewijs in zien voor een moreel laagstaande mentaliteit. Want in dat geval zou hun wereld inderdaad zeer verdorven moeten zijn geweest, zoals de kerkvaders dat zo gaarne voorstellen, maar de uitingen op allerlei gebied wijzen beslist op het tegendeel. Opmerkelijk is ook, dat wij het zinnebeeld bij zoveel oude volken terugvinden.

Afbeelding

In Voor Indië was de Lingam van Shiwa een algemeen aanvaard zinnebeeld en hij is dat tot de huidige dag gebleven. In Babylonië en Assyrië werd de fallus als een goddelijk symbool beschouwd en ter ere van de god Bel (Baal) werden hiermee vrband houdende orgiën gevierd. (Vellay,Le culte, 158). Loukianos spreekt over twee enorme Phaloi, die in de tempel van Hierapolis in Syrie waren opgericht en Hippolytos bericht ons over twee ithyphallische beelden in de tempel van Samothrake. In de Germaanse heidense tijd was het vooral de God Freyr, de Vruchtbaarheidsgod, die met een bijzonder grote phallos werd voorgesteld en bewaard gebleven beelden tonen nog een gat, waar de phallos blijkbaar in gestoken was.

Tot slot willen wij nog aanhalen wat de toch zeker hoogstaande Iamblichos er over zegt: "Als ik het verder nog over het opstellen van fallusbeelden hebben moet, zo verklaar ik, dat het opstellen van phallosbeelden slechts een zinnebeeld van de scheppende macht (van het goddelijke wezen) betekent ... . Daarom worden deze falluszuilen juist in het voorjaar zoveel gewijd, omdat de gehele wereld juist om deze tijd uit de scheppende kracht der Goden zijn eigen vermogen om te scheppen verkrijgt". Wij willen thans niet alle zinnebeelden behandelen, die bij de mysteriëndiensten voorkwamen en die ter sprake zullen komen bij het bespreken der afzonderlijke mysteriën. Uit het gezegde zal echter voldoende gebleken zijn, dat het gebruik van zinnebeelden, niet alleen in handelingen, woorden e.d., maar ook in die van bepaalde symbolische vormen vast staat.



bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:24

Mysteriën Der Oudheid, Rozenkruisers


Het is al weer een tijdje geleden dat ik een artikel geplaatst heb en daarom (waarom anders, nou omdat dit boek nu al drie keer uit mijn qff boekkast rolde) is het weer tijd voor een uitstapje, deze keer naar de mysteriënwereld van de Rozenkruisers. In dit uitstapje of uitstapjes, zoals gewoonlijk geen enkel idee hoe het artikel eruit komt te zien, gaan we is wat rondkijken welke gedachtes er hierover zijn onder de rozenkruisers. Zoals we gelezen hebben in de serie kan je je afvragen of dit mysteriën van de oudheid zijn of een wat 'modernere' versie gebaseerd op een enkele God, zijzelf noemen hun mysterieschool de moderne Geestesschool. Hoe dan ook het is een kijkje in de keuken van de Rozenkruisers op qff is er hier en daar wat meer te vinden over de rozenkruisers of zij ook behoren tot de oude mysteriën? Ook hier weer mag iedereen zelf zijn eigen conclusie trekken. We stappen in dit artikel in bij het hoofdstuk deel 2 "De Wedergeboorte van de ziel" uit het boek "De Gnosis in actuele openbaring" van J. van Rijckenborgh van de rozekruis pers. Moet kunnen na het lezen van de serie mysteriën der oudheid.

Afbeelding

Redelijk-Zedelijk bewustzijn

Bewustzijnsstaat is levensstaat. Dit axioma voor en van alle vernieuwingsleven was één van de centrale gedachte van onze voorgaande overwegingen. Daaruit bleek de noodzaak van een volkomen bewustzijnsvernieuwing, om te kunnen beantwoorden aan de suggesties van de moderne Geestesschool. Zulk een bewustzijnsvernieuwing hangt ten nauwste samen met de zielewedergeboorte, want het centrale leidende aanzicht van de ziel, het kernbeginsel van onze zielestaat, is bewustzijn. Daarom is de eerste en voornaamste stap op het pad der mysteriën de transfiguratie van de ziel. Wij ontdekten voorts dat het bewustzijn van de ziel en al haar verder eigenschappen tot stand komen door middel van een magnetische ademhaling, via het magnetische breinstelsel. iedere leerling is dus verplicht tot een andere magnetische ademhaling door te dringen, wil er van vernieuwing van de ziel werkelijk sprake zijn. Een andere magnetische ademhaling betekent een ander bewustzijn, en een ander bewustzijn is een andere levensstaat.

Om even wat te verduidelijken: wat is bewustzijn, nogmaals dit gaat over de rozenkruisers en hun mysteriewereld en dan ook nog is een zeer klein stukje van. Bewustzijnsstaat is een elektromagnetische staat. Ons bewustzijn wordt namelijk gevormd door middel van zeven centra, die gevuld zijn met magnetisch fluïde, met astraal fluïde, en die zich bevinden in het hoofdheiligdom, in de zeven hersenholten. Zij worden gevoed door het ademhalingsproces van het magnetische stelsel in ons brein, dat het astraalfluïde aantrekt uit het interkosmische magnetische veld. Veranderingen in ons worden veroorzaakt door veranderingen in het interkosmische magnetische veld om ons heen. Het interkosmische magnetischeveld bestaat uit twaalf stromen. Deze twaalf stromen openbaren zich onder andere in ons. Aan deze twaalf ligt een plan te grondslag, dat zich tijdruimtelijk openbaart. Uit dit alles volgt dat deze twaalf elektromagnetische stromen door andere en sterkere magnetische stromen worden gedirigeerd, en dat er dus veel magnetische stelsels zijn, sterkere en zwakkere, die op elkaar inwerken. Knip. Er wordt over de mens besloten. De mensheid wordt gedirigeerd. Want: magnetische staat is bewustzijnsstaat en bewustzijnsstaat is levensstaat.

Er is een magnetisch levensveld waarin alle mensen hier leven, het magnetische veld van de gewone natuur, en er is een magnetisch veld van de Gnosis, van de Christushiërarchie. Het leerlingschap van de Gnosis heeft alleen dan zin --- wij wijzen daar met nadruk op --- wanneer de leerling erin slaagt van het eerste magnetische levensveld door te dringen tot het andere. Dat is Christus aanvaarden, dat is hem belijden en dienen. Christus aanvaarden is geen mystieke bewogenheid, geen mystieke gerichtheid; het is: zijn magnetische krachten assimileren en daarmee werken. Wat wij het nieuwe levensveld noemen, betreft een existentiële ontwikkeling in de nieuwe magnetische status. Het is duidelijk dat zij, die tot een nieuwe magnetische ademhaling doordringen, op hetzelfde moment geboren zijn in het nieuwe levensveld. Alle aldus geborenen zullen, na enige tijd van acclimatisering, geschikt zijn en geroepen worden anderen, die nog niet in deze nieuwe staat zijn binnengegaan, te wekken en te helpen om eveneens binnen te komen. Deze heerlijke hulp wordt zonder ophouden geboden; het was dan ook steeds mogelijk, door alle tijden heen, deze verbondenheid met de Gnosis te verkrijgen.

Afbeelding

Doch in alle processen van het leven zijn periodes te onderscheiden; cycli waarin, in groter verband gezien bepaalde fasen beëindigd worden en nieuwe een aanvang nemen. Zo schouwe wij dan om ins heen twee wielwentelingen. Ten eerste de wielwenteling van het gewone rad der natuur, het rad van opgaan, blinken en verzinken. Ten tweede: het zich daarbij geheel en al, intelligent en wetenschappelijk, aanpassende wentelende rad van de helpende, dienende broederschap van het nieuwe levensveld; een wentelend rad dat, als een reflex op de gang van zaken in de gewone natuur eveneens zijn periodes en ontwikkelingen stelt. Dat behoeft ons geen verwondering te baren, want u kent het vlammende bijbelwoord: "God laat niet varen de werken zijner handen." Iedere gelegenheid, ieder moment tot onze hulp, wordt door de Gnosis aangegrepen.

Meer in het boek wij gaan naar het tweede deel van het tweede hoofdstuk.

Het proces: De Rozenkruisgang

Zoals wij zagen moet de Geestesschool rekening houden met drieërlei bewustzijnsstaat en dus ook met drieërlei levensstaat: Ten eerste de bewustzijnsstaat van de gewone dialectische mens, ten tweede de bewustzijnsstaat van de leerling van de Geestesschool en ten derde die van de deelhebber aan het nieuwe ras, van degene die het nieuwe levensveld binnenkomt. De eerste bewustzijnsstaat functioneert, zowel wat het uiterlijke als wat het innerlijke betreft, geheel uit astrale krachten van de natuur des doods. De tweede bewustzijnsstaat, die door een groot aantal leerlingen van de Geestesschool wordt ingenomen, is die van het redelijk-zedelijk bewustzijn. Zij die deze bewustzijnsstaat innemen staan redelijk, dus verstandelijk, om de één of andere reden min of meer open voor de aanraking van de Universele Leer. Het feit dat de leerling steeds weer het contact met de School zoekt, onder andere door regelmatig bezoek aan de brandpunten van de School, bewijst dat zijn redelijk vermogen vatbaar geworden is voor de aanraking van de Gnosis. Ten gevolge van deze aanraking, die hem steeds opnieuw treft, komt er ook een zedelijke bewogenheid in hem tot ontwikkeling waardoor, zoals wij zagen, het uitermate gevoelige sternum, het magnetische centrum van het hartheiligdom, ontvankelijk gemaakt wordt voor de astrale aanraking van de Gnosis. Indien de bloedstoestand het maar even toelaat, wordt aldus iets van de zielestaat van de leerling door het stralingsveld van de Gnosis gegrepen. Wanneer u in deze tweede bewustzijnsstaat is binnengegaan, is u in een zeer gecompliceerde, gespleten toestand geraakt. Het overgrote deel van uw zielestaat is geheel van de dialectische natuur. Uw persoonlijkheid is bovendien natuurgeboren. Maar met een, zij het zeer beperkt, onbewust zieledeel bent u dan verbonden met de Gnosis. Krachtens uw natuurgebonden staat bent u volledig verbonden met het astrale veld van de natuur. Door middel van het magnetisch breinstelsel ademt u de astrale kracht van deze natuur in. Doch er is nu iets in uw verstandelijke vermogens, in uw bewustzijnsstaat, in de zevenarmige kandelaar in het hoofdheiligdom dat u gevoelig maakt voor de aanraking van de Gnosis. De natuur des doods ademt u in via het magnetische breinstelsel; de Gnosis echter ademt u in via het magnetische stelsel van het sternum. Er moet daardoor een gespleten toestand ontstaan, want twee zeer verschillende magnetische velden raken u aan. En dus zal er van stonde aan een strijd in u woeden, bij dag en bij nacht. De Bijbel zegt u daarvan dat u dan een zwaard in de ziel wordt gestoken. Op hem die in een dergelijke gespletenheid staat, is letterlijk het woord van Jezus de Heer van toepassing: "ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard." Deze tweede bewustzijnsstaat wordt door het merendeel van de leerlingen van de Geestesschool ingenomen. Zij staan dus in het redelijk-zedelijke bewustzijn.

Afbeelding

Dat waartoe de Geestesschool u drijft, is de rozenkruisgang, het opnemen van het kruis van Jezus de Heer-in-u. Het gaat om het positie besluit: waarlijk rozenkruiser te worden. Eerst wanneer u het rode rozenkruis accepteert, krijgt uw leerlingschap zin. Wij hebben in de Geestesschool toch niet de bedoeling uw humeur te bederven? Doel van de geestesschool is u tot een rozenkruiser te transmuteren.

Ik denk dat je hiermee een aardig beeld kan vormen hoe het verdergaat in dit hoofdstuk wij slaan wat pagina's over en gaan weer verder naar het derde deel van hoofdstuk 2

De roeping van de leerling: heiliging

In de eerste Petrusbrief lezen wij:
"Schort op de lendenen van uw verstand, wees nuchter, hoop volkomen op de genade, die u gebracht wordt door de openbaring van Jezus Christus. Word als gehoorzame kinderen, niet gelijkvormig aan de begeerlijkheden, die tevoren in uw onwetendheid waren; maar gelijk Hij, die u geroepen heeft heilig is, word ook gijzelf heilig in al uw wandel. Er staat immers geschreven: Wees heilig, want ik ben heilig. Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord, leg af alle kwaadheid, alle bedrog, geveinsdheid, nijdigheid en achterklap; en word ook zelf tot een levende steen, in een eenheid gebouwd tot een geestelijk huis tot een heilig priesterdom".

Wij plaatsen u voor deze woorden, omdat zij een weerspiegeling bevatten van alles wat wij in het vorige (bovenstaande stuk) bespraken. Er blijk te duidelijkste uit waartoe een leerling in de redelijk-zedelijke bewustzijnsstaat bij machte is. Hij is ten volle in staat "de lendenen van zijn verstand op te schorten" in de zin der Gnosis. U zult deze beeldspraak begrijpen: het opschorten van het opperkleed is in het Oosten noodzakelijk, om niet gehinderd te worden bij de te verrichten arbeid. En daar de Geestesschool zich met haar stralingskracht allereerst tot uw verstand richt, bedoelt de Petrusbrief u te zeggen dat deze aanraking u in staat wil stellen tot een directe, nieuwe activiteit. Zoals u weet bewerkstelligt de redelijke aanraking in u een zedelijke bewogenheid. En nu geeft men u dien aanzien een raad die u ter harte moet nemen:
De mens in het zedelijke bewogenheidsproces is dikwijls dermate ontroerd, nerveus, emotioneel gegrepen, dat er door de lichtaanraking geen concrete resultaten kunnen worden behaald. Er is een tranenvloed, een intens schuldgevoel een een veelheid van voornemens, die elkaar verdringen. Deze ontroering gaat echter spoedig voorbij en er zijn dan weer zoveel aspecten van het gewone leven die de aandacht vragen, dat de werkelijke oogst van de eerste aanraking niet mogelijk blijkt. de mystieke ontroering maakt dan het sternum niet-gevoelig voor de tweede aanraking ... en de zegen blijft dus uit.

Afbeelding

Daarom wordt u gezegd:
"schort de lendenen van uw verstand op. Wees intelligent, gereed tot directe activiteit. Wanneer nu de redelijke aanraking plaats vindt en u zich daarvoor geheel geopend hebt, vang dan met nuchterheid de zedelijke bewogenheid op. Laat u niet door ontroering overmeesteren, want dan hebt u geen controle over uzelf. Doch laat het proces met grote rust en begrip in u doorwerken, vol van blijde hoop, nu de heerlijke genadestroom van de Gnosis via het sternum zal kunnen worden ingeademd. Dat is de leeftocht, de dauw, waarna de roos des harten dorstend uitziet"

U kent nu het proces. Steeds meer wordt u, in eerste aanraking, van het proces ontsluierd. Steeds duidelijker ziet u het pad voor u. Steeds meer wordt de onwetendheid in u teniet gedaan. En zo kunt u rustig en met grote nuchterheid alles wat van deze natuur is onderscheiden en overwegen in hoeverre u daaraan deel zult kunnen hebben, zonder dat het u schaden kan in het proces van heiligmaking, waaraan ge u vrijwillig onderworpen hebt.

Heiligen, heel worden, genezen is uw roeping. Heiliging van uw gehele wezen is het doel van de Geestesschool. Het spreekt dus vanzelf dat de leerling, redelijk-zedelijk daartoe in staat gesteld, een geheiligd leven zal leiden. U kunt dat geheiligde leven leiden wanneer u bij voortduring gericht bent op uw leerlingschap, want een onvergankelijke kracht is in u, het zaad van het levende en blijvende woord. Aldus is het niet slechts wenselijk, doch tevens noodzakelijk dat er stralende nieuwe levenshouding van u spreken gaat, omdat zij mogelijk is. Alle kwaadheid en bedrog, alle geveinsdheid, nijdigheid en achterklap dienen dan ook in u tot het verleden te behoren. Het zijn vijf positieve uitingen van krachtige ikcentraliteit en ze vormen vijf negatieve reacties op uw positie leerlingstaat. Het gaat er hierbij om klaar te beseffen waartoe u geroepen wordt en in staat gesteld, en welke gevaren in uzelf deze mogelijkheden tot heiliging bedreigen.

U bent volkomen toebereid om een levende bouwsteen te zijn, en slechts als levende bouwsteen kunt u worden gebruikt in de grote universele tempel, in het heilige priesterdom van de nieuwe levensstaat.


bron: De Gnosis in actuele openbaring, J van Reijckenborgh
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:25

Algemene info Mysteriën

door Dromen


Algemene info Mysteriën

Een deel van de mysteriën was 'publiekelijk' en een deel van de mysteriën was (is) verborgen, alleen voor ingewijden. De vorige delen van mysterie topics zijn min of meer allemaal mysteriën, riten die (deels) bekend waren bij het volk. Eigenlijk is alles wat ooit is beschreven, en geopenbaard, een mysterie waaraan het volk deelneemt. Ik haal daarom graag even de eerste zin aan waarmee Farwerck het boek 'Mysteriën en inwijdingen in de Oudheid' begint:

'Bij het beschouwen der Mysteriën moeten wij steeds in het oog houden, dat deze een weinig bekenden geestelijken bloeitijd hadden, en een meer bekenden tijd van verval. Zij bloeiden inderdaad "in het verborgene". Met hun meer en meer openbaar en voor ieder toegankelijk worden - en dit tijdperk houden vele geschiedkundigen verkeerdelijk voor den bloeitijd - begon gewoonlijk meteen een verval, dat vaak met zulke uitspattingen gepaard ging, dat tot in onze dagen het woord bacchanaal herinnert aan de latere zedelooze vering van de Bakchos-Mysteriën.'

Alle sprookjes, mythen en saga's komen voort van / uit de mysteriën. Zoals bij velen wel bekend zijn de verhalen van de tegenwoordige religies veelal overgenomen uit 'eerdere' verhalen. Mooi voorbeeld is het Gilgamesj epos, waaruit blijkt dat het zonvloed verhaal in de bijbel min of meer uit het Gilgamesj verhaal komt.

De uiterlijke mysteriën verschillen vaak erg van vorm, maar de innerlijke overeenkomst van de mysteriën komen vaak grotendeels overeen. Een ieder die toe gelaten wil worden tot de mysteriën dient gereinigd te worden. Bij allen zijn dromena en legomena, d.w.z. zichtbare handelingen en gesproken woorden. De belangrijkste punten kunnen we als volgt samenvatten:

1e punt, zij vormen een besloten kring. Niet toegankelijk voor 'profanen'.
2e punt, geheimhouding van de Mysteriën.
3e punt, toelating tot de Mysteriën via 'inwijding'.
4e punt, verschillende graden binnen de Mysteriën.
5e punt, symboliek speelt een grote rol.

Even verderop:

'Onze kennis aangaande de Mysteriën is niet zoo groot als wij dat wel zouden wenschen. Waarschijnlijk bestonden zij steeds uit een openbaar gedeelte, dat de geheele bevolking bij kon wonen, en een geheim gedeelte waarvan de bijwoning alleen aan ingewijden veroorloofd was.'


Ook hier word weer gesproken van een verval, ander opmerkelijk feit is dat vrijwel alle grote namen uit de geschiedenis ingewijden waren in de Mysteriën, Plato, Aristoteles, Socrates, zie ook 'MdO waardering voor ...' Ik ga hier verder niet al te veel op in, daar heeft Combi ook al genoeg aandacht aan geschonken.



Persoonlijke noot

Het 'nadeel' van het beschrijven van 'iets' over de Mysteriën is zéér moeilijk. Het best is dan ook om grotendeels teksten uit het boek (of boeken) van, in dit geval, Farwerck over te nemen. Een Mysterie uitleggen kan niet, het is té ingewikkeld en bijna niet te beschrijven, het is niet te beschrijven. De enigste manier, om dit deels op een goede manier te kunnen doen, is precies wat Combi de afgelopen maanden heeft gedaan. Stuk voor stuk een complete tekst neerschrijven. De quotes hierboven zijn namelijk te onvolledig om een juist beeld te geven. Bij elke quote die ik type komt vervolgens een goede uitleg (in het boek) en bij elke quote die ik typ vraag ik mezelf af van 'moet ik er niet meer bij neerzetten?'.

En dit is ook wat ik probeer aan te tonen met dit artikel, aan de lezers: de Mysteriën, de intentie van de mysteriën kun je niet uitleggen of opschrijven. Zoals Aristoteles zei: "De in te wijden personen moeten niet iets leren, maar in zichzelf ervaren, nadat zij hiervoor ontvankelijk zijn geworden."

Het Doel?

Ik verwijs graag een stuk dat ik al eens eerder (2) had geschreven:

(...) Zoo vinden we dus, dat de ingewijde eerst tot het inzicht komt dat de aarde, de materieele wereld niet het waardevolste is. Hij offert haar op, om in een nieuwe wereld te gaan leven: de wereld van de hoogere gedachten en aspiraties. Maar ook deze wereld moet hij offeren, zoodra hij tot het inzicht kot, dat alle hoogere gedachten en gevoelens hun samenvatting vinden in het kennen der eenheid en in de liefde voor de eenheid, in de hoogste bewustzijnsuiting, die hij als zijn eigen hoogste Zelf erkent. En dan zal hij ten slotte zijn eigen, klein, afgescheiden zelf offeren aan zijn Waar Zelf, dat één is met den Vader, het Alleven, de Almacht.(...)

(..) Het einddoel van alle inwijding, dat we hierboven aangeduid hebben met het stadium van den god-mensch is: éénwording.(..)

Tot slot

Over de herkomst en de geschiedenis van de Mysteriën is ook al het een en ander geschreven in het topic. Waarom de Mysteriën verborgen zijn is ook in dit artikel opgehelderd, vanzelfsprekend al eerder door Combi beschreven. Eigenlijk, alles wat ik hier heb beschreven, is reeds eerder vermeld in Combi zijn reeks artikelen.
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:26

Mysteriën Der Oudheid, Magie-1

door Combi
lettergrootte verklein lettergrootte vergroot lettergrootte
Afdrukken
E-mail

Van de mysteriën en in het bijzonder van de inwijdingsriten ging, naar uit het voorgaande gezegde blijkt, een machtige werking uit en bij pogingen om dit te verklaren, wordt dikwijls bij voorkeur gewezen op hun uiterlijke aankleding: de rijkversierde tempels, de verblindende lichteffecten, die men op grond van sommige uitlatingen meent te mogen aannemen, de pronkende gewaden der geestelijke, de melodieuze muziek en gezangen en de kunstige "dramatische" voorstellingen. Toch kan het vraagstuk hiermee niet geheel worden opgelost, want zelfs in de vroege Oudheid, toen bijv. de plechtigheden der Eleusinische mysteriën nog vrij eenvoudig waren, bezaten deze reeds een aanzien, dat ver uitging boven de invloed, die de niet opgesmukte riten en zinnebeelden hadden kunnen uitoefenen.

Zoals wij al eerder schreven, gaat er van zinnebeelden, naast hun gewone functie als schakel tussen hetgeen in het symbool verborgen is en onze geest, een 'stille werking' uit. Door doelbewuste rangschikking van tot dit doel gekozen woorden, handelingen en vormen kan deze stille werking zodanig vergroot worden, dat wij bijna van een 'magische' invloed kunnen gaan spreken. Dat men door het bedoelde rangschikken een bepaald, gewild resultaat kan bereiken, is voor geen tegenspraak vatbaar. Zelfs in het dagelijkse leven is dit merkbaar en de handelsreiziger, die door een weloverwogen optreden en uiterlijk, door welgekozen woorden en door het op het daarvoor geëigende ogenblik tonen van bepaalde voorwerpen zijn afnemer tot koper maakt, doet niets anders dan, zoals men eertijds zou zeggen, een doelbewuste magie toepassen, al geeft men er tegenwoordig een andere naam aan, zoals verkoopkracht, suggestie ed.

Ook op geestelijk gebied maakt men nog van deze soort magie gebruik. De katholieke kerk, die haar lidmaten voorschrijft minstens eens per week de mis bij te wonen, heeft zoals reeds is opgemerkt, terdege begrepen, dat de met kennis van zaken ontworpen riten op den duur een zeer bepaalde en gewenste uitwerking hebben op de psyche van degenen, die zich er geregeld voor openstellen. Dat men dit in de Oudheid begrepen heeft kunnen wij o.a. opmaken uit de woorden van Diodoros, die er over spreekt, dat door "bezweringen" geheime wijdingen werden teweeg gebracht en dat o.a. de Orphische wijdingen daarvan gebruik maakten. Wij zullen dan ook niet mistasten, wanneer wij wij hetzelfde voor andere mysteriën inwijdingen aannemen. Waarschijnlijk slaan hierop de woorden van Clemens van Alexandrië, als hij op de 'toverij' wijst, die met de mysteriën verbonden was.

In de heidense tijd, maar ook nog lang daarna was het geloof aan en de toepassing van magie algemeen verbreid en er bestonden tal van magische praktijken, waarvan men zeer bepaalde resultaten verwachtte. (Er zijn in hoofdzaak twee soorten magie te onderscheiden, bij de enen soort verricht de magiër allerlei handelingen, terwijl hij zich afgezonderd houdt. Soms laat hij zelfs handelingen achterwege en beperkt zich tot het zich concentreren op het beoogde doel of wel hij combineert beide methoden. Bij de andere soort treedt de magiër in het openbaar op en verkrijgt zijn resultaten met waarneembaren handelingen, gesproken woorden en getoonde voorwerpen. Bij magie in de mysteriën hebben wij het oog op deze tweede methode.)


Hildesheim-Dom-Bernwardstür-Detail-Magier

Ook inwijdingsriten werden met een bepaald, vooropgezet doel uitgevoerd en het staat dan ook vast, dat men daarbij ook veel verwachtte van de magische werking der met overleg en kennis van zaken gekozen handelingen, woorden en vormen. DR. K. H. E. de Jong heeft in een studie over de oude mysteriën een zeer gedocumenteerde opsomming gegeven van de verschillende in de magie toegepaste methoden, van de overeenkomsten, die deze vertonen met datgene, wat ons uit de mysteriën is overgeleverd en van de resultaten, die men in beide gevallen verwachtte en verkreeg. Wij geven een korte samenvatting van deze vergelijkingen tussen de magie en de mysteriën met hier en daar enkele aanvullingen.

De Jong begint met er op te wijzen, in overeenstemming met hetgeen hierover gezegd is, dat, van hoe groot belang het gebruik van zinnebeelden bij de wijdingen ook geweest moge zijn, de bij de geheime erediensten teweeggebrachte gevolgen hierdoor niet ten volle verklaart kunnen worden. Ook door Rohde is in een uitvoerige beschouwing voldoende aangetoond, dat de vaste hoop op een gelukzalig hiernamaals moeilijk alleen veroorzaakt kan zijn door de mimische uitbeelding van de godenmythen, door bepaalde mededelingen of door het tonen van zinnebeeldige voorwerpen, hoezeer één en ander ook in staat moge zijn geweest om hogere gevoelens en gedachten bij ons op te wekken. Als Apuleius zegt "Ik ging tot de grens van de dood en nadat ik de drempel van Proserpina betreden had, keerde ik, door alle elementen heen gedragen, weer terug ... enz", dan is het moeilijk aan te nemen, dat hij daar alleen een zinnebeeldige handeling mee bedoelde. En het zou eveneens vreemd zijn, indien deze in ik vorm gehouden mededeling zou slaan op aanschouwende voorstellingen van godenmythen. De woorden wijzen duidelijk op iets, dat Apuleius ervaren heeft en dit is in overeenstemming met de aangehaalde woorden van Aristoteles, dat de ingewijden niet iets moesten leren, maar een ervaring moesten doormaken, nadat zij daarvoor in de geëigende stemming waren gebracht. Uit hetgeen dezelfde Apuleius verder in zijn "Methamorphosen" schrijft, blijkt de diepe bewogenheid, die zich bij zijn inwijding van hem meester maakte, als hij bijv. zegt, dat hij zich, bij het verschijnen van de Godin Isis, voor haar neerstortte en in een lange stomme bedwelming met zijn kussen haar voeten waste om tenslotte onder tranen, door herhaald snikken onderbroken, het woord tot haar te richten. Verderop deelt hij mede, hoe hij van de hogepriester Mithras afscheid nam met een ontroering, alsof het een afscheid van zijn vader gold. Hij omarmde en kuste hem en vroeg hem vergiffenis, wanneer hij hem de aangedane weldaden niet op waardige wijze zou kunnen vergelden en eindelijk, na lange dankbetuigingen begaf hij zich op weg. Zou dit alles nu alleen bewerkt kunnen zijn door het horen en zien van godenmythen en zinnebeelden? In dezelfde geest spreekt ook Foucart, die het eveneens uitgesloten acht, dat er bij de inwijdingen geen andere invloeden werkzaam waren dan symbolische.

L'origine, 378: "De oude schrijvers zijn het er over eens, dat de ingewijden van een gelukkig leven na hun dood verzekerd waren en dat de inwijdingen hun de middelen verschafte om de gevaren van de andere wereld te overwinnen. Het mystieke drama en het zien van heilige voorwerpen waren niet voldoende om een zo groot vertrouwen te geven. Er was nog een andere handeling waarbij de kandidaat in de gebieden der onderwereld gevoerd werd; voorts sprak de hierophant tot hem geheime woorden. Geen enkele oude schrijver heeft ons die meegedeeld, maar in analogie met het dodenboek der Egyptenaren (volgens hetwelk de dode een soort inwijdingsritus onderging) en het Orphische begrafenisritueel is het aannemelijk, dat het de voorschriften waren voor de te volgen weg in de onderwereld en magische formules om de daar levende monsters te overwinnen."

Zoals gezegd, was er in de dagen der mysteriën de magie een algemeen erkent middel om bepaalde gewenste gevolgen te verkrijgen. Dit is overigens, in het algemeen, ook de reden waarom men handelingen verricht, maar de magie onderscheidde zich van andere handelingen, doordat de gevolgen, welke zij teweeg bracht, niet verklaard konden worden door de gewone wet van oorzaak en gevolg. Een verklaring, waarom bepaalde handelingen, getoonde voorwerpen, muziek, woorden, spreuken of bezweringen, toverdranken, fetischen, amuletten e.d., die men als bovennatuurlijke dingen beschouwde, de verwachte uitwerking konden hebben, had men niet. Daarom juist nam men het bovennatuurlijke aan. Wij zien hetzelfde verschijnsel heden ten dage nog bij de heiligenbeelden, het wijwater e.d. in de katholieke kerk.

In de loop der eeuwen zijn ons echter veel dingen duidelijk geworden, die in de Oudheid nog raadselen waren. De verschillende takken van de wetenschap hebben tal van natuurwetten ontdekt, die wij thans met kennis van zaken kunnen toepassen en zo kan er op het terrein der psychologie thans van allerlei verklaard worden, wat eertijds voor de mensen geheel onbegrijpelijk was. veelal hebben de oude magische praktijken daardoor hun bovennatuurlijke karakter verloren en zij de verrichte handelingen en de daaruit voortvloeiende gevolgen wetenschappelijk verklaard. Zo zijn verschillende thans erkende of althans waarschijnlijk geachte verschijnselen, die vroeger tot het rijk der magie behoorden, zoals hypnose, anesthesie, extase e.d. teruggevoerd op op in autosuggestie omgevormde suggesties van allerlei aard. Andere verschijnselen, zoals telepathie, magnetisme, voorspellingen, oproepen van de geesten van de doden, zijn, voor een deel althans, als verschijnsel schoorvoetend erkent, hoewel er wetenschappelijk nog geen redelijke verklaring voor gegeven kan worden. Zij behoren dus ook thans nog min of meer tot het rijk der magie. In nog meerdere mate is dit het geval met de meestal ontkende verschijnselen van levitatie, telekinese, het verklaren van voortekenen, van droomuitleggingen, vooral in verband met zogenaamde voorspellende dromen enz.

Dit alles en nog veel meer behoorde vroeger tot de magie en, al kon men er geen verklaring voor geven, de verschijnselen werden algemeen erkend. Zo schrijft bijv. de kerkvader Tertullianus (geb. omstreeks 160) in zijn "Apologeticum" over allerlei door tovenaars verrichte handelingen, die hij niet ontkent, maar aan de invloed van demonen --- in de christelijke zin van duivels --- toeschrijft. Ook dat mensen zich door magische vermogens in de lucht konden verheffen, acht hij niet voor tegenspraak vatbaar en hij verdiept zich zelfs in het vraagstuk of tovenaars, die over hoge gebouwen kunnen vliegen, niet met nog andere krachten begiftigd moeten zijn dan diegenen, welke zich alleen maar boven gewone huizen kunnen verheffen. Hij stond met deze opvatting niet alleen, want tal van verhalen over vliegende magiërs deden voor en na hem de ronde en werden gretig geloofd. bij de vergelijking van de magie met de mysteriën zullen wij twee zaken moeten onderscheiden: de middelen, die aangewend werden om bepaalde verschijnselen tot stand te brengen en deze verschijnselen zelf. Tot de eerste, de middelen behoorden o.a. onthoudingen, reinigingen, kleding en vermommingen, bepaalde haardracht, offers, woorden, muziek, zang, dans, zinnebeelden enz. ; tot de tweede, de verschijnselen zelf, zijn allerlei psychische ervaringen te rekenen, die samenhangen met extase, voorspellingsgave, het hebben van visioenen, het contact hebben met doden of geesten enz. Bij het bespreken van de toegepaste middelen zullen wij uiteraard hier en daar in herhaling vallen, omdat wij sommige van deze middelen hierboven reeds in een ander verband bespraken. Dit is natuurlijk onvermijdelijk, want een handeling, een spreuk e.d. kunnen bijv. naast een symbolische ook een magische betekenis hebben.

A: Terminologie.
Bij het bezien der overeenkomsten tussen magie en mysteriën valt het eerst op, dat de door beide gebruikte terminologie dezelfde is. De goocheltoeren de 'lagere' magie en de bezweringen der 'hogere' werden met dezelfde naam aangeduid als de handelingen in de zo hoog vereerde mysteriën van Eleusis of Samothrake namelijk met mysteria (geheimen), teletai (wijdingen) en dromena (handelingen). Bij het laatste woord is te bedenken, dat magie bij uitstek werd opgevat als 'handelen', als 'doen', maar ook bij de mysteriën namen de handelingen een voorname plaats in. Deze overeenkomsten in terminologie doet reeds vermoeden, dat er inderdaad verwantschap tussen magie en mysteriën bestond.

Wordt vervolgd



bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:26

Mysteriën Der Oudheid, Magie-2

door Combi
lettergrootte verklein lettergrootte vergroot lettergrootte
Afdrukken
E-mail

Vervolg van deel één .

b: Voorbereidingen
De oude magie vereiste voor haar toepassing bepaalde voorbereidingen, voornamelijk onthoudingen, reiniging e.d. De onthoudingen hadden vooral betrekking op bepaalde spijzen en op de geslachtelijke gemeenschap. Appollonios van Tyana , het voorbeeld van alle latere magiërs, zou volgens Flavius Publius Philostratos, thetor en sophist aan het einde der tweede eeuw, gedurende zijn gehele leven afstand gedaan hebben van dierlijk voedsel, wijn en geslachtelijke gemeenschap.

Ook de toverpapyri geven de voorschriften: "wees drie dagen rein", "neem zeven dagen van te voren reinheid in acht", "onthoudt u van alle onreine dingen, van alle vleeseten, van alle geslachtelijke omgang" enz. Bij de Joden en mohammedanen ging een streng vasten aan de bezweringen vooraf en ook bij de Voor-Indiërs is voor toverhandelingen vooral vasten en kuisheid gedurende minstens drie dagen noodzakelijk. De Chinese magiërs vermijden vleesvoeding, sterk riekende plantaardige spijzen, alcoholische dranken en geslachtelijke omgang en ook bij verschillende natuurvolken zien wij heden ten dage nog hetzelfde. Bijna onafscheidelijk van deze onthoudingen waren bij de magiërs de reinigingsvoorschriften in de vorm van wassingen in stromend water, van beroken met fakkels, zwavel of wierook, van inwrijven met olie, allerlei zalven en leemachtige stoffen, waarvan De Jong talrijke voorbeelden geeft, zowel uit het verre verleden als uit de tegenwoordige tijd bij de natuurvolken.

Wanneer men de onthoudings- en reinigingsvoorschriften bij de mysteriën nader beziet, dan blijkt, dat deze geheel in overeenstemming zijn met die der magiërs.

Bij de Eleusinische mysteriën namen de kandidaten voor de inwijding een vasten in acht, dat waarschijnlijk negen dagen duurde. Porphyrios zegt, over dit vasten sprekende, allerduidelijkst: "Ook bij de Eleusinische mysteriën onthield men zich van het genot van gevleugelde huisdieren, van vissen en bonen, van granaatvruchten en appels; eveneens maakte de bijslaap onrein en ook het aanraken van het lijk van een dier". Dat de hierophant (hoge priester) bij het verrichten van de religieuze handelingen de kuisheid in acht moest nemen staat eveneens buiten twijfel. Flavius Arrianos, een Grieks schrijver uit de eerste eeuw van onze jaartelling, zegt in één van zijn geschriften tot een niet ingewijde, die de mysteriehandelingen wil verrichte o.a: "Gij hebt niet de kuisheid in acht genomen, zoals hij (de hierophant)". De volledige tekst luidt:
"Mens, wat doet ge anders dan de mysteriën ontheiligen door te zeggen: In Eleusis is een tempel, hier ook. Daar is een hierophant, ik zal ook een hierophant voorstellen. Daar is een fakkeldrager, hier zal er ook één zijn. Fakkels zijn daar en hier. Wat men uitroept is daar en hier hetzelfde. Waarin verschilt dan hetgeen daar gebeurt van hetgeen hier geschied? Spotten met de godsdienst, is er geen verschil? Zijn dezelfde dingen nuttig op de verkeerde plaats en op de verkeerde tijd? Neen, zoiets gebeurt, nadat men heeft geofferd en gebeden, zich rein heeft gemaakt en bovendien zich in een bepaalde stemming heeft gebracht, waarna men tot een heilige handeling, een zeer oude handeling komt. Zo alleen worden de mysteriën heilzaam, zo alleen krijgen wij de voorstelling, dat door het voorgeslacht dit alles ingesteld is ter opvoeding en verbetering van ons leven. Maar gij brengt de mysteriën op straat en ontheiligt ze op een ongeschikte plaats, zonder reiniging, zonder offers; gij hebt niet de kleding, die een hierophant moet hebben, noch de band om het hoofd, noch de stem, noch de leeftijd van hem; gij hebt u niet gelijk hij deed, rein gemaakt, maar gij hebt alleen dezelfde uitroepen, die gij eens hebt opgevangen. Zijn dan die uitroepen op zichzelf heilig".

Bij de Eleusinische mysteriën, waar de hierophant op de één of andere wijze een huwelijksritus moest voltrekken, waarna de geboorte van Brimos geacht werd plaats te hebben, had hij zich voor de plechtigheid impotent gemaakt door het drinken van scheerling sap. (Wij danken deze mededeling aan Hippolytos, Weerlegging, V, 8, 40: "... gelijk de mysteriënleider, wel niet besneden als Attis, maar toch eunuch gemaakt door scheerling, na verzocht te hebben van geheel de menselijke voortbrenging verschoont te mogen blijven, terwijl hij bij nacht te Eleusis onder veel vuur de grote onuitsprekelijke gebeurtenis voltrok, uitriep en schreeuwende zeggende: "Een heilige knaap, Brimos, heeft de verheven Brimo gebaard, d.w.z. de sterke den sterke").


Brimo (Demeter)

Ook keizer Julianus uit zich in dezelfde geest, zeggende: "Bij de Atheners zijn degene, die aan de geheime plechtigheden deelnemen, in alle opzichten rein en hun voorganger, de hierophant, heeft zich van alle voortplanting afgewend". Over de priesters der Perzische mysteriediensten schrijft Porphyrios, dat er drie klassen van priesters waren, waarvan die der eerste, de geleerdste, geen vlees aten en geen dier doden. De daarop volgende klasse at wel vlees, maar niet dat van tamme dieren en de derde klasse at alle soorten vlees. (Over de onthouding, IV, 16: "Bij de Perzen heten de wijzen en priesters magiërs, dat betekend namelijk, in hun taal dit woord. Bij de Perzen is het echter een geziene stand, zodat Dareios, de zoon van Hystaspes, op een gedenkteken aan een inscriptie achter zijn naam toevoegde: leraar der magiërs. Zij vallen echter, zoals Euboulos, die een geschiedenis van Mithras in vier boeken schreef, in drie klasse uiteen. De eersten onder hen zijn de geleerdste, eten geen vlees en doden geen dier, maar houden vast aan de oude onthouding van dieren. De tweede eten weliswaar vlees, maar doden geen tam dier. De derden slaan de hand aan alles".

Bij de Isis-mysteriën, zoals die later in Griekenland en Rome gevierd werden, moest de kandidaat een teruggetrokken leven leiden, naar Apuleius meedeelt, en hij moest zich tijdig van "ongewijde en zondige spijzen"onthouden. Als hij zelf eindelijk blijkens een droom inzicht voor de inwijding waardig gekeurd wordt, moet hij de laatste tien dagen voor de inwijding "de eetlust beperken, geen vlees eten en zonder wijn blijven". Geslachtelijke onthoudingen wordt bij Apuleius als vanzelfsprekend vooropgesteld, maar anderen vermelden deze uitdrukkelijk. In de Attis mysteriën waren blijkbaar ook onthoudingen voorgeschreven, want in zijn rede over de Grote Moeder zegt Julianus: "Degeen, die de hoge vlucht wil ondernemen, zich wil verheffen boven de lucht (de wolken) en weg wil vliegen naar de toppen van de hemel, moet dit alles (de verboden spijzen) versmaden".
Tertullianus brengt de onthouding eveneens in verband met de Grote Moeder Kybele, die bij de Attis-mysteriën een belangrijke plaats innam, en ook met de Egyptische Isis, als hij spreekt over "kuise viering van Isis en Kybele".

(Over de doop, 16: "Maar het is voortreffelijk, dat gij tegen onze xerophagiën (de strenge vastendagen in de oude kerk, waarop men alleen brood met zout at en water dronk) lasteringen inbrengt en ze vergelijkt met de kuise viering van Isis en Kybele. Ik laat deze vergelijking bij wijze van getuigenis toe. Dientengevolge zullen zij (de onthoudingen) vaststaan als goddelijk, die de duivel, de mededinger der goddelijke (zaken) nabootst." Tertullianus wil hiermee dus te kennen geven, dat er in het Christendom, evenals bij de mysteriën, onthoudingen bestonden, maar dat deze in de mysteriën beoefend werden, schrijft hij aan de duivel toe, die daarmee het Christendom imiteerde. Dit is een stelling die hij ook elders naar voren brengt. In "Het principiële Voorbehoud"(XL, 1 e.v.) schrijft hij "Nu zal men zeggen: door wie worden de passages zo uitgelegd, dat zij aanleiding geven tot ketterijen? Door de duivel natuurlijk, wiens werk het is de waarheid te verdraaien, die ook de handelingen der sacramenten nabootst in de mysteriën. Ook hij doopt (in deze mysteriën) bepaalde mensen, natuurlijk zijn gelovigen en zijn getrouwen; hij belooft kwijtschelding van zonden, ten gevolge van een doopbad en als ik mij goed herinner, tekent Mithras bij die gelegenheid zijn soldaten iets op het voorhoofd. Hij brengt ook een plechtige offerande van brood, de verrijzenis stelt hij voor en onder het zwaard koopt hij (de ingewijde) een krans. Wat er van te zeggen, dat hij (de duivel) ook zijn priesters slechts toestaat éénmaal te huwen? Hij heeft zijn 'maagden', heeft zijn 'onthouders' ".

Blijkbaar had de duivel al deze dingen ingesteld voordat het Christendom bestond en Tertullianus nam dus vermoedelijk aan, dat de duivel de gave bezat te weten wat zou er gebeuren en dit dus kon imiteren voor het gebeurd was. Aan hetgeen Tertullianus hier zegt, kan nog toegevoegd worden, dat hij elders (Over de doop, V) verschillende heidense erediensten noemt, die een doop kenden, die de duivel dan, volgens zijn gedachtegang, aan het christendom had ontleend. Zo spreekt hij over een doop in de Eleusinische (zie afbeelding hier beneden) en de Dionysische mysteriën en over een bloeddoop (het taurobolium) in de Mithras-mysteriën.)

Degene, die in de Eleusinische mysteriën werden ingewijd, moesten zich aan reinigingen onderwerpen en in verband daarmee is ons de uitroep " Naar zee, mystai" overgeleverd, die voor de kandidaten aanleiding was zichzelf en het meegebrachte offer varken te wassen. In de Isis-mysteriën hadden reinigingen door wassingen en sprenkelingen plaats, naar wij van Apuleius horen en dit wordt bevestigd door Tertullianus, die zegt: "In sommige heiligdommen namelijk, laten zij zich inwijden door een bad in de één of andere ritus van Isis of Mithras". Tertullianus laat hier duidelijk zijn minachting blijken voor dit heidense gebruik, dat hij in verband met de christelijke doop bespreekt. Soms werd bij de voorgeschreven reinigingen ook wel meel of zemelen gebruikt, zoals uit de woorden van Demosthenes in zijn rede tegen Aischines is op te maken, waarop wij nog verder terug komen. Het betrof hier de Zabazios-mysteriën en naar Iamblichos ons meedeelt, ging het erom, "de zielen van zonde te reinigen en de verlossing te bewerken van de oude toorn der Goden".

Zoals we al hebben kunnen lezen in de Saturn Dead Cult ( deel 1 en deel2 ) artikelen in deze reeks zijn de mysterie scholen, oorspronkelijk, opgericht om "wat er was vernield ten tijde van de Gouden Eeuw opnieuw zou kunnen gebeuren" dat dit de vermeende schuld van de mens is door zijn zonde is pas later toegevoegd, de reden waarom mag jezelf bedenken: "Centraal tijdens de nieuwe de zilveren periode, ontstonden de priesterschapen of mysteriescholen en was de overtuiging dat wat er was vernield ten tijde van de Gouden Eeuw opnieuw zou kunnen gebeuren. In deze reeks over de mysteriën der oudheid is dan ook veelvuldig het sterven en weer opstaan uit de dood ter sprake gekomen. Gebruikmakend van de nieuwe technologie van het schrijven, stelden de broederschappen documenten op waarin ze deze rampen beschreven ter herinnering aan de tijden dat deze plaats vonden. Deze waarschuwingen vormden de basis van geheime genootschappen, binnen deze priesterschapen, waar de voorbereidingen werden getroffen en de kennis bewaard werd om te overleven mocht Doomsday ooit weer plaats vinden".

Ook bij de Mithras-mysteriën bestonden, zoals uit de woorden van Tertullianus reeds is op te maken, reinigingen en naar Cumont mededeelt, werden bij iedere graad --- er waren er zeven, maar waarschijnlijk waren dit niet alle inwijdingsgraden --- naast vasten en onthoudingen, ook wassingen voorgeschreven. Over de deze reinigingen deelt Prophyrios in zijn boek 'Over de grot der Nimfen' mede, dat degene, die in de leeuwen-graad der Mithras-mysteriën werd ingewijd, in plaats van water, honing over de handen liet vloeien. Andere inwijders, voegt hij er aan toe, gebruiken ook wel vuur. Ook de tong werd volgens hem met honing gereinigd en mogelijk moeten wij hieronder de gegiste honingdrank, de mede, verstaan.

(Het bezwaar om met honing te reinigen vervalt nl., als wij aannemen, dat hiervoor de gegiste honing, de mede, gebruikt werd, die van oudsher bij alle Indogermanen de eredienst drank was. Zij werd, soms met melk of andere dranken vermengd, door de gelovigen bij de eredienst genuttigd en bij die gelegenheid ook wel de Goden aangeboden (Schroder, Arische Religion, II, 384). Het aanbieden van mede (honing) was ook het meest gebruikte middel om de geesten te verzoenen (Gruppe, Griechissche Mytologie, 908). In tal van oude Indogermaanse talen vinden wij het woord dan ook terug en het is ook in een aantal hedendaagse talen bewaard gebleven. Niet altijd wordt met de verschillende vormen van het woord de oude honingdrank bedoeld, maar de latere betekenissen houden er toch verband mee en wijzen er in ieder geval op, dat de Ouden een uit honing bereide drank kenden, die bedwelmende eigenschappen had. Het volgende lijstje 9Schrader, Reallexion, I, 139 aangevuld met Grimm, Deutsches Worterbuch, VI, 2141) laat dit zien:

Dat de Grieken --- en in dit geval dus ook Porphyrios --- met honing ook mede bedoelen, blijkt mischien uit de verdere mededelingen van deze schrijver in hetzelfde hoofdstuk van zijn geschrift "Over de grot der Nimfen". Hij vergelijkt daar honing met de nectar der Goden en de naam 'gouden nectar' wijst er volgens hem op, dat de honing bedoelt is. Honing kan echter moeilijk als een 'drank' beschouwd worden. Maar verder zegt hij dan, dat Kronos door Zeus in een val gelokt was doordat hem honing gegeven was, want "vol van honing" was hij bedwelmd, waren zijn zinnen verduisterd, alsof hij wijn gedronken had, en was hij in slaap gevallen. Iets degelijks was Poros in Platon's Gastmaal overkomen, die teveel nectar gedronken had, "want wijn was toen nog niet bekend". Beide gevallen wijzen er op , dat er een bedwelmende drank gedronken werd. Nu kan honing bedwelmen, als de bijen die uit rododendrons of andere, narcotische stoffen bevattende bloesems vervaardigen, maar, zoals gezegd, kan bij honing moeilijk van 'drinken' gesproken worden, wat echter wel het geval is met de uit honing vervaardigde en bedwelmende mede. Bovendien zou in de teksten wel vermeld zijn, dat het in deze gevallen die bijzondere bedwelmende honingsoort betrof, als het hier inderdaad om ging. Wij mogen hieruit dus waarschijnlijk opmaken: honing betekende ook mede en mede was de Godendrank nectar. Een bevestiging hebben wij hiervoor mischien uit Voor-Indië, waar de somadrank de oorspronkelijke Indogermaanse eredienst drank, de mede, had vervangen. Deze soma werd niet alleen bij eredienst handelingen genuttigd, maar was ook de drank der Goden.)

Bij al deze reinigingen ging het niet alleen om kleine dagelijkse zonden, maar men kon zich zelfs van allerlei kleine misdaden laten reinigen. Op Samothrake werd daarvoor aan de kandidaten gevraagd, wat de grootste zonde, die zij begaan hadden, en zelfs moordenaars konden hier door bepaalde handelingen gereinigd worden. (Bij Ploutarchos lezen wij in zijn "Gezegden van Spartanen"'(217 D Antalkidas, I) het volgende: "Toen Antalkidas in de mysteriën van Sanothrake ingewijd werd vroeg de priester hem, welke vreselijke daad hij in zijn leven had verricht en hij antwoordde: Mocht een dergelijke daad door mij verricht zijn, dan zullen de Goden dat zelf wel weten." Iets dergelijks haalt Poutarchos aan van Lysandros (229 D), aan wie een soortgelijke vraag gesteld werd, omdat, naar hem gezegd werd, de Goden dit wensen te weten. Lysandros antwoordde daarop, dat in dat geval de priester zich maar moest verwijderen en indien de Goden hem dan de vraag zouden stellen, zou hij daar wel op antwoorden. Uit deze mededeling heeft men afgeleid, dat men op Samothrake voor zijn inwijding een bekentenis over begane misdaden moest afleggen.)

Volgens de overleveringen waren de kleine mysteriën van Agrai, bij Eleusis, zelfs gesticht om Herakles, die zich aan de moord op de Kentauren had schuldig gemaakt, te reinigen, voordat hij werd ingewijd. Niet van alle misdaden kon men gelouterd worden, maar waar men meende, dat dit wel mogelijk was, dan waren daarvoor bijzondere reinigingen nodig en zo horen wij, dat een moordenaar, wiens daad niet onverzoenbaar geacht werd, o.a. zijn kleren tweemaal zeven golven moest wassen. Als één der plaatsen, waar eertijds dergelijke reinigingen plaats konden vinden, noemt Strabon Lerna, aan de kust van Argolis. Daar was een moeras, waarin men zich van zonden kon reinigen en daarvan was de zegswijze afgeleid: "Een lerna van zonden".


Lerna



wordt vervolgd



bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck
De volgende gebruiker(s) zeggen bedankt: NoMore
Omhoog
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 19 sep 2013, 22:27

Mysteriën Der Oudheid, Magie-3

door Combi
lettergrootte verklein lettergrootte vergroot lettergrootte
Afdrukken
E-mail

Vervolg van deel twee .

c: Kleding
Bij magische handelingen was vaak een bepaalde kleding voor geschreven. Apolllonius van Tyana, die zoals wij zeiden, als magiër bekend stond, zou zijn gehele leven linnen kleding gedragen hebben. en de Parijse papyrus 3094 schrijft voor toverhandelingen voor: "draag een sindon (gewaad uit Indisch linnen)". In dezelfde geest spreekt Prokolos als hij zegt, dat de theurgen, die de door hen bezworen god in zich zouden opnemen, velerlei bijzondere gewaden en sierkleden moesten dragen, hoewel hij er niet bij vermeldt, dat dit linnen moest zijn.

Bij de kleding vormden vooral de hoofdbanden een belangrijk attribuut. Ook werd vaak het barrevoets gaan en het hebben van loshangend haar als voorwaarde voor het verrichten van van magische handelingen gesteld, zoals wij bij Philostratos kunnen lezen. Kransen en takken behoorden dikwijls tot de voorgeschreven dracht en De Jong geeft hiervan verschillende voorbeelden. Verder horen wij van wollen draden, bellen, sterren e.d., die eveneens tot de noodzakelijke uitrusting gehoorden. Evenals bij de magie waren ook bij de mysteriën bepaalde gewaden voorgeschreven en Apuleius deelt ons mede, dat hij bij zijn inwijding in de Isis-mysteriën niet minder dan twaalf maal van gewaad moest verwisselen. De in het vorige topic aangehaalde tekst van Artianos is ook sprake van de bijzondere klederdracht, die de hierophant droeg en daarbij noemt hij ook het lint, waarmee deze zijn haren tezamen hield. Uit ander bronnen weten wij, dat de Eleusinische priesters en priesteressen een gewaad droegen van een bepaalde purperen kleur.

Over de mysteriën, zoals die te Andania gevierd werden en die ook aan Demeter gewijd waren, zijn wij, wat de voorbereidingen daarvan betreft, ingelicht door de aldaar gevonden inscriptie, die allerlei bijzonderheden geeft. Zo wordt daarin gezegd, dat bij deze mysteriën de in te wijden kandidaten ongeschoeid moesten zijn en een wit gewaad moesten dragen. Aan de vrouwen wordt voorgeschreven, dat degenen, die geen priesteressen waren, een linnen hemd moesten dragen en de meisjes een kalasiris, een uit linnen vervaardigd gewaad. "Zij dragen gewaden uit linnen van franje voorzien, die kalaris heten: daaroverheen dragen zij witte wollen mantels. Maar in de tempel wordt niets van wol meegenomen en ook niet met hen begraven: want dit geldt als een zonde. Zij komen daarin overeen met de z.g.n. Orphische of Baskische gebruiken, die echter Egyptisch of Pyhtagorees zijn.
(Herodotos meent n.l. zoals eerder gezegd is, dat o.a. Pythagoras de Egyptische mysteriën naar Griekenland bracht): want ook hier is het niet geoorloofd, dat iemand, die aan een zodanige geheime dienst deelneemt, in wollen kleren begraven wordt.")

De vrouwen mochten geen schoenen dragen, behalve dan uit vilt of uit de huiden der offerdieren vervaardigd. Bij de Isis-mysteriën speelde de linnen kleding eveneens een grote rol, naar Apuleius bericht, en Ploutarchos spreekt over gewaden, waarin de Goden gekleed waren en de daarmee overeenkomende kleding, die de priesters droegen. Ook Herodotos spreekt reeds van linnen kleding in de Egyptische eredienst, en voegt er aan toe, dat in de tempel niet van wol meegenomen mocht worden en dat men er de te begraven dode niet in mocht kleden. Hij ziet dus een overeenkomst tussen de tempelriten en de dodencultus. Volgens Apuleius diende het linnen niet alleen als kleding voor de priesters, maar werd het ook gebruikt om de "heilige voorwerpen" te bedekken.
(Apuleius schrijft in zijn Aology (LVI, 1) over wol als uitgroeisel van een log lichaam, geroofd van een dom dier, dat reeds door opheus en Pythagoras voor profane kleding bestemd was; de reine daarentegen verplantte linnen, een voornaam product onder de gaven van de aarde, dat niet alleen diende voor de kleding der heilige priesters in Egypte, maar dat men ook gebruikte om de heilige voorwerpen te bedekken.)

Het loshangende haar, waar Philostratos over spreekt, vinden wij in de Eleusinische mysteriën terug in het voorschrift voor de hogepriester om lang, loshangend haar te dragen. Ook de priesteressen droegen het haar op dezelfde wijze en de inscriptie van Andania bevat het zelfde voorschrift. De volgelingen van Attis droegen bij hun extatische optreden eveneens het lange haar ongevlochten en schudden dit bij hun dans in het rond. Zowel de de mystai als de priesters bekransten zich in de Eleusinische mysteriën met mirre takken en ook bij de Demeterfeesten te Andia droegen de priesters, de priesteressen en, op een bepaald ogenblik, ook de ingewijden kransen. Kransen en takken speelden blijkens de gevonden afbeeldingen (zie afbeeldingen hier beneden) een rol bij de thebaanse mysteriën de Kabeiroi en in de Dionysische mysteriën waren de volgelingen van de God, evenals de door hen gedragen thyrssostaven, met klimoprangen versierd of ook wel met eiken- of dennentakken.

Ook Dionysos zelf werd wel afgebeeld met een krans van klimopbladeren en met een thyrosstaf, die daarmee versiert was.

In Eleusis werden in een bepaald onderdeel van de ritus felgele draden om de rechterarm en de linkervoet van de kandidaten gebonden de ingewijden droegen op Samothrake een purperen band om het middel. Volgens een, vermoedelijk jongere verklaring zou het dragen van deze band een middel zijn geweest om aan de gevaren van de storm te ontkomen, maar ook in andere gevallen verleende de goden hulp aan de ingewijden, die de band droegen. In het scholion op Apollonios wordt bijv. gezegd, dat Agamemmon, die ingewijd was (naar wij mogen aannemen in de Samothrakische mysteriën), toen hij zich voor Troia in een groot tumult bevond, de weerspannige Grieken kalmeren kon doordat hij de purperen band droeg. Kennelijk veronderstelde men, dat hem dit zonder godelijke hulp niet gelukt zou zijn. De band band werd, naar het schijnt, wel door een sluier vervagen, want in het bovengenoemde scholion op Apollonios is sprake van de sluier, die Odysseus volgens Homeros van de godin Leukothea gekregen had om het land der Phaiaken te bereiken, en wordt gezegd: " ... en men zegt, dat Odysseus, in Samothrake ingewijd, een sluier in plaats van een band gebruikt zou hebben". De sluier was overigens een attribuut, dat van veel betekenis was bij de Dionysische, de Eleusinische en de Phrygische inwijdingen, waar de mystes op een bepaald tijdstip gedurende de ceremonie in een sluier werd gehuld.

d: Maskers
Volgens Porphyrios droegen de theurgen, die door bepaalde handelingen en woorden in nadere aanraking met een godheid probeerden te komen om deze tot het verrichten van bovennatuurlijke handelingen te brengen, daarbij maskers, waardoor zij zich het uiterlijk van de betreffende god trachtten te geven. zoals wij al in het artikel Mysteriën Der Oudheid, Leringen zagen, kwam het dragen van maskers ook voor bij de mysteriën.

e: Offers
Bij belangrijke toverhandelingen waren offers voorgeschreven, zowel offers van bepaalde koeken en dranken als dierenoffers, terwijl ook bloed als bezweringsmiddel gold. Geheel dezelfde gebruiken vinden wij bij de oude inwijdingsriten. Bij de Eleusinische mysteriën werden allerlei offerdieren geslacht en verder behoorden bij de offeranden koeken, die o.a. door Clemens van Alexandrië worden genoemd. Op Samothrake zijn offer kuilen gevonden onder de ruïnes van de tempel, hetgeen op de daar bij de mysteriën gebrachte offers wijst, en hetzelfde was het geval in de tempels bij Thebe en te Eleusis. In de genoemde voorschriften van Andania, waarvan de mysteriediensten, zoals gezegd, als een filiaal van Eleusis te beschouwen zijn, worden de offerdieren precies genoemd:
"Men moet aan Demeter een drachtige zeug,
aan Hermas een ram,
aan de grote goden (vermoedelijk de Samothrakische Goden) een jong zwijn,
aan Apollon Karneios een everzwijn,
aan Hagne (Kore) een schaap offeren."
Pausanias deelt over de jaarlijks tweemaal ter ere van Isis gehouden mysteriefeesten te Tithoria in Phokis mee: "De welgestelden offeren stieren en herten, de armen ganzen en parelhoenders; alleen schapen, varkens en geiten zijn als offers niet toegelaten. Het is voorgeschreven, dat de offerdieren, na geslacht te zijn, in het heiligdom gebracht worden, waar ze op een brandstapel worden verbrand, na eerst omwonden te zijn men banden van linnen en byssos (katoen), die op de Egyptische wijze zijn gemaakt". Mischien slaat dit echter alleen op de openbare of semi-openbare eredienst, want Apuleius vermeldt er bij de beschrijving van zijn inwijding niets over. daarentegen staat het offeren bij de Mithras-mysteriën wel vast. Bij de tempels, die voornamelijk voor inwijdingen dienden, zijn overblijvselen gevonden van geofferde dieren, waaruit blijkt, dat runderen, schapen, geiten, varkens en voornamelijk gevogelte vooral kippen, geslacht werden.


ipse missa est

Opgravingen in 1954/55 van een Mithras-tempel onder de St. Priscinakerk (San Clemente) te Rome, hebben wandschilderingen aan het licht gebracht, die een deel der inwijdingen in beeld brengen. Zij tonen o.a. aan, dat daarbij het suovo-taurilia-offer plaats had, want in de voorgestelde optocht, worden achterelkaar een varken, een schaap en een rund meegevoerd.

Naar Porphyrios meedeelt, zou Istros, een geschiedschrijver uit Kyrene, in zijn verzameling Kretenzische offers zelfs bericht hebben, dat de Koureten van oudsher gewoon waren aan Saturnus een kaap te offeren, maar het is niet zeker of dit offer in werkelijkheid geschiedde (hierover meer in een nog te maken topic) . Wat het bericht van Ploutarchos over mensenoffers, die vroeger plaats hadden, betreft, staat het niet vast of deze met inwijdingen te maken hadden. Maar in ieder geval speelde mensenbloed wel een rol bij de inwijdingen. In het voorschrift van Andania lezen wij direct in het begin: "Over priester en priesteressen. De schrijver van de raadsvergaderingen zal degenen, die priester geworden zijn, dadelijk, als hij niet ziek is, bij brandende offers, terwijl zij bloed en wijn offeren, de voorgeschreven eed laten afleggen. Dit zou natuurlijk ook dierenbloed geweest kunnen zijn, maar in iedregeval offerden de priesters bij de Attis Kybele diensten het bloed, dat zij door zwaardwonden aan hun armen onttrokken hadden en de ingewijden castreerden zich zelfs en offerden hun bloed aan de godheden.

f: Gesproken woorden.
Van nog groter belang dan de voorbereidingen was bij de magische handelingen het gesproken woord, meestal bestaande uit magische formules, die vaak in een vreemde taal werden geuit en waarbij de naam van een God vaak bijzondere macht werd toegeschreven. In de mysteriën zien wij weer hetzelfde. Ook daar speelden de legomena, de gesproken woorden, een grote rol en er scheen vooral aandacht geschonken te wordenaan de wijze, waarop zij uitgesproken werden. Dit blijkt onder andere uit de woorden van Arrianos die de nabootser der mysteriën verweet, dat hij niet de juiste stem van een hierophant had.
"Mens, wat doet ge anders dan de mysteriën ontheiligen door te zeggen: In Eleusis is een tempel, hier ook. Daar is een hierophant, ik zal ook een hierophant voorstellen. Daar is een fakkeldrager, hier zal er ook één zijn. Fakkels zijn daar en hier. Wat men uitroept is daar en hier hetzelfde. Waarin verschilt dan hetgeen daar gebeurt van hetgeen hier geschied? Spotten met de godsdienst, is er geen verschil? Zijn dezelfde dingen nuttig op de verkeerde plaats en op de verkeerde tijd? Neen, zoiets gebeurt, nadat men heeft geofferd en gebeden, zich rein heeft gemaakt en bovendien zich in een bepaalde stemming heeft gebracht, waarna men tot een heilige handeling, een zeer oude handeling komt. Zo alleen worden de mysteriën heilzaam, zo alleen krijgen wij de voorstelling, dat door het voorgeslacht dit alles ingesteld is ter opvoeding en verbetering van ons leven. Maar gij brengt de mysteriën op straat en ontheiligt ze op een ongeschikte plaats, zonder reiniging, zonder offers; gij hebt niet de kleding, die een hierophant moet hebben, noch de band om het hoofd, noch de stem, noch de leeftijd van hem; gij hebt u niet gelijk hij deed, rein gemaakt, maar gij hebt alleen dezelfde uitroepen, die gij eens hebt opgevangen. Zijn dan die uitroepen op zichzelf heilig".

Niet alleen werd waarschijnlijk bij de dramatische opvoeringen of pantomimes gesproken, maar kende men ook formules en uitroepen, waar men blijkbaar een bepaalde uitwerking van verwachtte. Zo werd op de laatste dag van het Eleusinische inwijdingsfees een wateroffer gebracht, waarnaar die dag een plemochoai gekregen had. Het was misschien bij deze gelegenheid, dat de mystai, naar de hemel ziende: "Hye" riepen en naar de aarde ziende: "Kye", zoals ons door Prokolos wordt verteld. Van de zelfde schrijver horen wij ook, dat deze twee woorden eveneens bij de huwelijksvoltrekking gebruikt werden Hippolytos deelt ons iets dergelijks mede. (Weerlegging, V, 7, 34: "Dit is, heet het, het grootste en onuitsprekelijke geheimenis der Eleusinische mysteriën: Hye kye, en het heet, dat aan hem alles ondergeschikt is. "Hippolytos ziet er dus blijkbaar de naam van een God in.) Wij komen hierop bij het bespreken der Eleusinische mysteriën nog nader terug. Een andere ons overgeleverde, maar vermoedelijk verbasterde en in ieder geval raadselachtige formule is "Kogx Ompax", die aan het slot der Eleusinische wijdingen gebruikt zou zijn. (Dieterich, Eine Mithrasliturgie 39a en 216. Volgens hem is de betekenis van deze woorden niet na te gaan en vermoedelijk zijn ze aan een vreemde taal ontleent en verbasterd)

word vervolgd



bron: De mysteriën der oudheid en hun inwijdingsriten F.E. Farwerck
Gebruikersavatar
combi
Administrator
Administrator
Berichten: 15973
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 21:27

do 03 okt 2013, 17:31

combi schreef:Bonds of The Past - A Movie by Henry Zemel - Documentary CBC

Immanuel Velikovsky "Collective Amnesia"

The memory of the cataclysms was erased, not because of lack of written traditions, but because of some characteristic process that later caused entire nations, together with their literate men, to read into these traditions allegories or metaphors where actually cosmic disturbances were clearly described.

filmpje hier te vinden: http://archive.org/details/ValikovskyBondsOfThePast

The Sacred Mountain Gets Knocked Down

Unconventional wisdom has it that when Saturn exploded in 6000 BC it knocked Venus out of the red spot of Jupiter as a white hot flaming comet that took an elliptical course that with every orbit came closer to the Earth. It picked up Mars on the way and they played tag with each other.until one of them hit the Earth in 1500 BC when Joshua's Sun stood still in the sky. The passage of Venus buzzing the Earth opened up the deep sea trenches and let hot Magnum or lava through that solidified on contact with the cold sea water forming ridges along the trenches on either side parallel to the trenches. The Earth's magnetic orientation was frozen in the magnum of the ridges. Each stripe of ridge has an opposite orientation indicatiing that possibly Mars was going in the opposite direction. The ridges go out laterally from the trenches so far and abruptly stop when Venus ceased being a comet. I say it was Venus and not Mars that missed the Earth but hit the Mountain because Venus lost momentum and took the inner orbit.The Sumerians had a number system based on twelve because the year had 360 days. The impact slowed the Earth to 365.25 days but the circle still has 360 degrees to this day. Going by the laws of the gyroscope the Earth rotated with the impact about 90 degrees and returned 12 degrees from it original position to form a new Norrth pole. A famous geologist, I am sorry but I forget his name, said to me that the former North pole was at Baffin island, Canada. That would mean that the asteroid that embedded itself at the South pole is 12 degrees off the present South pole opposite S.A.

Because the Earth turns the Mountain actually twisted off. Since the continents make up only about 37 percent of the Earth's surface, where is the missing land mass? It is wrapped around the back of the Moon. The face of the Moon is an "ess" shaped scar where it twisted off and why the land around the North pole is jagged and that there is no land at the North pole. Because the Moon is asymetrical in density the scar always faces the Earth.When the Moon twisted off under the Earth's mantle it formed two legs that acted as a compass describing a circle. One leg was located in Northern Europe and acted as a pivot while the other leg attached to Barrow's Point Alaska took a clockwise arc Northward pulling Alaska with it and almost breaking its neck. This explains the deep sea trench in the Pacific ocean just off the coast of North America that goes up along California to Alaska and then and then veers West at a right angle. In twisting off the leg at Alaska lifted up the North American continental mantle at Canada and emptied out the inland sea which flowed out at Baja, Mexico gouging out the Grand Canyon in a matter of hours. The petrified forest was created by ligning bolts from Jupiter in a matter of minutes. Where lightning bolts from Jupiter hit the Earth it coalesced spots in the ground that resisted the rush of water and leaving in the S.W. desert what arre called mesas that have become tourist attractions and gaunt reminders of the past.

Giorggio de Santillena and Hertha Von Dechend wrote a book "Hamlet's Mill" Boston, Gambit 1969, where they describe the Sacred Mountain as a giant mill at the North pole grinding out salt and finally slipping into the Atlantic ocean.

Some claim the Moon was captured. If so, it would have started far away and small and taken a long time to get here and when it did it would have had a lot of momentum and been violent.It appeared suddenly and it was large and quiet. A Roman writer, Livey, Ovid or Cicero, said that there were tribes in Northern Italy who remember a time when there was no Moon. Also tribes in the Amazon and the South Pacific remember a time when there was no Moon. This was reported in the Poncee Journal edited by David Talbott who wrote the Saturn Myth.

When Venus hit the Sacred Mountain it knocked snow and ice off of its top onto North America, Europe and Siberia inundating giant mammoths grazng in the field of Siberia as they ate uncovered only recently in a well preserved state. Reference: The Extinction of the Mammoths by Charles Ginenthal, Journal of Myth, History and Science, Vol III, Nos.2 & 3 , 65-35 108th Street, Forest Hills, NY 11375. When this ice melted in NY state the runoff ran North. The Finger Lakes and the St.Lawrence run North putting in question the Ice Age.

When flaming Venus went over the North pole it set the top of the world on fire laying down coal fields and possibly petroleum deposits. It reduced the oxygen content of the atmoxsphere from 30 pecent to 20 percent. Opening ancient Egyptian containers showed an oxygen content of 30 percent. Venus then boiled off twenty feet of ocean water that came down at the poles as ice. I understand that it never rains or snows in Antarctica so the ice cap must have been laid down this one time. The southern Ice caps several miles thick. Venus then flew low over Egypt burning down their houses because they were made of wood and not those of the Israelites because they were made of brick which event they now celebrate as Passover. They considered Venus a messenger of Saturn their god Yahweh.

After the Moon was released the rest of the Sacred Mountain fell into the North Atlantic ocean to become the Grand Banks of Newfoundland, Canada, good for fishing. The rest fell into the Bermuda Triangle forming the Sargasso Sea Basin and certain craters in the Carolinas that can be seen from an airplane.

Another book to refer to is ARKTOS, The Polar Myth, by Joscelyn Goodwin, Phanes Press 1993, Grand Rapids, Michigan. on page 89 it mentions the Sacred Mountain and on page 65 it says the Egyptians knew it as the Northern Mountain. Otherwise the book is esoteric and discusses conspiracy theories but is factual about cultic and political monements.

On another note, I have photocopies of an article I got from a book with pictures and text but my notes make no reference to the source. It is about the St. Miichael-Apollo Axis, After the demise of the Sacred Mountai and Saturn man tried to recreate them. St. Michael in France is a shrine on top of a large mountainous hill where the shrine is Saturn and the hill represents the former Sacred Mountain. There are 14 of them stretching from the Holy land to S.W. Ireland. St.Michael is the European Appolo. and they are in a straight line. They all look alike. Starting with the temple to Appollo on Mount Carmel then Lindos, Delos, , Athens, Kerkyras, Mont Sant Angelo, Momte Goorgamo, Perugia, San Michael at Castiglionee di Garfagnana, Sagra di San Michele, Bourges and the famous Mount St. Michel, then St.Michael's Mount in England and ending with Skellig Michael in Western Ireland. How or why they built them and how they got them in a straight line I do not know but the most amazing thing of all is that the line or axis points straight to Baffin Island the former base site of the Sacred Mountain.

The demise of the Sacred Mountain is the story of creation. The Mayans of South America said that there were four creations but I know nothing of that. In Art and Artist Otto Rank says on page 208 " In the Edda we are told that the world was made from the parts of the body of the dismembered giant Ymir:

From Ymir's flesh was the world made;
From the legs the mountains, and the heavens from the skull
of the icy giant and from his sweat the seas.

-- VAFTHRUDISSMAL

In 1500 BC the Greeks went from a cosmology of Titans living on Mount Olympia to anthropmorphic gods that represented planets. Could Mt. Olympus have been the Sacred Mountain and the change in their cosmology significant of the fall of the Sacred Mountain and the birth of the Moon. Is the Moon Palla Athena?

In his book "Cosmos, Chaos and the World to Come" The ancient Roots of Apocallyptic Faith, Yale University Press1993, Norman Cohen talks of change that took place in 1500 BC. While the Sacred Mountain existed the anciient people were happy with their peaceful cosmos. They called it their Golden Age, in retrospect, the Garden oof Eden. After the Mountain fell down there was chaos, floods, storms, lightning, migrations,famine and wars. The people wanted to stop the travails of the new Heaven and Earth and return to the glory of the way things were before the fall of the Sacred Mountain. In the ancient mentaality it was believed that if you imitated something you could control it and undo it. They wanted to resurrect the Sacred Mountain, actually the whole North Polar Confiiguration and have it again to rule over them.The ancient pagan cults imitated the fall of the Sacred Mountain in a ceremonial rite they called human blood sacrifice and burnt offering,

A victim was placed on an altar which represented the Sacred Mountain and slain and burnt. then pieces of the victims boody were passed around among those gathered there and eaten.This practice still exists today symbolically in the Eucharist communion service in the eating of the bread and drinking the wine and in saying grace at mealtime. Then among the religious movements that replaced and suppressed the pagan cults there arose a certain Zoroaster who decided that it was the immorality of man that caused the Sacred Mountain to fall. He called this immorality the force of evil and that Good and Evil were in a constant struggle. He said that some day there would be a war and that good would triumph and the Golden Era would be restored. Christ as the Sacred Mountain would be resurrected. While the Israelites believed that the New Restored World would be on Earth sometime in the future and that they would rule over it as the Chosen People of their God while the Christians believe that the new world would be in Heaven after you die and that the other people would be gotten rid of by being burned in Hell. Christians would be in Paradise alone with all the other good people and that all the ungodly would perish. While all this sounds grandiose the belief that you belong to an "in" group fosters hatred, racism, intolerance, punishment and wars. The apocalyptic faith also prevents one from taking responsiibility for oneself and a tendency to blame others for one's own faults and to punish or sue them or put themi in jail or even give them capital punishment.

Julian Jaynes in his book, "The Origin of Consciousness in the Breakdown of the Bicameral Mind," Houghton Mifflin, Boston 1976, speaks about the mentality of these ancient people. Their idols of their gods which they worshiped spoke to them and they heard "voices" in their head, presumably in their left hemisphere. These voices told them what to do and society was well ordered and peaceful and they were absolved of all responsibility for their behavior. Since these idols were supposed to be representative of the Sacred Mountain it too must have spoken to them and it must have made a buzzing noise which is known for stimulating voices in the head. From my experience in psychtherapy I know that early childhood traumatic events can be relived in full recall and experienced as voices in the head. Without the buzz noise the idols soon stopped doing that and they became confused and unhappy. They had to learn to be self-determined. This claims Jaynes was the origin of consciousness in man. He therefore reasoned that, before this, ancient man was unconscious.

If the Apocalyptic Faith wants us to return to this former state of bliss and sterility I say, why would anyone want to go back into a state of insanity. It is sheer madness!

I do not know what killed off the dinosaurs but if it were an asteroid this one would have done it.

Charles H.Seitz 628 Topsfield Road Hatboro, PA 19040 (215) 675-5524 chseitz at voicenet.com

Put your comments on this Abuzz.com interaction http://www.Abuzz.com/interaction/s.268705/discussion/.

bron en meer: http://jnocook.net/weird/mountain.htm
Gebruikersavatar
Mec
Super QFF-er
Super QFF-er
Berichten: 1518
Lid geworden op: vr 17 dec 2010, 19:44

vr 11 okt 2013, 22:21

Egyptians in America

Afbeelding
This Artifact that was removed from Burrows Cave in Illinois. The Artifact was identified as a Artifact for King Zaphnath who was Joseph in the Bible. ( Pharoah named Joseph Zaphenat-Pa'aneah,)
The direction of the Boat on King Zaphnath's Crown is coming to Aztlan. Aztlan of Ophir is now the United States.
King Zaphnath Pa'aneah ruled Egypt from the Temple of Amon at Aravis Egypt for 48 years.
King Zaphnath recorded 12 trips to Aztlan of Ophir and Smithsonian Archaeologist are aware of this information.
The Son of the Right Hand symbol is on the bottom right side of the Copper Artifact.
Then the Box above the symbol is the Hebrew symbol is for the Ark of the Covenents.
This is a strong indication that Zaphnath or (Joseph) Ruled Egypt according to the Ten Comandments in the Bible.
The Son of the Right symbol on the right bottom corner is a Semitic symbol.
The Three Diamonds are Egyptian symbols for the greatest wealth.
This Artifact is for King Zaphnath (Joseph) the Ruler of Egypt who came North America in 1744 BC.
Then on the top is (m) the (m) is for my (^) is the symbol for Egypt. And then the umbrella shape means the Umbrella Empire of Egypt established by King Zaphnath.
King Zaphnath wrote that he found another place for Egyptians to Farm and Mine when he was 36 years old. This date would be 17,44 BC.

Afbeelding
Each Egyptian Ruler had a seprate Hieroglyph symbol. This is the Hieroglyph that King Zaphnath chose for himself was Shu the Crocodile.
This same Hieroglph was found at Aravis Egypt for King Zaphnath.
King Zaphnath is holding the Staff of the Lord.
Then on the bottom right is ( - ) which meant number one.
Next above the (-) is one X this Gold Artifact. X is the Symbol for First or Father.
Then above the (X) is a Diamond which meant greatest wealth.
Then above the (X) is the ( ^II ) Symbol which is for the 2nd or both Lands of Egypt.
Then above is the elongated ( W ) symbol. The W symbol meant a large body of Water or the Ocean. Meaning King Zaphnath had crossed the Ocean to get here.
King Zaphnath was known to be a wise King in Egypt and knew that Shu the Crocodile symbol was a more powerfull symbol than the the Bird symbols.
And that He would be worshiped as a very powerfull God by the Egyptians that were not of Semitic decent.
Egyptians in America
Zie voor meer info: https://sites.google.com/site/placesorn ... ollections
En: https://sites.google.com/site/placesorn ... ollections

Perhaps additional Records are in order; Joseph was recorded as building the first large Wood Boat that had sails in Egypt. During 7 year drouth People flocked into Egypt and there was simply not enough Land by the Nile River to plant Grain to feed these People. Joseph wrote that he found a better place for Egyptians to Farm and Mine when he was 36 years old. This date would be 17,44 BC. Joseph knew where Ophir was located. He had the exact distance in his Atlantis Bible to the Hio River in Aztlan or Ophir with him.
For Security he only let his Decendents that became Kings in Egypt know where Ophir was located at. Joseph recorded 12 Trips to Ophir and grew Grain at Ophir. Joseph Mined for Gold at Ophir to bring back to Egypt also. Aztlan of Ophir is now the United States and the Hio River is now the Mississippi River.

https://sites.google.com/site/ancienteg ... erica/home
Plaats reactie

Terug naar “Wereld Geheimen”